RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11959136 VV EXPL 25-679
datum uitspraak: 20 januari 2026
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Woonstad Rotterdam,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. R.H. Ruysendaal,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘Woonstad’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 9 december 2025, met bijlagen;
de mail van Woonstad van 29 december 2025, met bijlagen.
Op 6 januari 2026 is de zaak tijdens een zitting met mr. Ruysendaal en [naam] (medewerker sociaal beheer bij Woonstad) besproken. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.
2. De beoordeling
Wat is er aan de hand?
Woonstad stelt het volgende. [gedaagde] huurt een woning van Woonstad. Hij zorgt echter voor overlast bij de buren. Hij schreeuwt, gedraagt zich agressief en verward, slaat met deuren, bonkt op muren en gooit daar glas tegenaan en heeft de toegangsdeur opengebroken. Verder heeft hij drie ruiten van zijn eigen huis ingegooid en weigert hij Woonstad toe te laten om die ruiten te repareren. Daarnaast is er ook een huurachterstand, die steeds verder oploopt.
Wat eist Woonstad?
Woonstad eist (primair) dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de woning te ontruimen en € 682,78 per maand te betalen vanaf 1 december 2025 tot de ontruiming. Voor het geval de kantonrechter deze eisen niet toewijst, eist Woonstad (subsidiair) dat [gedaagde] wordt veroordeeld om Woonstad de gelegenheid te geven de ruiten te repareren. Voor het geval [gedaagde] die gelegenheid niet geeft, wil Woonstad dat hij wordt veroordeeld om de woning tijdelijk en gedeeltelijk te ontruimen. Woonstad wil in beide gevallen (primair en subsidiair) dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de huurachterstand te betalen, ter hoogte van € 1.865,73 berekend tot en met november 2025.
[gedaagde] moet de woning ontruimen
Omdat [gedaagde] niet is verschenen gaat de kantonrechter ervan uit dat het klopt dat [gedaagde] voor overlast zorgt, zijn ruiten heeft ingegooid en een huurachterstand heeft. Tijdens de zitting heeft Woonstad aangegeven dat de overlast nog steeds voortduurt en dat de huurachterstand alleen maar verder oploopt. Daarmee komt [gedaagde] verschillende afspraken uit de huurovereenkomst en verplichtingen uit de wet niet na. De kantonrechter vindt het voldoende aannemelijk dat in een gewone procedure de huurovereenkomst wordt ontbonden om de hiervoor genoemde redenen, zeker door de combinatie ervan.
Het kan van Woonstad niet worden gevraagd dat zij wacht op een gewone procedure (artikel 254 lid 1 Rv). De overlast moet snel stoppen, omdat veel buren hier last van hebben. De kapotte ruiten zijn gevaarlijk voor voorbijgangers en zorgen ook voor schade in de woning. De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] daarom om de woning te ontruimen, vooruitlopend op een gewone procedure. Die eis lijkt niet ongegrond of onrechtmatig (artikel 139 Rv).
[gedaagde] moet de huurachterstand betalen
De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] om een huurachterstand van € 1.865,37 aan Woonstad te betalen, berekend tot en met november 2025. Over dat bedrag moet hij ook wettelijke rente betalen vanaf de dag van de dagvaarding, 9 december 2025 (artikel 6:119 BW). Daarnaast moet hij vanaf 1 december 2025 tot de ontruiming iedere maand € 682,78 betalen. Deze eisen van Woonstad lijken namelijk ook niet ongegrond of onrechtmatig.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Woonstad moet betalen op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 385,- aan griffierecht, € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,-aan nakosten. Dat is in totaal € 1.208,45. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Woonstad dat eist (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan Woonstad € 1.865,37 te betalen, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf 9 december 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de woning op het adres [adres] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Woonstad te stellen;
veroordeelt [gedaagde] aan Woonstad te betalen € 682,78 per maand te betalen, vanaf 1 december 2025 tot de dag dat [gedaagde] de woning heeft ontruimd;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Woonstad worden begroot op € 1.208,45;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.W.M. Laurijssens en in het openbaar uitgesproken.
33394