ECLI:NL:RBZWB:2016:5555

ECLI:NL:RBZWB:2016:5555, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 05-09-2016, AWB 16_1482

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 05-09-2016
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer AWB 16_1482
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Het besluit tot het overbrengen van taken naar het Zeeuws archief kan de rechterlijke toets doorstaan. Aan het besluit tot overdracht van taken liggen zakelijke en objectieve argumenten ten grondslag. Er zijn geen aanwijzingen om aan te nemen dat de gekozen oplossing is bepaald door de wens eiser van zijn stoel te krijgen. Dat er mogelijk andere oplossingen waren betekent niet dat gedeputeerde staten niet voor deze oplossing heeft mogen kiezen. Er was een dienstbelang om eiser te ontslaan uit zijn functie als provinciearchivaris. Verweerder heeft vervolgens andere taken in redelijkheid aan eiser kunnen opdragen. De aanpassing van de dienstverleningsovereenkomst is geen publiekrechtelijke rechtshandeling. In het benoemingsbesluit van een derde is geen impliciete weigering te lezen om eiser te benoemen.

Uitspraak

4. Overbrengen van wettelijke taken naar het Zeeuws archief

In het bestreden besluit zijn drie deelbeslissingen genomen; de ongegrondverklaring van het bezwaar voor zover dit zag op het overbrengen van taken en de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren voor zover deze zagen op het onderbrengen van de wettelijke taken van de provinciearchivaris bij het Zeeuws Archief, het ontslaan van verzoeker van zijn wettelijke taken conform de Archiefwet, en het uitwerken van de vervolgacties, waaronder de aanpassing van de dienstverleningsovereenkomsten het wijzigen van het takenpakket van de provinciaal archivaris. Eerst in het aanvullend beroepschrift van 7 juli 2016 heeft eiser gronden naar voren gebracht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaren. Ter zitting heeft eiser gesteld het ermee eens te zijn dat het besluit van 9 juni 2015 alleen gaat om takenoverdracht en dat de andere aspecten in latere besluiten zijn uitgewerkt. De gronden voor zover gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring hoeven daarom niet nader besproken te worden.

Naar vaste rechtspraak komt aan het bestuur een grote mate van beleidsvrijheid toe met betrekking tot het inrichten van zijn organisatie (zie bv ECLI:NL:CRVB:2014:58) Het is dan ook aan het bestuursorgaan om zijn organisatie in te delen. Dit geldt ook als de besluiten tot herinrichting van de organisatie slechts één persoon treffen. Hoewel het wellicht verstandig was geweest als eiser in een vroeg stadium betrokken was geweest bij de besluitvorming, is er geen verplichting voor het bestuursorgaan om belanghebbenden te horen of in de gelegenheid te stellen hun zienswijze naar voren te brengen tegen een voorgenomen wijziging van de inrichting van de organisatie.

De rechtbank is van oordeel dat aan het besluit tot overdracht van taken zakelijke en objectieve argumenten ten grondslag liggen. Het belangrijkste argument is de wens om belangenverstrengeling te voorkomen. Door eiser is ook erkend dat de invulling/uitvoering van taken zoals deze voorheen waren georganiseerd op problemen stuitte. Dat er een verandering in invulling/uitvoering van taken moest komen was dan ook voor eiser duidelijk.

Anders dan eiser is de rechtbank van oordeel dat er geen aanwijzingen zijn om aan te nemen dat de gekozen oplossing is bepaald door de wens eiser van zijn stoel te krijgen.

De rechtbank stelt vast dat het merendeel van eisers argumenten zien op de mogelijkheden om de ontstane belangenverstrengeling op een andere manier op te lossen en de onwenselijkheid van de gekozen oplossing. Dat er mogelijk andere oplossingen waren om de ontstane belangenverstrengeling te voorkomen kan zo zijn, maar dat kan niet tot het oordeel leiden dat gedeputeerde staten niet voor de thans betwiste oplossing heeft mogen kiezen. Dat eiser het onwenselijk vindt dat een medewerker van het Zeeuws archief wordt benoemd, is onvoldoende om te kunnen oordelen dat de beleidsvrijheid van gedeputeerde staten moet worden ingeperkt. Eisers gronden, voor zover deze zien op de mogelijkheid van andere oplossingen en de onwenselijkheid van de gekozen oplossing, kunnen dan ook niet slagen.

Uit de stukken is gebleken dat overleg heeft plaatsgevonden met de ondernemingsraad. De voorzitter van de ondernemingsraad heeft in een mail laten weten dat de ondernemingsraad deze kwestie geen zaak van de ondernemingsraad vindt. Tevens heeft de adviescommissie bezwaarschriften gemotiveerd waarom er sprake is van een zeer lichte reorganisatie en dat daarom artikel 2, lid 1, onder a, van het Sociaal statuut Zeeland 2007 niet van toepassing is. De enkele, niet onderbouwde, stelling van eiser dat niet gebleken is dat de gedeputeerde staten zich aan de geldende voorschriften heeft gehouden, is onvoldoende om te oordelen dat niet voldaan is aan de voorschriften. Ook deze grond kan derhalve niet slagen.

Anders dan eiser is de rechtbank van oordeel dat de functie van provinciearchivaris is opgedragen aan mevrouw [naam provinciearchivaris] en niet aan het Zeeuws archief. Dit blijkt ook wel uit het besluit om mevrouw [naam provinciearchivaris] te benoemen. Dat besloten is om de taken van de provinciearchivaris onder te brengen bij het Zeeuws archief betekent dus niet dat het Zeeuws archief zelf is benoemd als provinciearchivaris. Eisers argument dat een orgaan niet kan worden benoemd hoeft daarom niet nader besproken te worden.

Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat het besluit tot het overbrengen van taken naar het Zeeuws archief de rechterlijke toets kan doorstaan.

Het ontslaan uit de functie van provinciearchivaris.

Zoals onder 4. is overwogen heeft gedeputeerde staten de taken van provinciearchivaris mogen onderbrengen bij het Zeeuws archief. Nu deze taken niet meer binnen de organisatie van de provincie worden verricht, zal beoordeeld moeten worden wat dit betekent voor eiser.

Verweerder heeft gemotiveerd gesteld en eiser heeft niet betwist dat de taken die behoren bij de functie van provinciearchivaris voor 0,3 fte vielen onder eisers taken als provinciaal archivaris, waarvoor hij voor 0,6 fte een aanstelling had. In het benoemingsbesluit tot provinciaalarchivaris is geen termijn genoemd en is opgenomen dat periodiek wordt bekeken of de functie nog aan de orde is. Anders dan eiser is de rechtbank dan ook van oordeel dat eiser niet voor een vaste periode van minimaal 3 jaar is benoemd. Dat ingevolge artikel B5 van de CAP een ambtenaar in beginsel voor tenminste drie jaar wordt benoemd, betekent niet dat onder omstandigheden niet besloten kan worden om eerder dan die 3 jaar andere taken op te dragen. Ingevolge artikel B6, derde lid van de CAP kan het dienstbelang immers vergen dat de werknemer een andere passende functie dient te aanvaarden. Nu artikel B5 van de CAP niet dwingend is geformuleerd, maar slechts een uitgangspunt noemt en er in het benoemingsbesluit ook een voorbehoud is gemaakt, is de rechtbank van oordeel dat eiser aan deze bepaling niet het recht kan ontlenen om niet te worden ontslagen van zijn taken voor het einde van een periode van 3 jaar.

Eiser heeft terecht aangevoerd dat gedeputeerde staten als werkgever een zorgplicht heeft om te bekijken of eiser de taken die zijn overgedragen aan het Zeeuws archief kan volgen, en hem dus bij het Zeeuws Archief in dienst te laten treden als proviciearchivaris. Gedeputeerde staten heeft deze mogelijkheid echter afgewezen omdat, zoals ter zitting is onbetwist is gesteld, het Zeeuws archief eiser niet wilde overnemen voor 0,3 fte. Daarbij kwam dat gedeputeerde staten het ongewenst vond dat die taak dan bleef conflicteren met de taken in eisers resterende aanstelling bij de provincie.

Los van de vraag of het gewenst was dat eiser voor 0,3 fte over zou gaan naar het Zeeuws archief (al dan niet via detachering) stond deze optie dus niet open nu het Zeeuws archief hieraan niet wilde meewerken. Er was derhalve een dienstbelang om eiser te ontslaan uit zijn functie als provinciearchivaris en hem in plaats daarvan andere taken op te dragen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat gedeputeerde staten in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van zijn ontslagbevoegdheid.

Het opdragen van andere taken voor 0,3 fte.

Ingevolge artikel A1, lid 1, aanhef en onder c van de CAP is een passende functie een functie die de ambtenaar redelijkerwijs kan worden opgedragen. De rechtbank stelt vast dat het schaalniveau van de functie adviseur services D gelijk is aan het niveau van de functie provinciaal archivaris. Gedeputeerde staten heeft in de beslissing op bezwaar uitgebreid gemotiveerd waarom de taken die vallen onder de functie adviseur services D passend zijn voor eiser. Buiten de stelling dat deze functie geen carrièreperspectief heeft, heeft eiser niet onderbouwd waarom deze functie voor hem niet passend zou zijn. Gedeputeerde staten heeft in het betreden besluit opgesomd naar welke functies eiser zou kunnen doorgroeien vanuit de functie adviseur D. Eiser heeft tegenover deze opsomming geen argumenten ingebracht, zodat de rechtbank geen aanleiding ziet om te oordelen dat er geen carrièreperspectief is. Nu geen andere gronden zijn aangevoerd waarom de functie niet passend zou zijn, is de rechtbank van oordeel dat deze functie redelijkerwijs aan eiser kan worden opgedragen.

Het opdragen van andere taken voor 0,4 fte.

Met betrekking tot eisers stelling dat de termijn waarvoor hij benoemd was, nog niet was verstreken, verwijst de rechtbank naar hetgeen daaromtrent is overwogen onder punt 5.2.

De rechtbank stelt vast dat het schaalniveau van de functie functioneel applicatiebeheerder gelijk is aan het schaalniveau van de functie medewerker archief.

Ter zitting heeft eiser gesteld dat de taken die hij in 2009 moest uitvoeren (instructie geven over systeemgebruik, autorisaties geven en het instaleren van pc’s) identiek zijn aan de taken die hij nu moet uitvoeren. Eiser heeft erkend dat hij de kennis en kunde bezit voor deze werkzaamheden, maar heeft daarbij gesteld dat deze werkzaamheden ver beneden zijn niveau lagen. Ter zitting heeft de gemachtigde van gedeputeerde staten opgesomd wat de taken binnen de functie van functioneel applicatiebeheerder zijn. Die opsomming komt overeen met de beschrijving zoals is opgenomen in het functieboek. Buiten de taken uit 2009 moet eiser nu onder andere ook meedenken in de ontwikkeling van werkinstructies en procedures en moet hij systemen beheren.

Nog daargelaten dat eiser zonder nadere onderbouwing heeft gesteld ziek te zijn geworden van de werkzaamheden in 2009 blijkt uit de opsomming van taken in onder andere het functieboek dat de opgedragen functie breder is dan de functie in 2009. De rechtbank is er dan ook niet van overtuigd dat de opgedragen werkzaamheden niet passend zijn voor eiser. Dat eiser thans ziek thuis is, betekent niet zondermeer dat de opgedragen werkzaamheden voor hem ziekmakend zijn. Uit het door eiser overgelegde deskundigenrapport blijkt niet dat eiser ten gevolge van het hem opgedragen werk ziek is geworden maar dat dat zijn oorzaak vindt in het ontstane arbeidsconflict.

Nu niet gebleken is dat de opgedragen werkzaamheden niet passen binnen de kennis en kunde van eiser, het schaalniveau hetzelfde is, de opgedragen werkzaamheden breder zijn dan in 2009 en mede gezien het tijdsverloop sinds 2009 is de rechtbank van oordeel dat de aangeboden werkzaamheden op zich passend zijn voor eiser. Dat hij deze werkzaamheden thans niet kan verrichten wegens een arbeidsconflict, staat los van de beoordeling of de functie op zich passend is. De rechtbank is dan ook van oordeel dat deze werkzaamheden redelijkerwijs aan eiser kunnen worden opgedragen.

6. Besluitenlijst van 1 september 2015.

In de besluitenlijst van 1 september 2015 is vermeld dat de wettelijke taken van de provinciearchivaris ondergebracht worden bij het Zeeuws archief. De notulen van 1 september 2015 ten grondslag vermelden echter dat de geheimhouding van de overdracht van taken wordt opgeheven. Gelet op deze notulen kan niet worden geoordeeld dat de besluitenlijst van 1 september 2015, voor zover deze ziet op de overdracht van taken, iets anders bevat dan een besluit tot opheffing van geheimhouding. Tegen die opheffing van de geheimhouding heeft eiser geen bezwaren. Eisers bezwaren zijn gericht tegen de overheveling van taken. Voor zover al zou worden uitgegaan van de in de besluitenlijst opgenomen – onjuiste – omschrijving van het besluit, zou het gaan om een herhaald besluit. Dan heeft dat besluit geen rechtsgevolg.

Het bezwaar van eiser is terecht niet-ontvankelijk verklaard.

7. Aanpassing van de dienstverleningsovereenkomst.

Anders dan eiser is de rechtbank van oordeel dat met de aanpassing van de dienstverleningsovereenkomst niet is besloten om iemand van het Zeeuws archief te benoemen als provinciaal archivaris. Ten eerste staat dit niet in de aanpassing genoemd en ten tweede is het besluit om taken over te dragen al genomen bij besluit van 9 juni 2015. De aanpassing van de dienstverleningsovereenkomst is een logisch gevolg van het besluit van 9 juni 2015, maar dit maakt de aanpassing geen publiekrechtelijke rechtshandeling. Het gaat hier om de aanpassing van een privaatrechtelijke overeenkomst ter uitvoering van het eerdere besluit. Eisers stelling dat hiermee het publiekrecht wordt omzeild volgt de rechtbank niet nu tegen de beslissing om de taken over te hevelen naar het Zeeuws archief bezwaar en beroep heeft open gestaan, welke rechtsgang ook door eiser is gevolgd. Het bezwaar van eiser is dan ook op goede gronden niet-ontvankelijk verklaard.

8. De benoeming van mevrouw [naam provinciearchivaris] als provinciearchivaris.

Naar vaste rechtspraak kan een betrokkene alleen opkomen tegen een besluit een ander te benoemen als gesteld kan worden dat het besluit tevens kan worden aangemerkt als een weigering hem aan te stellen (onder andere ECLI:NL:CRVB:2013:2440). Hoewel de situaties in de hier bedoelde rechtspraak niet helemaal gelijk zijn aan de situatie in deze zaak, omdat het in de aangehaalde uitspraak niet gaat om een belanghebbende die eerder is ontslagen uit diezelfde functie, is de rechtbank van oordeel dat de rechtsregel die voortvloeit uit deze rechtspraak ook van toepassing is op eiser. Achterliggende gedachte bij deze rechtspraak is immers dat iemand niet twee maal tegen hetzelfde rechtsgevolg kan opkomen. Als al eerder is besloten dat iemand niet in aanmerking komt voor een bepaalde functie, kan hij niet meer opkomen tegen het besluit een ander op die functie te benoemen.

De rechtbank ziet zich dan ook voor de vraag gesteld of met het besluit van 7 september 2015 tot benoeming van mevrouw [naam provinciearchivaris] (impliciet) is besloten eiser niet te benoemen als provinciearchivaris bij het Zeeuws archief. Deze vraag beantwoordt de rechtbank ontkennend. Daartoe wordt het volgende overwogen.

Zoals uit hetgeen onder punt 5.1 is overwogen heeft gedeputeerde staten eiser kunnen ontslaan voor zijn taken als provinciearchivaris. Bij de afweging of gedeputeerde staten eiser mocht ontslaan heeft de gedeputeerde staten ook de vraag moeten betrekken of eiser de taken als provinciearchivaris zou kunnen uitvoeren bij het Zeeuws archief (al dan niet op basis van detachering). De afweging of eiser benoemd zou kunnen worden als provinciearchivaris bij het Zeeuws archief is derhalve al gemaakt bij het ontslagbesluit. Door eiser te ontslaan van zijn taken is daarmee (impliciet) ook besloten om eiser niet te benoemen als provinciearchivaris bij het Zeeuws archief. Als eiser ook nog bezwaar zou kunnen maken tegen het besluit waarbij iemand anders benoemd wordt, zou dit betekenen dat hij twee maal een rechtsingang zou hebben tegen een en hetzelfde rechtsgevolg (namelijk het niet benoemen van eiser als provinciearchivaris bij het Zeeuws archief). Dit zou in strijd komen met vaste rechtspraak waarbij geoordeeld wordt dat tegen herhaalde besluitvorming geen bezwaar openstaat (bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2014:3579). Hoewel de rechtbank onderkent dat eiser een belang heeft bij het niet benoemen van een ander op zijn oude functie (voor het geval dat het ontslagbesluit niet in stand zou blijven), zeker nu het hier gaat om één unieke functie die niet door twee personen kan worden uitgevoerd, is dat een aspect dat bij het ontslagbesluit aan de orde moet komen en niet in het besluit tot benoeming van een ander. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om in het benoemingsbesluit van mevrouw [naam provinciearchivaris] een impliciete weigering eiser te benoemen te lezen. Het bezwaar is dan ook op goede gronden niet ontvankelijk verklaard.

9. Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen zal het beroep ongegrond worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F.P.J. Schoonen, voorzitter, en mr. D. van Kralingen en mr. mr. R.P. Broeders, leden, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 september 2016 en door de voorzitter ondertekend. De griffier is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. F.P.J. Schoonen
  • mr. D. van Kralingen
  • mr. mr. R.P. Broeders

Griffier

  • mr. A.J.M. van Hees

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?