Rechtbank Rotterdam
Team familie
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/708047 / FA RK 25-7647
Beschikking van 11 augustus over de regeling van de uitoefening van het omgangsrecht
in de zaak van:
[grootmoeder] , hierna: de grootmoeder,
wonende te [plaats 1] ,
advocaat mr. L.T.C.M. Geurts te Den Haag,
t e g e n
[moeder] , hierna: de moeder,
wonende te [plaats 2] ,
advocaat mr. A.L. Witteveen te Rotterdam.
1. De verdere procedure
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
de tussenbeschikking van 12 maart 2026;
het bericht met bijlage van grootmoeder van 8 juli 2026;
het bericht met bijlagen van moeder van 9 juli 2026.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 14 juli 2026. Daarbij zijn verschenen:
de grootmoeder, bijgestaan door haar advocaat;
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .
2. De vaststaande feiten
Uit de moeder is geboren de minderjarige:
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2019 te [geboorteplaats] .
De moeder oefent van rechtswege het ouderlijk gezag uit over de minderjarige.
Grootmoeder is de adoptiemoeder van moeder.
Tussen grootmoeder en de minderjarige vond wekelijks omgang plaats, van maandagmiddag uit school tot dinsdagochtend naar school en donderdagmiddag uit school tot vrijdagochtend naar school.
Op 29 augustus 2025 heeft de moeder de omgang tussen de grootmoeder en de minderjarige beëindigd.
In de tussenbeschikking van 12 maart 2026 is de voorlopige afspraak tussen grootmoeder en moeder opgenomen, inhoudende;
- de grootmoeder stuurt de minderjarige eenmaal per maand, op of rond de eerste van de maand, een kaartje per post.
3. De beoordeling
Omgangsregeling
De grootmoeder verzoekt een omgangsregeling te bepalen waarbij de minderjarige iedere week van maandagmiddag uit school tot dinsdagochtend naar school en donderdagmiddag uit school tot vrijdagochtend naar school bij haar verblijft.
Subsidiair verzoekt de grootmoeder de raad opdracht te geven voor een onderzoek en meer subsidiair verzoekt de grootmoeder een bijzondere curator te benoemen.
Ontvankelijkheid
Uitgangspunt van artikel 1:377a BW is dat een kind recht heeft op omgang met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. Op grond van artikel 1:377a lid 3 BW wordt het recht op omgang slechts ontzegd indien:
a. omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of
b. degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of
c. het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat heeft doen blijken, of
d. omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
Tussen partijen is niet in geschil dat tussen de grootmoeder en de minderjarige sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking. Sinds de geboorte van de minderjarige is de grootmoeder nauw betrokken bij zijn verzorging en opvoeding. De moeder en de minderjarige hebben bovendien langere tijd bij de grootmoeder gewoond. De rechtbank oordeelt dan ook dat de grootmoeder ontvankelijk is in haar verzoek.
Grootmoeder handhaaft haar verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling. Grootmoeder heeft afgelopen tijd als pijnlijk en zwaar ervaren en stelt dat veel van de problematiek in de relatie met haar dochter pas na de start van de procedure bij haar bekend is geworden. Grootmoeder heeft het verleden heel anders ervaren. Grootmoeder hoopt de band in de toekomst te kunnen herstellen en betreurt het dat al het contact op dit moment verbroken is. Ook maakt grootmoeder zich nog steeds zorgen over het welzijn van de minderjarige. Zij twijfelt aan de draagkracht van de moeder.
Moeder voert gemotiveerd verweer. Moeder heeft de voorlopige afspraak uit de vorige beschikking als belastend ervaren en houdt het gevoel dat grootmoeder constant haar grenzen opzoekt. Ook stelt moeder dat de minderjarige het moeilijk heeft met de situatie. Het breken met grootmoeder heeft wel positief effect gehad op de band tussen haar en de minderjarige. Moeder stelt dat zij door de wisselwerking met grootmoeder niet haar moederrol kon vervullen. Op dit moment lukt dat steeds beter, mede doordat zij therapie en behandeling krijgt voor haar trauma’s en daarnaast ondersteund wordt door verschillende hulpverleningsinstanties. Onlangs heeft zij urgentie gekregen om naar een andere regio te verhuizen, weg uit de invloedssfeer van grootmoeder.
De raad benadrukt dat zowel de band tussen moeder en de minderjarige als de band tussen grootmoeder en de minderjarige belangrijk is en blijft in de ontwikkeling van de minderjarige. Grootmoeder is jarenlang een belangrijk hechtingsfiguur geweest voor de minderjarige. Het is ingewikkeld voor de minderjarige dat grootmoeder nu helemaal uit zijn leven is verdwenen. Tegelijkertijd toont de raad veel begrip voor de trauma’s en problematiek van moeder. Er is sprake van complexe adoptieproblematiek waar de moeder mee worstelt en onder lijdt. Zij is hard aan het werk om een manier te vinden daarmee om te gaan. Het is in het belang van de minderjarige dat de trauma’s van moeder niet aan hem worden doorgegeven. Daarom is de raad positief over het verbeterde contact tussen moeder en de minderjarige. Ook merkt de raad op dat er hulpverlening is betrokken bij zowel moeder als de minderjarige. De raad constateert vanuit de adviserende rol, hoe lastig ook, dat het in het belang is van de minderjarige als het contact met grootmoeder op dit moment niet hersteld wordt. Gebleken is dat moeder het contact niet kan dragen en dat is voor de raad een harde voorwaarde. Het is niet in het belang van de minderjarige als zijn moeder geen draagvlak heeft voor het contact met grootmoeder. De raad kan zich ook goed voorstellen dat er een raadsonderzoek komt om alles nog duidelijker in kaart te brengen en partijen -individueel of gezamenlijk- in contact te brengen met passende hulpverlening.
De rechtbank is van oordeel dat voldoende is gebleken dat omgang tussen de minderjarige en grootmoeder niet in het belang van de minderjarige is. Omgang tussen grootmoeder en de minderjarige zal ongeacht de vorm gedragen moeten kunnen worden door moeder. Het is de rechtbank voldoende duidelijk dat moeder dat op dit moment niet kan en ook niet op korte termijn zal kunnen. Hierdoor is er een groot risico dat omgang ernstig nadeel zal opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van de minderjarige (art. 1:377a lid 3 sub a BW).
Moeder heeft ten gevolge van haar adoptie enorm geleden in het verleden. Sinds zij zelf moeder is geworden, is dat extra moeilijk voor haar. Moeder heeft toegelicht dat zij zich onder de vleugels van grootmoeder nooit heeft kunnen ontwikkelen tot een volwassen, zelfstandige vrouw. Grootmoeder gaf haar constant het gevoel dat zij het niet zelf kon en moeder twijfelde, onder andere daardoor, op diep existentieel niveau aan zichzelf en aan haar kunnen. Zij worstelde met haar bestaansrecht en aan de basis die onder haar identiteit ligt. Door haar eigen zwangerschap is de ontwikkeling naar haar volwassenheid aangewakkerd. Zij kon niet langer vermijden haar leven, zichzelf en haar identiteit onder ogen te zien, los van de grootmoeder die haar als eerdere opvoeder heeft gevormd. Moeder heeft -hoe pijnlijk ook- moeten breken met grootmoeder om zichzelf te kunnen vinden in haar rol als moeder. Zij kon niet langer omgaan met het overheersende gevoel dat zij bij de grootmoeder heeft ervaren. Moeder heeft het gevoel dat grootmoeder haar kleinhoudt, diskwalificeert en blijft diskwalificeren als geschikte moeder. Moeder heeft het daar enorm zwaar mee gehad, hetgeen uiteindelijk zelfs heeft geleid tot een suïcidepoging. Sinds het verbreken van al het contact met de grootmoeder gaat het beter. Met hulpverlening heeft moeder gewerkt aan haar trauma’s en staat zij sterker in haar schoenen. Zij is daar nog lang niet mee klaar. Het is hard werken om in haar eigen identiteit te blijven staan. Het verbreken van contact met de grootmoeder is belangrijk geweest voor herstel van de band tussen moeder en de minderjarige; moeder heeft nu echt haar moederrol kunnen invullen. De rechtbank begrijpt dat deze rol eerst grotendeels werd vervuld door grootmoeder.
De vraag is wat deze voorgeschiedenis betekent voor de toekomst. De rechtbank begrijpt dat grootmoeder nog altijd geen vertrouwen heeft in de moeder als opvoeder. Het is volkomen begrijpelijk dat dit een gezonde band in de weg staat, niet alleen tussen de moeder en de grootmoeder, maar daarmee dus ook tussen de grootmoeder en de minderjarige. De grootmoeder zal moeten begrijpen dat de weg naar de minderjarige loopt via vertrouwen in de moeder. Zolang de grootmoeder ervan overtuigd blijft dat de moeder het niet kan, zal er geen ruimte ontstaan. Dit zal niet anders zijn als de rechtbank die ruimte forceert, nog los van het feit dat geforceerd ruimte creëren ten gunste van de grootmoeder nadelige effecten heeft op de band tussen de moeder en de minderjarige. Natuurlijk is het zonder meer een groot gemis voor de minderjarige als hij zijn oma niet in zijn leven heeft, maar zijn primaire belang is gelegen in de band die hij met zijn moeder heeft. Het is belangrijk dat moeder leert haar grenzen aan te geven en als boodschap terugkrijgt dat deze ook worden gerespecteerd, ook en vooral door de grootmoeder. Het feit dat de grootmoeder op de zitting kenbaar heeft gemaakt te weten met welke persoonlijke activiteiten de moeder op dit moment bezig is, zonder dat de moeder dat zelf aan haar heeft verteld, is een voorbeeld van hoe het niet moet. Het is een voorwaarde voor contactherstel, vroeger of later in de toekomst, dat de grootmoeder haar plaats kent ten opzichte van de moeder. De moeder heeft het volste recht haar leven in te richten op haar manier. Tegen haar grenzen duwen zal maken dat de moeder alleen maar meer urgentie zal voelen die grenzen aan te geven. Uiteindelijk is dit dus geen kansrijke route voor contactherstel. Van belang is dat de grootmoeder ruimte gaat maken voor de stilte en het verhaal van de moeder en haar daarvoor erkenning geeft. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment onder deze omstandigheden niet van de moeder kan worden gevergd draagvlak te creëren voor omgang tussen de grootmoeder de minderjarige.
De rechtbank betreurt het dat de afspraken over het sturen van kaartjes door grootmoeder aan de minderjarige niet het gewenste effect hebben gehad. Dit had een lijntje kunnen zijn tussen de minderjarige en grootmoeder. De raad heeft tijdens de mondelinge behandeling voorgesteld aan grootmoeder om kaartjes en brieven te blijven schrijven, maar deze niet te versturen. Moeder heeft verteld dat zij, als onderdeel van het breken met trauma’s uit het verleden, de minderjarige op den duur wil inlichten over haar geschiedenis, de adoptie en alles wat daarbij is komen kijken. Als de minderjarige in dat kader later contact wil opnemen met grootmoeder, heeft grootmoeder kaartjes en brieven die zij de minderjarige kan overhandigen. Dit kan het voor de minderjarige makkelijker maken om het verbreken van de hechtingsband tussen hem en grootmoeder te verwerken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank zich voldoende geïnformeerd om een beslissing te nemen en is een raadsonderzoek niet nodig. Om dezelfde reden ziet de rechtbank geen aanleiding om een bijzondere curator te benoemen. Het verzoek van de grootmoeder zal worden afgewezen.
Brief aan [voornaam minderjarige]
De rechtbank realiseert zich dat het verbreken van een (familie)band erg zwaar is voor alle betrokken partijen, maar met name voor de minderjarige. De kinderrechter zal hieronder dan ook een brief opnemen voor de minderjarige, waarin zij zal uitleggen waarom zij tot deze beslissing is gekomen. De rechtbank hoopt dat dit de minderjarige in de toekomst zal helpen in zijn zoektocht naar zichzelf en zijn verleden. Zowel de grootmoeder als de moeder beschikken met deze beschikking over deze brief. De brief zal daarnaast afzonderlijk geadresseerd aan [voornaam minderjarige] worden verstuurd. Het is aan de moeder om deze brief op een moment in de toekomst aan [voornaam minderjarige] te laten lezen.
Beste [voornaam minderjarige] ,
Je bent nog heel klein, maar je hebt recht op je verhaal. Nu al. Deze brief is voor jou, op het moment dat je moeder weet dat het goed is om die te lezen. Als je ouder wordt, zul je zien dat ieder mens een verhaal heeft. Een mens maakt van alles mee in het leven. Dat begint al als je kind bent. Wat je meemaakt is soms leuk, soms héél erg leuk en soms verdrietig of moeilijk. Het hoort er allemaal bij. Eigenlijk is het net als met een tekening of een schilderij met verf: alle kleuren komen voorbij. Er zijn lievelingskleuren en kleuren die je minder graag ziet. Toch maken ook die kleuren je tekening uiteindelijk echter. Met het leven is het precies zo. De moeilijke dingen geven het leven een verhaal: het was moeilijk, maar je hebt tóch volgehouden. Daar kan een mens heel trots op zijn. Dan heb je echt iets te vertellen. Je bent er wijzer door geworden en dat maakt je een fijn mens, voor jezelf en voor anderen.
Als kinderrechter heb ik jouw moeder en jouw oma in 2026 ontmoet in de rechtbank in Rotterdam. Twee keer heb ik ze gesproken. Daar ga ik je iets over vertellen.
Als je deze brief leest of voorgelezen krijgt, weet je inmiddels dat je moeder vroeger is opgevoed door jouw oma. Jouw oma is niet haar biologische moeder. Als heel klein meisje kwam jouw moeder bij jouw oma terecht. Het is fijn dat jouw oma voor jouw moeder heeft willen zorgen. Dat heeft jouw oma naar beste weten gedaan. Kinderen die geadopteerd zijn, hebben een ongelofelijk bijzonder levensverhaal. Zij zijn niet opgegroeid bij de moeder en/of vader bij wie ze zijn geboren. Ze zijn in een ander gezin terechtgekomen. Soms is dat al op heel jonge leeftijd gebeurd. Dat is een enorm groot verlies dat ook voor jonge kinderen zwaar en eenzaam kan zijn. Ook als ze in een fijn gezin terechtkomen, kan het heel erg moeilijk zijn voor die kinderen. Dat heeft alles te maken met vragen die gaan over wie ze zelf zijn. Die vragen kunnen moeilijk te beantwoorden zijn. Wanneer die vragen opkomen, weet niemand. Dat is heel persoonlijk. Soms is dat al heel jong en soms komt het pas later. Bij jouw moeder is het vooral gekomen toen zij zelf moeder werd: van jou. Eerst was ze kind. Toen werd ze moeder. Dat is een enorme verschuiving. Ineens moest en wilde jouw moeder zichtbaar zijn voor de belangrijkste persoon in haar leven: jij. Jouw bestaan heeft haar aangemoedigd helemaal zichzelf te worden. Maar hoe doe je dat als het moeilijk is echt te begrijpen waar je vandaan komt?
