RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11929910 VZ VERZ 25-6534
datum uitspraak: 13 januari 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoekster] ,
woonplaats: Vlaardingen,
verzoekster,
gemachtigde: mr. M.H. de Lange.
tegen
Labyrint Zorg B.V.,
vestigingsplaats: Maasland,
verweerster,
vertegenwoordigd door: M. Koemans (directeur).
De partijen worden hierna ‘[verzoekster]’ en ‘Labyrint’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
het verzoekschrift van [verzoekster] (ter griffie ontvangen op 20 oktober 2025), met bijlagen;
de e-mail van Labyrint van 1 december 2025;
de e-mail van [verzoekster] van 30 december 2025;
de e-mail van Labyrint van 31 december 2025.
2. De beoordeling
Wat is de kern van de zaak?
[verzoekster] werkte van 1 februari 2025 tot en met 31 augustus 2025 bij Labyrint. [verzoekster] stelt dat zij, na het einde van haar arbeidsovereenkomst, recht had op een transitievergoeding van € 482,37, maar dat Labyrint dat bedrag niet aan haar heeft betaald. Daarom verzoekt [verzoekster] in deze procedure dat Labyrint veroordeeld wordt € 482,37, met rente, aan haar te betalen.
Labyrint heeft in haar e-mail van 1 december 2025 aangevoerd dat zij de transitievergoeding van € 482,37 op 3 november 2025 aan [verzoekster] heeft betaald. [verzoekster] heeft in haar e-mail van 30 december 2025 erkend dat Labyrint de verzochte transitievergoeding op laatstgenoemde datum aan haar heeft betaald. De kantonrechter begrijpt de e-mail van [verzoekster] zo dat zij daarom nog slechts aanspraak maakt op een veroordeling van Labyrint in de proceskosten. In dat verband stelt [verzoekster] dat zij voorafgaand aan de procedure al heeft geprobeerd deze kwestie op te lossen door Labyrint meerdere malen te verzoeken de transitievergoeding te betalen, maar dat dit niet tot resultaat heeft geleid. In reactie hierop heeft Labyrint in haar e-mail van 31 december 2025 herhaald dat dat zij de transitievergoeding aan [verzoekster] heeft voldaan.
Labyrint moet de proceskosten betalen
Labyrint heeft niet betwist dat zij een transitievergoeding van € 482,37 aan [verzoekster] verschuldigd is en ook niet dat [verzoekster] haar voorafgaand aan deze procedure meerdere malen - tevergeefs - heeft verzocht tot betaling daarvan over te gaan. Dat betekent dat [verzoekster] op terechte gronden de onderhavige verzoekschriftprocedure is gestart. Tussen partijen staat verder vast dat Labyrint het bedrag van € 482,37 pas op 3 november 2025 aan [verzoekster] heeft voldaan, nadat [verzoekster] haar verzoekschrift op 20 oktober 2025 bij de griffie had ingediend.
Omdat Labyrint de verzochte transitievergoeding pas heeft betaald nadat deze procedure is gestart, komen de proceskosten voor haar rekening. De kantonrechter begroot de kosten die Labyrint aan [verzoekster] moet betalen op € 90,00 aan griffierecht, € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dit is totaal € 768,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als de uitspraak wordt betekend.
Deze beschikking is uitvoerbaar bij voorraad
Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard omdat [verzoekster] dat heeft gevraagd en Labyrint daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 288 Rv). Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt Labyrint in de proceskosten, die aan de kant van [verzoekster] tot vandaag worden vastgesteld op € 768,-;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst al het andere af.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
44487