ECLI:NL:RBZWB:2025:6877

ECLI:NL:RBZWB:2025:6877, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 08-10-2025, 11331003 CV EXPL 24-3268 (E)

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 08-10-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer 11331003 CV EXPL 24-3268 (E)
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289

Samenvatting

Overeenkomst van opdracht. Niet betaalde facturen. Uitleg bepaling over reiskosten in overeenkomst conform Haviltex-maatstaf. Het niet (tijdig) betalen van de facturen gaf de opdrachtnemer een dringende reden om de overeenkomst per direct op te zeggen. Opdrachtgever heeft geen recht op schadevergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Bergen op Zoom

Zaaknummer: 11331003 CV EXPL 24-3268

Vonnis van 8 oktober 2025

in de zaak van

[opdrachtnemer] ,

handelend onder de naam [bedrijf],

te [plaats 1] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [opdrachtnemer] ,

gemachtigde: Incassocenter B.V.,

tegen

[opdrachtgever] B.V.,

te [plaats 2] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [opdrachtgever] ,

gemachtigde: mr. A.P.G.J.A. Wijnans.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 8 januari 2025;

- de conclusie van antwoord in reconventie;- de aanvullende producties 9 en 10 van [opdrachtgever] ;- de aanvullende productie 11 van [opdrachtgever] ;- de mondelinge behandeling van 9 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Tussen [opdrachtnemer] en [opdrachtgever] is een overeenkomst van opdracht gesloten. Op 2 april 2024 is [opdrachtnemer] gestart met de werkzaamheden en als einddatum is

30 december 2024 overeengekomen.

[opdrachtnemer] heeft voor zijn werkzaamheden verschillende facturen aan [opdrachtgever] gestuurd.

[opdrachtgever] heeft de facturen van 14 mei 2024, 31 mei 2024 en 7 juni 2024 voor een totaalbedrag van € 14.810,39 onbetaald gelaten.

Op 7 juni 2024 heeft [opdrachtnemer] de overeenkomst per direct opgezegd.

3. Het geschil

in conventie

[opdrachtnemer] vordert - samengevat - uitvoerbaar bij voorraad om [opdrachtgever] te veroordelen om aan [opdrachtnemer] te betalen € 18.060,91, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 28 augustus 2024. Daarnaast vordert [opdrachtnemer] dat [opdrachtgever] de proceskosten (vermeerderd met de wettelijke handelsrente) aan hem betaalt.

[opdrachtnemer] legt aan zijn vordering ten grondslag dat [opdrachtgever] zijn betalingsverplichting uit de overeenkomst van opdracht niet nakomt.

[opdrachtgever] voert verweer.

in reconventie

[opdrachtgever] vordert - samengevat - uitvoerbaar bij voorraad om [opdrachtnemer] te veroordelen om binnen vijf dagen na betekening van het vonnis primair € 7.692,14 en subsidiair € 21.954,25 aan [opdrachtgever] te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 november 2024. Verder vordert [opdrachtgever] dat [opdrachtnemer] in de proceskosten wordt veroordeeld.

[opdrachtgever] legt aan haar vordering ten grondslag dat zij schade heeft geleden doordat [opdrachtnemer] de overeenkomst op 7 juni 2024 per direct heeft opgezegd. Daarnaast is [opdrachtnemer] een contractuele boete verschuldigd omdat hij zijn verplichting om de bedrijfsauto direct na de opzegging in te leveren niet is nagekomen. Verder bleek bij het inleveren van de auto dat de autosleutel was afgebroken. [opdrachtnemer] moet ook deze schade vergoeden. Tot slot heeft [opdrachtnemer] niet voldaan aan de substantiërings- en bewijsaandraagplicht.

[opdrachtnemer] voert verweer.

in conventie en in reconventie

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

Substantiërings- en bewijsaandraagplicht

Het verweer van [opdrachtgever] dat [opdrachtnemer] niet heeft voldaan aan de eisen van behoorlijke rechtspleging door de substantiërings- en bewijsaandraagplicht te schenden, treft geen doel. Vaststaat dat [opdrachtnemer] een standaard incassodagvaarding heeft uitgebracht zonder vermelding van het verweer van [opdrachtgever] . Bij de dagvaarding zijn wel de facturen overgelegd waarop de vordering is gebaseerd. [opdrachtnemer] heeft dan ook voldoende duidelijk gemaakt waarop de vordering zag. [opdrachtgever] heeft hier kennis van kunnen nemen en heeft vervolgens voldoende gelegenheid gehad verweer te voeren in deze procedure zodat zij niet in haar procesbelang is geschaad.

