ECLI:NL:RBZWB:2025:1019

ECLI:NL:RBZWB:2025:1019, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24-02-2025, BRE 24/3950

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 24-02-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer BRE 24/3950
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 4 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0044956 BWBR0047436

Samenvatting

Beroep tegen de afwijzing lichte toets € 30.000 (Wht). Niet-ontvankelijk, geen procesbelang, omdat integrale herbeoordeling is gedaan en daar bezwaar tegen loopt.

Uitspraak

[eiseres], uit [plaats], eiseres,

(gemachtigde: mr. J. van den Ende),

en

Dienst Toeslagen, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank beroep van eiseres tegen de afwijzende beschikking lichte toets van 20 december 2021. In deze beschikking geeft verweerder aan dat hij nu nog geen reden ziet om eiseres € 30.000 te betalen.

Met het besluit van 19 maart 2024 heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij geen procesbelang heeft bij haar bezwaar aangezien eiseres haar situatie in een beschikking van 30 maart 2023 integraal is beoordeeld.

Eiseres heeft op 24 april 2024 beroep ingesteld tegen het besluit van 19 maart 2024.

Verweerder heeft op 19 augustus 2024 een herziene beslissing op bezwaar genomen. De beslissing op bezwaar van 19 maart 2024 wordt ingetrokken en vervangen door de herziene beslissing op bezwaar waarin het bezwaar van eiseres ongegrond is verklaard. Het beroep ziet van rechtswege op deze herziene beslissing op bezwaar.

Op 19 augustus 2024 heeft eiseres aanvullende beroepsgronden ingediend tegen de herziene beslissing op bezwaar.

Verweerder heeft op 5 september 2024 een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft beroep op 13 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. S.R. Busch en mr. M. Krari namens verweerder. Eiseres en haar gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank dient, voordat tot een inhoudelijke beoordeling kan worden gekomen, ambtshalve te beoordelen of eiseres procesbelang bij deze procedure heeft. Procesbelang is het belang dat eiseres heeft bij de uitkomst van de procedure. Het moet gaan om een reëel en actueel belang.

3. De rechtbank stelt vast dat eiseres wil bereiken dat zij alsnog recht heeft op de € 30.000 van de lichte toets. Op 30 maart 2023 heeft verweerder de situatie van eiseres integraal beoordeeld. Ook bij de integrale herbeoordeling heeft verweerder geen reden gezien om eiseres als gedupeerde aan te merken en € 30.000 te betalen. Op 9 mei 2023 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen deze integrale herbeoordeling en dit bezwaar loopt nog.De integrale beoordeling is, zoals verweerder op zitting ook heeft uitgelegd, een intensievere toets dan de lichte toets, waarin de beoordeelde aspecten van de lichte toets worden meegenomen. Hierbij wordt ook gekeken of eiseres toch recht heeft op de € 30.000 uit de lichte toets. Met de integrale herbeoordeling wordt dus een volledige, grondigere herbeoordeling van het verzoek van eiseres gedaan. De uitkomst van die procedure bepaalt of eiseres uiteindelijk wel of niet als gedupeerde kan worden aangemerkt. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat eiseres met dit ingestelde beroep geen reëel en actueel belang meer heeft. De beroepsgronden die zij heeft aangevoerd tegen de uitkomst van de lichte toets, kunnen aan de orde komen in het bezwaar tegen de integrale herbeoordeling.Ook is geen procesbelang gelegen in het feit dat bij de integrale herbeoordeling een lager compensatiebedrag dan € 30.000 zou kunnen worden vastgesteld. In dat geval wordt namelijk alsnog een bedrag van € 30.000 uitbetaald.

4. Verder overweegt de rechtbank dat ook geen procesbelang gelegen is in de wettelijke rente die eiseres zou kunnen vorderen over het bedrag van € 30.000 als zij alsnog als gedupeerde van de toeslagaffaire zou worden aangemerkt. Op zitting heeft verweerder namelijk aangegeven dat zij zowel bij toekenning van de € 30.000 bij de lichte toets als bij een latere toekenning van de € 30.000 bij de integrale herbeoordeling bij de berekening van de wettelijke rente uitgaat van dezelfde aanvangsdatum als genoemd in artikel 6.9, derde lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).

5. Eiseres heeft gesteld dat sprake is van procesbelang gelet op de overwegingen in de uitspraken van de rechtbank Rotterdam van 16 april 2024. Deze overwegingen hebben betrekking op de situatie dat het bezwaar ook betrekking heeft op andere herstelmaatregelen dan die genoemd in artikel 2.7, vierde lid, aanhef en onder a en b, van de Wht. Nu hiervan in het geval van eiseres geen sprake is, leidt deze stelling alleen daarom al niet tot een ander oordeel over het procesbelang. Los daarvan blijft staan, zoals hiervoor onder 3 overwogen, dat in de integrale herbeoordeling de beoordeelde aspecten van de lichte toets worden meegenomen.6. In de door eiseres verzochte vergoeding van gemaakte kosten in bezwaar is ook geen procesbelang gelegen. Het niet vergoeden van bezwaarkosten levert namelijk niet (langer) een zelfstandig procesbelang op.

7. Het beroep is niet-ontvankelijk, omdat eiseres bij dit ingestelde beroep geen procesbelang heeft.

Conclusie en gevolgen

8. Omdat beroep niet-ontvankelijk is, beoordeelt de rechtbank de zaak niet inhoudelijk. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten, omdat er al geen procesbelang meer was op het moment dat eiseres het beroep instelde.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 24 februari 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S.A.M.L. van de Sande

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?