ECLI:NL:RBZWB:2024:6271

ECLI:NL:RBZWB:2024:6271, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11-09-2024, BRE 23/9564

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 11-09-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer BRE 23/9564
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

dwangsom in verband met niet tijdig beslissen

Uitspraak

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. T.G. van Laarhoven),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de beslissing van de inspecteur van 17 juli 2023.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de beslissing van de inspecteur van 17 juli 2023 en heeft daarbij de inspecteur verzocht in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de rechter. De inspecteur heeft ingestemd met het verzoek en heeft het bezwaarschrift doorgestuurd naar de rechtbank.

Beide partijen hebben bij de rechtbank aangegeven een zitting niet nodig te vinden. De rechtbank heeft daarom het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of belanghebbende recht heeft op een dwangsom omdat de inspecteur niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaar tegen de beschikking om geen dwangsom toe te kennen.

De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur terecht geen dwangsom heeft toegekend. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten

3. Belanghebbende heeft een verzoek ingediend om ambtshalve vermindering van de aanslag inkomstenbelasting 2020. Omdat niet tijdig op dat verzoek werd beslist, heeft belanghebbende de inspecteur bij brief van 11 oktober 2022 in gebreke gesteld en bij brief van 30 december 2022 verzocht om de verbeurde dwangsom bij beschikking vast te stellen. Bij beschikking van 11 januari 2023 heeft de inspecteur vastgesteld dat geen dwangsom is verbeurd. Bij brief van 12 januari 2023 heeft belanghebbende daartegen bezwaar gemaakt (het bezwaar).

Bij brief van 31 maart 2023 heeft de inspecteur de termijn om op het bezwaar te beslissen met 6 weken verlengd. Bij brief van 17 mei 2023 (ontvangen op 23 mei 2023) heeft belanghebbende de inspecteur in gebreke gesteld voor wat betreft het niet tijdig beslissen op dat bezwaar. Bij beschikking van 17 juli 2023 is het bezwaar gegrond verklaard, is een dwangsom wegens niet tijdig beslissen op het verzoek om ambtshalve vermindering vastgesteld en is vastgesteld dat geen dwangsom is verbeurd voor het niet tijdig beslissen op het bezwaar van 12 januari 2023. Tegen dat laatste besluit (het besluit) is het beroep gericht.

Met instemming van de inspecteur heeft belanghebbende tegen het besluit rechtstreeks beroep ingesteld bij de rechtbank.

Motivering

4. Uit het arrest van de Hoge Raad van 21 juni 2024 (ECLI:NL:HR:2024:906) volgt dat een ingebrekestelling niet het karakter heeft van een verzoek aan de inspecteur om een (dwangsom)besluit te nemen. De ingebrekestelling van 11 oktober kan daarom niet worden aangemerkt als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Het dwangsombesluit van 11 januari 2023 is dan ook geen beschikking op aanvraag in de zin van artikel 4:17, eerste lid, van de Awb, zodat de inspecteur niet een dwangsom kan verbeuren wegens het niet tijdig nemen ervan.

In lijn met het voornoemde arrest moet worden geoordeeld dat de inspecteur ook geen dwangsom verbeurt bij het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar tegen een dwangsombesluit. Dat is vaste jurisprudentie van de Raad van State en de Centrale Raad van Beroep, en de rechtbank ziet geen aanleiding daarvan af te wijken.

Conclusie en gevolgen

5. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug en zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, rechter, in aanwezigheid van mr. C.C. van den Berg, griffier, op 11 september 2024, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren

Griffier

  • mr. C.C. van den Berg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2024/2017 V-N 2024/46.1.4 Viditax (FutD) 2024091905 FutD 2024-2012
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand