zaaknr./rolnr. 155249/ HAZA 03-17 wv 21 juli 2004
VONNIS
van de rechtbank Utrecht, enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken, in de zaak van:
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
e i s e r in conventie,
g e d a a g d e in reconventie, hierna te noemen: [eiser] ,
procureur: mr. 1. van Vessem,
-tegen-
de besloten vennootschap
met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] (gemeente Zeist), kantoorhoudende te [plaats] ,
g e d a a g d e in conventie, e i s e r e s in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procureur: mr. H.C. van Olden.
1
Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de tussenvonnissen van 29 oktober 2003 een 24 maart 2004, alsmede uit het volgende:
Partijen hebben vervolgens vonnis gevraagd.
2
De verdere beoordeling
in conventie en reconventie
2.1
[gedaagde] heeft in haar fax van 18 mei 2004 aangegeven dat partijen een schikking hebben bereikt. Daarbij heeft zij niet vermeld of deze schikking betrekking had op het geschil in conventie, in reconventie of beide. Echter, uit deze fax blijkt tevens dat [gedaagde] deze mededeling heeft gedaan teneinde te voorkomen dat de comparitie van partijen doorgang zou vinden die de rechtbank in het kader van het geschil in reconventie had gelast. Voorts heeft [eiser] in zijn fax van 19 mei 2004 aangegeven dat de schikking alleen het geschil in reconventie betrof. Deze mededeling is niet door [gedaagde] betwist. Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat partijen alleen ten aanzien van het geschil in reconventie een schikking hebben bereikt. Dit betekent dat in het geschil in conventie vonnis zal worden gewezen, alsmede dat de reconventionele vordering geen behandeling meer behoeft.
in conventie 2.2
De rechtbank blijft bij de inhoud van de tussenvonnissen van 29 oktober 2003 en 24 maart 2004 en bouwt daarop voort. Zoals in onderdeel 4.8 van het tussenvonnis van 29 oktober 2003 reeds is overwogen, zijn de vorderingen in conventie voor toewijzing vatbaar. De rechtbank zal deze vorderingen dan ook toewijzen.
2.3
[gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld.
3
De beslissing
De rechtbank:
in conventie 3.1
verklaart voor recht dat de erfdienstbaarheid van weg, die is gevestigd ten laste van het perceel, kadastraal bekend gemeente [gemeente] , sectie [sectie] , nummer [perceel II gedaagde] (plaatselijk bekend [adres 2] ), en ten behoeve van het perceel, kadastraal bekend gemeente [gemeente] , sectie [sectie] , nummer [perceel I eiser] (plaatselijk bekend [adres 1] ), inhoudt de bevoegdheid om te komen en te gaan van en naar de openbare weg ( [straat] te [woonplaats] ), zoals schetsmatig is aangegeven op de als productie 5 aan de inleidende dagvaarding gehechte tekening, die tevens aan dit vonnis is gehecht;
3.2
veroordeelt [gedaagde] om te gehengen en te gedogen dat [eiser] zijn recht van erfdienstbaarheid uitoefent op de onder 3.1 omschreven wijze;
3.3
veroordeelt [gedaagde] om een exemplaar van de sleutel van de toegangspoort, die gelegen is aan de openbare weg ( [straat] te [woonplaats] ) op het perceel van [gedaagde] aan [eiser] ter hand te stellen;
3.4
veroordeelt [gedaagde] om te gehengen en te gedogen dat [eiser] een toegangshek creëert op de plaats waar de erfdienstbaarheid van weg volgens de onder 3.1 bedoelde tekening uitkomt op het perceel van [eiser] ;
3.5
bepaalt dat [gedaagde] aan [eiser] een dwangsom verbeurt van€ 500,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij in gebreke blijft aan het onder 3.1 tot en met 3.4 bepaalde te voldoen;
3.6
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten aan de zijde van [eiser] gevallen, tot op deze uitspraak begroot op € 270,56,-- aan verschotten en op € 780,-- aan salaris;
3.7
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.8
wijst af het meer of anders gevorderde;
in reconventie
3.9
verstaat dat de reconventionele vordering geen behandeling meer behoeft.
Het vonnis is gewezen door mr. R.J. Verschoof en is in het openbaar uitgesproken op woensdag 21 juli 2004.