ECLI:NL:RBZWB:2023:5522

ECLI:NL:RBZWB:2023:5522, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 04-08-2023, AWB- 23_3769

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 04-08-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer AWB- 23_3769
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 7 zaken
Aangehaald door 2 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0030461

Samenvatting

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van 12 juni 2023 (bestreden besluit) over het weigeren van een omgevingsvergunning voor het verbouwen en uitbreiden van een pand aan de [straatnaam] 22 te [plaatsnaam] naar 5 appartementen en kantoorruimte. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter daarnaast verzocht om een voorlopige voorziening.

Uitspraak

F.S. Vastgoed B.V., uit Sint-Michielsgestel, verzoekster,

(gemachtigde: mr. T.P.M. Kouwenaar),

en

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg.

Inleiding

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van 12 juni 2023 (bestreden besluit) over het weigeren van een omgevingsvergunning voor het verbouwen en uitbreiden van een pand aan de [straatnaam] 22 te [plaatsnaam] naar 5 appartementen en kantoorruimte. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter daarnaast verzocht om een voorlopige voorziening.

Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningprocedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist. Dat betekent dat sprake moet zijn van een situatie waarin – in dit geval – de uitspraak in beroep niet afgewacht kan worden, omdat het onmogelijk zal zijn om eventuele gevolgen van (de uitvoering van) het besluit te herstellen (onomkeerbaarheid).

2. Verzoekster stelt een spoedeisend belang te hebben bij het verzoek om een voorlopige voorziening, omdat grote financiële exploitatiebelangen zijn gemoeid met de voorgenomen verbouwingswerkzaamheden. Daarnaast is het spoedeisend belang volgens verzoekster gelegen in de beroepsgrond dat de vergunning van rechtswege had moeten worden verleend. Verzoekster verwijst in dat kader naar een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 4 september 2017.

3. De voorzieningenrechter stelt voorop dat een verzoek om voorlopige voorziening niet kan worden ingediend, om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb versnelde behandeling van de hoofdzaak te kunnen afdwingen. De voorzieningenrechter is alleen bevoegd om de beroepsgronden inhoudelijk te beoordelen, wanneer sprake is van een voldoende spoedeisend belang. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verzoekster onvoldoende spoedeisend belang bij het verzoek om een voorlopige voorziening. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat een financieel belang op zichzelf geen reden is om een voorlopige voorziening te treffen. Dit ligt anders wanneer aannemelijk is gemaakt dat een financiële noodsituatie dreigt. Bij brief van 20 juli 2023 heeft de rechtbank verzoekster gewezen op deze vaste rechtspraak en heeft de rechtbank verzoekster gevraagd om het spoedeisend belang nader toe te lichten. Verzoekster heeft echter niet met objectieve en verifieerbare gegevens onderbouwd dat een dergelijke noodsituatie dreigt. De uitspraak van de rechtbank Noord-Holland waar verzoekster naar heeft verwezen acht de rechtbank niet relevant, omdat daarin geen oordeel staat opgenomen over het al dan niet aanwezig zijn van een spoedeisend belang. Gelet daarop is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoekster onvoldoende spoedeisend belang heeft bij het verzoek om een voorlopige voorziening.

4. De voorzieningenrechter zal het verzoek om een voorlopige voorziening daarom afwijzen. Voor een proceskostenvergoeding bestaat daarom geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van Asten, griffier, op 4 augustus 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.P. Broeders

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?