RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 10454830 CV EXPL 23-1059
vonnis d.d. 31 mei 2023
inzake
[eiser] ,
wonende te [plaats 1] ,
eiser,
gemachtigde: mr. S. Yadegari te Zaandam,
tegen
[gedaagde] handelend onder de naam [bedrijf ] ,
wonende te [plaats 2] ,
zaakdoende te [adres] ,
gedaagde,
procederend in persoon.
1. Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit:
- de dagvaarding van 6 april 2023 met producties.
- de e-mail van gedaagde d.d. 19 april 2023;
- de brieven van de griffier d.d. 19 april en 17 mei 2023.
2. Het geschil en de beoordeling
Eiser heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, die als hier herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde te veroordelen tot betaling van het bedrag of de bedragen als nader in de dagvaarding omschreven, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.
Nadat gedaagde in rechte is verschenen, is aan deze desgevraagd uitstel verleend om op de dagvaarding te antwoorden, maar dat heeft gedaagde op de daartoe bepaalde terechtzitting van 17 mei 2023 niet gedaan.
De vordering van eiser is door gedaagde niet weersproken. Nu het primair gevorderde de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, waarbij de kantonrechter de stellingen in de dagvaarding aldus begrijpt dat de schriftelijke ontbindingsverklaring is opgenomen in de dagvaarding, zal deze worden toegewezen, met dien verstande dat de gevorderde dwangsom naar redelijkheid zal worden gematigd en aan een maximum zal worden gebonden tot de hierna te vermelden bedragen.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten die aan de zijde van eiser tot op heden worden vastgesteld op:
dagvaardingskosten € 133,60
griffierecht € 693,00
salaris gemachtigde € 529,00
Totaal € 1.355,60.
De nakosten, waarvan eiser betaling vordert, zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot. De gevorderde wettelijke rente over de nakosten zal als volgt worden toegewezen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde tot terugbetaling aan eiser van de koopsom van € 32.500,00;
veroordeelt gedaagde om op straffe van een dwangsom van € 500,00 per (onvoltooide deel van een) dag dat gedaagde de auto niet binnen drie dagen na betekening van dit vonnis ophaalt en/of geen deugdelijk vrijwaringsbewijs verschaft aan eiser en daarmee eiser bevrijdt van zijn kentekenhoudersverplichtingen (MRB en WA), een en ander tot een maximum van € 10.000,-- is bereikt;
veroordeelt gedaagde om aan eiser te betalen:
veroordeelt gedaagde in de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 1.331,00;
veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 1.355,60,
veroordeelt gedaagde onder de voorwaarde dat hij niet binnen veertien dagen na aanschrijving door eiser volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 132,00 (half salarispunt met een maximum van € 132,00) aan salaris voor de gemachtigde van eiser, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving en te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, en in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2023.