[verzoeker] , als eigenaar van [café] , uit [plaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. B. Çiçek),
en
de burgemeester van de gemeente Tilburg
(gemachtigde: mr. B. Roozendaal).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek van verzoeker om een voorlopige voorziening tegen het bevel tot sluiting van de burgemeester.
Met het bestreden besluit van 26 februari 2025 (op schrift gesteld op 27 februari 2025) heeft de burgemeester verzoeker opgedragen zijn [café] aan de [adres] te [plaats] met ingang van 26 februari 2025, 17.00 uur te sluiten voor de duur van zes maanden. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 28 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, vergezeld door zijn partner en mede-leidinggevende in de horecagelegenheid, [naam] , de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de burgemeester.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
3. De sluiting is gebaseerd op artikel 174 van de Gemeentewet en artikel 72b van de Algemene plaatselijke verordening Tilburg (APV). Het openbare orde-begrip in het kader van artikel 174 van de Gemeentewet en artikel 72b van de APV moet beperkt worden uitgelegd. Als in een lokaal al illegale activiteiten plaatsvinden, rechtvaardigt dat nog niet de conclusie dat er dus sprake is van een (dreiging van) verstoring van de openbare orde. De burgemeester moet aantonen dat de verstoring concreet voorzienbaar is. Dat geldt ook voor de stelling dat het woon- en leefklimaat ernstig is aangetast.
4. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de burgemeester daar onvoldoende in geslaagd. Ook het incident van 6 juni 2024 in een andere horeca-inrichting, dat de burgmeester mede aan het besluit ten grondslag legt, is daarvoor onvoldoende. Anders dan de burgemeester, leest de voorzieningenrechter in de bestuurlijke rapportage bijvoorbeeld niet dat de ‘knokploeg van Satudarah’ waarover in de rapportage wordt gesproken, uit bezoekers van [café] bestaat.
5. Verzoeker heeft daarnaast aangegeven dat hij door de sluiting ernstig benadeeld wordt. Dat weegt erg zwaar nu de sluiting op de vooravond van carnaval plaatsvindt. Vier carnavalsverengingen vieren carnaval in het café van verzoeker. In de vijf dagen van carnaval verdient verzoeker een groot deel van zijn jaaromzet. Die belangen wegen zwaarder dan hoe de burgmeester deze belangen heeft gewogen. Ook blijkt uit het besluit niet dat de belangen van de overige gebruikers van het café zijn meegewogen, waaronder een schilderclub, een blaaskapellenvereniging en een studentenvereniging.
6. Nu nog onvoldoende duidelijk is of de burgemeester in bezwaar alsnog voldoende onderbouwt waarom sprake is van een concrete verstoring van de openbare orde en de veiligheid én de belangen van verzoeker zo groot zijn, schorst de voorzieningenrechter het bestreden besluit. Het besluit wordt geschorst tot twee weken na bekendmaking van de door de burgemeester te nemen beslissing op bezwaar.
Conclusie en gevolgen
7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat het besluit van 26 februari 2025 is geschorst tot twee weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.
8. Omdat de voorlopige voorziening wordt toegewezen moet de burgemeester het griffierecht vergoeden en krijgt verzoeker ook een vergoeding van zijn proceskosten.
De burgemeester moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 907,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.814,-. Daarnaast moet de burgemeester het griffierecht van € 194,- aan verzoeker vergoeden.
9. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- schorst het primaire besluit tot twee weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 194,- aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2025 door mr. S. Hindriks, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.J. Wesel, griffier, en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: