ECLI:NL:RBZWB:2025:6363

ECLI:NL:RBZWB:2025:6363, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-09-2025, 25/4574 NTB VV

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 23-09-2025
Datum publicatie 26-09-2025
Zaaknummer 25/4574 NTB VV
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Afwijzing. Geen spoed.

Uitspraak

[verzoekster], uit [plaats], verzoekster

(gemachtigde: mr. K.J.C. van Bekkum),

en

Dienst Toeslagen.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek van verzoekster om een voorlopige voorziening te treffen.

Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

Verzoekster heeft op 6 april 2021 de Dienst Toeslagen gevraagd om herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag. Omdat de Dienst Toeslagen volgens verzoekster niet op tijd heeft beslist op het bezwaar heeft verzoekster de Dienst Toeslagen op in gebreke gesteld en vervolgens beroep wegens het niet tijdig beslissen ingesteld. In de uitspraak van 30 september 2024 heeft deze rechtbank het beroep van verzoekster gegrond verklaard, is bepaald dat de Dienst Toeslagen binnen de gestelde termijn een besluit op de aanvraag van verzoekster bekend dient te maken en is een dwangsom opgelegd.

Omdat de Dienst Toeslagen nog geen besluit heeft genomen, heeft verzoekster op 5 september 2025 een opvolgend beroep niet tijdig beslissen ingediend. Daarnaast heeft verzoekster op 5 september 2025 de voorzieningenrechter van deze rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen inhoudende dat de Dienst Toeslagen wordt opgedragen alsnog binnen twee weken, dan wel binnen een andere door de voorzieningenrechter vast te stellen termijn, een beslissing te nemen op het bezwaar van verzoekster.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Bij een financieel geschil, zoals in deze zaak, is dat niet snel het geval. In beginsel kan namelijk na afloop van de bodemzaak het bedrag waarover het geschil gaat, alsnog worden betaald, zo nodig met vergoeding van de wettelijke rente. Als er geen onomkeerbare situatie dreigt, bijvoorbeeld faillissement, of acute financiële nood is, neemt de voorzieningenrechter aan dat spoedeisend belang ontbreekt.

3. Verzoekster heeft in haar verzoekschrift gesteld dat het spoedeisend belang is gelegen in het feit dat de beslistermijn is overschreden. Hoewel verzoekster zich al in 2021 heeft gemeld en als slachtoffer van de toeslagenaffaire is erkend, heeft de Dienst Toeslagen tot op heden nog geen integrale beoordeling uitgevoerd. Dit beïnvloedt de mogelijkheid van een vergoeding additionele schade bij de Commissie Werkelijke Schade, omdat de procedure daarvoor pas gestart kan worden nadat de integrale beoordeling heeft plaatsgevonden. Verjaringstermijnen blijven echter onverminderd van kracht. Volgens verzoekster weegt haar belang in het kader van de spoedeisendheid zwaarder dan dat van de Dienst Toeslagen, omdat haar belang erin is gelegen om een besluit en uitspraak te krijgen binnen de wettelijke termijn.

4. Hoewel de voorzieningenrechter begrijpt dat verzoekster belang heeft bij een spoedige beslissing van de rechtbank, volgt uit verzoeksters toelichting niet dat sprake is van een acute financiële noodsituatie, die het treffen van een voorlopige voorziening noodzakelijk maakt. De conclusie is dat er geen spoedeisend belang is.

Conclusie en gevolgen

5. Het verzoek is kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.E.C. Vriends, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 23 september 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S. Constant

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand