ECLI:NL:RBZWB:2023:9109

ECLI:NL:RBZWB:2023:9109, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20-12-2023, AWB- 23_2602 en 23_2694 en 23_2700

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 20-12-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer AWB- 23_2602 en 23_2694 en 23_2700
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0024779

Samenvatting

GEMWT

Uitspraak

[eiser 1] en [eiser 2] , uit [plaats 1] , eisers

(gemachtigde: [gemachtigde]),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere , het college.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank een drietal beroepen van eisers. Het eerste beroep – met zaaknummer 23/2602 GEMWT – is gericht tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door het college op 16 door eisers ingediende handhavingsverzoeken. Het tweede beroep – met zaaknummer 23/2694 GEMWT – is gericht tegen het niet in behandeling nemen van 19 andere handhavingsverzoeken van eisers omdat het college hen niet als belanghebbende aanmerkt. Het derde beroep – met zaaknummer 23/2700 GEMWT – ziet op het niet in behandeling nemen van 9 handhavingsverzoeken omdat eisers ook bij deze verzoeken niet als belanghebbenden worden aangemerkt door het college.

De rechtbank heeft de beroepen op 5 oktober 2023 en 4 december 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eisers en [naam 1] en [naam 2] namens het college.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of het college terecht eisers niet als belanghebbende heeft aanmerkt bij de door hen ingediende handhavingsverzoeken. Zij doet dit aan de hand van de beroepsgronden van eisers. Daarmee komt ook de vraag aan bod of sprake is van een beslistermijn als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht en als dat het geval is of het college binnen de beslistermijn heeft besloten.

3. De rechtbank verklaart de beroepen gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Waar gaan deze beroepen over?

4. Eisers hebben meerdere percelen in [plaats 1] in eigendom. De panden aan de [adres 1] en aan de [adres 2] hebben zij – in ieder geval in het verleden – verhuurd aan verblijfsrecreanten, alhoewel het ter plekke geldende bestemmingsplan dat niet toestaat. Eisers hebben op diverse momenten het college verzocht om handhavend op te treden bij andere panden in de gemeente Veere die – naar hun mening – in strijd met het vigerende bestemmingsplan worden verhuurd aan verblijfsrecreanten.

Het college heeft op een aantal van deze handhavingsverzoeken een inhoudelijk besluit genomen en voor het overgrote deel zich op het standpunt gesteld dat eisers niet (langer) concurrenten zijn van degenen tegen wie hun handhavingsverzoeken zijn gericht. Bij brieven van 18 april 2023 en 26 april 2023 heeft het college eisers medegedeeld de handhavingsverzoeken niet (langer) te zien als aanvragen omdat eisers geen belanghebbende zouden zijn. Eisers zijn het hier niet mee eens.

Gelet op het aantal verzoeken en de inhoud van de verzoeken zou er verwarring kunnen ontstaan welk verzoek wanneer door eisers is ingediend.

De rechtbank heeft uit de dossiers het volgende overzicht samengesteld:

Adres

Datum verzoek

Beroep

1

[adres 3] [plaats 2]

20-07-2022

23/2602

2

[adres 4] [plaats 2]

20-07-2022

23/2602

3

[adres 5] [plaats 3]

22-07-2022

23/2602

4

[adres 6] [plaats 2]

26-07-2022

23/2602

5

[adres 7] te [plaats 3]

26-07-2022

23/2602

6

[adres 8] te [plaats 3]

26-07-2022

23/2602

7

[adres 9] te [plaats 3]

27-07-2022

23/2602 en 23/2700

8

[adres 10] te [plaats 4]

27-07-2022

23/2602 en 23/2700

9

[adres 11] te [plaats 1]

27-07-2022

23/2602 en 23/2700

10

[adres 12] te [plaats 5]

01-082022

23/2602 en 23/2700

11

[adres 13] te [plaats 3]

02-08-2022

23/2602 en 23/2700

12

[adres 14] te [plaats 3]

02-08-2022

23/2602 en 23/2700

13

[adres 15] te [plaats 3]

08-08-2022

23/2602 en 23/2700

14

[adres 16] te [plaats 6]

08-08-2022

23/2602 en 23/2700

15

[adres 17] te [plaats 7]

08-08-2022

23/2602 en 23/2700

16

[adres 18] te [plaats 5]

16-11-2022

23/2694

17

[adres 19] te [plaats 5]

16-11-2022

23/2694

18

[adres 20] te [plaats 5]

16-11-2022

23/2694

19

[adres 21] te [plaats 5]

16-11-2022

23/2694

20

[adres 22] te [plaats 5]

16-11-2022

23/2694

21

[adres 23] te [plaats 5]

16-11-2022

23/2694

22

[adres 24] te [plaats 5]

16-11-2022

23/2694

23

[adres 25] te [plaats 5]

16-11-2022

23/2694

24

[adres 26] te [plaats 5]

16-11-2022

23/2694

25

[adres 27] te [plaats 5]

16-11-2022

23/2694

26

[adres 28] te [plaats 5]

16-11-2022

23/2694

27

[adres 29] te [plaats 5]

16-11-2022

23/2694

28

[adres 30] te [plaats 5]

16-11-2022

23/2694

29

[adres 31] te [plaats 5]

16-11-2022

23/2694

30

[adres 32] te [plaats 5]

16-11-2022

23/2694

31

[adres 33] te [plaats 5]

16-11-2022

23/2694

32

[adres 34] te [plaats 5]

16-11-2022

23/2694

33

[adres 35] te [plaats 5]

16-11-2022

23/2694

34

[adres 36] te [plaats 5]

16-11-2022

23/2694

Wat heeft het college gedaan nadat de diverse verzoeken zijn binnengekomen?

5. De rechtbank leidt uit de stukken af dat het college de verzoeken van eisers in eerste instantie heeft opgevat als een aanvraag.

Bij brief van 20 september 2022 heeft het college in de handhavingsverzoeken 1 tot en met 15 de beslistermijn verlengd tot 1 juli 2023. Daarna is op een aantal van deze 15 verzoeken een inhoudelijk besluit genomen. Bij beslissing van 26 april 2024 heeft het college eisers vervolgens medegedeeld dat zij – voor de overige verzoeken – niet (langer) als belanghebbende worden aangemerkt.

Voor de verzoeken 16 tot en met 34 geldt dat het college de beslistermijn bij brief van 10 januari 2023 heeft verdaagd en vervolgens de beslistermijn bij brief van 9 februari 2023 heeft opgeschort in afwachting van stukken. Bij beslissing van 18 april 2024 heeft het college aan eisers medegedeeld dat zij bij deze verzoeken niet (langer) als belanghebbende worden aangemerkt.

Per verzoek betekent dit het volgende:

Datum verzoek

Einde beslistermijn

Brief aanpassing beslistermijn

Inhoudelijke beslissing

Beslissing na verzoek

1

20-07- 2022

16-09-2022

20-09-2022

29-09-2022

-

2

20-07- 2022

16-09-2022

20-09-2022

29-09-2022

-

3

22-07-2022

18-09-2022

20-09-2022

29-09-2022

-

4

26-07-022

20-09-2022

20-09-2022

29-09-2022

-

5

26-07-2022

20-09-2022

20-09-2022

29-09-2022

-

6

26-07-2022

20-09-2022

20-09-2022

28-02-2023

-

7

27-07-2022

21-09-2022

20-09-2022

-

26-04-2023

8

27-07-2022

21-09-2022

20-09-2022

-

26-04-2023

9

27-07-2022

21-09-2022

20-09-2022

-

26-04-2023

10

01-08-2022

26-09-2022

20-09-2022

-

26-04-2023

11

02-08-2022

27-09-2022

20-09-2022

-

26-04-2023

12

02-08-2022

27-09-2022

20-09-2022

-

26-04-2023

13

08-08-2022

03-10-2022

20-09-2022

-

26-04-2023

14

08-08-2022

03-10-2022

20-09-2022

-

26-04-2023

15

08-08-2022

03-10-2022

20-09-2022

-

26-04-2023

16

16-11-2022

11-01-2023

10-01-2023 en 9-02-2023

-

18-04-2023

17

16-11-2022

11-01-2023

10-01-2023 en 9-02-2023

-

18-04-2023

18

16-11-2022

11-01-2023

10-01-2023 en 9-02-2023

-

18-04-2023

19

16-11-2022

11-01-2023

10-01-2023 en 9-02-2023

-

18-04-2023

20

16-11-2022

11-01-2023

10-01-2023 en 9-02-2023

-

18-04-2023

21

16-11-2022

11-01-2023

10-01-2023 en 9-02-2023

-

18-04-2023

22

16-11-2022

11-01-2023

10-01-2023 en 9-02-2023

-

18-04-2023

23

16-11-2022

11-01-2023

10-01-2023 en 9-02-2023

-

18-04-2023

24

16-11-2022

11-01-2023

10-01-2023 en 9-02-2023

-

18-04-2023

25

16-11-2022

11-01-2023

10-01-2023 en 9-02-2023

-

18-04-2023

26

16-11-2022

11-01-2023

10-01-2023 en 9-02-2023

-

18-04-2023

27

16-11-2022

11-01-2023

10-01-2023 en 9-02-2023

-

18-04-2023

28

16-11-2022

11-01-2023

10-01-2023 en 9-02-2023

-

18-04-2023

29

16-11-2022

11-01-2023

10-01-2023 en 9-02-2023

-

18-04-2023

30

16-11-2022

11-01-2023

10-01-2023 en 9-02-2023

-

18-04-2023

31

16-11-2022

11-01-2023

10-01-2023 en 9-02-2023

-

18-04-2023

32

16-11-2022

11-01-2023

10-01-2023 en 9-02-2023

-

18-04-2023

33

16-11-2022

11-01-2023

10-01-2023 en 9-02-2023

-

18-04-2023

34

16-11-2022

11-01-2023

10-01-2023 en 9-02-2023

-

18-04-2023

Heeft het college in redelijkheid tot de conclusie kunnen komen dat eisers geen belanghebbende zijn bij de door hen ingediende verzoeken ?

6. Eisers hebben aangevoerd dat het college hen ten onrechte niet als belanghebbende heeft aangemerkt en daarmee samenhangend ook ten onrechte geen inhoudelijk besluit heeft genomen op de door hen ingediende handhavingsverzoeken. Zij wijzen op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2022:1979). In die zaak zag hun handhavingsverzoek weliswaar op de verhuur voor recreatief nachtverblijf van vier andere woningen in [plaats 5] , maar daar kwam de AbRS wel tot de conclusie dat niet uitgesloten was dat eisers rechtstreeks werden geraakt in hun concurrentiebelang door de verhuur van die woningen. In de voorliggende beroepen is sprake van vergelijkbare gevallen.

Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat in april 2023 geen sprake was van feitelijke en structurele recreatieve verhuur door eisers. Hierdoor kunnen zij niet als concurrenten worden gezien.

Het college stelt voorop dat de panden aan de [adres 9] en [adres 2] op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan niet recreatief mogen worden verhuurd. Toezichthouders hebben geconstateerd dat het pand aan de [adres 2] inmiddels niet meer recreatief wordt verhuurd. Voor het pand aan de [adres 1] geldt dat toezichthouders tijdens controles in de periode 27 februari 2023 tot en met 19 mei 2023 niet hebben kunnen vaststellen dat dit pand structureel recreatief werd verhuurd. Hieruit heeft het college de conclusie getrokken dat geen sprake is van feitelijke bedrijfsactiviteiten.

Eisers zijn vervolgens door het college verzocht om aan te tonen dat sprake is van feitelijke recreatieve verhuur in het pand. De drie door eisers overgelegde reserveringen hadden betrekking op verhuur in september en niet op verhuur op de korte termijn. Van het aanbod van eisers om de verhuuradministratie in te komen zien, heeft het college geen gebruik gemaakt. Het is aan eisers is om deze stukken te overleggen. Dat zij dit niet hebben gedaan wijst er naar de opvatting van het college op dat er in het geheel geen contracten waren.

De rechtbank is van oordeel dat het college in redelijkheid niet tot de conclusie heeft kunnen komen dat eisers geen belanghebbende zijn bij ingediende handhavingsverzoeken. Dit zijn ze naar het oordeel van de rechtbank wel. De beroepen met de zaaknummers 23/2694 GEMWT en 23/2700 GEMWT zijn gegrond.

Het kan het college niet ontgaan zijn – en dat is het ook niet – dat eisers geruime tijd actief zijn met de verhuur van (delen van) in hun eigendom zijnde woningen, dan wel een zogenaamde “zomerwoning” voor recreatief gebruik. Die woningen zijn alle gelegen in de gemeente [plaats 5] en meer in het bijzonder in [plaats 1] . Daarover zijn verschillende (handhaving)procedures gevoerd.

Dat alleen maakt eisers in beginsel belanghebbend bij de door hen gedane verzoeken om handhaving, nu de adressen waarvoor zij het college om handhaving hebben verzocht alle binnen de gemeente zijn gelegen en voor recreanten die een woning wensen te reserveren een alternatief kunnen zijn voor het aanbod dat eisers kennelijk doen. Of de activiteiten van eiseres met hun eigen woningen toegelaten zijn, doet voor dat belang in eerste instantie niet ter zake. Ook doet niet ter zake of – als eisers hun woningen recreatief verhuren – het college daartegen handhavend kan optreden.

Eisers hebben het college desgevraagd bewijs aangeboden van hun feitelijke activiteiten en aanvullend het aanbod gedaan dat het college hun verhuuradministratie mag inzien. Het college heeft er voor gekozen dit niet te onderzoeken en stelt dat het niet tot de taak van verweerder hoort om in het kader van deze verzoeken die administratie te onderzoeken.

Dat het college eisers op 21 februari 2023 heeft verzocht de bewijsstukken van recreatieve verhuur voor komend seizoen te overleggen, kan niet leiden tot het oordeel dat het college voldoende onderzoek heeft gedaan en informatie heeft vergaard om in weerwil van hetgeen eisers hebben gesteld en aangeboden te bewijzen, tot de conclusie te komen dat eisers geen belanghebbende bij de verzoeken zijn. De controles van de toezichthouder waarnaar het college verwijst, zijn uitgevoerd in het laagseizoen. Dat in het laagseizoen geen of minder verhuuractiviteiten plaatsvinden acht de rechtbank niet onaannemelijk.

Wat betekent het belanghebbende zijn van eisers voor het beroep niet tijdig beslissen dat ziet op de handhavingsverzoeken 1 tot en met 15 ?

7. Eisers hebben – vanwege het uitblijven van een besluit op hun handhavingsverzoeken – een beroep niet tijdig beslissen ingediend. Zij hebben het college bij brief van 26 september 2022 in gebreke gesteld. Eisers hebben naar aanleiding van de nieuwe beslistermijn niet alleen geprobeerd daartegen bezwaar te maken maar hebben ook in andere brieven aangevoerd dat het verlengen van de beslistermijn tot 1 juli 2023 onredelijk is. Zij hebben er daarbij op gewezen dat de argumenten die het college aan de verdaging ten grondslag heeft gelegd niet overtuigend en terzake doend zijn.

De rechtbank is van oordeel dat het college op de handhavingsverzoeken 1 tot en met 5 tijdig heeft besloten. Omdat het beroep tegen het veronderstelde niet tijdig beslissen op de handhavingsverzoeken 1 tot en met 6 werd ingediend op 19 april 2023, nadat al een beslissing op de verzoeken was genomen, is voor die handhavingsverzoeken artikel 6:20, derde lid van de Awb niet van toepassing.

Voor handhavingsverzoek 6 betreft, gaat de rechtbank ervan uit dat het beroep erop is gericht vast te stellen of er al dan niet tijdig is beslist en daarbij vast te stellen welke dwangsom wegens het niet tijdig beslissen verschuldigd is.

Aangezien eisers belanghebbende zijn bij hun verzoeken tot handhavend optreden, had het college een inhoudelijk besluit op de verzoeken moeten nemen. De beslistermijn hiervoor bedraagt op grond van artikel 4:13 van de Awb normaliter 8 weken. Tussen partijen is niet in geschil dat het college binnen de 8 weken termijn voor alle ingediende handhavingsverzoeken geen inhoudelijke beslissing heeft genomen.

Eisers hebben het college voor de handhavingsverzoeken 1 tot en met 15 bij brief van 26 september 2022 in gebreke gesteld. Op de handhavingsverzoeken 6 tot en met 15 heeft het college niet tijdig besloten en is per handhavingsverzoek een maximale bestuurlijke dwangsom verschuldigd. Dit maakt dat het beroep met zaaknummer 23/2602 GEMWT gegrond voor zover het de handhavingsverzoeken 6 tot en met 15 betreft.

De rechtbank stelt vast dat het college in het geval van de handhavingsverzoeken 1 tot en met 5 binnen twee weken na de ingebrekestelling een besluit heeft genomen. Het beroep met zaaknummer 23/2602 GEMWT is voor zover dit ziet op de handhavingsverzoeken 1 tot en met 5 ongegrond. Eisers hebben in deze gevallen geen recht op een bestuurlijke dwangsom wegens niet tijdig beslissen.

De rechtbank stelt vast dat het college op handhavingsverzoek 6 op 28 februari 2023 een besluit heeft genomen. Dit is niet binnen twee weken na de in gebreke stelling van eisers, maar het college heeft bij brief van 20 september 2022 – de laatste dag van de beslistermijn – een nieuwe beslistermijn bepaald tot uiterlijk 1 juli 2023.

Met eisers is de rechtbank van oordeel dat deze nieuwe beslistermijn – die ruim 9 maanden bedraagt – onredelijk lang is. Zeker nu niet inhoudelijk is gemotiveerd waarom het college in dit specifieke geval zoveel meer tijd nodig heeft. Het ontbreken van ambtelijke capaciteit is, zonder nadere toelichting, die ontbreekt, geen toereikende reden. Zeker niet nu ter zitting door de gemachtigden van het college is gesteld dat op een aantal van de verzoeken vrij snel een beslissing kan worden genomen omdat de daarvoor noodzakelijke gegevens wel bekend zijn.

In dit specifieke geval heeft het college 5 maanden na het verstrijken van de beslistermijn alsnog een besluit genomen. Ook dit is naar het oordeel van de rechtbank niet aan te merken als een redelijke nieuwe beslistermijn. Het college is een bestuurlijke dwangsom verschuldigd wegens het niet tijdig beslissen. De maximale termijn van 42 dagen is verstreken, zodat het maximum van € 1442,- door het college is verbeurd.

Tot slot stelt de rechtbank voor de verzoeken 7 tot en met 15 vast dat het college op deze verzoeken (nog) geen beslissing heeft genomen. Bij beslissing van 26 april 2023 – gelijk te stellen met een besluit – heeft het college eisers medegedeeld dat zij niet (langer) als belanghebbende worden aangemerkt bij de handhavingsverzoeken. Ook deze beslissing is genomen ruimschoots na het verstrijken van de beslistermijn.

Dit maakt dat het college ook bij de handhavingsverzoeken 7 tot en met 15 een bestuurlijke dwangsom verschuldigd is wegens het niet tijdig beslissen. Voor ieder van 9 handhavingsverzoeken geldt dat de maximale termijn van 42 dagen is verstreken, zodat ook hier het maximale dwangsombedrag door het college is verbeurd.

Samengevat betekent dit voor de handhavingsverzoeken 1 tot en met 15 het volgende:

Datum verzoek

Einde beslistermijn

Datum ingebrekestelling

Beslissing na verzoek

Conclusie

1

20-07-2022

16-09-2022

26-09-2022

29-09-2022

Tijdig, geen dwangsom verschuldigd

2

20-07-2022

16-09-2022

26-09-2022

29-09-2022

Tijdig, geen dwangsom verschuldigd

3

22-07-2022

18-09-2022

26-09-2022

29-09-2022

Tijdig, geen dwangsom verschuldigd

4

26-07-2022

20-09-2022

26-09-2022

29-09-2022

Tijdig, geen dwangsom verschuldigd

5

26-07-2022

20-09-2022

26-09-2022

29-09-2022

Tijdig, geen dwangsom verschuldigd

6

26-07-2022

20-07-2022

26-09-2022

28-02-2023

Niet tijdig, dwangsom:

€ 1442 verbeurd

7

27-07-2022

21-09-2022

26-09-2022

26-04-2023

Niet tijdig, dwangsom:

€ 1442 verbeurd

8

27-07-2022

21-09-2022

26-09-2022

26-04-2023

Niet tijdig, dwangsom:

€ 1442 verbeurd

9

27-07-2022

21-09-2022

26-09-2022

26-04-2023

Niet tijdig, dwangsom:

€ 1442 verbeurd

10

01-08-2022

26-09-2022

26-09-2022

26-04-2023

Niet tijdig, dwangsom:

€ 1442 verbeurd

11

02-08-2022

27-09-2022

26-09-2022

26-04-2023

Niet tijdig, dwangsom:

€ 1442 verbeurd

12

02-08-2022

27-09-2022

26-09-2022

26-04-2023

Niet tijdig, dwangsom:

€ 1442 verbeurd

13

08-08-2022

03-10-2022

26-09-2022

26-04-2023

Niet tijdig, dwangsom:

€ 1442 verbeurd

14

08-08-2022

03-10-2022

26-09-2022

26-04-2023

Niet tijdig, dwangsom:

€ 1442 verbeurd

15

08-08-2022

03-10-2022

26-09-2022

26-04-2023

Niet tijdig, dwangsom:

€ 1442 verbeurd

Wat betekent dit voor de handhavingsverzoeken van eisers waarop nog niet inhoudelijk is beslist?

8. De rechtbank stelt vast dat het college in de handhavingsverzoeken 7 tot en met 34 nog geen inhoudelijk besluit heeft genomen. De rechtbank bepaalt dat het college dit alsnog moet doen. Het college moet dit doen uiterlijk binnen 12 weken na het verzenden van deze uitspraak. De rechtbank betrekt hierbij dat het gaat om een behoorlijk aantal verzoeken waarbij – in ieder geval bij een aantal van die zaken – mogelijk zeer ingewikkeld overgangsrecht aan de orde kan zijn. De rechtbank ziet aanleiding hieraan een dwangsom te koppelen. Het college moet een dwangsom van € 100,- betalen voor elke dag waarmee de door de rechtbank bepaalde beslistermijn van 12 weken wordt overschreden door het college. Daarbij geldt een maximum van € 15.000,-. De rechtbank overweegt hierbij dat de dwangsom geldt voor het totaal van alle nog te nemen besluiten.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep in de zaak 23/2602 GEMWT voor zover dit ziet op de handhavingsverzoeken 1 tot en met 5 is ongegrond. Op deze verzoeken is door het college tijdig besloten, er is geen dwangsom verschuldigd en het beroep is niet (tevens) gericht tegen de op de verzoeken genomen beslissingen.

Het beroep in de zaak 23/2602 GEMWT voor zover dit ziet op handhavingsverzoek 6 is gegrond. Op dit verzoek is niet tijdig besloten en hierdoor heeft het college een bestuurlijke dwangsom verbeurt. Het college heeft op 28 februari 2023 een besluit genomen waartegen eisers geen rechtsmiddelen hebben aangewend. Ook dit beroep is niet (tevens) gericht tegen dat op het handhavingsverzoek genomen beslissing.

Voor zover het de handhavingszaken 7 tot en met 15 betreft is het beroep in de zaak 23/2602 GEMWT gegrond. Op deze verzoeken is door het college niet tijdig beslist en is het voor ieder verzoek een bestuurlijke dwangsom verschuldigd. Op 26 april 2023 heeft het college op deze verzoeken beslist door aan te geven dat het eisers niet als belanghebbenden aanmerkt. Nu het beroep gelet op het bepaalde in artikel 6:20, derde lid van de Awb tevens ziet op de beslissingen die na indiening van het beroep zijn genomen is er aanleiding om te oordelen dat, nu eisers wel zijn aan te merken als belanghebbenden, deze beslissingen moeten worden vernietigd en dat het college een inhoudelijk besluit moet nemen op de verzoeken 7 tot en 15. Hiervoor krijgt het college 12 weken de tijd en wordt aan het college een dwangsom opgelegd.

10. Het beroep in de zaak 23/2694 GEMWT – dat ziet op de handhavingsverzoeken 16 tot en met 34 – is gegrond. Op 18 april 2023 heeft het college op deze verzoeken beslist door aan te geven dat het eisers niet als belanghebbenden aanmerkt. Nu eisers wel zijn aan te merken als belanghebbenden, dient deze beslissing te worden vernietigd en dient het college een inhoudelijk besluit te nemen op de verzoeken 16 tot en met 34. Hiervoor krijgt het college 12 weken de tijd en wordt aan het college een dwangsom opgelegd.

11. Het beroep in de zaak 23/2700 GEMWT is eveneens gegrond. Ook in dit beroep ging het om de beslissing van 26 april 2023 waarbij het college heeft aangegeven eisers niet als belanghebbende aan te merken bij de handhavingsverzoeken 7 tot en met 15. De conclusie en gevolgen voor deze beslissing zijn terug te vinden onder rechtsoverweging 9.

12. Omdat de beroepen gegrond zijn, moet het college aan eisers het griffierecht vergoeden en krijgen zij ook een vergoeding van hun proceskosten. De terugbetaling van griffierecht zal de rechtbank beperken tot de zaken met de nummers 23/2602 en 23/2694. Omdat alle handhavingsverzoeken die betrokken zijn in de procedure met nummer 23/2700 gelet op het bepaalde in artikel 6:20, derde lid van de Awb al onderwerp zijn van de inhoudelijke beoordeling die in de zaak met nummer 26/2602 heeft plaatsgevonden, zal de rechtbank bepalen dat de griffier het in de zaak 23/2700 betaalde griffierecht terugbetaalt. Omdat het beroep met nummer 23/2700 om dezelfde reden onnodig is ingesteld, zal de rechtbank geen proceskosten toekennen voor de door gemachtigde van eisers in die zaken verrichte proceshandelingen.

Het college moet de kosten betalen. De vergoeding wordt op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 3.348,- (2 punten voor het indienen van twee beroepschriften en 2 punten voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 837,- en wegingsfactor 1) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 20 december 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid

deze uitspraak mede te ondertekenen.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?