RECHTBANK ZEELAND -WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02/001223-01
beslissing van de meervoudige kamer d.d. 29 maart 2024
op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van
[betrokkene]
geboren op [geboortedag] 1959 te [geboorteplaats]
verblijvende in FPC [tbs-instelling]
[betrokkene] zal hierna worden aangeduid als ‘betrokkene’.
1. De stukken
Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:
- de vordering van de officier van justitie ingekomen op 5 februari 2024, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling (hierna ook: ‘tbs’) met twee jaar;
- de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene van 24 mei 2022 tot en met 24 november 2023;
- het verlengingsadvies van FPC [tbs-instelling] (hierna: ‘de tbs-instelling’) van 11 januari 2024;
- de beschikking tot plaatsing van betrokkene in een LFPZ-voorziening van de tbs-instelling van 26 februari 2024.
2. De procesgang
Bij vonnis van de rechtbank Breda van 1 november 2001 is betrokkene, wegens doodslag, veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf en tbs met verpleging van overheidswege.
De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank stelt vast dat het gaat om een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De tbs is op 24 maart 2002 aangevangen en laatstelijk met twee jaar verlengd op 28 maart 2022. Deze beslissing is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigd met aanvulling en verbetering van gronden bij beslissing van 21 juli 2022.
Tijdens het onderzoek ter openbare terechtzitting van de rechtbank van 18 maart 2024 is de officier van justitie mr. L.J. den Braber gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. M.M. van Woensel, advocaat te Tilburg. Voorts is de [deskundige] , behandelcoördinator en GGZ-psycholoog bij de tbs-instelling, door middel van een videoverbinding gehoord.
3. Het advies van de tbs-instelling
De tbs-instelling heeft geadviseerd de tbs te verlengen met twee jaar en heeft daartoe aangevoerd dat bij betrokkene sprake is van complexe problematiek, bestaande uit schizofrenie, een verstandelijke beperking, antisociale trekken en een stoornis in alcoholgebruik (in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving). Vanaf 2010 is sprake van de LFPZ-status. Er wordt gepoogd betrokkene zoveel mogelijk te stabiliseren, maar het resultaat is wisselend. Herhaaldelijk zijn begrenzing van zijn gedrag en inperking van zijn vrijheden noodzakelijk om (fysieke) escalatie zoveel mogelijk te voorkomen. Er is veelvuldig sprake geweest van moeilijk stuurbaar en ongewenst gedrag, zoals het aannemen van een dreigende houding, het uiten van doodsbedreigingen en overige verbaal agressieve overschrijdingen en andersoortige regelovertredingen. Het delictgevaar is onverminderd groot. Betrokkene lijkt zijn ontwikkelplafond te hebben bereikt. Er is geen lerend vermogen, geen intrinsieke motivatie voor behandeling/verandering en betrokkene blijkt onvermogend om zonder intensieve zorg, begeleiding en begrenzing zijn psychose- en agressiegestuurde impulsen te beheersen. Zijn toestandsbeeld vraagt dan ook om forensische expertise en om de mogelijkheid om acuut en desnoods zonder toestemming vrijheidsbeperkende of andersoortige interventies in te zetten. Dit is passend bij een hoog beveiligde omgeving waarin 24-uurs-zorg, -begeleiding en -toezicht geboden kunnen worden. Verder is het belangrijk dat er zo weinig mogelijk druk op betrokkene wordt gelegd en dat hij zoveel als mogelijk autonomie kan ervaren. Betrokkene is niet in staat om zelfstandig zijn leven op veilige en stabiele wijze vorm te geven. Ondanks de inzet van verschillende interventies, is vormgeving van een – zoveel mogelijk sluitend – risicomanagementplan voor verantwoord praktiseren van begeleid verlof niet mogelijk. Betrokkene is onvoldoende te stabiliseren en is beperkt peilbaar en begeleidbaar. De uitstroom naar een instelling met een minder hoog beveiligingsniveau wordt niet als optie gezien. Feitelijk is er sinds de vorige verlengingsbeslissing niets veranderd. Gelet op het functioneren, het toestandsbeeld en het uitblijven van ontwikkeling is voor betrokkene geen andere toekomst in zicht dan een verblijf binnen de hoog beveiligde LFPZ-voorziening. De behandeldoelen blijven dan ook gericht op het zoveel mogelijk stabiliseren van de psychiatrische conditie en het optimaliseren van de kwaliteit van leven.
Ter zitting heeft [deskundige] daaraan nog toegevoegd dat begin dit jaar de LFPZ-status weer is verlengd met een hoog individueel beveiligingsniveau.
4. Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting bij haar vordering gebleven de tbs met twee jaar te verlengen. Aan de wettelijke vereisten daarvoor is voldaan. Zo is er nog steeds sprake van een stoornis en een hoog recidiverisico wanneer de tbs-maatregel zou worden beëindigd. Er is geen reden om af te wijken van het advies van de tbs-instelling om de tbs met twee jaar te verlengen.
5. Het standpunt van de verdediging
Betrokkene heeft ter zitting verklaard dat hij zich niet kan vinden in het advies van de tbs-instelling. Hij is van mening dat er een eind moet komen aan de tbs-maatregel. Hij zou graag willen gaan wonen in [wooncomplex] in [plaats] .
De verdediging heeft betoogd dat de tbs-maatregel volgens betrokkene moet worden beëindigd. Betrokkene heeft het er moeilijk mee gehad dat hij tijdelijk opgenomen is geweest in een ziekenhuis. Daardoor is hij gaan nadenken hoe hij verder invulling wil geven aan zijn leven. Hij zou het liefst in [wooncomplex] in [plaats] willen wonen.
6. Het oordeel van de rechtbank
De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op het advies van de tbs-instelling wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijk criterium.
Uitgangspunt is dat wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging met één jaar, de tbs verlengd dient te worden met twee jaar, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden.
Hoewel de rechtbank begrijpt dat betrokkene graag zou zien dat de tbs-maatregel wordt beëindigd, stelt de rechtbank vast dat er nog steeds sprake is van een hoog recidivegevaar wanneer de tbs-maatregel wordt beëindigd. Daarnaast is de LFPZ-status van betrokkene wederom afgegeven, waarbij het individueel beveiligingsniveau is vastgesteld als hoog. Zowel uit het advies als ter zitting is gebleken dat betrokkene het lastig vindt om op een sociaal passende manier te functioneren en met mensen om te gaan. Daarmee wordt bevestigd dat betrokkene niet in staat is om zelfstandig zijn leven op een veilige en stabiele wijze vorm te geven. Vanwege het functioneren van betrokkene, zijn toestandsbeeld en het uitblijven van ontwikkeling is enkel de huidige setting passend. De vormgeving van een risicomanagementplan voor het verantwoord praktiseren van begeleid verlof is op dit moment niet mogelijk, waardoor er geen resocialisatietraject aan de orde is. De verwachting is dan ook niet dat beëindiging of wijziging van de tbs-maatregel binnen één jaar aan de orde zal zijn.
Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de tbs met verpleging van overheidswege van betrokkene moet worden verlengd met twee jaar.
7. De beslissing
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met twee jaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. L.W. Louwerse, voorzitter, mr. E.B. Prenger en
mr. V. Hartman, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. A. van Krevel en is uitgesproken ter openbare zitting op 29 maart 2024.
Mr. Louwerse en de griffier zijn niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.