ECLI:NL:RBZWB:2024:2923

ECLI:NL:RBZWB:2024:2923, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 03-05-2024, BRE 24/1502

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 03-05-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer BRE 24/1502
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 25 zaken
Aangehaald door 1 zaken
30 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002063 BWBR0005291 BWBR0005537 BWBR0011440 BWBR0014168 BWBR0024096 BWBR0035474 BWBR0037533 BWBR0037940 BWBR0038478 BWBR0040605 BWBR0043252 BWBR0045051 BWBR0047436 BWBR0048143 BWBR0048587 BWBR0049118 BWBR0049632 BWBR0049634 BWBR0049639 BWBR0049641 BWBR0049643 BWBR0049644 BWBR0049645 BWBR0049646 BWBR0049647 BWBR0049649 BWBR0049653 CELEX:32003L0071 CELEX:32008L0048

Samenvatting

Beroep niet tijdig beslissen, Wet hersteloperatie toeslagen. De brief van eiser aan het CZ is geen aanvraag om een besluit in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb te nemen. De rechtbank verklaart zich onbevoegd.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 mei 2024 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

CZ Zorgkantoor B.V., het CZ.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat het CZ volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag van 17 november 2023.

2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.

Beoordeling door de rechtbank

3. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.

4. Voordat de rechtbank toekomt aan de vraag of het CZ in gebreke is om tijdig een besluit te nemen op de aanvraag, dient de rechtbank eerst antwoord te geven op de vraag of sprake is van een aanvraag in de zin van artikel 1:3 van de Awb.In het derde lid van dit artikel is bepaald dat onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen. In het eerste lid van dit artikel staat uitgelegd wat onder een besluit wordt verstaan. Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

5. Met de brief van 17 november 2023 heeft eiser aan het CZ verzocht om terugbetaling van door hem aan het CZ al afbetaalde schulden, namelijk vier betalingen van elk € 200,- (op 11 januari 2021, 2 maart 2021, 11 maart 2021 en 12 april 2021). Daartoe doet eiser een beroep op de artikelen 3.10 en 4.2 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).

6. De rechtbank is van oordeel dat eisers verzoek van 17 november 2023 geen verzoek is op grond van artikel 3.10 van de Wht (kwijtschelding van Wlz-schulden door het CAK) of op grond van artikel 4.2 van de Wht (overneming van schulden bij een zorgverzekeraar door de minister van Financiën), maar een verzoek op grond van artikel 4.3 van de Wht (compensatie van afgeloste privaatrechtelijke geldschulden). Zoals in artikel 4.3, eerste lid, van de Wht is vermeld, is niet de zorgverzekeraar (het CZ) maar de minister van Financiën bevoegd een dergelijk verzoek in behandeling te nemen. Eiser had zich daartoe moeten richten tot (het loket Al betaalde schulden van) de Sociale Banken Nederland, uitvoerder van deze regeling namens de minister van Financiën.

7. Uit het voorgaande volgt dat voor het onderhavige verzoek van eiser aan het CZ een publiekrechtelijke grondslag ontbreekt en het CZ niet bevoegd is te beslissen op het verzoek van eiser om terugbetaling van al afbetaalde schulden. De brief van 17 november 2023 waarmee eiser om terugbetaling verzoekt, is daarom geen aanvraag om een besluit in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb te nemen. Nu geen sprake is van een aanvraag in de zin van de Awb, kan ook geen sprake zijn van het niet (tijdig) nemen van een besluit, zodat daartegen geen beroep bij de bestuursrechter openstaat.

8. De rechtbank zal zich daarom onbevoegd verklaren om van het beroep tegen het niet tijdig beslissen kennis te nemen. Omdat de rechtbank onbevoegd is om kennis te nemen van het ingestelde beroep, zal het door eiser betaalde griffierecht worden teruggestort. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier, op 3 mei 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.A.M.L. van de Sande

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?