ECLI:NL:RBROT:2026:960

ECLI:NL:RBROT:2026:960

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 28-01-2026
Datum publicatie 04-02-2026
Zaaknummer 710655 KG ZA 25-1174
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Kort geding. Vordering tot onmiddellijke hervatting van werkzaamheden niet toewijsbaar vanwege mogelijk (ernstig) verontreinigde grond. Inzet gecertificeerde onderaannemer. Goedkeuring MKB-plan.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven

Zaaknummer: C/10/710655 / KG ZA 25-1174

Vonnis in kort geding van 28 januari 2026

in de zaak van

GEMEENTE LANSINGERLAND,

gevestigd te Bergschenhoek,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: de Gemeente,

advocaten: mrs. A.E. Klomp en R.C.H. Burgers,

tegen

VAN KESSEL WEGENBOUW B.V.,

gevestigd te Gorinchem,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: Van Kessel,

advocaten: mrs. G. Verberne en T. Ruers.

1. De zaak in het kort

De Gemeente vordert in deze procedure dat Van Kessel de overeengekomen werkzaamheden zonder meer meteen hervat. Deze vordering is niet toewijsbaar, omdat op dit moment onvoldoende duidelijk is of en zo ja, in welke mate de grond ernstig verontreinigd is en in verband daarmee in welke mate de inzet van een gecertificeerde onderaannemer noodzakelijk is. Omdat niet in geschil is dat er een MKB-plan moet komen, wordt Van Kessel veroordeeld het werk te hervatten onder de voorwaarde dat er op dat moment een MKB-plan is dat DCMR heeft goedgekeurd. In reconventie wordt beslist dat de Gemeente moet gedogen dat Van Kessel de werkzaamheden hervat, onder de voorwaarde dat het door of namens Van Kessel ingediende MKB-plan is goedgekeurd en Van Kessel het Werk conform dit plan uitvoert.

2. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende stukken:

- de dagvaarding van 6 januari 2026,

- producties 1 tot en met 77 van de Gemeente;

- de conclusie van antwoord, met eis in reconventie;

- producties 1 tot en met 20 van Van Kessel;- de pleitnota van de Gemeente;- de pleitnota van Van Kessel.

De mondelinge behandeling heeft op 14 januari 2026 plaatsgevonden.

3. De feiten

De Gemeente wil de Julianalaan en de Hoeksekade in Bergschenhoek reconstrueren/herinrichten. Deze reconstructie bestaat onder meer uit het in vijftien fases gedeeltelijk vervangen van de bestaande riolering, het maken van rioolhuisaansluitingen en kolkleidingen voor afvoer van regenwater, aanpassing van de bovengrondse inrichting, vervanging van de bestaande fietspaden en de rijweg en de aanleg van groenvoorzieningen (hierna: ‘het Werk’). De Gemeente heeft de omschrijving van het Werk en de voorwaarden waaronder het Werk moet worden uitgevoerd, vastgelegd in een RAW-bestek (hierna: ‘het Bestek’).

In het Bestek is onder meer het volgende opgenomen:

SANERING

Bodemonderzoek conform bijlage 11. De werkzaamheden dienen uitgevoerd te worden door een aannemer die BRL 7000 gecertificeerd is.

Het verwijderen van verontreinigde grond dient begeleid te worden door een BRL 6000 geregistreerde milieukundige, kosten hiervoor worden verrekend conform stelpost 950080 (...)”

Van Kessel is niet BRL 7000 gecertificeerd en zij beschikt niet zelf over een BRL 6000 geregistreerde milieukundige.

Na het doorlopen van een aanbestedingsprocedure is het Werk aan Van Kessel gegund. De Gemeente heeft Van Kessel op 7 januari 2025 opdracht gegeven voor het uitvoeren van het Werk voor een aanneemsom van € 3.371.795,13 exclusief btw. Partijen hebben een aannemingsovereenkomst gesloten. Op deze overeenkomst zijn de UAV 2012 van toepassing.

Van Kessel is op 3 maart 2025 gestart met de werkzaamheden. Kort hierna heeft Van Kessel haar zorgen geuit bij de Gemeente over de uitvoerbaarheid van het Bestek. Die zorgen bestaan uit de mogelijkheden om ten behoeve van het Werk grond te ontgraven, gelet op de heterogeniteit van de bodem van het Werk en over de mogelijkheden om de ontgraven grond in een depot op te kunnen slaan.

Royal Haskonig Nederland B.V. heeft de eerder gedane bodemonderzoeken op verzoek van de Gemeente geanalyseerd en heeft in maart 2025 geconcludeerd dat het Bestek uitvoerbaar is. Volgens Royal Haskonig heeft de bodem ter plaatse van het Werk een heterogene samenstelling. Een (BRL-6000 geregistreerde) milieukundig begeleider (hierna: ‘MKB-er’) op het Werk moet de scheiding van de verschillende bodemlagen aangeven gebaseerd op de resultaten van de bodemonderzoeken en zijn waarnemingen in het veld.

Van Kessel heeft haar werkzaamheden voor het eerst per 7 mei 2025 neergelegd. De Gemeente heeft Van Kessel meerdere keren gesommeerd om haar werkzaamheden te hervatten.

Van Kessel heeft Ingenieursbureau Mol (hierna: ‘Mol’) de opdracht gegeven om een MKB-plan op te stellen. Mol heeft het MKB-plan op 20 juni 2025 opgesteld en daarna ingediend bij DCMR ter toetsing/inzage. De Gemeente heeft Mol vervolgens verzocht het plan in te trekken. Mol heeft dit op 2 juli 2025 gedaan.

De fases 2 en 3 zijn afgerond. Op 27 augustus 2025 is Van Kessel gestart met de werkzaamheden voor fase 4. Van Kessel heeft haar werkzaamheden op 28 augustus 2025 wederom neergelegd.

De Gemeente heeft een derde de opdracht gegeven om noodbestrating (stelcon- en loopplaten) te leggen in de Julianalaan en de Hoeksekade in Bergschenhoek. Deze werkzaamheden zijn begin december 2025 uitgevoerd.

Partijen hebben over en weer deskundigen ingeschakeld om zich uit te laten over de kwaliteit, gesteldheid en verontreiniging van de bodem. De opinies van de deskundigen zijn niet eenduidig.

Een handhavingsverzoek van Van Kessel is bij beschikking van 28 december 2025 afgewezen.

4. Het geschil

in conventie

De Gemeente vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. Van Kessel te veroordelen om uiterlijk binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de bouw van het Werk te hervatten en in een continue bouwstroom voort te zetten, behoudens indien de bouwwerkzaamheden als gevolg van publiekrechtelijke handhaving (tijdelijk) moeten worden gestaakt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,- per dag(deel) dat Van Kessel in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 1.000.000,-;

II. Van Kessel te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met rente en kosten.

Van Kessel voert verweer. Van Kessel concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de Gemeente, met veroordeling van de Gemeente in de kosten van deze procedure.

in reconventie

Van Kessel vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. de Gemeente te veroordelen te gehengen en gedogen dat Van Kessel de werkzaamheden in het kader van het Werk hervat onder de voorwaarde dat Van Kessel wordt toegestaan het ‘MKB-plan’ van Mol van 20 juni 2025 opnieuw in te dienen bij DCMR, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,- per dag(deel) dat de Gemeente in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 1.000.000,-;

II. de Gemeente te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met rente en kosten.

De Gemeente voert verweer. De Gemeente concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Van Kessel, met veroordeling van Van Kessel in de kosten van deze procedure.

5. De beoordeling

Vanwege de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie behandelt de voorzieningenrechter de vorderingen gezamenlijk.

De zaak is geschikt voor kort geding

Van Kessel stelt dat de vordering van de Gemeente ongeschikt is voor behandeling en beslissing in kort geding, omdat een diepgaand onderzoek is vereist naar de toepasselijke wet- en regelgeving en de aangevoerde feiten en omstandigheden. De voorzieningenrechter verwerpt dit verweer. Van ongeschiktheid van een zaak voor behandeling in een kort geding, zoals bedoeld in artikel 256 Rv, kan slechts sprake zijn als (a) de feiten binnen het beperkte kader van het kort geding niet voldoende tot klaarheid zijn gebracht of (b) de rechter de gevolgen van een door haar te geven beslissing niet voldoende kan overzien. Daarvan is in deze zaak geen sprake. De feiten waarop partijen zich beroepen, zijn voldoende duidelijk geworden. Daarnaast is geen sprake van een situatie waarin de gevolgen van de te nemen beslissing onvoldoende kunnen worden overzien. De voorzieningenrechter komt dus toe aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak.

