ECLI:NL:RBZWB:2025:4499

ECLI:NL:RBZWB:2025:4499, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-07-2025, BRE 24/6275 TW

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 17-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer BRE 24/6275 TW
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0004043 BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0019057

Samenvatting

PKV

Uitspraak

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker,

(gemachtigde: mr. A.B.B. Beelaard),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het UWV), verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van het UWV van 29 juli 2024. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat het UWV bij besluit van 2 mei 2025 verzoekers toeslag op zijn uitkering op grond van de Wet werk en bijstand naar arbeidsvermogen (Wet WIA) heeft beëindigd. Reden hiervoor was de verhoging van verzoekers dagloon, waardoor zijn inkomen hoger werd dan het sociaal minimum.

De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft de rechtbank meegedeeld dat geen recht op vergoeding van deze kosten bestaan, omdat geen procesbelang meer bestond. Verzoeker heeft hierop gereageerd.

De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

Is het UWV aan verzoeker tegemoetgekomen?

4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.

Het UWV heeft met het besluit van 30 april 2024 de toeslag op verzoekers WIA-uitkering verlaagd. Hiertegen heeft verzoeker bezwaar gemaakt. Met het besluit van

29 juli 2024 is het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Op 9 augustus 2024 heeft verzoeker hiertegen beroep ingesteld. Verzoeker heeft daartoe aangevoerd dat zijn dagloon onjuist is vastgesteld en dat daardoor ook de toeslag op grond van de Toeslagenwet onjuist is vastgesteld.

Over de hoogte van de verzoekers WIA-uitkering liep een hoger beroepsprocedure bij de Centrale Raad van Beroep. Hangende deze procedure heeft het UWV bij besluit van

29 april 2025 het dagloon van verzoeker per 26 oktober 2023 verhoogd waardoor ook zijn uitkering werd verhoogd.

Deze uitkering is hoger dan het sociaal minimum, waardoor het UWV bij besluit van

2 mei 2025 verzoekers toeslag op deze uitkering heeft beëindigd.

Hiermee is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.

Het standpunt van het UWV dat geen recht op vergoeding van verzoekers proceskosten bestaat, omdat er geen procesbelang in de beroepsprocedure meer bestaat, leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Los van de vraag over het procesbelang van verzoeker, stelt de rechtbank vast dat het beroep is ingetrokken vanwege het gewijzigde standpunt van het UWV over de hoogte van zijn dagloon.

Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoeker vergoeden?

5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 907,- omdat de gemachtigde van verzoeker een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?

6. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden.Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van

C.M.A. Groenendaal, griffier op 17 juli 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand