ECLI:NL:RBROT:2026:967

ECLI:NL:RBROT:2026:967

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 23-01-2026
Datum publicatie 04-02-2026
Zaaknummer C/10/712701 / FA RK 26-10
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Wvggz. Zorgmachtiging. Wvggz of Wgbo? De rechtbank wijst het verzoek voor een zorgmachtiging toe. Met de zorgmachtiging wordt weliswaar beoogd om betrokkene een staaroperatie te laten ondergaan, maar naar het oordeel van de rechtbank is het doel breder. Zonder staaroperatie zal betrokkene immers verder isoleren en geen perspectief hebben om door te stromen naar een meer zelfstandige woonvorm. Daarmee is het primaire doel niet om alleen de fysieke gezondheid van betrokkene te herstellen. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat in dit geval de Wvggz van toepassing is.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/712701 / FA RK 26-10

Referentienummer: [nummer]

Beschikking van 23 januari 2026 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1985, [geboorteplaats] ,

hierna: betrokkene,

wonende te [woonplaats] ,

op dit moment verblijvende bij [naam instelling 1] , te [plaatsnaam] ,

advocaat mr. G. Özveren te Rotterdam.

1. Procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 2 januari 2026.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 24 december 2025;

de niet-ingevulde zorgkaart;

het zorgplan van 21 november 2025;

de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

het historisch overzicht, waarop nog geen eerder afgegeven machtigingen staan vermeld;

het bericht dat er geen relevante politie-, strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene zijn.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 januari 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen:

betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

[naam 2] , verpleegkundig specialist, en [naam 3] , psychiater, verbonden aan [naam instelling 1] .

De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

Na de mondelinge behandeling heeft de rechter de verschenen personen medegedeeld nog geen mondelinge uitspraak te zullen doen, de zaak mogelijk te willen aanhouden voor een deskundigenonderzoek of schriftelijk uitspraak te zullen doen.

2. Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene verblijft al lang op vrijwillige basis binnen de [naam instelling 2]. Hij werkt vrijwillig mee aan zijn psychiatrische behandeling. Hij verzet zich niet tegen het verblijf in de kliniek en neemt zijn medicatie (clozapine) in. Betrokkene heeft in één oog vergevorderde staar. De staar in zijn andere oog lijkt volgens de psychiater toe te nemen, al verklaart de psychiater dit niet helemaal te kunnen beoordelen. De psychiater verklaart dat betrokkene, zonder behandeling, aan het ene oog blind zal worden en aan het andere oog waarschijnlijk ook. Volgens de psychiater is de verwachting dat dit binnen een paar jaar zal gebeuren. Daardoor zullen ook oriëntatieproblemen optreden, zal sprake zijn van een verhoogd valrisico en bestaat het risico op complicaties zoals lensluxatie en glaucoom.

De psychiater verklaart dat betrokkene zelf zegt dat hij een eigen huis wil. Met de waarschijnlijke blindheid is de kans dat betrokkene ooit een zelfstandig leven kan leiden volgens de psychiater echt heel klein. Door zijn visusklachten wordt betrokkene steeds afhankelijker van zorg. Dit terwijl de psychiater verklaart dat er perspectief is voor betrokkene, als zijn staar behandeld wordt.

Met de zorgmachtiging willen de behandelaren bewerkstelligen dat betrokkene een staaroperatie ondergaat. Betrokkene wil niet aan de staaroperatie meewerken. De verpleegkundig specialist verklaart dat geregeld met betrokkene over de operatie wordt gesproken. Betrokkene is volgens de medische verklaring en de psychiater niet wilsbekwaam ten aanzien van deze operatie. Volgens de psychiater heeft betrokkene het waanidee dat zijn ogen eruit gehaald zullen worden. Dit waanidee is het gevolg van de psychische stoornis van betrokkene. De koppeling tussen de weigering om de staaroperatie uit te voeren en de stoornis is volgens de psychiater evident. De psychiater verklaart dat het verder optimaliseren van de psychiatrische behandeling niet mogelijk is. Betrokkene gebruikt clozapine en dat is volgens de psychiater het laatste middel dat hij kan nemen.

De psychiater verklaart dat er contact is met een oogarts. De oogarts zal in het belang van betrokkene de staaroperatie direct aan beide ogen uitvoeren. Wanneer de rechtbank vraagt of nog is bekeken of deze behandeling onder de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst (hierna: de Wgbo) kan worden uitgevoerd, verklaart de psychiater dat de oogarts zegt dat de Wvggz van toepassing is en dat de oogarts de operatie niet op grond van de Wgbo gaat uitvoeren. Vanwege het causale verband tussen de weigering om mee te werken aan de operatie en de psychische stoornis denkt de psychiater ook dat de Wvggz van toepassing is. Betrokkene moet volgens de psychiater niet worden afgerekend op het feit dat hij verder vrijwillig aan zijn psychiatrische behandeling meewerkt.

Namens betrokkene bepleit de advocaat afwijzing van het verzoek. De advocaat verwijst naar de beschikking van deze rechtbank van 13 augustus 2025, waarin een praktisch gelijkluidend verzoek om een zorgmachtiging voor betrokkene is afgewezen (ECLI:NL:RBROT:2025:10746). De advocaat licht toe dat betrokkene volledig vrijwillig meewerkt aan zijn psychiatrische behandeling, waaronder het innemen van medicatie. De verzochte zorgmachtiging is gericht op het herstel van de fysieke toestand van betrokkene. Daar is de Wvggz niet voor bedoeld. Als de oogarts zegt dat de Wvggz van toepassing is in plaats van de Wgbo, dan klopt dit niet. De advocaat stelt dat de Wgbo juist bedoeld is voor dit soort gevallen.

De vraag die in de kern voorligt is of in dit geval de Wvggz van toepassing is. In de wetsgeschiedenis, de Handreiking Somatische zorg in de Wet verplichte ggz, enkele onderzoeken en de literatuur wordt ingegaan op de voorwaarden voor het opnemen van verplichte fysieke zorg in een zorgmachtiging. Het is de rechtbank gebleken dat in de praktijk de regelingen voor gedwongen fysieke zorg verschillend worden uitgelegd. Voordat de rechtbank een oordeel geeft over dit verzoek neemt zij ook de gelegenheid om op deze verschillen in te gaan.

Uit de memorie van toelichting op de Wvggz blijkt dat verplichte zorg niet alleen gericht kan zijn op het herstel van de geestelijke gezondheid maar ook op het herstel of de stabilisatie van de fysieke gezondheid. Dit is alleen mogelijk als er een causaal verband bestaat tussen de psychische stoornis en het fysieke gezondheidsrisico. Herstel van de fysieke gezondheid zal echter niet het primaire doel van een zorgmachtiging kunnen zijn. De behandeling van de fysieke aandoening is alleen mogelijk in samenhang met zorg en dwang die is gericht op het herstel van de psychische stoornis. Voor de gevallen waarin enkel herstel van de fysieke gezondheid wordt beoogd, zal volgens de memorie van toelichting de behandeling op grond van de Wgbo plaats moeten vinden.

In het Preadvies ‘Een toekomstbestendige WGBO’ schrijft [naam 4] in ‘Deel 4: Naar een nieuwe regeling voor somatische zorg onder dwang’ dat onder de Wgbo ook gedwongen zorg kan worden verleend (artikel 7:465 lid 6 Burgerlijk Wetboek). Hiervoor is wilsonbekwaamheid een vereiste. Een verrichting van ingrijpende aard mag alleen gedwongen worden uitgevoerd als (1) een vertegenwoordiger plaatsvervangende toestemming heeft gegeven, (2) de verrichting ‘kennelijk nodig is teneinde ernstig

nadeel voor de patiënt te voorkomen’, en (3) aan de beginselen van proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid wordt voldaan (p. 108/109). Een dwangbehandeling op grond van de Wgbo zal volgens de auteur doorgaans van beperkte duur zijn en een ‘ad hoc’karakter hebben (p. 109/110). Echter, anders dan onder de Wgbo, is volgens de auteur onder de Wvggz fysieke verplichte zorg ook mogelijk indien hiervoor (ook) een verplichte opname noodzakelijk is voor het ondergaan van die fysieke behandeling (p. 111).

Kort samengevat staat in de vuistregels van de Handreiking Somatische zorg in de Wet verplichte ggz (p. 13) dat onder andere wanneer er (1) een causaal verband bestaat tussen de psychische stoornis, het daaruit voortkomende gedrag en de fysieke aandoening, (2) er geen acuut dreigend nadeel is, waarvoor gedwongen behandeling op basis van de Wgbo noodzakelijk en gerechtvaardigd is, en het dus voorzienbare fysieke zorg is met een helder plan voor de uitvoering, en (3) de fysieke zorg past in een geheel aan maatregelen dat psychisch en fysiek herstel nastreeft, de Wvggz van toepassing is. Onverminderd lijkt te gelden dat herstel van de fysieke gezondheid niet het primaire doel van de zorgmachtiging kan zijn.

In de concepttoelichting op de Evaluatiewet Wvggz en Wzd die in maart 2025 ter consultatie is voorgelegd is onder andere het volgende te lezen (p. 35/36): “De Wgbo biedt enige ruimte voor geneeskundige behandeling tegen de wil van de betrokkene of cliënt in. Zo’n behandeling is op grond van de Wgbo toegestaan wanneer de betrokkene of cliënt wilsonbekwaam inzake de medische behandeling wordt geacht en ernstig nadeel voorkomen dient te worden, ofwel als er sprake is van een noodsituatie. De Wvggz en de Wzd zijn van toepassing als gedwongen zorg wordt overwogen of moet worden verleend en er sprake is van een psychische of psychogeriatrische aandoening of verstandelijke beperking. Somatische problematiek (bijvoorbeeld een maligniteit) hoeft niet rechtstreeks voort te

vloeien uit de aandoening, handicap of stoornis, maar het verzet tegen de behandeling kan daar wel mee samenhangen. Als er sprake is van een dergelijk causaal verband kan op grond van de Wvggz en de Wzd gedwongen zorg ten aanzien van somatische problematiek worden verleend. Echter, het herstel van de fysieke gezondheid kan niet het enige doel zijn van een zorgmachtiging, rechterlijke machtiging of crisismaatregel. Indien geen causaal verband bestaat tussen de psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke beperking en het somatisch nadeel, dan zal de al dan niet noodzakelijke behandeling op grond van de Wgbo moeten plaatsvinden. Een wilsbekwaamheidstoets vindt dan ook plaats in het kader van de Wgbo.

Op specifiek twee aspecten gaat de rechtbank nader in. Ten eerste lijkt er in de praktijk van uit te worden gegaan dat wanneer de weigering om de behandeling te ondergaan voorkomt uit een psychische stoornis, de Wvggz van toepassing is. In het eerder genoemde Preadvies schrijft [naam 4] dat als het ernstig nadeel voortvloeit uit een geestelijke stoornis, (een deel van) de Wgbo als lex generalis naar de achtergrond treedt en de Wvggz als lex specialis op de voorgrond treedt. Echter, dan moet wel aan de criteria voor verplichte zorg worden voldaan, waaronder het vereiste dat niet alleen herstel van de fysieke gezondheid wordt beoogd en dus óók verplichte zorg voor een ander doel nodig is. Dit betekent volgens [naam 4] dat in bepaalde gevallen, waarin het ernstig nadeel voortvloeit uit een geestelijke stoornis en betrokkene wilsonbekwaam ten aanzien van de behandeling wordt geacht, de Wgbo toch van toepassing is (p. 115).

Ten tweede lijkt ervan uitgegaan te worden dat het voor de hand liggend is dat gedwongen zorg op grond van de Wgbo alleen aan de orde is bij een ad-hoc dan wel onvoorzienbare behandeling of wanneer sprake is van acuut dreigend ernstig nadeel. Dit terwijl, volgens het Verdiepingsonderzoek Uitvoering Wvggz: goede voorbeelden uit de praktijk, voor gedwongen zorg onder de Wgbo niet vereist is dat sprake is van een acute noodsituatie. Ook hier staat dat de Wgbo echter geen ruimte biedt voor vrijheidsbenemingen (p. 331, p. 334, zie onder andere voetnoot 786).

De rechtbank leidt uit dit alles af dat in het geval er een causaal verband bestaat tussen de psychische stoornis en het fysieke gezondheidsrisico, betrokkene wilsonbekwaam wordt geacht ten aanzien van de beoogde zorg, er sprake is van voorzienbare zorg, betrokkene in dat kader gedwongen vervoerd en opgenomen moet worden, maar het herstellen van de fysieke gezondheid het primaire doel is, deze zorg noch verplicht onder de Wvggz noch gedwongen onder de Wgbo zou kunnen worden uitgevoerd. Immers, zou onder de Wgbo een gedwongen opname niet mogelijk zijn en zou de Wvggz niet van toepassing zijn als het herstellen van de fysieke gezondheid het primaire doel is. Dit zou betekenen dat deze doelgroep tussen wal en schip zou vallen.

In dit specifieke geval is de rechtbank van oordeel dat betrokkene niet tussen wal en schip valt en dat de Wvggz wel van toepassing is. De rechtbank gaat dan ook niet mee in het verweer van de advocaat en overweegt als volgt.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden zijn om betrokkene in een vrijwillig kader mee te laten werken aan de verzochte verplichte zorg. Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Volgens de medische verklaring bagatelliseert betrokkene zijn visusprobleem en heeft hij geen ziektebesef en/of -inzicht. Ook tijdens de mondelinge behandeling zegt betrokkene niet aan zijn ogen geopereerd te willen worden. Hij bevestigt dat hij niet echt goed kan zien, maar zegt dat het wel meevalt en dat het niet erger wordt. Gelet hierop en op de eerder genoemde toelichting van de psychiater is voor de rechtbank voldoende vast komen te staan dat de weigering om mee te werken aan de oogoperatie voortkomt uit de psychische stoornis van betrokkene.

Met de zorgmachtiging wordt weliswaar beoogd om betrokkene een staaroperatie te laten ondergaan, maar naar het oordeel van de rechtbank is het doel breder. Zo blijkt uit het verzoekschrift dat het doel van verplichte zorg niet alleen is het stabiliseren of herstellen van de fysieke gezondheid, maar ook het stabiliseren van de geestelijke gezondheid van betrokkene en het dusdanig herstellen van de geestelijke gezondheid van betrokkene zodat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint. Hoewel niet verzocht wordt om bijvoorbeeld verplicht medicatie toe te dienen om de schizofrenie van betrokkene te behandelen (betrokkene neemt immers zijn medicatie vrijwillig in), is de zorg ook gericht op de psychische gezondheid van betrokkene. Zonder staaroperatie zal betrokkene immers verder isoleren en geen perspectief hebben om door te stromen naar een meer zelfstandige woonvorm. Daarmee is het primaire doel niet om alleen de fysieke gezondheid van betrokkene te herstellen. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat de Wvggz van toepassing is.

De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.

De psychiater licht toe dat betrokkene voor de operatie naar het ziekenhuis overgeplaatst zou worden. In dat kader is een opname, eventueel voorafgaand op een MPU, noodzakelijk. Hij zal rustgevende medicatie krijgen, geopereerd worden en kan eventueel op een MPU herstellen. Minder traumatisch zou volgens de psychiater zijn als betrokkene naar het ziekenhuis zou gaan, geopereerd wordt en dezelfde dag weer uit het ziekenhuis ontslagen wordt. In dat geval is geen opname nodig, maar wel het beperken van de bewegingsvrijheid, om betrokkene rustig te houden tot de rustgevende medicatie werkt.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een fysieke aandoening, bestaande uit een operatie door een oogarts in een algemeen ziekenhuis en de voor- en nazorg, eventueel op de MPU;

het beperken van de bewegingsvrijheid, bestaande uit (1) het vervoer naar het ziekenhuis/de MPU en (2) de (gesloten) opname in het ziekenhuis/de MPU;

het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende ambulante behandelafspraken voor de nodige nazorg bij de oogarts;

het opnemen in een accommodatie, bestaande uit de klinische opname in een algemeen ziekenhuis met voor- en nazorg op de MPU.

Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Ten aanzien van de duur weet de psychiater niet hoe snel betrokkene terecht kan bij de oogpolikliniek, maar stelt hij dat de zorgmachtiging niet voor zes maanden nodig is. Hij verwacht dat de operatie binnen anderhalve maand kan plaatsvinden. Er is volgens de verpleegkundig specialist goed contact met de oogarts. De verpleegkundig specialist meent dat de operatie binnen enkele weken zal kunnen plaatsvinden.

De rechtbank heeft overwogen om de zorgmachtiging voor een kortere duur toe te wijzen. Omdat op dit moment onduidelijk is wanneer de oogoperatie precies kan plaatsvinden en de rechtbank het van belang acht dat betrokkene ook na de operatie voor zover nodig gedwongen nazorg krijgt, ziet de rechtbank af van een beperking in de duur en verleent zij de zorgmachtiging voor de totale verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag. Op grond van artikel 8:18 Wvggz kan de geneesheer-directeur eventueel uit eigen beweging een beslissing nemen tot beëindiging van het verlenen van verplichte zorg, indien het doel van verplichte zorg is bereikt of niet langer wordt voldaan aan de criteria voor verplichte zorg. Hiermee zijn er naar het oordeel van de rechtbank in dit specifieke geval voldoende waarborgen dat niet langer dan noodzakelijk verplichte zorg aan betrokkene zal worden verleend.

3. Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.8.2. kunnen worden getroffen;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 juli 2026.

Deze beschikking is op 23 januari 2026 gegeven door mr. E. Lunenberg, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van R.A.M. Smit, griffier.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E. Lunenberg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?