RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11946494 CV EXPL 25-23405
datum uitspraak: 23 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Riverty GmbH, die handelt onder de naam Riverty, voorheen Afterpay,
vestigingsplaats: Verl (Duitsland),
eiseres,
gemachtigde: Jongejan Wisseborn gerechtsdeurwaarders,
tegen
[persoon A] ,
woonplaats: Rotterdam,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Riverty’ en ‘ [persoon A] ’ genoemd.
1. De procedure
Riverty eist dat de kantonrechter [persoon A] veroordeelt om aan haar € 304,75 te betalen, met rente en proceskosten, zoals in de dagvaarding van 7 augustus 2025 staat. Ook eist zij dat de kantonrechter het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaart.
[persoon A] heeft gereageerd op de dagvaarding en de vordering erkend. In de rolbeslissing van 21 november 2025 heeft [persoon A] de mogelijkheid gekregen om een verdere reactie te geven. Dat heeft hij op 23 december 2025 gedaan.
2. De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
[persoon A] heeft meerdere aankopen gedaan in de webshop van Asos. Hij heeft gekozen voor uitgestelde betaling. Riverty (de partij die deze betalingen int) eist in deze procedure betaling van het aankoopbedrag van € 304,75.
[persoon A] heeft niet aangegeven dat de eis niet klopt. Hij heeft wel uitgelegd dat hij het financieel moeilijk heeft gehad en dat hij nu wil beginnen met het afbetalen van de schuld aan Riverty. De kantonrechter begrijpt dat het voor [persoon A] financieel niet makkelijk is, maar dat betekent niet dat hij te laat mag betalen. Daarom kan de geëiste hoofdsom op basis van de feiten die in de dagvaarding staan worden toegewezen. Wel wordt een deel van de eis afgewezen omdat Asos niet aan haar informatieverplichtingen heeft voldaan. Dat wordt hieronder toegelicht.
[persoon A] moet een hoofdsom van € 243,80 betalen
[persoon A] heeft online aankopen gedaan in de webshop van Asos. Dit is dus een koop op afstand. Omdat [persoon A] een consument is en Asos een handelaar, moet de kantonrechter ambtshalve toetsen of Asos heeft voldaan aan de informatieverplichtingen die op haar rusten. De rechtbanken hebben een sanctierichtlijn opgesteld voor het geval dit niet zo is. Dan wordt de overeenkomst gedeeltelijk vernietigd en een deel van de hoofdsom afgewezen. In dit geval oordeelt de kantonrechter dat sprake is van twee schendingen van informatieplichten en dat daarom 20% van de hoofdsom moet worden afgewezen. Daarom wordt in plaats van € 304,75 een bedrag van € 243,80 (80%) toegewezen. Om welke informatieverplichtingen het gaat, wordt hieronder uitgelegd.
De geschonden informatieverplichtingen
In artikel 6:230m lid 1 onder g BW staat dat de wijze van betaling moet worden getoond. Het gaat dan niet alleen om de manier waarop de consument moet betalen, maar ook om de termijn(en) waarbinnen dat moet worden gedaan. In dit geval is [persoon A] er niet vóór het voltooien van zijn bestelling op gewezen op welke datum hij (bij uitgestelde betaling) uiterlijk moest betalen.
In het betaaloverzicht dat Riverty heeft overgelegd staan geen contactgegevens van Asos. Dat moet wel, op grond van artikel 6:230m lid 1 onder c in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW. Daarnaast is in het betaaloverzicht geen informatie opgenomen over het recht van [persoon A] om de overeenkomst binnen veertien dagen te ontbinden (artikel 6:230m lid 1 onder h in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW). Ook mist het modelformulier dat moet worden bijgevoegd.
Riverty rekent terecht incassokosten van € 40,-
Riverty heeft recht op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van € 40,- . Aan alle voorwaarden om een vergoeding voor deze kosten te krijgen is namelijk voldaan (artikel 6:96 BW). Uit de dagvaarding blijkt dat [persoon A] al een bedrag van € 40,- heeft betaald. Hiermee heeft hij de incassokosten betaald (artikel 6:44 BW).
[persoon A] moet rente betalen
De rente wordt toegewezen, omdat Riverty genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [persoon A] dat niet heeft betwist. Tot 5 augustus 2025 gaat het om € 19,43 aan vervallen rente. Dit is berekend op basis van de toewijsbare hoofdsom die [persoon A] moet betalen. Het meerdere is niet toewijsbaar.
Geen oneerlijke bepalingen
De kantonrechter heeft verder onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
[persoon A] moet de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van [persoon A] omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [persoon A] aan Riverty moet betalen op € 120,78 aan dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht, € 82,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt) en € 41,- aan nakosten. Dat is in totaal € 378,78. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Betalingsregeling
De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. Daarvoor moet Riverty namelijk toestemming geven en dat heeft zij niet gedaan (artikel 6:29 BW). [persoon A] kan wel contact opnemen met de gemachtigde van Riverty om te vragen of Riverty alsnog een betalingsregeling wil afspreken.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Riverty dat eist en [persoon A] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [persoon A] om aan Riverty te betalen € € 263,23 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW € 243,80 vanaf 6 augustus 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
veroordeelt [persoon A] in de proceskosten, die aan de kant van Riverty worden begroot op € 378,78;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
51909