ECLI:NL:RBZWB:2024:3137

ECLI:NL:RBZWB:2024:3137, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15-05-2024, BRE 23/1230

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 15-05-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer BRE 23/1230
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002629 BWBR0002633 CELEX:32006L0112 EU:32006L0112

Samenvatting

Omzetbelasting, toepassing nultarief bij levering paard naar de Verenigde Staten.

Uitspraak

[belanghebbende] B.V., gevestigd te [plaats] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. Ph. Boerman),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 6 januari 2023.

De inspecteur heeft aan belanghebbende over het tijdvak 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd van € 60.743 (de naheffingsaanslag). Bij gelijktijdige beschikkingen heeft de inspecteur een boete opgelegd van € 250 en € 11.334 aan belastingrente (de rentebeschikking) in rekening gebracht.

De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep op 10 april 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben gemachtigde en de inspecteur deelgenomen. Namens de inspecteur zijn mr. [inspecteur 1] en mr. [inspecteur 2] verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de inspecteur de naheffingsaanslag en de rentebeschikking terecht en niet tot te hoge bedragen aan belanghebbende heeft opgelegd. Het beroep houdt verband met de uitvoer van een paard naar de Verenigde Staten. Meer specifiek komt de vraag aan bod of in het onderhavige geval het nultarief van toepassing is. De bij de uitspraak op bezwaar gehandhaafde boete is tussen partijen niet meer in geschil.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de naheffingsaanslag en de rentebeschikking terecht en niet tot te hoge bedragen opgelegd. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat het paard in het kader van de levering naar de Verenigde Staten is vervoerd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten

3. Belanghebbende is ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB). De activiteiten van de onderneming bestaan (onder meer) uit de handel in springpaarden.

In 2016 heeft belanghebbende een paard genaamd E. Clinton (het paard) verkocht aan [manege] uit de Verenigde Staten. Eigenaren van [manege] zijn [naam 1] en haar twee zonen.

De factuur in verband met de verkoop is gedagtekend 18 juli 2016. Op de factuur is geen omzetbelasting in rekening gebracht.

Uit internationale wedstrijdgegevens van de Fédération Équestre Internationale (FEI) blijkt dat [naam 2] , de zoon van [naam 1] en mede-eigenaar van [manege] , in de periode van 29 september 2016 tot en met 21 oktober 2016 met het paard aan in totaal acht wedstrijden binnen Europa heeft deelgenomen.

In het medisch rapport dat op 8 november 2016 door Wageningen University & Research is opgemaakt is [naam 1] aangemerkt als eigenaar van het paard.

Het paard is op 17 november 2016 door belanghebbende uitgevoerd naar de Verenigde Staten.

De inspecteur heeft bij de naheffingsaanslag omzetbelasting nageheven naar het algemene tarief in verband met de levering van het paard.

Motivering

4. Belanghebbende is van mening dat het nultarief van toepassing is op de levering van het paard. Volgens belanghebbende is het paard in verband met de levering uitgevoerd naar de Verenigde Staten. De inspecteur betwist dat het nultarief van toepassing is. Volgens de inspecteur heeft de levering van het paard in Nederland plaatsgevonden en houdt de uitvoer van het paard naar de Verenigde Staten dan ook geen verband met de levering van het paard.

De rechtbank stelt voorop dat het nultarief van toepassing is indien het paard in het kader van de levering is uitgevoerd uit de Europese Unie en de toepasselijkheid van dat tarief uit boeken en bescheiden blijkt.

De rechtbank stelt vast dat uit de boeken en bescheiden van belanghebbende niet kan worden afgeleid dat het paard in verband met de levering aan [manege] naar de Verenigde Staten is vervoerd. Op grond van onder meer de wedstrijdgegevens van de FEI, waaruit blijkt dat de zoon van [naam 1] voorafgaand aan de uitvoer wedstrijden reed met het paard in de EU, het medisch rapport van Wageningen University & Research, waarin [naam 1] als eigenaar is opgenomen en het tijdsverloop tussen de verkoop en de uitvoer van het paard (nagenoeg vier maanden) stelt de rechtbank vast dat de macht om als eigenaar over het paard te beschikken al (ruim) vóór de uitvoer naar de Verenigde Staten is overgegaan van belanghebbende op [manege] , dan wel op [naam 1] namens [manege] . Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur ter zake van de levering van het paard dan ook terecht omzetbelasting nageheven. Ook volgt de rechtbank het voor dat geval ingenomen standpunt van belanghebbende over het recht van aftrek van voorbelasting niet. Hetgeen belanghebbende verder nog heeft aangevoerd kan ook niet tot een ander oordeel leiden. Voor het stellen van prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie, waar door belanghebbende om is verzocht, ziet de rechtbank tot slot geen aanleiding.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de naheffingsaanslag omzetbelasting en de rentebeschikking niet tot te hoge bedragen zijn opgelegd. Daarbij wijst de rechtbank erop dat de rentebeschikking het bedrag van de aanslag volgt.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de naheffingsaanslag en de rentebeschikking in stand blijven. De boete maakt niet langer onderdeel uit van het geschil en blijft dus ongemoeid. Belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A. Burgers, rechter, in aanwezigheid van mr. C.C. van den Berg, griffier, op 15 mei 2024, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. V.A. Burgers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2024/1098 NDFR Nieuws 2024/937 NLF 2024/1259 NTFR 2024/1066 met annotatie van Mr. A.J. Blank Viditax (FutD) 2024051711 FutD 2024-1150
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand