ECLI:NL:RBROT:2026:9131

ECLI:NL:RBROT:2026:9131

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 29-07-2026
Datum publicatie 27-07-2026
Zaaknummer ROT 25/6125
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de bij het bestreden besluit gehandhaafde afwijzing van de laattijdige aanvraag om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV die aanvraag terecht heeft afgewezen, omdat de door eiseres overgelegde medische stukken onvoldoende aanknopingspunten bieden voor de vaststelling dat eiseres op haar achttiende verjaardag of binnen vijf jaar daarna duurzaam geen arbeidsvermogen had.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juli 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, UWV,

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/6125

(gemachtigde: mr. O.C. Bozbiyik),

en

(gemachtigde: mr. T. Rook).

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de bij het bestreden besluit gehandhaafde afwijzing van de laattijdige aanvraag om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV die aanvraag terecht heeft afgewezen, omdat de door eiseres overgelegde medische stukken onvoldoende aanknopingspunten bieden voor de vaststelling dat eiseres op haar achttiende verjaardag of binnen vijf jaar daarna duurzaam geen arbeidsvermogen had.

Procesverloop

Met het besluit van 9 augustus 2024 (het primaire besluit) heeft het UWV de aanvraag van eiseres om een Wajong-uitkering afgewezen.

Met het besluit van 23 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag ongegrond verklaard.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

Eiseres heeft op 18 mei 2026 nadere stukken ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 1 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de zaakwaarnemer van de gemachtigde van eiseres,

mr. N. Talhaoui, en de gemachtigde van het UWV.

Totstandkoming van het bestreden besluit

Eiseres, geboren op [geboortedatum] , heeft op 31 juli 2024 een ‘Aanvraag beoordeling arbeidsvermogen’ bij het UWV ingediend om een Wajong-uitkering te kunnen krijgen. Zij heeft daarbij een medisch overzicht overgelegd. Het UWV heeft met het primaire besluit de aanvraag voor een Wajong-uitkering afgewezen. Het UWV heeft aan het primaire besluit geen medisch en arbeidskundig onderzoek ten grondslag gelegd.

In het kader van de heroverweging in bezwaar heeft de primaire verzekeringsarts eiseres alsnog medisch onderzocht. In het rapport van 20 februari 2025 komt de verzekeringsarts tot de conclusie dat niet kan worden vastgesteld of eiseres op haar achttiende verjaardag of tijdens studie beperkingen had als gevolg van ziekte of gebrek. De arbeidsdeskundige heeft in het rapport van 21 februari 2025 geconcludeerd dat gezien deze conclusie van de verzekeringsarts het arbeidsvermogen in de verzekerde periode niet is vast te stellen. Eiseres heeft hier vervolgens met aanvullende bezwaargronden op gereageerd.

De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft op basis van dossieronderzoek en het verslag van de (telefonische) hoorzitting van 20 juni 2025 een nadere beoordeling verricht.

De verzekeringsarts bezwaar en beroep komt in het rapport van 18 juli 2025 tot de conclusie dat er geen medische gegevens zijn die zien op de relevante periode van 16 september 2000 tot en met 16 september 2005, zodat niet kan worden vastgesteld of eiseres in de periode van haar achttiende verjaardag en de vijf jaar daarna arbeidsvermogen had. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft daarnaast overwogen dat eiseres in de periode tussen 2000 en 2012 enkele jaren heeft gewerkt en dat dit erop duidt dat eiseres in die periode arbeidsvermogen had. Vervolgens heeft het UWV het bestreden besluit genomen, waarbij het UWV de afwijzing van de Wajong-aanvraag heeft gehandhaafd.

Standpunt eiseres

3. Eiseres voert aan dat zij in aanmerking dient te komen voor een Wajong-uitkering. Zij betwist dat er sprake zou zijn van arbeidsvermogen in de voor de Wajong relevante periode. Volgens eiseres is op basis van het dossier voldoende aannemelijk dat bij haar op haar achttiende verjaardag de fysieke en psychische klachten al aanwezig waren. Zij wijst daartoe op de aard en oorzaak van de aandoeningen en het feit dat zij speciaal onderwijs heeft gevolgd. Verder stelt eiseres dat het UWV ten onrechte onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de vraag of zij voor haar achttiende levensjaar duurzaam niet over arbeidsvermogen beschikte. Voor dit onderzoek bestond aanleiding gezien de beschrijving van haar traumatische verleden en PTSS, waarvan duidelijk is dat deze zich voor haar achttiende levensjaar moeten hebben ontwikkeld en aanwezig waren. Eiseres kan zich ook niet verenigen met de omstandigheid dat het UWV haar tegenwerpt dat zij niet de relevante gegevens over de te beoordelen periode kan verschaffen.

Ter onderbouwing van haar standpunten heeft eiseres met haar aanvullende beroepschriften nadere stukken ingediend. Uit deze stukken blijkt volgens eiseres dat zij al geruime tijd lijdt aan psychische klachten, waaronder trauma- en depressieve klachten, vanwege haar traumatische verleden en fysieke klachten (lipoedeem) die voor haar achttiende verjaardag aanwezig waren.

Toetsingskader

Een betrokkene heeft recht op een Wajong-uitkering als hij jonggehandicapte is in de zin van artikel 1a:1, eerste lid, van de Wajong. Daarvan is sprake als een betrokkene op zijn achttiende verjaardag of tijdens studie duurzaam geen arbeidsvermogen heeft.

Een betrokkene heeft geen arbeidsvermogen als hij (a) geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie, (b) niet over basale werknemersvaardigheden beschikt, (c) niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur, of (d) niet ten minste vier uur per dag belastbaar is. Het UWV moet beoordelen of een betrokkene voldoet aan (ten minste) een van deze vier genoemde voorwaarden.

Als de betrokkene niet voldoet aan de criteria van artikel 1a:1, eerste lid, van de Wajong, kan hij op grond van het tweede lid van artikel 1a:1 van de Wajong alsnog als jonggehandicapte worden aangemerkt, als hij op enig moment binnen vijf jaar na zijn achttiende verjaardag jonggehandicapte is geworden.

Het ontbreken van arbeidsvermogen moet daarnaast ook duurzaam zijn. Onder duurzaam geen arbeidsvermogen hebben wordt verstaan dat het arbeidsvermogen zich niet kan ontwikkelen. De beoordeling van het arbeidsvermogen wordt gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en voor zover nodig een arbeidskundig onderzoek.

Beoordeling door de rechtbank

Eiseres heeft de Wajong-aanvraag niet rond haar achttiende verjaardag ingediend, maar op latere leeftijd. Daarmee is sprake van een laattijdige aanvraag. Bij een laattijdige aanvraag moet, naast een beoordeling aan de hand van de criteria van artikel 1a:1, eerste lid, van de Wajong, beoordeeld worden of eiseres op grond van artikel 1a:1, tweede lid, van de Wajong alsnog als jonggehandicapte kan worden aangemerkt, omdat zij (in dit geval) op enig moment binnen vijf jaar na haar achttiende verjaardag alsnog jonggehandicapte is geworden.

Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) ligt de bewijslast en dus ook het bewijsrisico bij een laattijdige Wajong-aanvraag bij de aanvrager. Het is dus aan eiseres om haar standpunt met bewijsstukken te onderbouwen. Voor zover onvoldoende gegevens beschikbaar zijn over de gezondheidstoestand van eiseres op de van belang zijnde data, en het medisch beeld met het verstrijken van de tijd steeds moeilijker is vast te stellen, komen deze omstandigheden voor risico van eiseres.

De rechtbank stelt verder vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de door eiseres bij haar aanvraag en in bezwaar overgelegde medische informatie bij haar oordeel heeft betrokken. Zij heeft daarbij navolgbaar uitgelegd waarom die informatie, die dateert van ruim na de relevante periode, onvoldoende specifiek is om daaruit de door eiseres gewenste conclusie te kunnen trekken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft gemotiveerd toegelicht dat uit de beschikbare informatie blijkt dat ziektebeelden en bijbehorende lichamelijke klachten waarmee eiseres kampt pas ruim na de te beoordelen periode van 16 september 2000 tot en met 16 september 2005 zijn ontstaan. Ten aanzien van de psychische klachten heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende gemotiveerd dat uit de beschikbare informatie niet naar voren komt dat eiseres eerder dan in 2017 in verband met de psychische klachten is behandeld, of dat zij daar al eerder dusdanig veel last van had dat zij daarmee beperkingen had voor arbeid in de relevante periode. Ook de door eiseres nader ingediende stukken in de beroepsprocedure zien niet op de voor de Wajong relevante periode. Voor zover eiseres stelt dat zij problemen bij haar opvoeding heeft ondervonden, heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep afdoende toegelicht dat dit ongetwijfeld bij eiseres klachten zal hebben opgeleverd op haar achttiende verjaardag, maar dat niet duidelijk is in hoeverre zij daarmee beperkt was voor arbeid. Hoewel de rechtbank begrijpt dat het voor eiseres een moeilijke periode is geweest, zijn er geen medische gegevens die toezien op de te beoordelen periode en daarmee kan niet worden vastgesteld of in die periode sprake was van wel of geen arbeidsvermogen. Daarnaast heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep afdoende gemotiveerd dat eiseres in de periode van 2000-2012 enkele jaren arbeid heeft verricht, waaruit kan worden afgeleid dat in die periode geen sprake was van het duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen.

Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank geen aanleiding ziet om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling. Omdat geen twijfel bestaat over de juistheid van het oordeel van de verzekeringsartsen, is er geen aanleiding een deskundige te benoemen. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen reden om aan te nemen dat eiseres belemmeringen in de zin van het Korošec-arrest heeft ondervonden bij de onderbouwing van haar standpunt dat zij recht heeft op een Wajong-uitkering. Eiseres heeft in de procedure voldoende ruimte gehad om medische stukken in te dienen ter onderbouwing van haar standpunt en zij heeft van die mogelijkheid ook gebruik gemaakt. Die stukken zijn naar hun aard geschikt om twijfel te zaaien aan het oordeel van het UWV.

Uit het voorgaande volgt dat het UWV bij het bestreden besluit de Wajong-uitkering op goede gronden heeft geweigerd.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Het UWV heeft de aanvraag van eiseres om een Wajong-uitkering terecht afgewezen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E.C. Debets, rechter, in aanwezigheid van

mr. M. Damen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2026.

de griffier is verhinderd

de uitspraak te ondertekenen

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand