RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11970242 CV EXPL 25-24802
datum uitspraak: 16 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Evides N.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres in de hoofdzaak en in het incident,
gemachtigde: mr. F.J. van Velsen,
tegen
MVOI B.V.,
vestigingsplaats: Dordrecht,
gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident,
gemachtigde: mr. C. Banis.
De partijen worden hierna ‘Evides’ en ‘MVOI’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
2. De eis in de hoofdzaak
Evides eist in de hoofdzaak samengevat:
MVOI te veroordelen aan haar te betalen € 11.823,03, met rente;
MVOI te veroordelen in de proceskosten;
het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het bedrag dat wordt geëist, bestaat uit de hoofdsom van € 10.597,72, kosten van vaststelling van schade en aansprakelijkheid van € 800,- en rente van € 425,31 (berekend tot 4 november 2025).
Evides heeft aan haar eis ten grondslag gelegd dat er op 26 februari 2025 geconstateerd is dat er in de [adres], schade is ontstaan aan een onderdeel van het ondergrondse drinkwaternet van Evides, op welke locatie door MVOI rioleringswerkzaamheden werden uitgevoerd. Evides stelt dat de schade in totaal € 11.397,72 (exclusief rente) bedraagt. Volgens Evides is MVOI aansprakelijk voor deze schade, omdat MVOI onrechtmatig heeft gehandeld door bij haar werkzaamheden de zorgplichten te schenden, die voortvloeien uit de CROW 500-richtlijn(hierna: ‘de Richtlijn’).
3. De eis en het verweer in het incident
Om de grondslag van haar vordering in de hoofdzaak te kunnen onderbouwen – het onrechtmatig handelen door MVOI door het schenden van haar zorgplichten – wil Evides inzage in de relevante informatie/gegevens, voortvloeiende uit de in de Richtlijn genoemde onderzoeksfase, ontwerpfase, werkvoorbereidingsfase en uitvoeringsfase. Daarbij gaat het – zakelijk weergegeven – volgens Evides om de volgende informatie/gegevens:
uit de onderzoeksfase:
het oriëntatieverzoek voor dit project (inclusief de intekening van de uiteindelijk beschadigd geraakte drinkwaterleiding);
de risico-inventarisatie van mogelijke conflicten (met betrekking tot de uiteindelijk beschadigd geraakte drinkwaterleiding);
de uit het onderzoek voortvloeiende beoogde beheersmaatregelen (met betrekking tot de uiteindelijk beschadigd geraakte drinkwaterleiding);
uit de ontwerpfase:
het maatregelenplan (in ieder geval met de ontworpen beheersmaatregelen met betrekking tot de uiteindelijk beschadigd geraakte drinkwaterleiding);
de herleidbaar vastgelegde resultaten van het lokaliseren (van in ieder geval de uiteindelijk beschadigd geraakte drinkwaterleiding), voor zover beschikbaar voorzien van dag en tijd van iedere vastlegging;
de vastlegging(en) van de bereikte overeenstemming met de betrokken partijen (in ieder geval met betrekking tot de uiteindelijk beschadigd geraakte drinkwaterleiding);
kabel- en leidingtekening, als een van de beoogde resultaten van de ontwerpfase (met daarin in ieder geval ingetekend de uiteindelijk beschadigd geraakte drinkwaterleiding);
uit de werkvoorbereidingsfase:
de werkinstructies met daarin ieder geval opgenomen de naar aanleiding van de graafmelding verkregen ‘actuele gebiedsinformatie’ met markering daarin van de uiteindelijk beschadigde drinkwaterleiding en de specifieke instructies ter zake van beheersmaatregelen (in ieder geval met betrekking tot de uiteindelijk beschadigd geraakte drinkwaterleiding);
de specifieke werkinstructies zoals die zijn opgesteld naar aanleiding van de Veiligheidsvoorschriften van Evides, zoals die onderdeel hebben uitgemaakt van de gebiedsinformatie in ieder geval met betrekking tot de uiteindelijk beschadigd geraakte drinkwaterleiding en in ieder geval op basis van de passage van de Richtlijn zoals opgenomen in nr. 32 van de dagvaarding en de passage in de standaard KLIC-brief van Evides zoals opgenomen in nr. 33 van de dagvaarding;
uit de uitvoeringsfase :
de herleidbare vastleggingen van het voor de tweede keer lokaliseren (in ieder geval met betrekking tot de uiteindelijk beschadigd geraakte drinkwaterleiding);
de relevante gegevens aangaande de gehouden startwerkbespreking(en) en gegevens omtrent de verificatie dat de beheersmaatregelen naar behoren zijn uitgevoerd (in ieder geval met betrekking tot de uiteindelijk beschadigd geraakte drinkwaterleiding).
Evides eist dat er een mondelinge behandeling in het incident wordt bevolen en dat MVOI wordt veroordeeld binnen 14 dagen na het te wijzen vonnis afschriften te verstrekken van de gegevens(verzamelingen), zoals hiervoor bij 3.1 genoemd, op straffe van een dwangsom.
MVOI is het niet eens met de incidentele eis en voert aan dat de verlangde informatie onvoldoende bepaalbaar is en dat Evides geen belang heeft bij inzage in de informatie. Ook maakt MVOI bezwaar tegen de geëiste dwangsom.
4. De beoordeling
Er wordt geen mondelinge behandeling in het incident bepaald
Evides heeft geëist dat er een mondelinge behandeling in het incident wordt bevolen. Volgens Evides zal een mondelinge behandeling in het incident ‘zeer dienstig’ voor de oplossing van het geschil in de hoofdzaak. Op dit moment is echter nog niet bekend wat het verweer van MVOI in de hoofdzaak zal zijn. De kantonrechter acht daarom een mondelinge behandeling in het incident op dit moment niet noodzakelijk en wijst daarom direct vonnis in het incident.
Het toetsingskader
Voor toewijzing van de vordering tot inzage moet aan de in de eerste volzin van artikel 194 lid 1 Rv genoemde vereisten zijn voldaan. Degene die informatie van een ander verlangt moet (a) partij zijn bij een rechtsbetrekking en (b) de verlangde informatie moet voldoende bepaald (oftewel voldoende concreet omschreven) zijn. Verder moet (c) een partij een voldoende belang hebben bij haar informatieverzoek en moet (d) degene van wie inzage wordt verlangd over de gevraagde informatie beschikken.
Aan de voorwaarden, zoals hiervoor bij (a) en (d) genoemd, is naar het oordeel van de kantonrechter voldaan. MVOI heeft immers erkend dat tussen partijen een rechtsbetrekking bestaat en heeft niet betwist dat zij over de gevraagde informatie beschikt.
Evides heeft voldoende belang bij haar eis
De kantonrechter is van oordeel dat Evides aannemelijk heeft gemaakt dat zij een belang heeft bij haar informatieverzoek. Evides heeft in dat verband in voldoende mate toegelicht dat zij, om haar stelling dat MVOI haar zorgplichten in het kader van een zorgvuldig graafproces heeft geschonden verder te kunnen onderbouwen, de in de Richtlijn genoemde informatie nodig heeft. Aan de hand van die informatie kan immers nader beoordeeld worden in hoeverre MVOI de op haar rustende zorgplichten al dan niet is nagekomen. Daarbij gaat het om informatie waar zij zelf niet over beschikt, maar HT Infra mogelijk wel. Het enkele feit dat MVOI die informatie ook in de hoofdzaak in het geding kan brengen, maakt dit oordeel niet anders.
De verlangde informatie is voldoende bepaald
De gegevens waarvan inzage wordt gevorderd moeten zodanig concreet worden omschreven dat duidelijk is waarop wordt gedoeld. Van belang is dat de wederpartij weet (of kan weten) welke stukken worden gevraagd. Ook aan dit vereiste is naar het oordeel van de kantonrechter voldaan. Evides heeft de gevraagde informatie voldoende concreet omschreven, waarbij zij aansluiting heeft gezocht bij de inhoud van de Richtlijn. Daarbij heeft de kantonrechter in aanmerking genomen dat, juist omdat Evides zelf niet over de genoemde documenten beschikt en de precieze inhoud van daarvan haar onbekend is, niet van haar verlangd kan worden dat zij de betreffende informatie nog concreter aanduidt dan zij nu heeft gedaan. De kantonrechter volgt MVOI dan ook niet in haar stelling dat de eis van Evides tot inzage feitelijk als een ‘fishing expedition’ moet worden aangemerkt.
MVOI moet een afschrift van de gevraagde informatie aan Evides verstrekken
Omdat aan alle vereisten van artikel 194 lid 1 Rv is voldaan, wordt MVOI veroordeeld om binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis een afschrift van de hiervoor onder r.o. 3.1. genoemde informatie aan Evides te verstrekken.
De kantonrechter ziet geen aanleiding een dwangsom aan de veroordeling te verbinden. Niet gesteld of gebleken is immers dat aan MVOI eerder is verzocht deze informatie te verstrekken dan wel dat MVOI die informatie al eerder zou hebben geweigerd te verstrekken. Evides heeft verder ook niet toegelicht waarom zij er een belang bij heeft dat er een dwangsom aan de veroordeling wordt verbonden.
De proceskosten in het incident
De proceskosten van dit incident komen voor rekening van MVOI, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt. De incidentele eis is door Evides echter al op de eerste rolzitting ingediend. Zonder nadere toelichting – die Evides niet heeft gegeven – valt dan ook niet in te zien waarom Evides haar incidentele eis niet direct in de dagvaarding had kunnen opnemen. Gelet daarop ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten in het incident te begroten op nihil.
Het vonnis in het incident is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt, voor wat betreft de veroordeling in het incident, uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Evides dat eist en MVOI daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Het vervolg in de hoofdzaak
MVOI heeft nog niet gereageerd op de dagvaarding. Dat mag zij nog doen. De hoofdzaak wordt daarom verwezen naar de hierna bij de beslissing genoemde rolzitting, zodat MVOI op die zitting een conclusie van antwoord in de hoofdzaak kan indienen.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
5. De beslissing
De kantonrechter:
in het incident
veroordeelt MVOI om binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis een afschrift van de informatie, zoals hiervoor bij r.o. 3.1. geformuleerd, aan (de gemachtigde van) Evides te verstrekken;
veroordeelt MVOI in de kosten van dit incident, die aan de kant van Evides worden begroot op nihil;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst al het andere af;
in de hoofdzaak
verwijst de hoofdzaak naar de rolzitting van donderdag 19 februari 2026 om 11.30 uur voor conclusie van antwoord aan de zijde van MVOI;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
44487