RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/710956 / JE RK 25-2477 en C/10/711844 JE RK 25-2596
Datum uitspraak: 23 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaken van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteland] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] ,
geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteland] , hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3] ,
geboren op [geboortedatum 3] 2015 in [geboorteland] , hierna te noemen: [minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. E.B. Jobse, kantoorhoudende te Rotterdam,
[naam oma] ,
Hierna te noemen: de oma moederszijde (hierna: de oma mz), wonende in [woonplaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 28 november 2025, ontvangen op diezelfde datum (C/10/710956 / JE RK 25-2477);
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 28 november 2025, ontvangen op 15 december 2025 (C/10/711844 / JE RK 25-2596).
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam] ;
- de oma mz.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben hierover voorafgaand aan de zitting een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] . Uit het gezagsregister en BRP blijkt dat de oma mz sinds 19 januari 2012 het gezag heeft over [minderjarige 1] en [minderjarige 3] .
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verblijven bij de oma mz.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 januari 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verlengd tot 12 februari 2026.
3. De verzoeken
Ten aanzien van C/10/710956 / JE RK 25-2477
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Ten aanzien van C/10/711844 / JE RK 25-2596
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] in een voorziening van netwerkpleegzorg, te weten bij de oma mz voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De standpunten
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Het gezin is een aantal jaren geleden naar Nederland gekomen. De moeder, de oma mz en de kinderen verblijven samen in één woning. De oma mz draagt sinds de geboorte van de kinderen de zorg over hen en dat is in [geboorteland] niet anders geweest. De moeder is afwezig in het leven van de kinderen. In de afgelopen periode is het contact tussen de moeder en de oma mz verslechterd. De moeder is vertrokken naar Groningen en wilde niet langer dat [minderjarige 2] bij de oma mz verbleef. [minderjarige 2] is daarom naar de opa vz gegaan. Momenteel verblijft [minderjarige 2] grotendeels bij de oma mz en in het weekend bij de opa vz. De oma mz vindt het belangrijk dat alle drie de kinderen bij haar blijven wonen. JeugdProfs is inmiddels gestart en neemt sinds september een actievere rol in. Echter dient JeugdProfs hierin nog meer stappen te nemen. Er moet meer structuur worden aangebracht binnen het gezin en bij de oma mz thuis. Zowel de moeder als de oma mz vinden de ondertoezichtstelling niet nodig. Desondanks acht de GI een verlenging van de ondertoezichtstelling in het belang van de kinderen, zodat er ingezet kan worden op sturing en begeleiding van het gehele gezin en het starten van traumatherapie voor de kinderen.
Namens de moeder wordt ter zitting geen standpunt ingenomen.
De oma mz brengt ter zitting het volgende naar voren. Voor de oma mz is een ondertoezichtstelling niet nodig. De oma mz heeft voldoende tijd en energie om leuke dingen te doen met de kinderen, naast haar baan in de zorg. Daarnaast zou de oma mz ook graag de voogdij over [minderjarige 2] krijgen.
5. De beoordeling
Ten aanzien van C/10/710956 / JE RK 25-2477
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] nog steeds onveranderd worden bedreigd in hun ontwikkeling. De kinderen wonen alle drie in de seniorenflat van de oma mz. De oma mz draagt voor het grootste deel de zorg- en opvoeding van alle drie de kinderen alleen. De moeder is vaak afwezig en is onvoldoende beschikbaar voor de kinderen. De ambulante hulpverlening van JeugdProfs is de afgelopen maanden onvoldoende op gang gekomen. JeugdProfs dient zich de komende periode actiever in te zetten om de oma mz meer structuur, begeleiding en ondersteuning in de opvoed- en thuissituatie van de kinderen te bieden. Het is voor het komende jaar noodzakelijk dat de jeugdbeschermer in het kader van een ondertoezichtstelling betrokken blijft, zodat een onafhankelijk persoon de belangen van de kinderen voor ogen kan houden, de regie kan voeren en hulpverlening kan inzetten die in het belang van de kinderen noodzakelijk is. Daarnaast heeft de kinderrechter ter zitting aangegeven dat het voor de komende periode van groot belang is dat er aandacht is voor de financiële ondersteuning van de oma mz. Het is belangrijk dat de oma mz in staat wordt gesteld om de zorgtaken voor de kinderen op een juiste manier uit te voeren. Ook moet er aandacht zijn voor de woonsituatie van de oma mz. Het grote gezin wordt nu gedoogd in de kleine seniorenflat, maar mogelijk kan met behulp van een urgentieverklaring een woning met meer ruimte gevonden worden.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor de duur van een jaar.
Ten aanzien van C/10/711844 / JE RK 25-2596
Ook is de kinderrechter van oordeel dat een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.
De kinderrechter overweegt het volgende. [minderjarige 2] wordt grotendeels opgevoed door de oma mz. [minderjarige 2] staat officieel bij de oma mz ingeschreven maar logeert ook regelmatig bij de opa vz. De afgelopen periode heeft [minderjarige 2] een korte tijd volledig bij de opa vz verbleven, op verzoek van de moeder. Het is belangrijk dat [minderjarige 2] weer bij de oma mz gaat verblijven, vanuit waar hij naar school gaat en de opvoeding en verzorging krijgt die hij nodig heeft. Bovendien wonen [minderjarige 1] en [minderjarige 3] ook bij de oma mz. De woon- en leefsituatie van [minderjarige 2] is al jaren bij de oma mz en het is belangrijk dat zijn huidige verblijfsplek daar geborgd is. [minderjarige 2] bevindt zich in een belangrijke fase in zijn leven waarin hij zich moet kunnen hechten aan degene die hem dagelijks verzorgt en opvoedt. Dit is sinds zijn geboorte de oma mz.
Een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] is daarom nodig. De kinderrechter verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de oma mz, voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
Ten aanzien van C/10/710956 / JE RK 25-2477
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tot 12 februari 2027;
Ten aanzien van C/10/711844 / JE RK 25-2596
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de oma mz met ingang van 23 januari 2026 tot 12 februari 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026 door mr. A.M.I. van der Does, kinderrechter, in aanwezigheid van E.N. Laurensse als griffier, en op schrift gesteld op 4 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.