De Gemeente heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen

De Gemeente heeft ter onderbouwing van haar spoedeisend belang onder meer aangevoerd dat het werkgebied al maanden niet behoorlijk toegankelijk is en buurtbewoners hier veelvuldig over klagen. Met deze stelling is het vereiste spoedeisend belang voldoende gegeven. Dat de Gemeente inmiddels noodbestrating heeft laten aanleggen maakt dit niet anders. Dit betreft immers een suboptimale, tijdelijke oplossing.

Dat Van Kessel een alternatief heeft geboden is geen processueel verweer

Van Kessel stelt vervolgens dat de Gemeente geen belang heeft bij haar vordering, omdat zij de Gemeente een acceptabel alternatief heeft geboden voor hervatting van het Werk, namelijk het opnieuw bij DCMR indienen van het MKB-plan van Mol. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit geen processueel verweer betreft, maar een inhoudelijk verweer tegen de vordering van de Gemeente, welk verweer hierna zal worden besproken.

De inzet van een milieukundig begeleider (MKB’er)

Van Kessel vordert in reconventie dat de Gemeente moet gehengen en gedogen dat Van Kessel haar werkzaamheden hervat onder de voorwaarde van het opnieuw indienen van het MKB-plan. Ter zitting heeft Van Kessel haar vordering verduidelijkt. Zij vordert dat de Gemeente zich erbij neerlegt dat Van Kessel het MKB-plan opnieuw bij DCMR indient en dat Van Kessel haar werkzaamheden conform dit plan zal uitvoeren als en zodra dit plan door DCMR is goedgekeurd. De Gemeente betwist niet dat er een MKB-plan moet komen, aangezien het Bestek vereist dat bepaalde werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een BRL 7000 gecertificeerde aannemer onder begeleiding van een BRL 6000 geregistreerde milieukundige, maar de Gemeente betwist dat enkel uitvoering kan worden gegeven aan het MKB-plan als DCMR dat heeft goedgekeurd. Verder vreest de Gemeente dat Van Kessel (vrijwel) het hele werk onder begeleiding van een MKB’er zal willen uitvoeren, met alle kostenverhogingen die daaruit voortvloeien, terwijl dat niet nodig is. Het gaat om een straat in een woonwijk, de bodem daar is niet ernstig verontreinigd.

De Gemeente stelt zich op het standpunt dat Van Kessel op basis van de aanbestedingsstukken had moeten begrijpen dat voor het Werk een MKB-plan nodig zou zijn. Een dergelijk MKB-plan hoeft niet goedgekeurd te worden door DCMR. De Gemeente stelt verder dat, als Van Kessel zelf niet over de certificeringen beschikt, zij moet zorgen voor een onderaannemer die dat wel doet.

Van Kessel meent dat zij ervan uit mocht gaan, op basis van de aanbestedingsstukken, dat slechts voor een klein en specifiek aangegeven gedeelte van het Werk inzet van een MKB’er nodig zou zijn. Zij beschikt over een gecertificeerde onderaannemer voor dat deel. Toen zij het Werk aanving, bleken er echter verontreinigingen (onder meer asbest) op meerdere plaatsen aanwezig te zijn. Van Kessel en haar personeel beschikken zelf niet over de kennis om daarmee naar behoren om te gaan. Daarom wil zij een plan voorleggen aan DCMR, het bevoegd gezag, zodat de MKB’er van de onderaannemer op wie zij een beroep kan doen, aan de hand daarvan de hervatting van het werk kan begeleiden.

De voorzieningenrechter overweegt dat, daargelaten wat Van Kessel precies op basis van de aanbestedingsstukken mocht verwachten, het in dit kort geding gaat om de uitvoering van de overeenkomst die partijen hebben gesloten. Het op grond daarvan te verrichten werk is duidelijk en als zodanig niet in geschil. Daargelaten kan ook worden wat de redenen zijn geweest van de eerdere neerlegging van het werk door Van Kessel. Het gaat op dit moment om de hervatting van het Werk.

Partijen zijn het er verder over eens dat er een MKB-plan moet komen en moet worden uitgevoerd. Of goedkeuring van het MKB-plan door DCMR wettelijk vereist is, is niet beslissend. Ook als dat niet zo is, staat tussen partijen vast dat DCMR het bevoegd gezag is en dat zij beschikt over de deskundigheid om een dergelijk plan te beoordelen. Ter zitting hebben Van Kessel en de door haar ingeschakelde deskundige verklaard dat DCMR bereid is om een dergelijk plan in een situatie als deze te beoordelen. De voorzieningenrechter acht dat voldoende aannemelijk.

Nu vast staat dat Van Kessel zelf niet over voldoende deskundigheid beschikt, is het redelijk dat zij het Werk pas hervat als zij voldoende zekerheid heeft dat dat verantwoord is, ook in verband met haar verplichtingen als goed werkgever jegens haar werknemers. Het voorleggen van het plan aan DCMR is een geschikt middel om die zekerheid te verkrijgen.

Hoewel de Gemeente heeft aangegeven dat zij ook niet wil dat Van Kessel haar werknemers aan onverantwoorde risico’s blootstelt, heeft Van Kessel voldoende belang bij haar vordering, omdat de Gemeente Mol in het verleden heeft verzocht het eerder bij DCMR ingediende MKB-plan in te trekken. Daarbij is van belang dat Mol het plan destijds kennelijk namens de Gemeente had ingediend. Dat dient niet opnieuw te gebeuren. Van Kessel is verantwoordelijk voor het MKB-plan, en het is dus aan haar om dit plan (opnieuw) voor te leggen aan DCMR. Van Kessel heeft daarvoor geen toe- of instemming nodig van haar opdrachtgever, de Gemeente, maar kennelijk wenst DCMR wel dat de Gemeente zich over dat plan uitlaat. Het is daarom aangewezen dat Van Kessel in het MKB-plan opneemt of bij het plan vermeldt dat de Gemeente weliswaar onderschrijft dat er een MKB-plan voor het Werk moet komen, maar dat partijen twisten over de vraag op welke wijze en in welke frequentie de gecertificeerde aannemer/MKB’er moet worden ingezet, zodat het in die zin niet een plan namens de Gemeente is. De voorzieningenrechter verwacht van de raadslieden aan beide zijden dat zij zorgen voor een formulering waarin beide partijen zich kunnen vinden.

Overigens heeft Van Kessel ter zitting nader toegelicht dat haar insteek is dat de MKB’er aanwezig is als er in een nieuw stuk grond moet worden gegraven, maar dat hij alleen blijft als sprake is van een relevante verontreiniging. Als dat niet zo is, gaat de MKB’er weg en gaat Van Kessel door met haar werkzaamheden. Het is dus niet de bedoeling dat de MKB’er voortdurend toezicht houdt. De voorzieningenrechter gaat ervanuit dat dit ook duidelijk in het MKB-plan wordt vermeld.

De voorzieningenrechter spreekt de hoop uit dat DCMR haar visie op het MKB-plan met gepaste spoed geeft, zodat partijen verder kunnen. Als het (eventueel aangepaste) MKB-plan in de visie van DCMR toereikend is, hetgeen hierna louter omwille van de eenvoud wordt aangeduid als goedkeuring (ook als die term strikt genomen niet juist is), moet Van Kessel haar werkzaamheden conform dat plan zo snel mogelijk hervatten. De vordering in reconventie is op die voet dus toewijsbaar.

Als DCMR van oordeel is dat het MKB-plan niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet, niet uitvoerbaar is of anderszins niet adequaat of ontoereikend is, zal Van Kessel het plan moeten aanpassen. Tot die tijd mag de Gemeente niet van Van Kessel verlangen dat zij reeds haar werkzaamheden hervat. Op dit moment is immers onvoldoende duidelijk of en zo ja, in welke mate de kennelijk zeer heterogeen samengestelde bodem verontreinigd is en daarmee wat de risico’s van de werkzaamheden zijn. Een onvoorwaardelijke toewijzing van de vordering in conventie is, ingeval DCMR het MKB-plan ontoereikend acht, onverantwoord.

Anders dan de Gemeente stelt leidt de beschikking van DCMR van 18 december 2025 niet tot een ander oordeel. DCMR heeft in die beschikking het verzoek tot handhaving afgewezen, omdat niet was gebleken dat de Gemeente bij fase 4 handelingen had verricht in strijd met de Omgevingswet of het Bal. Meer dan dat is in die beschikking niet beslist. Verder valt op dat in de eerdere berichten van DCMR van 28 april 2025 en 23 oktober 2025 weliswaar staat dat voldoende onderzoek verricht is, maar ook dat vanwege de heterogeniteit van de bodem geadviseerd wordt een MKB’er in te schakelen.

Ter zitting heeft de Gemeente toegezegd dat als in redelijkheid blijkt dat extra maatregelen nodig zijn, zij hiernaar zal handelen, omdat de Gemeente ervoor staat dat de werkzaamheden verantwoord worden uitgevoerd.

De voorzieningenrechter overweegt voorts dat van Van Kessel verwacht wordt dat zij het MKB-plan, dat in feite gereed ligt, binnen twee weken na heden (met een toelichting als onder 5.7.2 bedoeld) aan DCMR voorlegt althans door Mol namens haar laat indienen. Als Van Kessel/Mol het plan heeft ingediend bij DCMR en deze zich niet binnen een termijn van een maand uitlaat over het MKB-plan, wordt van partijen verwacht dat zij zich nader met elkaar en DCMR verstaan om tot een oplossing te komen.

De vordering in conventie wordt gelet op het voorgaande in die zin toegewezen dat Van Kessel wordt veroordeeld om de werkzaamheden binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis te hervatten, onder de voorwaarde dat DCMR het (eventueel aangepaste) MKB-plan heeft goedgekeurd.

Inhoud van het Bestek

Ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter dat Van Kessel voorshands terecht stelt dat zij er, op basis van de stukken in de aanbestedingsprocedure, vanuit mocht gaan dat voor slechts een beperkt deel van het Werk een gecertificeerde onderaannemer noodzakelijk was. Wat daarvan, gelet op de RAW/UAV 2012 systematiek, de consequenties zijn is daarmee echter niet gezegd.

De over en weer gevorderde dwangsommen worden afgewezen

Partijen hebben niet aannemelijk gemaakt dat een prikkel tot nakoming in de vorm van een dwangsom noodzakelijk is. Dit deel van de vordering in conventie en in reconventie wordt dan ook afgewezen.

De proceskosten

Omdat beide partijen gedeeltelijk gelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard

Van Kessel verweert zich tegen de door de Gemeente gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad. Bij de beoordeling van een uitvoerbaarverklaring bij voorraad moeten de belangen van partijen worden afgewogen in het licht van de omstandigheden van het geval. Uitgangspunt is dat de Gemeente in beginsel belang heeft bij de door haar gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Dit belang dient slechts te wijken voor het belang van Van Kessel indien daaraan in het licht van alle omstandigheden van het geval meer gewicht toekomt dan aan het belang van de Gemeente. De voorzieningenrechter is met de toewijzing van de vordering in reconventie en het verbinden van een voorwaarde aan de toewijzing van de vordering in conventie, voldoende tegemoetgekomen aan de belangen van Van Kessel. De voorzieningenrechter ziet dus geen grond de gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad af te wijzen.

6. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

veroordeelt Van Kessel om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis, onder de voorwaarde dat er op dat moment een MKB-plan is dat DCMR heeft goedgekeurd, de uitvoering van het Werk te hervatten en in een continue bouwstroom voort te zetten, behoudens indien de bouwwerkzaamheden als gevolg van publiekrechtelijke handhaving (tijdelijk) moeten worden gestaakt,

compenseert de kosten in conventie, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 6.1 genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

veroordeelt de Gemeente om te gehengen en te gedogen dat Van Kessel het MKB-plan opnieuw bij DCMR indient en de werkzaamheden in het kader van het Werk hervat op voorwaarde dat het bij DCMR ingediende (eventueel aangepaste) MKB-plan is goedgekeurd en Van Kessel conform dit plan het Werk uitvoert,

compenseert de kosten in reconventie, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 6.5 genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken door mr. C. Bouwman op 28 januari 2026. 3608/106

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?