ECLI:NL:RBZWB:2024:885

ECLI:NL:RBZWB:2024:885, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14-02-2024, 22/5458

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 14-02-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 22/5458
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

De inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat belanghebbende een aanzienlijk deel van de opbrengst van één hennepoogst heeft genoten. De bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard. De rechtbank verlaagt de aanslag omdat het, gezien de vele aanwijzingen dat belanghebbende niet alleen handelde, niet redelijk is om alle inkomsten aan belanghebbende toe te rekenen. Een 50% boete, over de lagere boetegrondslag, is terecht.

Uitspraak

Vaststelling opbrengst per oogst in kweekruimte 1:

(…) - 585 hennepplanten / 29,92 m2 = 19,5 hennepplanten per m2. Afgerond betreft dit 20 hennepplanten per m2. (…)

De opbrengst aan hennep per plant van kweekruimte 1 is volgens de tabel minimaal 25,7 gram. (…)

De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt:

585 hennepplanten x 25,7 gram = 15,0345 kilogram. (…)

De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Volgens het rapport van Functioneel Parket Afpakken bedraagt dit minimaal EUR 4070,00 per kilogram.

De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt minimaal 15,0345 kilogram x EUR 4070,00 = EUR 61.190,42. (…)

In de hierna vermelde berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt uitgegaan van 1 reeds eerder gerealiseerde oogst(en) in kweekruimte 1. (…) De vermelde eerdere oogst is vastgesteld op basis van ingesteld onderzoek, waarbij de volgende aanwijzingen bleken.

Stof op koolstoffilters

(…) Ik zag dat de filterdoeken van de koolstoffilters waren vervuild. (…) Het is aannemelijk dat de vervuiling van het filterdoek in kweekruimte 1 is opgetreden nadat de koolstoffilter in de kweekruimte is geplaatst. De vervuiling van het filterdoek treedt pas na langere tijd op (…).

Stof op voorwerpen

Ik zag dat er stof lag op onder andere de volgende goederen:

- De lampenkap. (…)

Ik zag dat er stof aanwezig was op het rotorblad van de ventilator. (…)

Verkleuring van purschuim

Ik zag dat het purschuim in kweekruimte 1 was verkleurd. (…)

Kostenberekening in de 1e kweekruimte

(…) De in mindering te brengen kosten per oogst voor de in dit onderzoek betrokken hennepkwekerij zijn op basis van het rapport van Functioneel Parket Afpakken (FPA) als volgt:

Vaststelling opbrengst per oogst in kweekruimte 2:

(…)- 576 hennepplanten / 28,2 m2 = 20,4 hennepplanten per m2. Afgerond betreft dit 21 hennepplanten per m2. (…)

De opbrengst aan hennep per plant van de 2e kweekruimte is volgens de tabel minimaal 25,1 gram. (…)

De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt:

576 hennepplanten x 25,1 gram = 14,4576 kilogram. (…)

De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Volgens het rapport van Functioneel Parket Afpakken bedraagt dit minimaal EUR 4070,00 per kilogram.

De totale opbrengst per oogst bedraagt minimaal 14,4576 kilogram x EUR 4070,00 = EUR 58.842,43. (…)

In de hierna vermelde berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt uitgegaan van 1 reeds eerder gerealiseerde oogst(en) in kweekruimte 2. (…) De vermelde eerdere oogst is vastgesteld op basis van ingesteld onderzoek, waarbij de volgende aanwijzingen bleken.

Stof op koolstoffilters

(…) Ik zag dat de filterdoeken van de koolstoffilters waren vervuild. (…) Het is aannemelijk dat de vervuiling van het filterdoek in kweekruimte 2 is opgetreden nadat de koolstoffilter in kweekruimte 2 is geplaatst. De vervuiling van het filterdoek treedt pas na langere tijd op (…).

