RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Wrakingskamer
Locatie: Breda
Procedurenummer: C/02/428105 / HA RK 24-208
beslissing van 31 oktober 2024 op het wrakingsverzoek zoals bedoeld in artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht van:
[verzoekster] , verzoekster.
1. Procesverloop
Het verloop van deze procedure blijkt onder meer uit:
de processtukken zoals opgenomen in het procesdossier van de hoofdzaak met nummer BRE 23/10082,
het wrakingsverzoek van 28 oktober 2024,
het e-mailbericht van de gewraakte rechter aan de wrakingskamer van 29 oktober 2024 waaruit blijkt dat zij niet in de wraking berust.
2. Het verzoek
Het verzoek strekt tot wraking van mr. Beukers-van Dooren (hierna: de rechter), optredend als belastingrechter in de bovengenoemde hoofdzaak, en haar collega’s. Dit verzoek berust op de gronden zoals die door verzoekster uiteen zijn gezet in het wrakingsverzoek van 28 oktober 2024.
De rechter berust niet in het verzoek tot wraking.
3. De gronden van het wrakingsverzoek
Kort weergegeven legt verzoekster aan het wrakingsverzoek ten grondslag dat rechters in Nederland vooringenomen en niet onafhankelijk zijn, omdat zij toetsen aan wetten waarin vrouwen stelselmatig worden achtergesteld.
4. De beoordeling
Op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
De wrakingskamer stelt het volgende voorop. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van een rechter geldt het uitgangspunt dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Alleen een uitzonderlijke omstandigheid kan een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat een rechter ten aanzien van een procespartij een vooringenomenheid koestert, of dat een bij een partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. De wrakingskamer moet daarom onderzoeken of de door verzoekster aangevoerde specifieke feiten en omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens haar een vooringenomenheid koestert, of dat de door verzoekster geuite vrees daarvoor – objectief – gerechtvaardigd is.
Een dergelijke situatie doet zich naar het oordeel van de wrakingskamer in dit geval niet voor. Wrakingsverzoeken kunnen alleen gericht zijn tegen rechters die een bepaalde zaak behandelen. Verzoekster richt het wrakingsverzoek tevens aan de collega’s van de rechter, maar dit is dus niet mogelijk aangezien die de hoofdzaak niet behandelen. Bovendien kan een verzoek alleen gebaseerd zijn op concrete feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het wrakingsverzoek benoemt echter geen concrete feiten en omstandigheden die specifiek op de rechter betrekking hebben.
De wrakingskamer is dan ook van oordeel dat niet gebleken is dat er sprake is van enige schijn van vooringenomenheid, dan wel van een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. De wrakingskamer zal het verzoek daarom kennelijk ongegrond verklaren. Omdat sprake is van een kennelijk ongegrond wrakingsverzoek, laat de wrakingskamer de mondelinge behandeling van het verzoek achterwege overeenkomstig artikel 4, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (gepubliceerd op de website www.rechtspraak.nl, zie rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakingsprotocol).
5. De beslissing
De wrakingskamer:
verklaart het verzoek tot wraking kennelijk ongegrond;
bepaalt dat de behandeling van de hoofdzaak met nummer BRE 23/10082 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.
Deze beslissing is genomen op 31 oktober 2024 door mr. Peters, rechter en voorzitter, en mr. Van de Sande en mr. Breeman, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.