ECLI:NL:RBZWB:2016:8765

ECLI:NL:RBZWB:2016:8765, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 06-07-2016, 4529874 CV 15-6128

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 06-07-2016
Datum publicatie 10-12-2025
Zaaknummer 4529874 CV 15-6128
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656 BWBR0005289 BWBR0005290 BWBR0031432

Samenvatting

Overeenkomst van opdracht ter zake rechtsbijstand Dexia-zaak. Geschil over de aan de belangenbehartiger toekomende vergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Breda

zaak/rolnr.: 4529874 CV EXPL 15-6128

vonnis d.d. 6 juli 2016

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LEASEPROCES BV,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,

eiseres,

gemachtigde: mr. G.P. Polders,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [plaats] ,

gedaagde,

procederend in persoon.

1. Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. de dagvaarding van 7 oktober 2015 met 15 producties;

b. de conclusie van antwoord met 2 producties;

c. de conclusie van repliek met 1 productie, genummerd 16;

d. de conclusie van dupliek met 1 productie;

e. de akte uitlating productie van de zijde van eiseres

f. de antwoordakte van de zijde van gedaagde.

2. Het geschil

Eiseres (verder te noemen Leaseproces) vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde (verder te noemen [gedaagde] ) veroordeelt tot betaling van primair een bedrag van € 8.766,65 en subsidiair een bedrag van € 9.879,23, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 augustus 2014, althans vanaf de dag van opeisbaarheid, tot de dag der algehele voldoening, alsmede vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 813,33, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en de nakosten.

[gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Leaseproces tot vergoeding van de door hem geleden emotionele schade, een bedrag van € 5.000,00, en in de volledige proceskosten, een bedrag van € 3.010,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het wijzen van het vonnis tot de dag der algehele voldoening.

3. De beoordeling

De volgende feiten staan in rechte vast:

- [gedaagde] heeft in de periode van 1998 tot en met 2001 met Dexia Bank Nederland NV en/of

haar rechtsvoorgangster (verder te noemen Dexia) enkele aandelenleaseovereenkomsten

gesloten.

- De echtgenote van [gedaagde] heeft voor het aangaan van deze overeenkomsten geen

schriftelijke toestemming verleend. Zij heeft bij brief van 28 oktober 2004 de

aandelenleaseovereenkomsten op de voet van art. 1:89 BW buitengerechtelijk vernietigd.

- Dexia heeft medegedeeld deze buitengerechtelijke vernietiging niet te erkennen. Daarop

heeft de gemachtigde van [gedaagde] , Beursklacht BV, een procedure aanhangig gemaakt bij de

rechtbank Amsterdam.

- Bij beschikking van 25 januari 2007 heeft het gerechtshof Amsterdam op de voet van

art. 7:907 lid 1 BW de overeenkomst tussen Dexia en anderen verbindend verklaard. [gedaagde]

heeft tijdig een opt-outverklaring uitgebracht tegen deze zogenaamde Duisenbergregeling,

waardoor hij daar niet aan gebonden is.

- Bij vonnis van 6 juni 2012 van de rechtbank Amsterdam is Dexia veroordeeld om aan

[gedaagde] een bedrag van € 19.131,80 te betalen. Dexia is tegen dit vonnis in hoger beroep

gegaan op 23 juli 2012.

- Op 3 juli 2012 is Beursklacht BV gefailleerd.

- Leaseproces was belangenbehartiger van [gedaagde] in de hoger beroepsprocedure. Daartoe

hebben zij een overeenkomst van opdracht gesloten. In de offerte van 8 januari 2013 van

Leaseproces staat:

“(…)

Wij zijn bereid om u in de hoger beroepsprocedure bij te staan onder de volgende

voorwaarden:

De door het gerechtshof in rekening te brengen griffierechten komen voor uw rekening. Deze bedragen € 683,-. Als uw zaak wordt gewonnen dan moet Dexia deze kosten aan u terugbetalen.

De opstartkosten voor het hoger beroep in uw zaak bedragen € 150,-

Wij brengen u 25% in rekening over het eventuele voordeel voor u ten opzichte van de Duisenbergregeling. Dit percentage is ook verschuldigd als een schikking wordt getroffen.

De door het gerechtshof eventueel toe te kennen vergoeding voor advocaatkosten komt ons toe als bijdrage in de kosten van de door ons in te schakelen advocaat.

Verder wijzen wij u erop dat het altijd mogelijk is dat de hoger beroepsprocedure wordt verloren. De rechter kan dan bepalen dat u een bijdrage dient te betalen in de proceskosten van Dexia. Deze kosten komen dan voor uw rekening.

(…)”. - Bij arrest van 27 mei 2014 heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 6 juni 2012 bekrachtigd.- Op 1 augustus 2014 heeft Leaseproces een bedrag van € 8.766,65 aan [gedaagde] gefactureerd. In de factuur staat:“(…)Totaal van Dexia te ontvangen € 19.131,80

Berekening resultaat (voordeel t.o.v. de Duisenbergregeling):

Als u gekozen had voor de Duisenbergregeling had u aan Dexia moeten betalen € 15.934,81 Totaal van Dexia te ontvangen (exclusief griffierecht) € 19.131,80 Voordeel t.o.v. de Duisenbergregeling € 35.066,61

(…)

Aan Leaseproces komt toe:

Het aan Leaseproces toekomende percentage over het voordeel (zie offerte) € 8.766,65 (…)”. - Tot op heden heeft [gedaagde] deze factuur niet voldaan.

Leaseproces grondt haar vordering primair op toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst van opdracht. Zij stelt dat [gedaagde] niet aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan. Zij vordert van hem een bedrag van € 8.766,65, zijnde 25% van het (positief) verschil tussen het bedrag dat [gedaagde] verschuldigd zou zijn aan Dexia op grond van de Duisenbergregeling (€ 15.934,81) en het aan [gedaagde] in de civiele procedure toegekende bedrag (€ 19.131,80), derhalve 0,25 x € 35.066,61 = € 8.766,65.

Voorts vordert Leaseproces over voormeld bedrag wettelijke rente vanaf 16 augustus 2014 tot de dag der algehele voldoening. Tot slot maakt Leaseproces op de voet van art. 6:96 BW aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 813,33.

[gedaagde] betwist dat Leaseproces een vordering op hem heeft. Daartoe voert hij allereerst aan dat de offerte niet rechtsgeldig is, omdat daarin slechts een percentage wordt genoemd dat verschuldigd is over het voordeel ten opzichte van de Duisenbergregeling. Volgens hem had er in de offerte een bedrag van € 8.766,65 moeten worden vermeld. Voorts voert [gedaagde] aan dat Leaseproces hem in de offerte geen informatie heeft verstrekt over de Duisenbergregeling. Daar komt bij, aldus [gedaagde] , dat de Duisenbergregeling geldt tussen Dexia en haar gedupeerden. Leaseproces kan volgens hem dan ook geen beroep doen op die regeling voor de berekening van de aan haar als belangenbehartiger toekomende vergoeding. Hij voegt daar nog aan toe dat als hij geweten had dat hij zo’n groot bedrag aan Leaseproces verschuldigd zou zijn, hij geen overeenkomst van opdracht met Leaseproces had gesloten.

[gedaagde] maakt aanspraak op een bedrag van € 5.000,00 in verband met de als gevolg van de gang van zaken door hem geleden emotionele schade, € 3.000,00 in verband met aan de procedure bestede werkuren en € 10,00 aan materiaalkosten, in totaal een bedrag van € 8.010,00. Over dit bedrag vordert hij vertragingsrente ex art. 6:119 BW vanaf de dag van het vonnis tot de dag der algehele voldoening.

Leaseproces betwist dat [gedaagde] niet bekend is met de Duisenbergregeling. Dexia heeft haar afnemers van aandelenleaseproducten daaromtrent uitgebreid geïnformeerd. Ter staving van deze stelling verwijst zij naar de als productie 14 bij dagvaarding overgelegde brief van Dexia aan [gedaagde] van 22 februari 2007. Daar komt volgens Leaseproces nog bij dat [gedaagde] destijds middels een opt-outverklaring heeft aangegeven niet aan deze regeling gebonden te zijn. Zij meent dan ook dat op haar geen informatieplicht rust.

De kantonrechter overweegt als volgt. Uit de offerte van Leaseproces van 8 januari 2013 blijkt dat zij “25% in rekening brengt over het eventuele voordeel voor u ten opzichte van de Duisenbergregeling.” [gedaagde] stelt in de conclusie van antwoord en in de conclusie van dupliek dat hij niet bekend is met die regeling. Dit verweer treft geen doel. [gedaagde] heeft immers in de conclusie van dupliek aangevoerd dat Dexia hem wel informatie over deze regeling heeft toegezonden, maar dat hij deze niet heeft gelezen. Het feit dat [gedaagde] deze informatie niet heeft gelezen komt voor zijn rekening en risico. Hij had op de hoogte kunnen zijn van deze informatie, maar heeft er zelf voor gekozen deze niet te lezen. Dit betekent dat [gedaagde] bij het aangaan van de overeenkomst van opdracht had moeten begrijpen dat hij een bedrag aan Leaseproces verschuldigd zou zijn bij het winnen van de procedure ter hoogte van 25% over het voordeel dat hij zou hebben door te gaan procederen. Anders dan [gedaagde] meent de kantonrechter dat op Leaseproces bij deze stand van zaken geen informatieplicht rust. Bij onduidelijkheid over de berekeningswijze van de door hem aan Leaseproces verschuldigde vergoeding had [gedaagde] daarover bij Leaseproces verduidelijking kunnen vragen.

De kantonrechter is met Leaseproces van oordeel dat het verweer van [gedaagde] dat de offerte niet rechtsgeldig is, omdat daarin het bedrag dat bij [gedaagde] in rekening zal worden gebracht bij het winnen van de procedure niet is opgenomen, tevergeefs is opgeworpen. Het staat partijen immers vrij om de hoogte van de vergoeding af te laten hangen van het voordeel dat [gedaagde] geniet door niet met de Duisenbergregeling akkoord te gaan. De omstandigheid dat, zoals [gedaagde] stelt in de antwoordakte, de uit die regeling voor hem voortvloeiende bedragen bij het aangaan van de overeenkomst op 8 januari 2013 bij Leaseproces bekend waren, maakt zulks niet anders. [gedaagde] had hier navraag naar kunnen doen. Het verweer van [gedaagde] dat Leaseproces, nu zij geen partij is bij de Duisenbergregeling, geen beroep op die regeling kan doen, is niet juist. Leaseproces doet geen beroep op die regeling. Zij is met [gedaagde] overeengekomen dat bij deze regeling zal worden aangeknoopt bij de berekening van de aan haar toekomende vergoeding. Dit staat partijen vrij.

Het voorgaande betekent dat de primaire vordering van Leaseproces tot betaling van een bedrag van € 8.766,65 zal worden toegewezen. Bespreking en beoordeling van de subsidiaire vordering tot vergoeding van de door Leaseproces aan de procedure in hoger beroep bestede tijd is daardoor niet meer nodig.

De door Leaseproces over voormeld bedrag gevorderde vertragingsrente is toewijsbaar, omdat [gedaagde] daartegen geen verweer heeft gevoerd.

Leaseproces maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Leaseproces heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal dan ook worden toegewezen.

[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. Deze worden aan de zijde van Leaseproces begroot op een bedrag van:- dagvaarding € 84,26

- griffierecht € 466,00- salaris gemachtigde (2,5 pnt) € 625,00

totaal € 1.175,26

Dit betekent ook dat de door [gedaagde] gevorderde proceskosten ter hoogte van € 8.010,00 voor zijn eigen rekening moeten blijven.

De door Leaseproces gevorderde nakosten zullen voorwaardelijk worden toegewezen, voor zover nakosten gemaakt zullen worden en [gedaagde] niet vrijwillig binnen 14 dagen na aanschrijving door Leaseproces aan de veroordeling in het vonnis heeft voldaan. Daarbij overweegt de kantonrechter dat [gedaagde] , indien hij door de aanschrijving door Leaseproces pas kennis heeft kunnen nemen van de inhoud van het vonnis, de gelegenheid moet worden geboden om binnen een redelijke termijn aan de veroordeling in dit vonnis te voldoen, waarbij een termijn van veertien dagen als een redelijke termijn voor nakoming wordt gezien. De nakosten zullen worden begroot conform landelijk beleid tot een half salarispunt (met een maximum van € 100,00), zijnde een bedrag van € 100,00 Dit bedrag wordt vermeerderd met de betekeningkosten van het vonnis indien het vonnis na de hiervoor genoemde termijn is betekend.

4. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Leaseproces te betalen een bedrag van € 9.579,98 (negenduizend vijfhonderdnegenenzeventig euro en achtennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 8.766,65 vanaf 16 augustus 2014 tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, aan de zijde van Leaseproces tot op heden begroot op € 1.175,26;

veroordeelt [gedaagde] om aan Leaseproces te betalen de nakosten, welke voorwaardelijk worden begroot op € 100,00 voor het geval dat [gedaagde] gedurende 14 dagen na aanschrijving door Leaseproces niet heeft voldaan aan de bij dit vonnis uitgesproken veroordeling, te vermeerderen met de betekeningkosten van het vonnis indien het vonnis na die termijn is betekend;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Meyboom en in het openbaar uitgesproken op woensdag 6 juli 2016.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?