Stof op voorwerpen

Ik zag dat er stof lag op onder andere de volgende goederen:

- De lampenkap. (…)

In/afdrukken in tempexplaten

De plantenbakken stonden op (vijver)zeil. Ik heb het zeil op meerdere plaatsen opengesneden om te controleren of er meerdere in/afdrukken van plantenbakken zichtbaar waren. (…) Ik zag op de plaatsen waar zich de grote formaat plantenbakken bevonden geen extra in/afdruk. Ik zag in de tempexplaat waar een klein formaat plantenbak stond meerdere in/afdrukken.

Het is aannemelijk dat er één eerdere oogst heeft plaatsgevonden aangezien er meer dan één afdruk is aangetroffen. (…)

Kalkafzetting op de plantenbak

Ik zag kalkafzetting op de plantenbakken. (…)

Kostenberekening in de 2e kweekruimte

(…) De in mindering te brengen kosten per oogst voor de in dit onderzoek betrokken hennepkwekerij zijn op basis van het rapport van Functioneel Parket Afpakken (FPA) als volgt:

Bij brief van 6 februari 2020 heeft de inspecteur belanghebbende een rapport toegestuurd dat is opgemaakt naar aanleiding van een controle van de aanvaardbaarheid van de aangifte(n) IB/PVV en Zvw 2018. Daarin staat onder meer:

6 Berekening resultaat overige werkzaamheden

(…) Voor de berekening op het inkomen heb ik gebruik gemaakt van het rapport “Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht” van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie, versie november 2010. (…)

Dit leidt tot de volgende opbrengstberekening:

Uit het onderzoek is gebleken dat in de periode van 21 juni 2018 tot 25 oktober 2018 er sprake is van één oogst á 585 hennepplanten in kweekruimte 1 en 576 hennepplanten in kweekruimte 2 uitgaande van een groeicyclus van 10 weken. Waarbij ik ben uitgegaan van de norm, zoals vermeld in het proces-verbaal van de politie Oost Brabant, zijnde 25,7 gram per plant voor kweekruimte 1 en 25,1 gram per plant voor kweekruimte 2. De gramprijs wordt door mij gesteld op € 4,07, zijnde de prijs die op dat moment in de markt gehanteerd is.

Dit leidt tot de volgende opbrengstberekening:

Kweekruimte 1

- 585 planten X 25,7 gram = 15.034,5 gram

- 15.034,5 gram X € 4,07 = € 61.190,41

De opbrengst in 2018 voor kweekruimte 1 komt hierdoor op € 61.190,00 voor één oogst.

Kweekruimte 2

- 576 planten X 25,1 gram = 14.457,6 gram

- 14.457,6 gram X € 4,07 = € 58.842,43

De opbrengst in 2018 voor kweekruimte 2 komt hierdoor op € 58.842,43 voor één oogst.

De totale opbrengst in 2018 voor kweekruimten 1 en 2 komt hierdoor op € 120.032,00. Omdat niet duidelijk is hoe de verdeling van het genoten voordeel dient te worden verdeeld is om pragmatische reden en om de rechten van de Belastingdienst veilig te stellen besloten om bij alle verdachten het maximaal genoten voordeel tot hun genoten inkomen te rekenen.

Aftrekbare kosten:

Kosten komen alleen voor aftrek in aanmerking, indien er ook een opbrengst is gerealiseerd en deze kosten een directe relatie hebben met het strafbare feit. Kosten die gemaakt zijn ten behoeve van de teelt van de in beslag genomen hennepplanten, komen derhalve niet voor aftrek in aanmerking. In het genoemde rapport van BOOM is opgenomen welke kosten in aanmerking kunnen worden genomen. (…)

9. Boete

Over de correctie genoemd onder punt 6 ben ik voornemens naast de aanslag een vergrijpboete ingevolge artikel 67d Algemene wet inzake rijksbelastingen en paragraaf 25 en 26 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst te leggen.

De voorgenomen vergrijpboete bedraagt 50%.”

Belanghebbende heeft, na daarvoor te zijn uitgenodigd, over 2018 aangifte gedaan naar (enkel) een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 7.404.

Bij het opleggen van de aanslag heeft de inspecteur € 120.032 aan resultaat uit overige werkzaamheden bijgeteld, resulterend in een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 127.436.

In de uitspraak op bezwaar heeft de inspecteur alsnog rekening gehouden met bij de hennepteelt gemaakte kosten tot een bedrag van € 9.036, resulterend in een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 118.400.

Het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch heeft op 6 oktober 2023 uitspraak gedaan in de straf- en ontnemingszaak tegen belanghebbende. Daarbij is belanghebbende veroordeeld voor het medeplegen van hennepteelt en is het door belanghebbende wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 54.748.

Motivering

Heeft de inspecteur de aanslag tot het juiste bedrag opgelegd?

Omkering bewijslast

4. De inspecteur stelt dat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan. Als de vereiste aangifte niet is gedaan, dan wordt het beroep ongegrond verklaard, tenzij blijkt dat en in hoeverre de uitspraak op bezwaar onjuist is (‘omkering en verzwaring van de bewijslast’).

Belanghebbende heeft over 2018 aangifte IB/PVV gedaan. De inspecteur stelt echter dat deze onjuist is gedaan en ten onrechte een inkomen uit werk en woning van € 7.404 is vermeld. Als aan een aangifte inhoudelijke gebreken kleven, dan kan dat tot gevolg hebben dat de vereiste aangifte niet is gedaan. Daarvoor moet aan de hand van de normale regels van steplicht en bewijslast worden vastgesteld:

dat sprake is van één of meer gebreken die ertoe leiden dat de belasting die volgens de aangifte verschuldigd is verhoudingsgewijs aanzienlijk lager is dan de werkelijk verschuldigde belasting;

dat het gaat om een aanzienlijk bedrag aan de belasting die als gevolg van de gebreken in de aangifte niet zou zijn geheven; en

dat de belastingplichtige op het moment van het doen van de aangifte wist of zich ervan bewust moest zijn dat door de gebreken een aanzienlijk bedrag aan verschuldigde belasting niet zou worden geheven.

De inspecteur stelt dat belanghebbende niet de vereiste aangifte IB/PVV 2018 heeft gedaan omdat belanghebbende in 2018 aanzienlijke inkomsten uit hennepteelt heeft genoten die belanghebbende niet heeft aangegeven. Hij heeft in dit verband gewezen op:

de meldingen waaruit zou blijken dat belanghebbende op zoek was naar een ruimte om hennep te kweken;

bakengegevens waaruit volgt dat de auto van de schoondochter van belanghebbende regelmatig op het adres was waar de hennepkwekerij is aangetroffen;

verklaringen van de eigenaar van de schuur waar de hennepkwekerij is aangetroffen; en

identificatie aan de hand van een foto van belanghebbende door de eigenaar van de schuur waar de hennepkwekerij is aangetroffen en door diens echtgenote.

Belanghebbende erkent dat hij bij de aangetroffen hennepkwekerij betrokken was. Hij stelt echter dat hij, naar de rechtbank begrijpt, “slechts” € 2.000 heeft ontvangen voor bemiddeling en geen opbrengst uit de teelt heeft genoten.

De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende over 2018 niet de vereiste aangifte IB/PVV heeft gedaan. De rechtbank neemt daarbij het volgende in aanmerking.

De rechtbank acht ongeloofwaardig dat belanghebbende slechts heeft bemiddeld bij het zoeken van een locatie voor de hennepkwekerij en enkel daarvoor een bedrag van € 2.000 heeft ontvangen. De rechtbank acht aannemelijk dat belanghebbende veel actiever was betrokken bij de hennepkwekerij zoals naar voren komt uit de verklaring van de eigenaar van de schuur op 28 november 2018 dat hij belanghebbende minstens eens in de twee weken heeft aangetroffen. Ter zitting heeft de gemachtigde van belanghebbende bevestigd dat belanghebbende de stroomaftakking heeft geregeld – waardoor ten behoeve van de hennepkwekerij een aansluiting op de hoofdaansluiting van de woning aan de [adres 3] te [plaats 3] werd gemaakt – en dat belanghebbende werd gebeld door de eigenaar als er iets met de hennepkwekerij aan de hand was.

De rechtbank acht aannemelijk dat de hennepkwekerij in 2018 tot minimaal één oogst heeft geleid. De rechtbank komt tot dit oordeel door:

de omstandigheid dat de schuur waarin de hennepkwekerij is aangetroffen vanaf mei 2018 werd gehuurd (zie 3.1), terwijl de hennepkwekerij is ontdekt op 25 oktober 2018, de hennepplanten op dat moment ongeveer 8 weken oud waren en een kweekcyclus gemiddeld 10 weken bedraagt (zie 3.4);

de aanwezigheid van stof op de kweekapparatuur in beide kweekruimten (zie 3.3 en 3.4);

vervuiling van de koolstoffilters in beide kweekruimten (zie 3.2 tot en met 3.4);

verkleuring van het in de hennepkwekerij aangetroffen purschuim (zie 3.4);

de aanwezigheid van kalk op de bakken waarin de hennepplanten gekweekt werden in kweekruimte 2 (zie 3.4);

in de hennepkwekerij aangetroffen resten van hennepplanten (zie 3.3);

een in de hennepkwekerij aangetroffen schaar met daarop hennepresten (zie 3.2); en

afdrukken van plantenbakken in de tempexplaten in kweekruimte 2 (zie 3.4).

De rechtbank acht ook aannemelijk dat met de hennepkwekerij in 2018 een netto opbrengst is behaald van minimaal € 110.996. De inspecteur heeft de in 3.7 bedoelde correctie van € 120.032 en het in 3.8 genoemde bedrag aan kosten van € 9.036, gebaseerd op het in 3.4 bedoelde Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij, waarin de opbrengst van de hennepkwekerij is berekend aan de hand van daarvoor geldende normen uit het zogenoemde BOOM-rapport.

De rechtbank acht, gelet op wat is overwogen in 4.1.4, meer dan aannemelijk dat belanghebbende een aanzienlijk deel van de in 4.1.6 bedoelde netto opbrengst heeft genoten. Daarmee heeft de inspecteur aannemelijk gemaakt dat belanghebbende een zodanig inkomen heeft genoten dat de volgens de aangifte verschuldigde belasting absoluut en verhoudingsgewijs aanzienlijk lager is dan de belasting die (tenminste) werkelijk verschuldigd is. Het is een feit van algemene bekendheid dat inkomsten uit hennepteelt moeten worden aangegeven. Belanghebbende moet zich dan ook, ten tijde van het doen van de aangifte IB/PVV 2018, ervan bewust zijn geweest dat door het niet aangeven van deze inkomsten een aanzienlijk bedrag aan verschuldigde belasting niet zou worden geheven. Dat betekent dat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan.

Omdat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan, wordt de bewijslast omgekeerd en verzwaard.

Hoogte van de aanslag

Bij omkering en verzwaring van de bewijslast moet de rechtbank beoordelen:

of sprake is van een redelijke – niet willekeurige – schatting door de inspecteur, en, zo ja,

of belanghebbende heeft doen blijken dat en in hoeverre de aanslag onjuist is.

De berekening van de netto opbrengst van de hennepkwekerij van € 110.996 aan de hand van het rapport BOOM (zie 4.1.6), is niet onredelijk of willekeurig. Naar het oordeel van de rechtbank is het wel onredelijk om de gehele opbrengst van de hennepkwekerij aan belanghebbende toe te rekenen. Uit het dossier komt naar voren dat belanghebbende niet alleen heeft gehandeld bij het exploiteren van de hennepkwekerij. Bij de meldingen in 2017 en 2018 dat iemand een schuur wilde huren wordt regelmatig gesproken over twee personen (zie 3.1), de verhuurder van de schuur waarin de hennepkwekerij is aangetroffen heeft verklaard dat er ook een andere man – van 30-35 jaar oud – bij de hennepkwekerij kwam (zie 3.1) en in de straf- en ontnemingszaak is eveneens uitgegaan van medeplegen (zie 3.9). Deze omstandigheden tezamen en in onderling verband bezien, brengen mee dat de onderhavige zaak verschilt van de zaak die voorlag in het arrest van de Hoge Raad van 22 februari 2013, in welke laatste zaak niets bekend was over de onderlinge verhoudingen tussen betrokkenen.

Gelet op wat is overwogen in 4.2.1 rekent de rechtbank de helft van de berekende netto opbrengst uit de hennepkwekerij toe aan belanghebbende en bepaalt zij het door belanghebbende in 2018 genoten belastbaar inkomen uit werk en woning in goede justitie op € 62.902.

Heeft de inspecteur de belastingrente op het juiste bedrag vastgesteld?

Het beroep wordt geacht mede betrekking te hebben op de belastingrente. Nu de aanslag zal worden verminderd, verstaat de rechtbank dat de inspecteur het bedrag van de belastingrente dienovereenkomstig zal verminderen.

Heeft de inspecteur de boete terecht en op het juiste bedrag vastgesteld?

De inspecteur heeft op grond van artikel 67d van de AWR een vergrijpboete opgelegd van 50%.

Gelet op de omstandigheden als bedoeld in 4.1.3 tot en met 4.1.8, is de rechtbank van oordeel dat de inspecteur overtuigend heeft aangetoond dat belanghebbende opzettelijk een onvolledige aangifte IB/PVV 2018 heeft gedaan, waardoor de aanslag IB/PVV 2018 tot een te laag bedrag is vastgesteld. De vergrijpboete is terecht opgelegd.

De rechtbank acht hier een boete van 50% passend en geboden. Omdat de boete grondslag wordt gematigd (zie 4.2.2), zal de rechtbank de boete verlagen tot (afgerond) € 10.900. De omstandigheid dat de boetegrondslag is komen vast te staan met toepassing van omkering en verzwaring van de bewijslast, is voor de rechtbank in dit geval geen aanleiding om de boete te matigen. De rechtbank ziet daartoe geen aanleiding omdat is aangesloten bij het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel en de rechtbank de boetegrondslag heeft gehalveerd door uit te gaan van een mede-exploitant van de hennepkwekerij. De rechtbank acht een boete van € 10.900 passend en geboden.

Wel vormt de duur van de procedure voor de rechtbank aanleiding tot matiging van de boete, omdat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak in eerste feitelijke instantie. Als aanvangsmoment van de redelijke termijn in de zin van artikel 6 van het EVRM geldt 6 februari 2020 omdat het voornemen tot het opleggen van een boete op die datum aan belanghebbende is meegedeeld (zie 3.5). De rechtbank doet uitspraak op 14 februari 2024. Sinds de aanvang van de redelijke termijn zijn dus iets meer dan vier jaren verstreken. De redelijke termijn is dan overschreden met twee jaar. De boete wordt daarom gematigd met 20%. Dit leidt tot een boete van € 8.720.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is gegrond omdat de aanslag, de boete en het bedrag van de belastingrente moeten worden verminderd.

Omdat het beroep gegrond is moet de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende vergoeden en krijgt belanghebbende ook een vergoeding van zijn proceskosten. De inspecteur moet deze vergoeding betalen. De inspecteur heeft een kostenvergoeding van € 538 voor de bezwaarfase toegekend, welke – uitgaande van de destijds geldende tarieven – niet te laag is vastgesteld. Belanghebbende krijgt daarom alleen nog een vergoeding van zijn proceskosten voor de beroepsfase.

De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 875. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend (1 punt) en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen (1 punt). De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.750.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de aanslag IB/PVV 2018 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 62.902 en vermindert het bedrag van de belastingrente in overeenstemming daarmee;

- vermindert de boete tot € 8.720;

- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 50 aan belanghebbende moet vergoeden;

- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 1.750 aan proceskosten aan belanghebbende.

Deze uitspraak is gedaan op 14 februari 2024 door mr. J.P.A. Boersma, rechter, in aanwezigheid van mr. I. van Wijk, griffier. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van publicatie op rechtspaak.nl.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2024/487 NLF 2024/0566 Viditax (FutD) 2024022804 FutD 2024-0555
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand