RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
zaaknummer: C/02/430610 / FA RK 25-106
datum uitspraak: 25 februari 2025
beschikking
in de zaak van
[minderjarige 1] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2008,
wonende in [woonplaats ] ,
en
[minderjarige 2] , hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2012,
wonende te [woonplaats ] .
mr. [de bijzondere curator] , advocaat-mediator, kantoorhoudende aan [adres] is benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. A. Kurt-Gecoglu,
[de vader]
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats ] ,
advocaat mr. D.C.M. Smeulders-Martens.
De kinderrechter merkt als informant aan:
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie [geboorteplaats] , hierna te noemen de GI (gecertificeerde instelling).
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda,
hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.
1. De documenten
De zak bevat uit de volgende documenten:
het verslag van de bijzondere curator van 8 januari 2024;
de op 17 januari 2024 ontvangen e-mail van de bijzondere curator met bijlage.
De kinderrechter heeft op 15 januari 2025 gesproken met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
Op 28 januari 2025 heeft de kinderrechter het verzoek tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Op deze mondelinge behandeling zijn verschenen:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- een vertegenwoordigster van de GI;
- een vertegenwoordigster van de Raad.
Gelet op de nauwe samenhang is deze zaak gezamenlijk behandeld met zaak betreffende het verzoek van de GI met kenmerk: C/02/427421 / JE RK 24-1804106. In die zaak zal bij aparte beschikking worden beslist.
2. De feiten
De ouders zijn met elkaar gehuwd geweest. Bij beschikking van 22 december 2020 is echtscheiding tussen de ouders uitgesproken. De beschikking op 22 januari 2021 ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand
Het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] wordt uitgeoefend door de ouders gezamenlijk.
[minderjarige 2] en [minderjarige 1] wonen bij hun vader;
Bij beschikking van 13 juni 2024 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd met ingang van 19 juni 2024 tot 19 februari 2025.
3. Wat willen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ?
Uit het verslag van de bijzondere curator volgt duidelijk de wens van beide kinderen om geen contact met hun moeder te hebben. Deze wens is door de bijzondere curator als citaat opgeschreven. De kinderrechter heeft deze citaten als informele rechtsingang beschouwd en op basis hiervan de kinderen uitgenodigd om met de kinderechter te praten.
[minderjarige 1] vraagt aan de kinderrechter om te bepalen dat hij zijn moeder niet meer hoeft te zien. Verder tijdens het gesprek heeft [minderjarige 1] gevraagd dat zijn moeder geen gezag meer over hem heeft en dat zij geen informatie over hem krijgt.
[minderjarige 2] wil geen contact meer met haar moeder.
4. Waarom willen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dit?
[minderjarige 1] geeft in het verslag van de bijzondere curator en in het gesprek met de kinderrechter aan dat hij helemaal geen contact meer met zijn moeder wil. Zijn moeder is op zijn stageadres geweest en daar is hij heel erg van geschrokken. Hij heeft toen ook tegen haar gezegd dat hij haar niet wil zien. Toen hij nog bij zijn moeder woonde, werd hij door haar geslagen. [minderjarige 1] moest toen ook met haar naar Sterk Huis. Hij gaat zijn moeder nooit vergeven voor wat zij hem heeft aangedaan. [minderjarige 1] geeft verder aan dat hij zich onder druk voelt gezet door de GI om weer contact te moeten hebben met zijn moeder.
[minderjarige 2] heeft een vervelende tijd meegemaakt toen haar ouders nog bij elkaar waren. Zij werd geslagen en in haar kamer opgesloten. Als zij haar moeder ziet, is zij bang dat zij weer herinnerd wordt aan die vervelende periode. [minderjarige 2] wil geen contact meer met haar moeder, zij wil geen tekst of spraakberichtjes en ook geen foto’s of cadeautjes.
De ouders, hun advocaten, de GI en de Raad hebben hun standpunten gegeven op de mondelinge behandeling. Op die standpunten wordt, voor zover van belang voor de beoordeling van de vragen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , hierna ingegaan.
