ECLI:NL:RBROT:2026:9099

ECLI:NL:RBROT:2026:9099

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 27-07-2026
Datum publicatie 27-07-2026
Zaaknummer ROT 25/8356
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over het kwijtscheldingsverzoek van eiser van de openstaande vordering in het kader van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV terecht het verzoek heeft afgewezen, omdat eiser niet voldoet aan de criteria voor kwijtschelding.

Uitspraak

Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten

Artikel 2:58 Intrekking en herziening beschikkingen

1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen herziet beschikkingen op grond van dit hoofdstuk of trekt dergelijke beschikkingen in, indien:

a. als gevolg van het niet nakomen van de artikelen 2:7, 2:8, 2:31 en 2:32 en de daarop berustende bepalingen het recht op arbeidsondersteuning op grond van dit hoofdstuk niet of niet meer kan worden vastgesteld of ten onrechte is vastgesteld of een inkomensvoorziening ten onrechte op een te hoog bedrag is vastgesteld;

b. de verstrekking van een voorziening als bedoeld in artikel 2:22 of 2:23 ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend;

c. anderszins het recht op arbeidsondersteuning ten onrechte of een inkomensvoorziening tot een te hoog bedrag is vastgesteld.

Artikel 2:59. Terugvordering

1 Een inkomensvoorziening die op grond van dit hoofdstuk onverschuldigd is betaald, hetgeen als gevolg van een beschikking als bedoeld in artikel 2:58 door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen onverschuldigd is betaald of verstrekt, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen teruggevorderd.

2 In afwijking van het eerste lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten van terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien degene van wie wordt teruggevorderd:

a. gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;

b. gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald;

c. gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of

d. een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.

3 De in het tweede lid, onderdelen a, b en c, genoemde termijn is tien jaar indien de terugvordering het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid.

4 De in het tweede lid, onderdelen a en b, genoemde termijn is drie jaar indien:

a. het gemiddeld inkomen van degene van wie wordt teruggevorderd in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan; en

b.de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid.

5 Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.

Beleidsregel terug- en invordering

Paragraaf 4.1.2. van de Beleidsregel bepaalt dat bij vorderingen die het gevolg zijn van overtreding van de inlichtingenplicht het Lisv ambtshalve beoordeelt of van verdere terugvordering wordt afgezien, nadat de schuldenaar:

Indien na vijf jaar nog niet de helft van de vordering is voldaan, beoordeelt het Lisv ambtshalve of van verdere terugvordering wordt afgezien op het latere tijdstip dat de schuldenaar de helft van de vordering heeft voldaan mits hij tot dat moment tevens volledig aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Paragraaf 4.2. van de Beleidsregel bepaalt dat door niet, conform hoofdstuk 4.1. vastgestelde termijnen, te betalen, de schuldenaar de mogelijkheid verspeelt dat het Lisv afziet van verdere terugvordering. Als de schuldenaar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald kan het Lisv besluiten toch af te zien van verdere terugvordering.

Het Lisv maakt eenmalig van deze bevoegdheid gebruik als:

a. de achterstand niet meer dan zes maanden bedraagt én;

b. het verzoek is gedaan binnen zes maanden nadat de schuldenaar voor het eerst niet meer aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan én;

c. de achterstand met rente en kosten wordt betaald binnen drie maanden nadat de uitvoeringsinstelling aan de schuldenaar heeft opgegeven hoeveel hij moet betalen.

Bij een grotere achterstand of aanzuivering na langere tijd is niet zozeer sprake van aanzuivering van de achterstand maar eerder van afkoop van de vordering. Bovendien kan dan niet meer gezegd worden dat de schuldenaar gedurende drie of vijf jaar heeft geleefd van een inkomen rond het bestaansminimum.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand