ECLI:NL:RBROT:2026:9015

ECLI:NL:RBROT:2026:9015

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 22-07-2026
Datum publicatie 24-07-2026
Zaaknummer ROT 26/5680 en 26/5681
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Proces-verbaal
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Verzoek om een voorlopige voorziening en beroep niet tijdig beslissen. Eiser is toegelaten tot de schuldhulpverlening, maar deze is nog niet van start gegaan omdat eiser bepaalde documenten nog niet heeft getekend. Eiser vraagt aan de voorzieningenrechter verschillende zaken die te maken hebben met de schuldhulpverlening, maar die horen niet bij de bestuursrechter thuis. De voorzieningenrechter kan dus niets voor verzoeker betekenen. Het beroep is niet-ontvankelijk en het verzoek wordt afgewezen.

Uitspraak

[eiser], uit [woonplaats], eiser

en

het dagelijks bestuur van Stroomopwaarts MVS

(gemachtigde: [naam]).

Inleiding

1. Eiser heeft op 7 juli 2026 beroep ingesteld, omdat het dagelijks bestuur volgens hem niet tijdig heeft beslist op een aanvraag. Eiser heeft daarnaast de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Ook heeft hij gevraagd om een ordemaatregel, namelijk om zijn verzoek per direct toe te wijzen.

2. Het dagelijks bestuur heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een ordemaatregel afgewezen, omdat er (kort gezegd) nog te veel vragen zijn voor een onmiddellijke toewijzing.

4. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 22 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiser deelgenomen. Het dagelijks bestuur heeft zich kort voor de zitting afgemeld wegens onvoorziene omstandigheden.

5. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat is er gebeurd?

6. Eiser heeft zich op 29 mei 2024 gemeld voor schuldhulpverlening. Het dagelijks bestuur heeft eiser met het besluit van 18 november 2024 toegelaten tot de schuldhulpverlening.

7. Om de schuldhulpverlening op te starten, dient eiser een aantal documenten te ondertekenen. Eisers eerste consulent heeft op 20 januari 2025 deze documenten naar eiser opgestuurd. Eiser heeft deze niet ondertekend. Eind januari 2025 heeft eiser een nieuwe consulent gekregen. Op 18 maart 2025 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen eiser en zijn consulent, waarbij eisers Wmo-begeleider ook aanwezig was. Vervolgens heeft de consulent meermaals aan eiser gevraagd om stukken op te sturen in verband met een herberekening van eisers vrij te laten bedrag en om inzicht te krijgen in zijn budget, inkomsten en uitgaven. Eiser heeft de gevraagde stukken ingeleverd, behalve een ingevuld budgetoverzicht.

8. Op 22 juli 2025 heeft eisers consulent documenten naar eiser opgestuurd. Als eiser die tekent, dan gaat de schuldregeling in per 1 augustus 2025. Eiser heeft deze documenten ‘onder voorbehoud’ getekend. Op 9 september 2025 heeft eisers consulent hem een e-mail gestuurd. Hierin vraagt zij waarom eiser de documenten ‘onder voorbehoud’ heeft getekend en wat het voorbehoud inhoudt. Verder geeft zij aan dat de schuldregeling niet van start kan gaan met deze ondertekening. Volgens het dagelijks bestuur heeft eiser niet gereageerd op deze e-mail.

9. Volgens eiser heeft één van zijn begeleiders contact opgenomen met het dagelijks bestuur om te vragen naar de status van zijn dossier. Vervolgens heeft eiser in april 2026 een nieuwe consulent gekregen en is hij uitgenodigd voor een gesprek op (uiteindelijk) 29 mei 2026. Volgens eiser heeft dit gesprek niet plaatsgevonden.

10. Eiser heeft op 22 juni 2026 een e-mail gestuurd naar een (voormalig) wethouder van de gemeente Vlaardingen. In de aanhef staat ‘Formele ingebrekestelling, klacht wegens schandalig ambtelijk verzuim Stroomopwaarts en keiharde eis tot schadevergoeding en nultraject’. Eiser vraagt in de e-mail onder meer om een schadevergoeding. Deze e-mail is zonder aanhef doorgestuurd naar het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur heeft aan eiser vragen gesteld over het verzoek om schadevergoeding.

11. Twee weken na de e-mail van 22 juni 2026 heeft eiser het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.

Waar gaat het in deze zaken om?

12. Eiser vraagt de voorzieningenrechter om de volgende voorziening:

1. Directe voorlopige plaatsing van eiser in het nultraject met als fictieve startdatum juli 2024 (overeenkomstig de aanmelddatum), met een vastgestelde afloscapaciteit van exact € 0,00;

2. Onmiddellijke afgifte van een bindend crisisbesluit richting alle betrokken schuldeisers (waaronder Waterweg Wonen en nutsbedrijven) om elke vorm van invordering, afsluiting of incassomaatregelen per direct te staken hangende de bodemprocedure;

3. Het verstrekken van een spoedvoorschot / noodbudget aan eiser ter hoogte van het misgelopen Wajong-vakantiegeld en de misgelopen energietoeslagen, teneinde de acute situatie van het minderjarige kind per direct te beëindigen.

De voorzieningenrechter beslist ook op het beroep

13. Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, beslist hij ook op het beroep van eiser daartegen.

Wat vindt de voorzieningenrechter van deze zaken?

14. De voorzieningenrechter verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

15. Eiser kan beroep instellen tegen het niet tijdig nemen van een besluit als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht. Er moet dan een bestuursrechtelijke aanvraag liggen of een bezwaarprocedure lopen. Eiser is al toegelaten tot de schuldhulpverlening. De voorwaarden die horen bij de schuldregeling, hebben geen bestuursrechtelijke grondslag. De voorzieningenrechter kan daarom niet voor eiser regelen dat hij in een nultraject wordt geplaatst, dat er een crisisbesluit wordt afgegeven of dat hij een voorschot of noodbudget krijgt. Daarnaast is niet gebleken dat eiser een aanvraag heeft lopen voor (bijzondere) bijstand. Er is dus geen aanvraag waarop moet worden beslist, en daarom is er dus ook geen grondslag voor het indienen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen door het dagelijks bestuur. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de voorzieningenrechter geen inhoudelijke beslissing neemt.

16. Een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Omdat de voorzieningenrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard, is een voorlopige voorziening daarom niet meer mogelijk. Het verzoek wordt om die reden afgewezen.

Hoe nu verder?

17. De voorzieningenrechter stelt vast dat de schuldregeling nog niet van start is gegaan omdat eiser bepaalde documenten nog niet heeft getekend. Eiser wil die documenten niet tekenen, onder meer omdat het dagelijks bestuur zijn burgerlijke staat niet goed heeft weergegeven op de documenten. Dit is iets wat eiser kan bespreken met het dagelijks bestuur. Verder wil eiser geholpen worden met zijn schulden. Om dat te bereiken, is het soms beter om dingen te accepteren zodat hij sneller uit de problemen komt. Het zou daarom goed zijn als partijen om de tafel gaan zitten en zich richten op de toekomst, in plaats van te kijken naar wat er eventueel in het verleden is misgegaan.

Conclusie en gevolgen

18. Het beroep is niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Omdat op het beroep is beslist, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Eiser heeft in beide zaken geen griffierecht betaald. Hij krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2026 door mr. V. van Dorst, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.

De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te tekenen

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand