ECLI:NL:RBROT:2026:9148

ECLI:NL:RBROT:2026:9148

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 29-07-2026
Datum publicatie 27-07-2026
Zaaknummer ROT 25/6735
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). De rechtbank komt tot de conclusie dat eiseres binnen de zogeheten Amber-periode haar arbeidsvermogen duurzaam is verloren. Het beroep is gegrond en de rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 1:1a, eerste lid, van de Wet Wajong een uitkering aan eiseres toe te kennen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juli 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/6735

(gemachtigde: mr. A.W.J. van der Meer),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV,

(gemachtigde: mr. S. Roodenburg).

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). De rechtbank komt tot de conclusie dat eiseres binnen de zogeheten Amber-periode haar arbeidsvermogen duurzaam is verloren. Het beroep is gegrond en de rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 1:1a, eerste lid, van de Wet Wajong een uitkering aan eiseres toe te kennen.

Procesverloop

Met het besluit van 18 juli 2024 heeft het UWV een nieuwe aanvraag van eiseres voor een Wajong-uitkering afgewezen.

Met het besluit van 22 juli 2025 (het bestreden besluit) is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

Eiseres heeft op 11 maart 2026 aanvullende gronden ingediend. Het UWV heeft op 16 maart 2026 een aanvullend verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld een intakeformulier in te dienen. Eiseres heeft dit formulier ingevuld en aan de rechtbank toegezonden.

De rechtbank heeft het beroep op 1 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en haar moeder, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV.

Totstandkoming van het bestreden besluit

2. Eiseres, geboren op [geboortedatum] , is bekend met chronische psychische problematiek en chronische pijn- en vermoeidheidsklachten. Met haar aanvraag van

18 juli 2016 heeft eiseres het UWV verzocht om haar in aanmerking te brengen voor een Wajong-uitkering. Met het besluit van 30 augustus 2016 heeft het UWV die aanvraag afgewezen. Het UWV heeft aan dat besluit ten grondslag gelegd dat eiseres op dat moment geen arbeidsvermogen had maar dat de verwachting was dat zij dat in de toekomst wel zou kunnen ontwikkelen, zodat geen sprake was van het duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen.

Eiseres heeft het UWV op 11 april 2024 opnieuw verzocht om haar in aanmerking te brengen voor een Wajong-uitkering. In verband hiermee heeft een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek plaatsgevonden. Het UWV heeft in het primaire besluit de aanvraag van eiseres afgewezen, omdat zij arbeidsvermogen zou hebben.

In de heroverweging in bezwaar heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in het rapport van 17 mei 2025 geconcludeerd dat er geen medische stukken zijn ontvangen waaruit blijkt dat sprake is van nieuwe medische gegevens die ten tijde van de eerste aanvraag niet bekend hadden kunnen zijn en die aanleiding zouden kunnen zijn tot het herzien van de beslissing van 30 augustus 2016. Daarnaast heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep geconcludeerd dat er geen nieuwe stukken zijn ontvangen die inhoudelijk een ander licht werpen op de situatie ten tijde van de eerste aanvraag (duuraanspraak). De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft verder toegelicht dat sinds het afsluiten van de behandeling van eiseres bij het FACT-team eind 2022, geldt dat geen behandeling meer ingezet kan worden die als doel heeft om de medische situatie van eiseres voor wat betreft haar belastbaarheid te verbeteren. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeert dat eiseres vanaf 2016 geen arbeidsvermogen heeft en dat per eind 2022 het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is. Eiseres was op dat moment 25 jaar. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep komt in het rapport van 4 juni 2025 tot de conclusie dat eiseres niet beschikt over basale werknemersvaardigheden en dat sprake is van duurzaam geen arbeidsvermogen sinds eind 2022. Het UWV heeft vervolgens het bestreden besluit genomen, waarin het primaire besluit is gehandhaafd met wijziging van de motivering. Aan het bestreden besluit heeft het UWV ten grondslag gelegd dat eiseres vanaf oktober 2022 duurzaam geen arbeidsvermogen heeft. Omdat dit na de voor de Wajong relevante periode is, krijgt eiseres geen Wajong-uitkering.

Standpunt eiseres

3. Eiseres voert in beroep aan dat met de kennis van nu het duurzaam ontbreken van het arbeidsvermogen al bestond sinds 30 augustus 2016. De vermoeidheidsklachten die zij sinds haar veertiende jaar ervaart en die voortvloeien uit fibromyalgie en de trage werking van de schildklier zijn onvoldoende betrokken bij de eerdere beoordeling. Zij verwijst naar de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) van 17 juli 2025.

Eiseres heeft daarnaast bij haar nadere beroepschrift een rapport van WPEX van

10 september 2025 overgelegd. In dit rapport staat vermeld dat zij voldoet aan alle criteria voor een autismespectrum stoornis (ASS) en dat hiervoor ook al aanwijzingen waren op haar achttiende verjaardag. Eiseres voert verder aan dat het bestreden besluit in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, met name het zorgvuldigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel en de goede procesorde is genomen.

Beoordeling door de rechtbank

4. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres sinds 2016 geen arbeidsvermogen heeft. Partijen verschillen echter van mening over de vraag vanaf wanneer bij eiseres sprake is van het duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen. Volgens het UWV is hiervan sprake vanaf 2022. Volgens eiseres was hiervan al sprake op haar achttiende verjaardag of in de vijf jaar daarna. De rechtbank volgt eiseres in haar standpunt dat haar arbeidsvermogen in de vijf jaar na haar achttiende verjaardag duurzaam is verloren. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Nieuwe feiten en omstandigheden in de zin van artikel 4:6 Awb

5. De aanvraag van eiseres is een herhaalde aanvraag als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In verschillende uitspraken heeft de Raad uitgemaakt hoe het bestuursorgaan een herhaalde aanvraag moet beoordelen en hoe de rechtbank vervolgens een besluit over een herhaalde aanvraag behoort te toetsen. In arbeidsongeschiktheidszaken gelden daartoe bijzondere voorwaarden.

Als iemand na een eerdere (gedeeltelijke) afwijzing opnieuw een aanvraag voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering doet, moet het bestuursorgaan beoordelen welke bedoeling de aanvrager heeft met de aanvraag. Met een aanvraag kan worden beoogd dat (met ingang van de datum waarop dat besluit zag) wordt teruggekomen van het eerdere besluit (artikel 4:6 van de Awb, herziening voor het verleden), dat een zogeheten “Amber”-beoordeling wordt verricht of dat om herziening wordt verzocht voor de toekomst (duuraanspraak). Het onderscheid in wat de aanvrager heeft beoogd, is van belang voor de beoordeling van de aanvraag door het bestuursorgaan en de toetsing van de beslissing op die aanvraag door de bestuursrechter.

Bij een aanvraag die ziet op een herziening voor het verleden, kan het UWV beoordelen of er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die aanleiding geven om terug te komen van dat eerdere besluit. Het UWV kan op grond van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb ervoor kiezen om het verzoek af te wijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende besluit, als die nieuwe feiten of veranderde omstandigheden er volgens hem niet zijn. Het UWV mag de aanvraag ook inhoudelijk behandelen en daarbij het oorspronkelijke besluit in volle omvang heroverwegen, ook als de aanvrager daaraan geen nieuw gebleken of veranderde omstandigheden ten grondslag heeft gelegd. Voor het toetsingskader van de rechtbank is van belang welke keuze het UWV maakt.

Het UWV heeft er in dit geval voor gekozen het verzoek van eiseres om herziening voor het verleden af te wijzen onder verwijzing naar zijn eerdere besluit, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn. Dit betekent dat de rechtbank aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden dient te toetsen of het bestuursorgaan zich terecht, zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn. Als het bestreden besluit die toets doorstaat, kan de bestuursrechter niettemin aan de hand van wat de rechtzoekende heeft aangevoerd tot het oordeel komen dat het besluit op de herhaalde aanvraag of het verzoek om terug te komen van een besluit evident onredelijk is.

Onder nieuw gebleken feiten en veranderde omstandigheden wordt verstaan: feiten of omstandigheden die na het eerdere besluit zijn voorgevallen, of feiten of omstandigheden die weliswaar voor het eerdere besluit zijn voorgevallen, maar die niet voor dat besluit konden worden aangevoerd. Nieuw gebleken feiten zijn ook bewijsstukken van al eerder gestelde feiten of veranderde omstandigheden, als deze niet eerder konden worden overgelegd. Feiten of omstandigheden waarvan zonder meer duidelijk is dat deze geen rol kunnen spelen bij het besluit worden niet als nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden aangemerkt.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV op goede gronden beslist dat geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6 Awb. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft voldoende gemotiveerd dat op basis van de ontvangen medische stukken geen sprake is van feiten en omstandigheden die maken dat moet worden teruggekomen van het besluit van 30 augustus 2016. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft toegelicht dat uit deze stukken volgt dat, zoals eerder ook bekend, ten tijde van de achttiende verjaardag van eiseres nog behandelingen waren ingezet gericht op de verbetering van de belastbaarheid tot arbeidsparticipatie. Ten tijde van de eerste aanvraag stond eiseres op de wachtlijst bij de Viersprong voor verdere behandeling. Deze behandeling heeft zij in de periode van 3 april 2017 tot 28 januari 2019 gevolgd. Daarnaast is in 2018 een poging gedaan om eiseres te laten participeren bij een dierenasiel. Hieruit kan dus niet worden afgeleid dat bij eiseres op haar achttiende verjaardag al sprake was van het duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen. Het rapport van WPEX van 10 september 2025 dat eiseres in beroep heeft ingediend, leidt niet tot een ander oordeel. Volgens vaste rechtspraak van de Raad kan met gegevens die pas in de fase van beroep naar voren worden gebracht geen rekening worden gehouden bij de rechterlijke toetsing van met toepassing van artikel 4:6 Awb genomen besluiten. Dit betekent dat het rapport van WPEX bij deze beoordeling buiten beschouwing wordt gelaten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV bij de beoordeling of sprake is van nieuw gebleken feiten en veranderde omstandigheden voldoende rekening gehouden met de door eiseres bij haar aanvraag en in bezwaar verstrekte informatie. Daarnaast is de afwijzing van het verzoek tot herziening van het besluit van 30 augustus 2016 niet evident onredelijk.

De inhoudelijke beoordeling van het duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen

6. Het UWV heeft ook getoetst of eiseres een aanspraak kan ontlenen aan de Amber-beoordeling of de zogenoemde duuraanspraken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in het rapport van 25 september 2025 toegelicht dat indien eerder bekend was dat eiseres ook ASS had, de conclusie ten aanzien van de duurzaamheid niet anders was geweest omdat het arbeidsvermogen pas per oktober 2022 duurzaam verloren is gegaan, wat buiten de voor eiseres relevante periode voor de Wajong valt.

De rechtbank volgt het UWV niet in het standpunt dat het arbeidsvermogen van eiseres pas in oktober 2022 duurzaam verloren is gegaan en overweegt als volgt.

Uit het dossier blijkt dat eiseres meerdere behandelingen heeft gevolgd. Ten tijde van de eerste aanvraag in 2016 waren die behandelingen gericht op verbetering van de belastbaarheid in de zin van arbeidsparticipatie. Eiseres stond toen op de wachtlijst bij de Viersprong voor behandeling. Op 3 april 2017 is eiseres daar met een tweejarig traject voor behandeling van haar psychische problematiek gestart. Daarnaast is in 2018 een poging gedaan om eiseres te laten participeren bij een dierenasiel. Op 28 januari 2019 heeft eiseres haar dagbehandelingen bij de Viersprong wegens een opname in het ziekenhuis wegens fysieke klachten moeten beëindigen. Hierna heeft eiseres nog wel behandelingen gehad voor haar psychische problematiek, maar uit de stukken blijkt niet dat deze behandelingen zien op het ontwikkelen van arbeidsvermogen. De rechtbank weegt hierbij mee dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de rapportage van 17 mei 2025 heeft overwogen dat met de behandeling bij de Viersprong enig effect bereikt werd maar dat eiseres niet klachtenvrij was. In een latere fase was een behandeling voor eiseres opnieuw geïndiceerd, maar kwam dit niet van de grond omdat bij diverse instanties (Mentaal Beter en Yulius) de medische problematiek van eiseres als te complex werd beschouwd. Hierna hebben in de periode 2019-2021 ondersteunende gesprekken bij de POH van de huisarts plaatsgevonden. In 2022 is eiseres doorverwezen naar de psychosomatische kliniek Altrecht, maar ook daar is de behandeling na één overnachting beëindigd vanwege de complexiteit van de problematiek van eiseres. Vervolgens is met behandeling bij het FACT team van Yulius geprobeerd de belastbaarheid op te bouwen met als doel om daarna een dagbehandeling bij Altrecht te volgen. Ook deze behandeling bleek vanwege de complexiteit van de problematiek van eiseres niet haalbaar. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het behandelverloop vanaf 28 januari 2019 dat de voor eiseres geïndiceerde behandelingen in het geheel niet zijn aangevangen danwel vrijwel onmiddellijk zijn gestaakt. Voor zover de behandelingen wel hebben plaatsgevonden (POH en Yulius) waren deze na 28 januari 2019 slechts ondersteunend van aard en/of niet gericht op arbeidsparticipatie.

7. Gelet op het voorgaande heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in zijn rapporten van 17 mei 2025 en 25 september 2025 onvoldoende gemotiveerd waarom pas vanaf 2022 (en niet al vanaf 28 januari 2019) kan worden geconcludeerd arbeidsvermogen duurzaam verloren is gegaan. Het bestreden besluit is daarmee gebaseerd op een onzorgvuldig onderzoek en een ondeugdelijke motivering. De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van arbeidsvermogen bij eiseres met ingang van 28 januari 2019 duurzaam is en dat zij daarmee in de periode van vijf jaar na haar achttiende verjaardag als jonggehandicapte op grond van artikel 1a:1, tweede lid, van de Wajong is aan te merken.

8. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.

De rechtbank zal met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf een beslissing nemen en bepalen dat eiseres op grond van artikel 1:1a, tweede lid, in combinatie met artikel 1a:3, eerste lid, van de Wajong, recht heeft op een Wajong-uitkering met ingang van 28 januari 2019. Deze uitspraak treedt in de plaats van het bestreden besluit.

Conclusie en gevolgen

9. Omdat het beroep gegrond is moet het UWV het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde van eiseres heeft een bezwaarschrift ingediend, de hoorzitting in bezwaar bijgewoond, een beroepschrift ingediend en aan de zitting in beroep deelgenomen. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 666,00. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,00. Dit betekent dat het UWV in totaal € 3.200,- aan proceskostenvergoeding aan eiseres moet betalen.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E.C. Debets, rechter, in aanwezigheid van

mr. M. Damen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2026.

de griffier is verhinderd

de uitspraak te ondertekenen

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand