ECLI:NL:RBZWB:2023:4524

ECLI:NL:RBZWB:2023:4524, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29-06-2023, AWB- 22_5204

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 29-06-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer AWB- 22_5204
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:CRVB:2024:1089
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001888 BWBR0004045 BWBR0019057

Samenvatting

WW

Uitspraak

[naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser,

(gemachtigde: [naam gemachtigde] ),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het UWV), verweerder,

(gemachtigde: mr. C.J.G. Oom-Roumen).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW).

Het UWV heeft deze aanvraag met het besluit van 14 september 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 18 oktober 2022 op het bezwaar van eiser is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 1 juni 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het UWV.

Totstandkoming van het besluit

Eiser is vanaf 30 januari 2006 werkzaam geweest bij [naam bedrijf 1]

In verband met het eindigen van deze werkzaamheden heeft het UWV aan eiser met het besluit van 1 juli 2020 met ingang van 1 juli 2020 een WW-uitkering toegekend.

Vervolgens is eiser op 1 augustus 2020 werkzaamheden gaan verrichten voor [naam bedrijf 2]

Op 8 september 2020 heeft eiser zich ziek gemeld.

Op 25 november 2020 heeft eiser het UWV laten weten dat hij naast zijn baan nog een WW-uitkering krijgt maar dat hij deze uitkering niet meer wil.

Met het besluit van 26 november 2020 heeft het UWV eisers WW-uitkering, gelet op zijn verzoek, met ingang van 1 november 2020 beëindigd.

Eisers dienstverband met [naam bedrijf 2] is op 3 maart 2021 geëindigd.

Met het besluit van 5 maart 2021 heeft het UWV aan eiser met ingang van 3 maart 2021 een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) toegekend. Deze uitkering heeft het UWV na 104 weken ziekteverzuim met ingang van 6 september 2022 beëindigd.

Op 30 augustus 2022 heeft eiser weer een WW-uitkering aangevraagd.

Met het besluit van 14 september 2022 heeft het UWV aan eiser met ingang van

6 september 2022 een WW-uitkering geweigerd.

Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

Met het bestreden besluit heeft het UWV dit bezwaar ongegrond verklaard. Het UWV stelt dat eiser geen nieuw recht heeft op een WW-uitkering, omdat hij niet voldoet aan de wekeneis, en dat zijn eerdere WW-uitkering niet kan herleven, omdat deze herleving niet plaatsvindt binnen zes maanden na beëindiging.

Beroep

3. Eiser stelt dat hij door twee grote fouten (verkeerde datums) van het UWV geen WW-uitkering krijgt. Eiser heeft regelmatig contact gehad met het UWV. Er is gesproken over een uitkering en de hoogte maar niet over het niet krijgen van een uitkering of herstel van de fouten. Eiser heeft aan alle regels voldaan. Eiser heeft zelfs zijn extra uitkering stopgezet – waar hij wel recht op had – omdat hij salaris kreeg en vond dat het geld beter besteed kon worden aan mensen die het echt nodig hebben. Eiser heeft zijn hele loopbaan premie betaald en nu hij het nodig heeft, krijgt hij geen uitkering.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank moet de vraag beantwoorden of het UWV op goede gronden geweigerd heeft aan eiser met ingang van 6 september 2022 een WW-uitkering toe te kennen.

Voordat aan deze vraag kan worden toegekomen moet vaststaan dat eiser een belang heeft bij beantwoording daarvan. De rechtbank doet namelijk geen uitspraak in principezaken maar alleen als er een belang bestaat bij het beroep. Als er geen belang bestaat bij het beroep wordt dat niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat het beroep dan niet inhoudelijk wordt beoordeeld.

Volgens vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter, de Centrale Raad van Beroep (CRvB), is eerst sprake van (voldoende) procesbelang als het resultaat, dat de indiener van een beroepschrift met het instellen van beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren daarvan voor die indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang.

Op de zitting is gebleken dat aan eiser met ingang van 6 september 2022 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) is toegekend. Het UWV heeft een besluit van 25 mei 2023 overgelegd waaruit dat blijkt. Als gevolg daarvan heeft eiser naar het oordeel van de rechtbank geen belang meer bij de beoordeling van zijn beroep over de weigering aan hem een WW-uitkering toe te kennen. Mocht de rechtbank namelijk tot het oordeel komen dat aan eiser ten onrechte met ingang van

6 september 2022 een WW-uitkering is geweigerd, omdat het UWV ten onrechte heeft geconcludeerd dat eiser niet aan de wekeneis voldoet of zijn WW-recht niet kan herleven, dan betekent dat niet dat eiser een WW-uitkering kan krijgen. Artikel 19 van de WW bepaalt namelijk dat er geen recht op een WW-uitkering bestaat als degene een WIA-uitkering krijgt. Omdat eiser een WIA-uitkering krijgt kan hij sowieso geen WW-uitkering krijgen.

Nu eiser naar het oordeel van de rechtbank geen belang – anders dan mogelijk een principieel belang – heeft bij de beoordeling van zijn beroep, zal de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaren.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van mr. H.D. Sebel, griffier op 29 juni 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Werkloosheidswet

Artikel 19

1. Geen recht op uitkering heeft de werknemer die:

a. een uitkering ontvangt op grond van de Ziektewet of een uitkering die naar aard en strekking daarmee overeenkomt;

b. een arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel een loongerelateerde uitkering van de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten ontvangt op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;

(…)

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. Snoeks

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?