5. De beoordeling
Ontvankelijkheid
In het algemeen is een minderjarige geen zelfstandige procespartij in gerechtelijke procedures. De wet biedt echter een aantal mogelijkheden om gebruik te maken van de informele rechtsingang, namelijk:
Op grond van artikel 1:251a lid 4 BW kan de minderjarige de rechter vragen om tijdens de echtscheidingsprocedure een beslissing te geven over de wijziging van het gezamenlijk ouderlijk gezag naar eenhoofdig gezag.
Op grond van artikel 1:253a lid 2 en 4 BW jo. 1:377e BW en 1:377g BW kan de minderjarige de rechter vragen om het vaststellen of wijzigen van een regeling over de verdeling van de zorg- en opvoedtaken, het vaststellen of wijzigen van de hoofdverblijfplaats of het vaststellen of wijzigen van een informatieregeling. Daarvoor is vereist dat de ouders gezamenlijk gezag hebben;
Op grond van artikel 1:377g jo. 1:377a, 1:377b en 1:377e BW kan de minderjarige vragen om het vaststellen of wijzigen van een omgangsregeling of informatie- en consultatieregeling.
Op grond van artikel 1:250 BW kan de aanvraag van de minderjarige ook zien op de benoeming van een bijzondere curator.
In de jurisprudentie is daarnaast aanvaard dat de minderjarige ook na een echtscheidingsprocedure een informele rechtsingang heeft om de rechter te verzoeken om het gezamenlijk gezag te wijzigen naar eenhoofdig gezag, maar niet meer als de rechter in de echtscheidingsprocedure (of daarna) een beslissing over het gezag heeft genomen (HR 4 april 2008, ELCI:NL:HR:2008:BC2241).
De aanvragen die [minderjarige 1] en [minderjarige 2] doen, namelijk over de zorgregeling, de informatieregeling en een wijziging in het gezag, vallen onder de bovenstaande onderwerpen. De aanvraag van [minderjarige 1] over het gezag valt weliswaar buiten de echtscheidingsprocedure van de ouders, maar er is in het kader van die procedure geen beslissing genomen over het gezag. De kinderrechter stelt daarom vast dat er een ambtshalve beslissing kan worden genomen over de aanvragen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
Voortgang procedure
De bijzondere curator heeft op de mondelinge behandeling aangegeven dat zij namens [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hun aanvragen zal overnemen en een verzoek hiertoe zal indienen. Om de bijzondere curator daar de gelegenheid voor te geven en om ook de ouders en hun advocaten de mogelijkheid te bieden om daar hun standpunten op te formuleren, zal de kinderrechter deze zaak aanhouden tot de hierna te melden pro forma datum. De bijzondere curator krijgt vier weken vanaf de datum van deze beschikking de tijd om de verzoeken namens [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in te dienen. Vervolgens krijgen de advocaten van de moeder en de vader en de Raad vier weken de tijd om daar schriftelijk op te reageren. Nu er nog onduidelijkheid bestaat of er na de huidige afloopdatum (19 februari 2025) nog sprake zal zijn van een ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , zal de kinderrechter vooralsnog geen reactie vragen aan de GI.
Op basis van de verzoeken van de kinderen, de standpunten van de ouders en het advies van de Raad zal de rechtbank een beslissing nemen over voortgang van deze zaak, waarbij er hoogstwaarschijnlijk drie verschillende mogelijkheden zijn, namelijk:
Er wordt een onderzoek door de Raad gelast;
De zaak zal worden gepland op een mondelinge behandeling van een enkelvoudige kamer; of
De zaak zal worden gepland op een mondelinge behandeling van een meervoudige kamer.
Dit leidt tot de volgende (tussen)beslissing.
6. De beslissing
De rechtbank
houdt de aanvragen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] betreffende het gezag, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de informatieregeling aan tot 25 maart 2025 PRO FORMA in afwachting van het verzoek van de bijzondere curator rekening houdend met wat er in rechtsoverweging 5.2 staat beschreven;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. Sumner, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2025 in tegenwoordigheid van Weterings, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
verzonden: