RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
raadkamernummer : 24-027077
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager],
geboren op [datum] 1979,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. B.P.J.H. van de Luijtgaarden advocaat te Roosendaal, (Bovendonk 11A, 4707 ZH Roosendaal),
hierna te noemen: de klager, tevens beslagene.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
Op 9 december 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. C.P.G. Tax en klager gehoord.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klager.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat er niet langer sprake meer is van inbeslagname. Op 27 november 2024 is aan de raadsman van klager medegedeeld dat de inbeslaggenomen telefoon aan klager zal worden teruggeven. Het beslag is opgeheven, zodat het klaagschrift niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
2. De beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt.
Het beslag op de telefoon is gelegd op grond van artikel 94 Sv.
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend.
De rechtbank dient na te gaan of het belang van strafvordering verlangt dat het beslag wordt voortgezet. Hiervan is sprake wanneer het in beslag houden van het goed kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk voordeel aan te tonen dan wel wanneer niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen strafvorderlijk belang meer is bij het voortduren van het beslag op de telefoon en heeft tot teruggave besloten. De rechtbank stelt vast dat het beslag gelegd op grond van artikel 94 Sv daardoor is geƫindigd. De rechtbank zal de klager niet-ontvankelijk verklaren in zijn beklag.
3. De beslissing
De rechtbank verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beklag.
Deze beslissing is op 23 december 2024 genomen door mr. J.P.M. Hopmans, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 23 december 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).