ECLI:NL:RBZWB:2021:7115

ECLI:NL:RBZWB:2021:7115

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 17-11-2021
Datum publicatie 19-08-2026
Zaaknummer 8945942 CV EXPL 20-5672
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Tilburg

Samenvatting

Huurovereenkomst; bemiddeling; onverschuldigde betaling; waarborgsom.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken

Tilburg

zaak/rolnr.: 8945942 CV EXPL 20-5672

vonnis d.d. 17 november 2021

inzake

[eiser] ,

wonende te [plaats 1] (Verenigde Staten),

eiser,

gemachtigde: [gemachtigde] , gerechtsdeurwaarder te Leeuwarden,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Tijdelijk Twee Woningen B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te 5051 DS Goirle, Edisonstraat 6-k6,

gedaagde,

procederend in persoon.

Partijen zullen hierna “ [eiser] ” en “Tijdelijk Twee Woningen” worden genoemd.

1. Het verdere verloop van de procedure

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. het tussenvonnis in deze zaak van 28 april 2021 met de daarin genoemde stukken;

b. de akte zijdens gedaagde van 11 oktober 2021;

c. de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 12 oktober 2021.

Hierna is vonnis bepaald.

2. Het geschil

[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Tijdelijk Twee Woningen te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 6.573,82 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 5.700,00 vanaf 21 juli 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Tijdelijk Twee Woningen in de proceskosten.

Tijdelijk Twee Woningen voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering.

3. De beoordeling

[eiser] legt – kort samengevat – het volgende aan zijn vordering ten grondslag. Omstreeks april 2020 heeft [eiser] de intentie om de woning aan het [adres] te [plaats 2] te huren middels tussenkomst van Tijdelijk Twee Woningen als makelaar. Op 3 mei 2020 heeft [eiser] de borgsom van € 5.700,00 aan Tijdelijk Twee Woningen betaald. Door de aanhoudende Covid-19-crisis hebben [eiser] en de verhuurders afgezien van het tekenen van de door Tijdelijk Twee Woningen opgestelde huurovereenkomst. [eiser] voert aan dat door het niet in werking treden van de huurovereenkomst er geen rechtsgrond meer is voor de reeds betaalde borg aan Tijdelijk Twee Woningen, waardoor de borg onverschuldigd is betaald en Tijdelijk Twee Woningen derhalve ongerechtvaardigd is verrijkt. Gelet op het voorgaande dient de onverschuldigde betaling conform art. 203 van het Burgerlijk Wetboek 6 (hierna: art. 6:203 BW) aan [eiser] worden terugbetaald, aldus [eiser] .

Tijdelijk Twee Woningen heeft ter verweer, verkort weergegeven, het volgende aangevoerd. Tijdelijk Twee Woningen stelt zich op het standpunt dat zij niet verplicht is de borgsom aan [eiser] terug te betalen omdat er volgens haar geen enkele rechtsverhouding tussen haar en [eiser] bestaat. Tijdelijk Twee Woningen beroept zich op artikel 9.4 van de huurovereenkomst waarin tussen partijen is overeengekomen dat de borg door de verhuurders dient te worden terugbetaald. Dat de huur is betaald aan Tijdelijk Twee Woningen en de huurovereenkomst niet door partijen is ondertekend, doet daar volgens Tijdelijk Twee Woningen niet van af. Tijdelijk Twee Woningen heeft de ontvangen borgsom verrekend met de bemiddelingskosten, bestaande uit administratiekosten en een maand huur exclusief btw, welke de verhuurders nog niet aan Tijdelijk Twee Woningen hebben voldaan.

Allereerst dient de kantonrechter te bepalen of de huurovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. [eiser] heeft gesteld dat partijen vanwege de Covid-19-crisis hebben afgezien van het aangaan van de huurovereenkomst. De huurovereenkomst is om die reden niet ondertekend. Door Tijdelijk Twee Woningen is gesteld dat beide partijen akkoord zijn gegaan met de inhoud van de huurovereenkomst en dat derhalve de huurovereenkomst toch tot stand is gekomen. Zij verwijst daartoe naar een e-mail van 28 maart 2020 en een e-mail van 15 april 2020 van de verhuurders aan Tijdelijk Twee Woningen, waarin is vermeld dat verhuurders akkoord gaan met de concept tekst van de huurovereenkomst. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Tijdelijk Twee Woningen hiermee onvoldoende gemotiveerd betwist dat de verhuurders en [eiser] in verband met de Covid-19-crisis hebben afgezien van het aangaan van de huurovereenkomst. Nog daargelaten dat niet is komen vast te staan dat ook [eiser] akkoord is gegaan met de inhoud van de huurovereenkomst – deze stelling is door Tijdelijk Twee Woningen niet onderbouwd en is door [eiser] betwist –, volgt uit het enkele akkoord gaan met de tekst van de huurovereenkomst jegens de makelaar niet dat de verhuurders en [eiser] de huurovereenkomst zijn aangegaan. Daartoe is vereist dat er een aanbod is gedaan om de huurovereenkomst te sluiten en dat dit aanbod is aanvaard. Gesteld noch gebleken is dat hiervan sprake is geweest.

Gelet op de voorgaande overweging is de kantonrechter van oordeel dat de huurovereenkomst tussen [eiser] en de verhuurder niet tot stand is gekomen. Derhalve zijn de bepalingen uit de huurovereenkomst en de door Tijdelijk Twee Woningen ter mondelinge behandeling overgelegde algemene bepalingen niet van toepassing.

Nu de kantonrechter heeft vastgesteld dat er geen huurovereenkomst tussen de verhuurders en [eiser] tot stand is gekomen, komt de kantonrechter tot de conclusie dat de door [eiser] betaalde borg onverschuldigd is betaald aan Tijdelijk Twee Woningen en daarom zal de vordering worden toegewezen. De hierover gevorderde rente zal worden toegewezen als hierna bepaald.

[eiser] maakt aanspraak op een bedrag van € 798,82 aan buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat [eiser] voldoende heeft gesteld om te kunnen oordelen dat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag is conform het Besluit buitengerechtelijke incassokosten en zal daarom worden toegewezen.

Tijdelijk Twee Woningen zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten aan de zijde van [eiser] worden vastgesteld op € 964,69 (€ 106,69 aan dagvaardingskosten, € 236,00 aan griffierecht en € 622,00 aan gemachtigdensalaris (2 punten à € 311,00 voor de dagvaarding en voor de mondelinge behandeling)).

4. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Tijdelijk Twee Woningen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 6.573,82 vermeerderd met de wettelijke rente over € 5.700,00 vanaf 21 juli 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Tijdelijk Twee Woningen in de kosten van dit geding, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 964,69, daarin begrepen een bedrag van € 622,00 als salaris voor de gemachtigde van [eiser] ;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben, en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2021.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand