ECLI:NL:RBROT:2026:949

ECLI:NL:RBROT:2026:949

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 06-02-2026
Datum publicatie 03-02-2026
Zaaknummer 11916157 CV EXPL 25-21381
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Gedaagde heeft een treinreis gemaakt zonder geldig vervoersbewijs. NS vordert daarom betaling van de ritprijs met rente en kosten. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde inderdaad geen geldig kaartje had en dat dit voor haar eigen rekening komt. Haar verweren, onder meer dat zij onder bewind stond en dat zij de aanmaningen niet zou hebben ontvangen, worden verworpen. De vordering wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11916157 CV EXPL 25-21381

datum uitspraak: 6 februari 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

NS Reizigers B.V.,

vestigingsplaats: Utrecht,

eiseres,

gemachtigde: Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders B.V.,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: Rotterdam,

gedaagde,

die zelf procedeert.

Partijen worden hierna ‘NS’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

de dagvaarding van 10 september 2025;

het antwoord;

de repliek, met bijlagen.

[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de repliek, maar van die mogelijkheid heeft zij geen gebruik gemaakt.

2. De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

Op 8 maart 2025 heeft [gedaagde] een treinreis gemaakt zonder dat zij in het bezit was van een geldig vervoerbewijs. Omdat zij niet heeft betaald voor de treinreis vordert NS betaling van de ritprijs van € 18,30, de wettelijke verhoging van € 50,- en de

administratiekosten van € 15,-, vermeerderd met rente en kosten. [gedaagde] is het daarmee niet eens. De vordering wordt echter toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.

Treinreis

Vaststaat dat [gedaagde] niet beschikte over een geldig vervoerbewijs zoals vereist in artikel 47 Besluit personenvervoer 2000. Het kopen van een verkeerd treinkaartje komt voor risico van de reiziger en ontslaat [gedaagde] niet van de betalingsverplichting. De ritprijs en de wettelijke verhoging zijn dan ook terecht in rekening gebracht.

Bewind?

[gedaagde] stelt dat zij ten tijde van de treinreis onder bewind stond. Nog daargelaten dat dat niet zou betekenen dat zij geen treinkaartje hoeft te kopen, heeft NS met een uittreksel uit het Centraal Curatele- en Bewindregister gemotiveerd betwist dat zij toen onder bewind stond. Hierop heeft [gedaagde] niet meer gereageerd. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat het klopt wat NS heeft laten zien.

Administratiekosten

[gedaagde] betwist de brieven van NS te hebben ontvangen. NS heeft aan de hand van BRP-uittreksels onderbouwd dat de brieven zijn verzonden naar het adres waar [gedaagde] op dat moment stond ingeschreven ([adres]). Als een brief wordt verzonden naar het juiste adres mag de verzender er in beginsel vanuit gaan dat deze aankomt (art. 3:37 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). Gelet op het aantal brieven dat [gedaagde] niet zou hebben gekregen, had van haar had mogen worden verwacht dat zij meer tekst en uitleg zou geven of zich, bijvoorbeeld, vaker problemen met de postbezorging voordoen. Zij heeft dit niet gedaan. De kantonrechter gaat er dan ook vanuit dat zij de aanmaningen heeft ontvangen. Zij is dus te laat met betalen en moet de administratiekosten van € 15,- betalen.

Rente

De rente wordt toegewezen, omdat NS genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.

Proceskosten

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan NS moet betalen op € 146,14 aan dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht, € 86,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 43,-) en € 21,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 388,64. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

Uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat NS dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd.

Betalingsregeling

De moeilijke financiële situatie van [gedaagde] hoe vervelend ook, vormt geen grond om de vordering af te wijzen. De kantonrechter kan zonder toestemming van NS ook geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. [gedaagde] kan wel contact opnemen met de gemachtigde van NS om te vragen of NS alsnog een betalingsregeling wil afspreken.

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan NS te betalen € 83,30 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf 29 augustus 2025 tot de dag dat volledig is betaald;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van NS worden begroot op € 388,64;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.

53954

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand