ECLI:NL:RBZWB:2025:6623

ECLI:NL:RBZWB:2025:6623, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24-09-2025, C/02/435218 / FA RK 25-2901

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 24-09-2025
Datum publicatie 29-10-2025
Zaaknummer C/02/435218 / FA RK 25-2901
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

voogdijoverdracht 1:322 BW lid 1

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/436218 / FA RK 25-2901

Datum uitspraak: 24 september 2025

Beschikking van de rechtbank over de voogdij overdracht

in de zaak van

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Etten-Leur,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag 1] 2021 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[de pleegouders] ,

hierna te noemen de pleegouders,

wonende in [woonplaats] .

Als informant wordt aangemerkt:

[de pleegzorgwerker] , werkzaam bij [organisatie] pleegzorg,

hierna te noemen de pleegzorgwerker.

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.

1. Het verloop van de procedure

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 6 juni 2025, waaronder een door pleegouders op 25 april 2025 ondertekende bereidverklaring.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 september 2025. Daarbij waren aanwezig:

- een vertegenwoordiger van de GI;

de pleegvader;

de pleegzorgwerker;

een vertegenwoordiger van de Raad.

2. De feiten

Bij beschikking van deze rechtbank van 19 maart 2024 is het gezag van de moeder over [minderjarige] beëindigd en is de GI benoemd tot voogdes over de minderjarige.

[minderjarige] woont feitelijk vanaf het begin van haar leven bij pleegouders voornoemd.

De pleegouders hebben zich bij verklaring van 25 april 2024 schriftelijk bereid verklaard om de voogdij over [minderjarige] te aanvaarden.

3. Het verzoek

De GI verzoekt haar op grond van 1:322 eerste lid, aanhef en sub c, van het Burgerlijk Wetboek (BW) te ontslaan uit de voogdij over [minderjarige] , ten gunste van pleegouders voornoemd. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De GI legt aan haar verzoek ten grondslag dat [minderjarige] nagenoeg haar gehele leven bij pleegouders woonachtig is. [minderjarige] ontwikkelt zich daar in positieve zin.

Over haar ontwikkeling bestaan geen zorgen meer. Positief is ook dat de pleegouders actief hebben meegewerkt om [minderjarige] contact te kunnen laten hebben met haar biologische moeder. Door omstandigheden bij de biologische moeder is het echter niet gelukt om tot structurele contacten te komen. Mocht de biologische moeder in de toekomst contact willen met [minderjarige] , dan staan pleegouders daar positief tegenover. Wel hebben de pleegouders nog steeds een goed contact met verschillende andere biologische familieleden van [minderjarige] met wie geregeld wordt afgesproken, zodat [minderjarige] hen kan ontmoeten. De pleegouders zijn bereid om dat ook in de toekomst voort te blijven zetten. De GI heeft er volledig vertrouwen in dat de pleegouders voor [minderjarige] een en ander goed zullen blijven oppakken.

De pleegvader onderschrijft hetgeen de GI naar voren heeft gebracht. De pleegvader verklaart zich namens pleegouders bereid om de voogdij over [minderjarige] te aanvaarden. Met het verzoek zijn de pleegouders het eens.

De pleegzorgwerker verklaart de visie en het standpunt van de GI te onderschrijven en het verzoek te ondersteunen.

De Raad verklaart in het belang van [minderjarige] het verzoek te ondersteunen.

5. De beoordeling

Op grond van artikel 1:322 eerste lid, aanhef en sub c, BW kan iedere voogd zich van zijn bediening doen ontslaan, indien een daartoe bevoegd persoon zich schriftelijk bereid heeft verklaard de voogdij over te nemen, en de rechtbank deze overneming in het belang van de minderjarige acht.

De rechtbank overweegt het volgende. Uit het verzoek en de mondelinge behandeling ter zitting blijkt dat [minderjarige] inmiddels bijna haar gehele leven bij pleegouders woonachtig is. [minderjarige] ontwikkelt zich daar in positieve zin. Door de inzet en liefde van pleegouders heeft [minderjarige] deze stappen kunnen maken en is er een stevige basis van waaruit zij zich verder in positieve zin kan blijven ontwikkelen. Positief is ook dat de pleegouders, zo mogelijk, oog hebben voor instandhouding van het contact tussen de moeder en [minderjarige] , alsook met haar andere biologische familieleden. Het is de wens van intentie van pleegouders dat [minderjarige] binnen hun gezin veder opgroeit tot volwassenheid. Met de overdracht van de voogdij naar de pleegouders vindt er een formalisering plaats van de feitelijke situatie, wat de rechtbank met de Raad in het belang van [minderjarige] acht. Nu de beoogd voogden, de pleegouders, zich ook (schriftelijk) bereid hebben verklaard tot aanvaarding van de voogdij over [minderjarige] , zal het verzoek worden toegewezen.

De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De rechtbank:

ontslaat de GI van de voogdij over [minderjarige] ;

en benoemt tot voogden over [minderjarige] de heer [naam 1] , geboren op [geboortedag 2] 1979, en mevrouw [naam 2] , geboren op [geboortedag 3] 1981, beiden wonende te [woonplaats] ;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

vraagt de griffier om van deze beslissing een aantekening te maken in het gezagsregister.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2025 door mr. H.W.M. Pulskens, rechter, in aanwezigheid van C.P. van Dongen als griffier, en op schrift gesteld op 3 oktober 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H.W.M. Pulskens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand