RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 8 september 2023 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes, verweerder.
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/8930 GEMWT VV
[naam verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker,
gemachtigde: [naam gemachtigde]
en
Procesverloop
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van 30 mei 2023 (bestreden besluit) inzake de last onder bestuursdwang tot het ongedaan maken van de overtreding door de dakkapel op het perceel [straatnaam] 8 te [woonplaats] te laten voldoen aan de omgevingsvergunning OMG-2021-0478 of aan de situatie zoals die voorheen op het perceel aanwezig was.
Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. De voorzieningenrechter overweegt dat de begunstigingstermijn waarbinnen verzoeker aan de last moet voldoen eindigt op 11 december 2023. De hoorzitting naar aanleiding van het bezwaarschrift is gepland op 23 oktober 2023. Dit betekent naar verwachting van de voorzieningenrechter dat vóór 11 december 2023 de beslissing op bezwaar tegemoet gezien kan worden.
Verzoeker heeft desgevraagd telefonisch aangegeven dat niettemin sprake is van onverwijlde spoed omdat er mogelijk vóór 11 december 2023 wel een beslissing op bezwaar kan zijn, maar dat er dan, na een voor hem ongunstige beslissing op bezwaar en ongunstig oordeel van de voorzieningenrechter, te weinig tijd resteert om de dakkapel te verwijderen. Te meer omdat het dan winter is, aldus verzoeker.
De voorzieningenrechter overweegt dat een inhoudelijke behandeling van het verzoek op korte termijn in het voor verzoeker meest gunstige geval kan leiden tot schorsing van de last onder dwangsom tot 6 weken na de beslissing op bezwaar. Als die beslissing op bezwaar vóór 11 december 2023 genomen wordt en ongunstig voor verzoeker is, dan moet verzoeker weer een nieuw verzoek om schorsing indienen doen om verbeuring van dwangsommen te voorkomen. In die situatie resteert ook weinig tijd om de dakkapel te verwijderen. Als de beslissing op bezwaar onverhoopt niet vóór 11 december 2023 genomen wordt, dan staat het verzoeker vrij om in de week van 4 december 2023 een nieuw verzoek om schorsing hangende bezwaar in te dienen. Ook dan resteert weinig tijd om de dakkapel te verwijderen, maar de resterende begunstigingstermijn zal in alle gevallen tijdens de zitting door de voorzieningenrechter besproken worden.
3. Dit leidt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat het verzoek moet worden afgewezen omdat geen sprake is van onverwijlde spoed als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier, op 8 september 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
P.H.M. Verdonschot, griffier R.P. Broeders, voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.