ECLI:NL:RBZWB:2023:9668

ECLI:NL:RBZWB:2023:9668, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 03-05-2023, 10242768 CV EXPL 22-4610 (E)

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 03-05-2023
Datum publicatie 27-11-2025
Zaaknummer 10242768 CV EXPL 22-4610 (E)
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Verstek
Zittingsplaats Tilburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289

Samenvatting

Verstek. Consumentenkoop. Verklaring voor recht dat de koopovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden i.v.m. gebreken. Vordering grotendeels toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken

Tilburg

zaak/rolnr.: 10242768 CV EXPL 22-4610

vonnis d.d. 3 mei 2023

inzake

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

gemachtigde: mr. S. Yadegari, advocaat te Zaandam,

tegen

[gedaagde] , h.o.d.n. [bedrijf] ,

zaakdoende te [adres] ,

gedaagde,

niet verschenen.

1. Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 8 december 2022 met producties.

2. Het geschil en de beoordeling

Eiser heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd hetgeen als nader in de dagvaarding omschreven, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.

Gedaagde is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen deze verstek is verleend.

Nu de stellingen van eiser niet zijn weersproken, moet van de juistheid in beginsel worden uitgegaan. Nu de (primaire) vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen, zullen deze worden toegewezen, behoudens het hierna volgende.

Een verklaring voor recht leent zich niet voor uitvoerbaarverklaring bij voorraad, zodat de door eiser verzochte uitvoerbaarverklaring bij voorraad ten aanzien van de verklaringen voor recht, als zijnde in strijd met de aard daarvan, dient te worden afgewezen

De kantonrechter begrijpt het gevorderde onder E. in het petitum zo dat bedoeld is te vorderen voor recht te verklaren dat de overeenkomst buitengerechtelijk is ontbonden (mede gelet op de inhoud van productie 3).

Verder begrijpt de kantonrechter het gevorderde onder F zo dat is bedoeld te verklaren voor recht dat de “Koper” (oftewel eiser) de auto heeft verworven, in plaats van de vermelde “Verkoper”.

Het gevorderde onder punt G., H. en I zal worden afgewezen nu onduidelijk is wat of wie met “de Voorschakel” wordt bedoeld.

Het gevorderde onder punt J. zal worden toegewezen, behoudens het volgende.

ad 3) de kosten aangetekende postverzending ad € 29,30 worden afgewezen, nu deze kosten worden geacht begrepen te zijn in de buitengerechtelijke incassokosten waarvoor op vordering van eiser een vergoeding zal worden toegewezen hierna bepaald;

ad 4) het gevorderde ter zake extra kosten zal worden toegewezen tot een bedrag van

€ 1.452,00. Hiertoe overweegt de kantonrechter dat de kosten ad € 1.750,00 ter zake automaatbak onvoldoende onderbouwd zijn, nu slechts een offerte en geen factuur is overgelegd. Voorts maken waterpomp, koelvloeistof en accu geen deel uit van de gestelde gebreken onder punt 3. in het lichaam van de dagvaarding, zodat de kosten ter zake de reparatie daarvan eveneens zullen worden afgewezen.

De gevorderde dwangsom onder punt K. zal aan de hierna bepaalde termijn worden verbonden en voorts worden gematigd en gemaximeerd als hierna bepaald. De kantonrechter overweegt de kantonrechter dat gedaagde, indien deze door de betekening van het vonnis kennis heeft kunnen nemen van de inhoud daarvan, de gelegenheid moet worden geboden om binnen een redelijke termijn de auto op te halen, waarbij een termijn van veertien dagen als een redelijke termijn voor nakoming wordt gezien.

De gevorderde rente over de schadevergoeding van € 1.452,00 en de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen vanaf 25 november 2022 nu gedaagde ingevolge de ingebrekestelling van 17 november 2022 na afloop van de hierin genoemde termijn in verzuim verkeerde.

Gedaagde zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde worden veroordeeld in de proceskosten, met dien verstande dat de gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen indien en voor zover gedaagde de proceskosten niet binnen veertien dagen na de betekening van het vonnis zal hebben voldaan. Daarbij overweegt de kantonrechter dat gedaagde, indien deze door de betekening van het vonnis kennis heeft kunnen nemen van de inhoud daarvan, de gelegenheid moet worden geboden om binnen een redelijke termijn aan de proceskostenveroordeling in dit vonnis te voldoen, waarbij een termijn van veertien dagen als een redelijke termijn voor nakoming wordt gezien.

De gevorderde nakosten zullen voorwaardelijk worden toegewezen, voor zover nakosten gemaakt zullen worden en gedaagde niet vrijwillig binnen veertien dagen na aanschrijving van eiser aan de veroordeling in het vonnis heeft voldaan. De nakosten zullen worden begroot conform landelijk beleid tot een half salarispunt (met een maximum van € 132,00), zijnde een bedrag van € 132,00. Dit bedrag wordt vermeerderd met de betekeningkosten van het vonnis indien het vonnis na de hiervoor genoemde termijn is betekend. De wettelijke rente over het bedrag van € 132,00 zal vanaf de vijftiende dag na aanschrijving door eisende partij worden toegewezen en de wettelijke rente over de explootkosten van betekening van het vonnis zal vanaf de vijftiende dag na betekening van het vonnis worden toegewezen.

3. De beslissing

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat:

A. gedaagde tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst met eiser;

B. uit de (proces)houding van gedaagde voor eiser in voldoende mate is gebleken dat een (nadere) aanmaning c.q. ingebrekestelling nutteloos zou zijn geweest ex artikel 6:82 lid 2 BW;

C. eiser gerechtigd is tot datum ontvangst vrijwaringsbewijs, tot vergoeding door gedaagde van door eiser aan de Belastingdienst verschuldigde bedragen uit hoofde van de motorrijtuigenbelasting (MRB) voor de auto vanaf datum van eerste constatering van het gebrek;

D. eiser gerechtigd is tot datum ontvangst vrijwaringsbewijs, tot vergoeding door gedaagde van door eiser aan een verzekeringsmaatschappij verschuldigde bedragen uit hoofde van de verplichte verzekering voor wettelijke aansprakelijkheid (WA) voor de auto vanaf eerste constatering van het gebrek;

E. dat de koopovereenkomst tussen partijen, overgelegd als productie 1 bij dagvaarding, buitengerechtelijk is ontbonden;

F. gedaagde de auto heeft verworven van een partij die handelt in de uitoefening van beroep of bedrijf;

G. veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiser te betalen:

1) een bedrag van € 11.000, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van aankoop van de auto tot aan de dag der algehele voldoening;

2) een bedrag van € 66,00 per maand ter zake de door eiser betaalde wegenbelasting vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van aankoop van de auto tot en met de dag waarop de auto is gevrijwaard;

3) een bedrag van € 76,06 per maand ter zake de door eiser betaalde verzekeringspremie vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van aankoop van de auto tot en met de dag waarop de auto is gevrijwaard;

4) een bedrag van € 1.452,00 ter zake de extra gemaakte kosten inzake mechatronica revisie;

H. veroordeelt gedaagde om op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag of gedeelte daarvan dat gedaagde de auto niet binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis bij eiser ophaalt en/of geen deugdelijk vrijwaringsbewijs verstrekt, tot een maximum van

€ 10.000,00;

veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 1.222,39, daarin begrepen een bedrag van € 396,00 als salaris voor de gemachtigde van eiser, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis in geval van niet-betaling binnen 14 dagen;

veroordeelt gedaagde, onder de voorwaarde dat deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving door eiser volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 132,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving;

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van de genoemde verklaringen voor recht onder punt A. tot en met F.;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.G. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op

3 mei 2023.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand