RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11211516 \ MB VERZ 24-926
CJIB-nummer: 0062 5422 5584 2141
uitspraakdatum: 11 februari 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 11 februari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: een voertuig parkeren op een plaats bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen op de Oude Vest te Breda op 10 februari 2023 om 19:45 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Gemachtigde stelt dat er wel degelijk sprake was van het laden en lossen van goederen. Gemachtigde heeft haar auto met waarschuwingslichten áán tijdelijk weggezet in verband met het onmiddellijk ophalen van een omvangrijke bestelling bij Ohayo poké & sushi. De sanctiebeschikking is uitgeschreven om 19:45 uur, slechts een minuut nadat betrokkene haar auto had weggezet om haar bestelling op te halen, in de auto te laden en te vertrekken. Gemachtigde heeft om 19:48 uur haar bestelling afgerekend en is vervolgens meteen naar haar auto gelopen.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat het niet klopt dat er tien minuten geen activiteiten rondom het voertuig hebben plaatsgevonden. Zij had telefonisch een bestelling geplaatst. Vanwege drukte en een volle parkeergarage had gemachtigde haar voertuig met de knipperlichten even stil gezet. Bij terugkomst, met haar handen vol aan tassen en een schaal, heeft zij nog met de verbalisant gesproken maar die kon niets meer doen en zei dat zij maar in beroep moest gaan. Gemachtigde is bekend met de definitie van laden en/of lossen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Onder laden en/of lossen wordt verstaan het onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring in- en uitladen van goederen gedurende de tijd die daarvoor nodig is. Als bij het voertuig wordt weggelopen, is er geen sprake van laad en/of losactiviteiten. De zittingsvertegenwoordiger twijfelt wel aan de pardontijd van tien minuten die de verbalisant in acht zou hebben genomen. Het hof in Arnhem-Leeuwarden heeft bepaald (terug te vinden onder ECLI:NL:GHARL:2023:4274) dat maaltijdbezorging niet van zodanige omvang is dat dit onder laden en/of lossen valt.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De regels omtrent het laten stil staan van een voertuig om te laden en/of lossen zijn streng. Er moet onder andere sprake zijn van goederen van enig gewicht of omvang die niet of bezwaarlijk anders dan per voertuig ter plaatse kunnen worden opgehaald of gebracht.
De kantonrechter beschikt over onvoldoende informatie om vast te kunnen stellen of de omvang van de bestelling voldoende was om dit als laadactiviteit aan te merken. Maar ook als daarvan wordt uitgegaan is niet voldaan aan de voorwaarden voor laden en/of lossen. Daarvoor moet namelijk ook sprake zijn van bij voortduring in- of uitladen.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant dat deze ongeveer 10 minuten geen activiteiten heeft waargenomen. Dat is volgens vaste rechtspraak te lang om nu nog te kunnen spreken van laden en/of lossen. De boete is dus terecht opgelegd.
Toch ziet de kantonrechter in wat gemachtigde heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen, omdat hij zich goed kan voorstellen dat zij dacht dat wel sprake was van laden/lossen. Daarbij komt dat de tijd waarop gemachtigde de bestelling heeft betaald en de tijd waarop de boete is uitgeschreven dicht op elkaar liggen.
De boete zal worden gematigd tot € 50,-.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 50,-, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 50,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: