ECLI:NL:RBZWB:2024:9696

ECLI:NL:RBZWB:2024:9696, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-08-2024, 11191042 OV VERZ 24-3045

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 21-08-2024
Datum publicatie 14-01-2026
Zaaknummer 11191042 OV VERZ 24-3045
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Spoorwisselbeschikking. Verzoeker wil dat een brief nietig wordt verklaard. Dat moet via een dagvaardingvaardingsprocedure. Verzoeker wordt in de gelegenheid gesteld zijn verzoekschrift aan te passen zodat de procedure kan worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken

Breda

zaak/rolnr.: 11191042 OV VERZ 24-3045

beschikking d.d. 21 augustus 2024

inzake

[verzoeker] , te [plaats] ,

verzoekende partij,

procederend in persoon,

tegen:

de Belastingdienst, Middel- en kleinbedrijf, kantoorhoudende te Utrecht,

verwerende partij,

(nog) niet verschenen.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als ‘ [verzoeker] ’ en ‘de Belastingdienst’.

1. Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. het verzoekschrift van 20 juni 2024 met bijlagen;

b. de brief van de griffier van 3 juli 2024;

c. de toelichting op het verzoekschrift van 6 juli 2024.

De inhoud van deze stukken geldt als hier ingelast.

2. Het verzoek en de beoordeling

Op 23 juni 2024 werd ter griffie van de Cluster belastingrecht van onderhavige

Rechtbank een verzoekschrift van [verzoeker] ontvangen, waarna deze intern is doorgezonden

naar de griffie van het team Civiel recht, Cluster I Civiele kantonzaken, locatie Breda.

Omdat onduidelijk was welke vorderingen [verzoeker] wenste in te stellen middels zijn

verzoekschrift, heeft de griffier bij brief van 3 juli 2024 om een nadere verduidelijking

gevraagd. Daartoe is [verzoeker] bij e-mailbericht van 6 juli 2024 overgegaan.

[verzoeker] is van mening dat de belastingvordering met aanslagnummer

[aanslagnummer] .h66 is verjaard en de stuitingsbrief van de Belastingdienst d.d. 15 december

2022 nietig is. [verzoeker] verzoekt de kantonrechter die brief dan ook nietig te verklaren,

alsmede – zo begrijpt de kantonrechter – voor recht te verklaren dat de hiervoor genoemde

belastingvordering is verjaard.

De kantonrechter overweegt dat een procedure als door [verzoeker] beoogd, niet aanhangig dient te worden gemaakt door middel van een verzoekschrift, maar door middel van een exploot van dagvaarding. Gelet op het voorgaande zal [verzoeker] , op grond van artikel 69 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), in de gelegenheid worden gesteld om het inleidend processtuk te verbeteren in die zin dat hij op zijn kosten de Belastingdienst bij deurwaardersexploot dagvaardt tegen de hierna genoemde roldatum.

De kantonrechter wijst [verzoeker] erop dat hij bij het verbeteren van het processtuk rekening dient te houden met de bepalingen in het Wetboek van Rechtsvordering met betrekking tot betekeningsvoorschriften en de inhoud van de dagvaarding.

Daarnaast wijst de kantonrechter [verzoeker] op het volgende. Omdat de vordering een geldelijk belang van minder dan € 25.000,00 lijkt te belopen, dient de kantonrechter op grond van artikel 110 Rv te beoordelen of hij relatief bevoegd is.

Er is geen aanknopingspunt te vinden dat de kantonrechter te Breda bevoegd is van de vordering kennis te nemen. Noch [verzoeker] , noch het vestigingskantoor van de Belastingdienst zijn immers woonachtig, respectievelijk gevestigd, binnen het arrondissement van de kantonrechter te Breda. Op grond van artikel 99 Rv zou de kantonrechter te Utrecht bevoegd zijn van het geschil kennis te nemen, nu gedaagde gevestigd lijkt te zijn binnen diens rechtsgebied.

De kantonrechter geeft [verzoeker] dan ook in overweging het uit te brengen exploot van dagvaarding aan te brengen bij de kantonrechter te Utrecht. Indien hij daartoe overgaat, dient [verzoeker] dat schriftelijk op de hierna genoemde roldatum (of zoveel eerder als mogelijk) aan de griffie van deze rechtbank door te geven.

3. De beslissing

De kantonrechter:

stelt [verzoeker] in de gelegenheid op zijn kosten over te gaan tot verbetering van het inleidende processtuk;

verwijst de zaak hiertoe naar de rolzitting van woensdag 18 september 2024 te 10.00 uur;

stelt [verzoeker] in de gelegenheid om de Belastingdienst met inachtneming van de wettelijke termijnen tegen de hiervoor genoemde datum en tijd te dagvaarden onder betekening van deze beslissing en van het inleidend verzoekschrift en vervolgens het exploot van dagvaarding uiterlijk één dag eerder dan voornoemde roldatum ter inschrijving op de rol aan de griffie aan te bieden;

beveelt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;

stelt [verzoeker] in de gelegenheid zijn stellingen aan te passen op de voor de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2024.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?