ECLI:NL:RBZWB:2022:8652

ECLI:NL:RBZWB:2022:8652, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-12-2022, C/02/394023 / HA ZA 22-44

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 21-12-2022
Datum publicatie 01-10-2025
Zaaknummer C/02/394023 / HA ZA 22-44
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005288 BWBR0005289 BWBR0005291

Samenvatting

Inhoudsindicatie volgt

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht Zittingsplaats Middelburg

Zaaknummer: C/02/394023 / HA ZA 22-44

Vonnis van 21 december 2022

in de zaak van

1. [eiser] ,

te [plaats] ,

2. [eiseres] ,

te [plaats] ,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: [eisers] ,

advocaat: mr. S.E.C. Veldhof te Breda,

tegen

1. [gedaagde 1] ,

te [plaats] ,

2. [gedaagde 2] ,

te [plaats] ,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: [gedaagden] ,

advocaat: mr. J.C.P. van der Heijden te Middelburg.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 20 april 2022

de akte vermeerdering van eis en overlegging productie 18 tot en met 23 van [eisers]

de akte overlegging producties van 3 november 2022 van [gedaagden]

de mondelinge behandeling van 9 november 2022

de pleitnota van de gemachtigde van [eisers]

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

De heer [persoon 1] en mevrouw [persoon 2] (de rechtsvoorgangers van [gedaagden] ) (hierna te noemen: [rechtsvoorgangers gedaagden] ) hebben een stuk grond verkocht en geleverd aan, onder andere, de heer [persoon 3] en zijn echtgenote mevrouw [persoon 4] (de rechtsvoorgangers van [eisers] ) (hierna te noemen: [rechtsvoorgangers eisers] ). In de akte van levering gepasseerd op 24 december 1993 staat, voor zover relevant, het volgende:

"BIJZONDERE BEPALINGEN

Partijen zijn voorts nog overeengekomen:

- (. ..)

- dat de kopers inspraak hebben omtrent de op het terrein van de verkopers te plaatsen bosschage ter afscheiding van de percelen, welke niet hoger mag opschieten dan eenhondervijftig centimeter.

KWALITATIEVE VERPLICHTING

Partijen komen tenslotte nog overeen:

De verkopers verbinden zich jegens de kopers er voor zorg te dragen dat de vorenbedoelde bosschage niet hoger zal worden dan eenhondervijftig centimeter, waartoe verkopers voor het tijdig snoeien hiervan zorg zullen dragen.

Deze verplichting zal overgaan op al degenen die het registergoed zullen verkrijgen, hetzij onder algemene titel, hetzij onder bijzondere titel.

Degenen die van de rechthebbenden een recht tot gebruik van het goed zullen verkrijgen zijn eveneens aan de vorenbedoelde verplichting gebonden.

Voorzover bovenstaande niet als een kwalitatieve verplichting kan worden aangemerkt, dient een en ander als een deugdelijk kettingbeding aan de opvolgende eigenaren te worden opgelegd."

In 1994 is een bosschage geplaatst op het perceel van [rechtsvoorgangers gedaagden] , een meidoornhaag.

Door [rechtsvoorgangers eisers] zijn vier essenbomen tegen de meidoornhaag aan geplaatst met toestemming van [rechtsvoorgangers gedaagden]

Op 20 oktober 2018 is tussen [gedaagden] als koper en [rechtsvoorgangers gedaagden] als verkoper een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot het woonhuis met bijbehorende weidegrond gelegen aan de [adres 1] te [plaats] . Op 21 januari 2019 is het woonhuis met weidegrond aan [gedaagden] geleverd. In de akte van levering staat - onder meer - het volgende:

"ONDERHOUD HEG AAN DE WEILAND ZIJDE

Verkoper en koper zijn mondeling overeengekomen dat de heg tussen het weiland en de buurpercelen door koper zal worden onderhouden. Dat wil zeggen aan de zijde van het weiland en dat de koper de heg op hoogte houdt."

[eisers] heeft het perceel aan de [adres 2] te [plaats] gekocht van [rechtsvoorgangers eisers] Dit perceel grenst met de achterzijde aan het perceel van [gedaagden] aan de [adres 1] te [plaats] . In de akte van de levering - die op 15 januari 2020 is gepasseerd - staat, voor zover relevant, het volgende;

"BIJZONDERE LASTEN EN BEPERKINGEN

Ten aanzien van met betrekking tot het verkochte bestaande bijzondere lasten en beperkingen van civielrechtelijke aard wordt verwezen naar:

Gemelde titel van aankomst, [kenmerk], waarin onder meer het volgende voorkomt, woordelijk luidende:

"BIJZONDERE BEPALINGEN

Partijen zijn voorts nog overeengekomen:

enzovoorts

dat de kopers inspraak hebben omtrent de op het terrein van de verkopers te plaatsen bosschage ter afscheiding van de percelen, welke niet hoger mag opschieten dan eenhonderdvijftig centimeter.

KWALITATIEVE VEPRLICHTING

Partijen komen tenslotte nog overeen:

De verkopers verbinden zich jegens de kopers er voor zorg tee dragen dat de vorenbedoelde bosschage niet hoger zal worden dan eenhonderdvijftig centimeter, waartoe verkopers voor het tijdig-snoeien hiervan zorg zullen dragen.

De verplichting zal overgaan op al degenen die het registergoed zullen verkrijgen hetzij onder algemene titel, hetzij onder bijzondere titel.

Degenen die van de rechthebbenden een recht tot gebruik van het goed zullen verkrijgen zijn eveneens aan de vorenbedoelde verplichting gebonden.

Voorzover bovenstaande niet als een kwalitatieve verplichting kan worden aangemerkt, dient een en ander als een deugdelijk kettingbeding aan de opvolgende eigenaren te worden opgelegd.

Op 7 november 2020 heeft [gedaagden] op zijn perceel een nieuwe beukenhaag geplaatst achter de percelen van [adres 3] , [adres 4] , [adres 5] en [adres 2] . De geplaatste beukenhaag heeft achter het perceel van [eisers] een hoogte van 180 tot 200 centimeter. Achter de percelen van de [adres 3] , [adres 4] en [adres 5] heeft de geplaatste beukenhaag een hoogte van ongeveer 150 centimeter. Ook zijn in de beukenhaag achter het perceel van [eisers] 9 wilgenbomen geplaatst.

Op 20 november 2021 heeft [gedaagden] een aantal van de wilgenbomen vervangen en twee wilgenbomen extra geplaatst, waardoor er in totaal 11 wilgenbomen in de beukenhaag staan. Ook heeft [gedaagden] de beukenhaag drie meter uitgebreid naar de waterzijde. ·

3. Het geschil

[eisers] vordert na vermeerdering van eis - samengevat - voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

[gedaagden] te gelasten de aanwezig bosschage (de meidoorn/sleedoomhaag) gemeten vanaf het perceel van [eisers] niet hoger te laten worden dan 150 centimeter, op straffe van een dwangsom;

[gedaagden] te gelasten alle essenbomen inclusief uitlopers van de meidoornhaag, klimop en wilde lijsterbes te verwijderen en verwijderd te houden op straffe van een dwangsom, alsmede aan [eisers] de machtiging te verlenen om zelf voor verwijdering te laten zorgdragen indien [gedaagden] na het vollopen van de dwangsommen niet tot verwijdering is overgegaan, en dat [eisers] hierbij gebruik mag maken van de percelen van [gedaagden] met veroordeling van [gedaagden] in de kosten van verwijdering;

[gedaagden] te gelasten de beukenhaag die twee meter vanuit de erfgrens is geplaatst dusdanig regelmatig te onderhouden dat deze nimmer hoger zal groeien dan 150 centimeter en de laatste drie meter van de beukenhaag te verwijderen.

[gedaagden] te gelasten de in en naast de beukenhaag geplaatste 11 wilgenbomen te verwijderen en verwijderd te houden, alsmede hen te verbieden een gelijksoortige bosschage of hekwerk hoger dan 150 centimeter gemeten vanaf het perceel van [eisers] te plaatsen op straffe van een dwangsom;

[gedaagden] te gelasten dat hij geen nieuwe bouwwerken of beplanting nabij de erfgrens mag plaatsen die in strijd zijn met de aard en strekking van de kwalitatieve verplichting, op straffe van een dwangsom;

[gedaagden] te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 950,00;

[gedaagden] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

[eisers] stelt hiertoe, samengevat, het volgende. Er is sprake van een kwalitatieve verplichting waarvan [eisers] nakoming vordert. De bepaling is een niet­ doen: het aanwezig hebben/laten opgroeien van een bosschage die niet hoger is dan 150 centimeter. [gedaagden] handelt in strijd met deze bepaling, nu de bosschage hoger is dan 150 centimeter. Dit is ook vastgelegd in de openbare registers.

[eisers] doet ook een beroep op nakoming van de bepaling uit de leveringsakte van [gedaagden] Er is getracht het kettingbeding uit de leveringsakte van 24 december 1993 door te geven, maar dit is ondeugdelijk gedaan. Wel vloeit uit deze bepaling de verplichting voort dat [gedaagden] is gehouden de heg op een hoogte van 150 centimeter te houden. De essenbomen dienen te worden verwijderd om het vrije uitzicht weer terug te verkrijgen. Door de dichtbegroeide bomen is inmiddels een "bosschage" van 9 meter hoog ontstaan, terwijl slechts een "bosschage" van 150 centimeter hoog is toegestaan.

Een redelijke uitleg van de kwalitatieve verplichting en het kettingbeding is dat ook op het nabij gelegen gedeelte geen hogere begroeiing/afrastering mag worden geplaatst. Door de beukenhaag en wilgenbomen maakt [gedaagden] misbruik van recht, nu de beukenhaag voor [gedaagden] geen enkel rechtens te respecteren doel dient, maar slechts als doel heeft het wegnemen van het uitzicht van [eisers] Ook speelt mee dat de beukenhaag achter het perceel van [eisers] hoger is dan achter de percelen van de [adres 3] , [adres 4] en [adres 5] en dat alleen in de beukenhaag achter het perceel van [eisers] wilgenbomen zijn geplaatst. Daarbij is de beukenhaag op 20 november 2021 enkele meters uitgebreid en zijn hier ook wilgenbomen in gezet. Op dit stuk was nog sprake van vrij uitzicht, wat wordt ontnomen door deze uitbreiding.

[gedaagden] voert verweer. [gedaagden] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisers] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisers] , met veroordeling van [eisers] in de kosten van deze procedure.

De passage waar [eisers] een beroep op doet, is geen kwalitatieve verplichting. Het snoeien van de meidoornhaag tot een bepaalde hoogte is namelijk - mede gelet op de formulering van dit beding - een verplichting iets te doen. Ook heeft de meidoornhaag steeds een minimale hoogte van 1.50 meter gehad.

De ketting is verbroken nu het kettingbeding niet aan [gedaagden] is opgelegd. Hierdoor was het beding ten tijde van de levering aan [gedaagden] niet kenbaar voor hem, waardoor het beding jegens [gedaagden] geen werking heeft.

Tevens is de meidoornhaag omstreeks 1994 geplaatst en zijn de essenbomen in of omstreeks 1995 tussen de meidoornhaag geplaatst. De vorderingen van [eisers] zijn aan te merken als vorderingen tot opheffing van een onrechtmatige toestand dan wel een verbintenis uit een overeenkomst tot een doen. De meidoornhaag en essenbomen waren vermoedelijk in 1995 al hoger dan 150 centimeter, waardoor in dat jaar de onrechtmatige toestand is ontstaan dan wel de vordering tot nakoming opeisbaar was. De vorderingen zijn dan ook verjaard.

Daarbij is door [rechtsvoorgangers eisers] afstand gedaan van het vorderingsrecht nakoming te verlangen van de vermeende kwalitatieve verplichting en/of het vermeende kettingbeding, waardoor hier geen beroep meer op kan worden gedaan door [eisers]

Er komt aan [eisers] geen recht op vrij uitzicht toe over het perceel van [gedaagden] Ook wordt met de beukenhaag en de knotwilgen het uitzicht vanaf het perceel van [eisers] niet verder belemmerd nu de meidoornhaag minimaal 150 centimeter hoog is.

[gedaagden] maakt geen misbruik van recht. Het doel is immers niet het vrije uitzicht van [eisers] te beperken. Ter bescherming van de paarden tegen onrechtmatige gedragingen van [eisers] heeft [gedaagden] jonge beukenhaagplantjes met daartussen enkele knotwilgen geplaatst. Daarbij zorgen de beukenhaag en wilgenbomen op termijn voor schaduwplekken voor de paarden. Er is geen sprake van een onevenredigheid tussen het belang van [gedaagden] bij de uitoefening van haar bevoegdheid en het belang van [eisers]

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

de meidoornhaag

Op grond van artikel 6:252 BW kan bij overeenkomst worden bedongen dat de verplichting van een der partijen om iets te dulden of niet te doen ten aanzien van een haar toebehorend registergoed zal overgaan op degenen die het goed onder bijzondere titel zullen verkrijgen. Gelet op deze tekst moet het gaan om een dulden of een niet-doen. Naar het oordeel van de rechtbank is het beding in de leveringsakte van [eisers] niet aan te merken als een dulden of een niet-doen. De rechtbank is van oordeel dat dit beding is geformuleerd als een doen. De meidoornhaag kan immers niet op de juiste hoogte worden gehouden als deze niet wordt gesnoeid. Het snoeien van de meidoornhaag is daardoor geen ondergeschikte verplichting. Het beding kan dan ook niet kwalificeren als een kwalitatieve verplichting, waardoor [gedaagden] niet gebonden is aan dit beding. Nu dit beding niet kwalificeert als kwalitatieve verplichting wordt de vordering om [gedaagden] te gelasten dat hij geen nieuwe bouwwerken of beplanting nabij de erfgrens mag plaatsen die in strijd zijn met de aard en de strekking van de kwalitatieve verplichting afgewezen.

[eisers] stelt zich voorts op het standpunt dat sprake is van een kettingbeding en hij beroept zich op nakoming van dit kettingbeding. In de akte van levering van het perceel van [gedaagden] staat een bepaling waarmee is getracht het kettingbeding door te geven. Deze bepaling is echter niet op deugdelijke wijze doorgegeven, waardoor de ketting is verbroken en [gedaagden] niet gebonden is aan het kettingbeding. Dit maakt dat het beroep op nakoming van het kettingbeding niet slaagt.

Naar het oordeel van de rechtbank kan het beding wel kwalificeren als een beding met derdenwerking. Partijen verschillen over de uitleg van dit beding. De rechtbank legt het beding zo uit dat met op hoogte houden niet wordt bedoeld dat de meidoornhaag het hele jaar door op een hoogte van 150 centimeter moet worden gehouden, maar dat eenmaal per jaar de meidoornhaag terug moet worden gesnoeid naar 150 centimeter. Niet betwist is dat bij de percelen [adres 3] , [adres 4] en [adres 5] - bij wie volgens [eisers] in de akte van levering dezelfde kwalitatieve verplichting staat - diezelfde meidoornhaag eenmaal per jaar wordt teruggesnoeid naar 150 centimeter. De vordering van [eisers] om [gedaagden] te gelasten de meidoornhaag niet hoger te laten worden dan 150 centimeter wordt daarom afgewezen.

Ten overvloede overweegt de rechtbank dat de hoogte van de meidoornhaag moet worden gemeten vanaf het perceel van [eisers] Door [gedaagden] is immers ter zitting verklaard dat de meidoornhaag geen privacy belang dient, terwijl door [eisers] is aangevoerd dat het voor hem van belang is dat de heg een bepaalde hoogte heeft in verband met het vrije uitzicht. Hoewel er geen recht van vrij uitzicht bestaat, acht de rechtbank het redelijk dat - gelet op de belangen over en weer- daarom de hoogte van de meidoornhaag wordt gemeten vanaf het perceel van [eisers]

de essenbomen

[eisers] vordert verder verwijdering van de essenbomen. Tussen partijen is niet in geschil dat de essenbomen op het perceel van [gedaagden] staan, dat deze binnen twee meter van de erfgrens staan als bedoeld in artikel 5:42 BW en dat deze bomen hoger zijn dan de meidoornhaag. [gedaagden] heeft aangevoerd dat [rechtsvoorgangers eisers] de essenbomen heeft geplant en dat daarmee de toestemming als bedoeld in artikel 5:42 BW is gegeven. Hoewel onbetwist is dat [rechtsvoorgangers eisers] de essenbomen heeft geplant, is de toestemming van [rechtsvoorgangers eisers] niet in de openbare registers ingeschreven. Deze toestemming werkt dan ook niet door naar de rechtsopvolgers, waardoor deze toestemming niet doorwerkt naar [eisers] Dit maakt dat [eisers] gerechtigd is om verwijdering van deze bomen te vorderen en dat [gedaagden] in beginsel de essenbomen dient te verwijderen.

[gedaagden] heeft hiertegen het verweer gevoerd dat de vordering tot verwijdering van de bomen reeds is verjaard. [gedaagden] heeft dit onderbouwd met een verklaring van [rechtsvoorgangers gedaagden] , waarin wordt genoemd dat de essenbomen er sinds 1995 staan. Hieruit volgt echter niet dat de essenbomen in het jaar 1995 al de onrechtmatige toestand hebben bereikt en destijds de verjaringstermijn is gaan lopen. Bovendien heeft [eisers] deze stelling betwist en hiertoe luchtfoto's van verschillende jaren overgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eisers] hiermee de stelling van [gedaagden] voldoende gemotiveerd betwist. Het verschil in de luchtfoto's en de zichtbaarheid van de essenbomen op die foto's tussen de jaren 1995 en 2007 is zodanig dat de rechtbank van oordeel is dat het niet waarschijnlijk is dat de bomen in 1995 al de onrechtmatige toestand hebben bereikt en dat op dat moment de verjaringstermijn is gaan lopen, zoals [gedaagden] stelt. [gedaagden] heeft zijn enkele stelling dat dit wel zo is - gelet _op deze gemotiveerde betwisting - onvoldoende gemotiveerd gehandhaafd, waardoor aan het opdragen van bewijs niet wordt toegekomen. Dit verweer van [gedaagden] wordt daarom verworpen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, anders dan [gedaagden] aanvoert, ook geen sprake van afstand van recht in de zin van artikel 6:160 BW. Dit verweer wordt eveneens verworpen.

Gelet op het voorgaande zal de vordering om [gedaagden] te gelasten de essenbomen te verwijderen en verwijderd te houden worden toegewezen. Nu geen (afzonderlijk) verweer is gevoerd tegen het verwijderen van de uitlopers van de meidoornhaag, klimop en wilde lijsterbes zal deze vordering eveneens worden toegewezen.

De rechtbank zal aan het voorgaande een dwangsom verbinden. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd zoals in het dictum bepaald.

Indien [gedaagden] na het vollopen van de dwangsommen niet tot verwijdering is overgegaan, zal [eisers] op grond van artikel 3:299 BW worden gemachtigd de essenbomen inclusief uitlopers van de meidoornhaag, klimop en wilde lijsterbes zelf te (laten) verwijderen, in welk geval [gedaagden] zal worden veroordeeld tot het toelaten van [eisers] op zijn percelen. De kosten die noodzakelijk zijn voor het verwijderen van de bomen komen in dat geval ten laste van [gedaagden] ingevolge artikel 3:299 lid 3 BW.

de beukenhaag en wilgenbomen

[eisers] vordert tevens [gedaagden] te gelasten de beukenhaag dusdanig regelmatig te onderhouden dat deze nimmer hoger zal groeien dan 150 centimeter, de laatste drie meter van de beukenhaag te verwijderen en [gedaagden] te gelaten om de wilgenbomen te verwijderen en verwijderd te houden.

Naar het oordeel van de rechtbank is ten aanzien van de beukenhaag en wilgenbomen sprake van misbruik van recht in de zin van artikel 3:13 lid 2 BW. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.

De beukenhaag staat weliswaar volledig op het perceel van [gedaagden] , maar dit maakt niet dat hij geen acht moet slaan op de belangen van [eisers] Hoewel er geen recht op vrij uitzicht is, dient [gedaagden] dit belang van [eisers] wel mee te wegen . [gedaagden] heeft twee belangen aangevoerd voor het handhaven de beukenhaag en de wilgenbomen op deze wijze, namelijk -schaduwplekken voor de paarden en de paarden beschermen tegen gedragingen van [eisers]

Onweersproken is gebleven dat de beukenhaag met daarin de wilgenbomen aan de noordzijde van het perceel is geplaatst, waardoor deze weinig schaduw zal bieden. Het door [gedaagden] genoemde belang van schaduwplekken is hiermee voldoende weerlegd.

De door [gedaagden] genoemde gedragingen van [eisers] zijn - zoals ter zitting ook toegelicht - niet objectief vast te stellen aan de hand van hetgeen [gedaagden] in het geding heeft gebracht. Dit is daarom ook geen belang bij het handhaven van de beukenhaag en wilgenbomen.

Tevens is ter zitting verklaard dat de beukenhaag bij [eisers] op een andere hoogte wordt gehouden dan bij de buren van de [adres 3] , [adres 4] en [adres 5] en dat in de beukenhaag achter deze percelen geen wilgenbomen zijn geplaatst. Hiermee wordt [eisers] anders behandeld dan de overige buren en daarvoor is :- anders dan [gedaagden] stelt - naar het oordeel van de rechtbank eyeneens geen objectieve rechtvaardiging.

Het voorgaande maakt dat het belang van [gedaagden] bij het uitoefenen van zijn eigendomsrecht op deze wijze onevenredig is aan het belang van [eisers] om niet zonder een goede reden te worden gehinderd in het aan zijn eigendom verbonden uitzicht. Hierdoor is sprake van misbruik van recht aan de zijde van [gedaagden]

De rechtbank is van oordeel dat hierom het onderhoud van de beukenhaag op eenzelfde wijze plaats dient te vinden als het onderhoud van de meidoornhaag. In het voorgaande is overwogen dat een redelijke uitleg van het derdenbeding met zich brengt dat de meidoornhaag niet ten hoogste 150 centimeter mag zijn, maar eenmaal per jaar teruggesnoeid moet worden naar 150 centimeter. De vordering [gedaagden] te gelasten de beukenhaag te onderhouden dat deze nimmer hoger zal groeien dan 150 centimeter wordt daarom afgewezen.

De vordering tot het verwijderen en verwijderd houden van de wilgenbomen zal gelet op het voorgaande wel worden toegewezen. De rechtbank zal de termijn voor het verwijderen van de bomen in redelijkheid stellen op twee maanden na betekening van dit vonnis.

[gedaagden] zal tevens worden veroordeeld tot het verwijderen van de laatste drie meter van de beukenhaag. Ook hierbij zal de termijn voor het verwijderen van de beukenhaag in redelijkheid worden gesteld op twee maanden na betekening van dit vonnis.

[eisers] vordert voorts [gedaagden] te verbieden een gelijksoortige bosschage of hekwerk hoger dan 150 centimeter gemeten vanaf het perceel van [eisers] te plaatsen. Nu de beukenhaag achter het perceel van [eisers] - voor het gedeelte dat deze evenredig is aan de meidoornhaag en voor zover deze op gelijke wijze wordt onderhouden als bij de percelen aan de [adres 3] , [adres 4] en [adres 5] - niet verwijderd dient te worden, wordt deze vordering van [eisers] ook afgewezen.

Aan de onder rechtsoverwegingen 4.19. en 4.20. toegewezen vorderingen zal een dwangsom worden verbonden. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd zoals in het dictum bepaald.

buitengerechtelijke incassokosten

Nu tegen de gevorderde buitengerechtelijke kosten geen verweer is gevoerd, zullen deze kosten ter hoogte van € 950,00 worden toegewezen.

proceskosten

Omdat beide partijen gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De rechtbank

gelast [gedaagden] alle essenbomen inclusief uitlopers van de meidoornhaag, klimop en wilde lijsterbes, die binnen twee meter vanaf de erfgrens tussen de percelen van [eisers] en [gedaagden] (het perceel kadastraal bekend als [perceel 1] en het perceel kadastraal bekend als [perceel 2] ) staan, te verwijderen en verwijderd te houden binnen twee maanden na betekening van dit vonnis, één en ander op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat door [gedaagden] hieraan niet tijdig is voldaan tot een maximum van€ 15.000,00 is bereikt en verleent aan [eisers] de machtiging om zelf voor verwijdering van voornoemde essenbomen inclusief uitlopers van de meidoornhaag, klimop en-wilde lijsterbes te laten zorgdragen indien [gedaagden] na het vollopen van de dwangsommen niet tot verwijdering zijn overgegaan, waarbij [eisers] hiervoor zo nodig gebruik mogen maken van de percelen van [gedaagden] met veroordeling van [gedaagden] tot voldoening van de kosten voor verwijdering;

gelast [gedaagden] de laatste drie meter van de beukenhaag (nabij de watergang), waar nooit een meidoornhaag tegen de perceelgrens is geplaatst te verwijderen en verwijderd te houden en de in en naast de beukenhaag geplaatste 11 wilgenbomen te verwijderen en verwijderd te houden binnen twee maanden na betekening van dit vonnis, op straffe van een dwangsom van€ 500,00 per dag of dagdeel dat door [gedaagden] hieraan niet tijdig is voldaan tot een maximum van€ 15.000,00 is bereikt;

veroordeelt [gedaagden] tot betaling aan [eisers] een bedrag van € 950,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, zodat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Römers en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2022.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?