Jouw moeder is verschrikkelijk hard met zichzelf gaan werken om antwoorden te vinden. Daar heb ik met haar over mogen praten. Ik vind het een geschenk dat ik tegen jou mag zeggen: jouw moeder is een ongelofelijk bijzondere vrouw die het leven inmiddels met haar hele hart omarmt. Ze heeft veel vragen die ze moet onderzoeken. Eigenlijk geldt dat voor alle mensen: er zijn veel vragen te onderzoeken. Maar niet iedereen doet het. Jouw moeder wél. En de manier waarop ze dat doet is heel stoer. Ze loopt niet weg, maar blijft staan. Ze kijkt naar wat ze ziet, ook als het moeilijk is, en wordt iedere dag sterker in wie ze is. Het is de liefde voor jou die dit in haar heeft wakker gemaakt. Maar onthoud goed: ze doet het niet omdát jij er bent, ze doet het dóórdat jij er bent. Het moest er hoe dan ook van komen. Toen jij eraan kwam, kreeg het haast. Jouw moeder werd een vrouw die in haar eigen kracht wilde gaan staan. Liefde doet bijzondere dingen met mensen. Ze worden er moediger van.
Voor jouw oma is dit een heel ingewikkelde situatie. De band tussen jouw moeder en jouw oma is namelijk veranderd. Het lukt jouw moeder niet meer om het contact met je oma in stand te houden, in elk geval nu niet. Jouw moeder heeft na al die jaren een intense behoefte om in haar eigen vrijheid haar leven met jou op te bouwen. Ze trekt het niet meer dat iemand twijfelt aan haar verantwoordelijkheid of een oordeel heeft over de manier waarop zij leeft en moeder is van jou. Deze beslissing is krachtig maar ook verdrietig. Ook dat zal je als mens leren: complexe dingen bestaan naast elkaar en tegelijk. Het is verdrietig dat jouw moeder op dit moment geen ruimte kan vinden voor het contact met jouw oma, hoe graag jouw moeder dat zelf ook zou willen voor jou. Als ze dat dan toch zou doen, bestaat de kans dat het niet goed met haar gaat. Daarom heb ik ook niet bepaald dat er per se op dit moment contact móet komen tussen jou en je oma. Het allerbelangrijkste is dat het goed gaat met jou en met je moeder, omdat zij jouw belangrijkste opvoeder is. Als het beter gaat, komt er misschien in de toekomst wel weer ruimte voor jouw oma. Dat is goed mogelijk. Het is alleen niet iets wat we zeker weten. Daarin zit nu juist de kracht: in het niet zeker weten. Er is nu eerst ruimte nodig tussen jouw moeder en jouw oma. Dat heeft te maken met het woord identiteit: wie ben je zelf, wat maakt jou jou? Die vragen kan een mens alleen zelf beantwoorden. Daar is ruimte en vertrouwen voor nodig. Ik hoop dat jouw oma dat vertrouwen op afstand aan jouw moeder kan geven. Vertrouwen is de enige manier waarop mensen echt kunnen groeien, in zichzelf en naar elkaar toe. Juist terwijl niemand iets zeker weet.
Voor jou is heel belangrijk om dit wél zeker te weten: je hebt een oma die ontzettend veel van je houdt. In de eerste jaren van je leven is ze er heel veel voor je geweest. Je zult je hele leven bij haar terecht kunnen. Je moeder wil je graag over haar eigen levensloop vertellen als je oud genoeg bent. Daar hoort het verhaal over je oma bij. Later als je groter bent, ligt het ook weer op jouw weg om eigen keuzes te maken en te ontdekken wie je zelf bent. Dat doe je met jezelf, en ik hoop [voornaam minderjarige] , dat je dan ook kunt rekenen op mensen om je heen die van je houden en je vertrouwen. Je moeder zal altijd naast je staan, en ik gun je dat er nog meer mensen in je leven komen met wie je een fijne band zult ontwikkelen, mensen met wie je het hele leven kunt doormaken. Precies zoals een tekening met alle kleuren van de regenboog.
Met hartelijke groet,
de kinderrechter
Proceskosten
Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.
4. De beslissing
De rechtbank:
wijst de verzoeken van grootmoeder af;
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.J. Huizenga, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. Z.P. van der Knaap, griffier, op 11 augustus 2026.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.