Betaling facturen

[opdrachtnemer] vordert betaling van drie facturen. [opdrachtgever] heeft deze facturen niet betaald, omdat zij van mening is dat [opdrachtnemer] de reiskosten niet juist heeft berekend. Volgens [opdrachtnemer] klopt het wel.

In artikel 6.1 van de overeenkomst staat de afspraak over reistijd en reiskosten:

“Opdrachtgever betaalt Opdrachtnemer € per uur exclusief btw. Hierbij is een dagelijkse reistijd van maximaal I uur kosteloos inbegrepen. Extra reistijd voor [plaats 2] is één uur en voor [plaats 3] is dit een half uur. Extra reistijd wordt gefactureerd naar uurtarief.”

[opdrachtnemer] legt deze bepaling als volgt uit. Het uitgangspunt bij deze bepaling is geweest dat [opdrachtnemer] óf naar [plaats 2] zou gaan, óf naar [plaats 3] . De reistijd naar [plaats 2] is één uur, de reistijd naar [plaats 3] is drie kwartier. Dit betekent dat op een dag dat hij naar [plaats 2] moest, hij een totale reisduur van twee uur had en op een dag dat hij in [plaats 3] moest zijn, een totale reistijd van anderhalf uur. De afspraak is dat het eerste uur kosteloos is. Dit betekent dat de extra reistijd voor een ‘[plaats 2] dag’ een uur is en de extra reistijd voor een ‘ [plaats 3] -dag’ een half uur. In de praktijk moest [opdrachtnemer] vaak eerst naar [plaats 2] en daarna naar [plaats 3] . Dit betekent dat hij een totale reisduur had van één uur en drie kwartier. De te declareren extra reistijd is dan drie kwartier.

[opdrachtgever] legt deze bepaling als volgt uit. Overeengekomen is dat de reistijd naar [plaats 2] één uur bedraagt. De reistijd naar [plaats 3] is op grond van de overeenkomst een half uur. Eén uur reistijd is kosteloos. Als [opdrachtnemer] eerst naar [plaats 2] moet en dan naar [plaats 3] , betekent dit dat hij anderhalf uur reistijd heeft. [opdrachtnemer] mag dan een half uur declareren, maar dat heeft hij niet gedaan, hij heeft namelijk telkens drie kwartier gedeclareerd.

De kantonrechter volgt de uitleg van [opdrachtnemer] . [opdrachtgever] heeft niet betwist dat het uitgangspunt anders was dan de praktijk, namelijk dat het oorspronkelijke idee was dat [opdrachtnemer] of naar [plaats 2] of naar [plaats 3] zou gaan en niet een combinatie daarvan. Duidelijk is verder dat maximaal één uur reistijd voor rekening van [opdrachtnemer] zou komen. Uit de tekst van de bepaling volgt niet dat de reistijd naar [plaats 3] is bepaald op een half uur, integendeel. De bepaling spreekt over ‘extra reistijd’ en dat brengt mee dat het om de reistijd boven het maximale uur gaat. De extra reistijd op een dag dat [opdrachtnemer] naar [plaats 2] en [plaats 3] moest, is drie kwartier. Die extra reistijd moet [opdrachtgever] dan ook vergoeden. Dit betekent dat [opdrachtgever] ten onrechte de betaling van de drie facturen heeft opgeschort. De gevorderde hoofdsom van € 14.810,39 is dan ook toewijsbaar.

Rente

De door [opdrachtnemer] gevorderde wettelijke handelsrente is toewijsbaar over een bedrag van € 14.810,39 vanaf de verschillende vervaldata van de onderliggende facturen.Vaststaat dat het om twee handelspartijen gaat en dat niet tijdig is betaald. De gevorderde wettelijke handelsrente is niet toewijsbaar over al berekende rente voor zover deze niet over een geheel jaar is verschuldigd.

Buitengerechtelijke incassokosten

[opdrachtnemer] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [opdrachtnemer] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [opdrachtnemer] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden.

Uit de stukken blijkt niet dat een incassopercentage van 15% is overeengekomen. [opdrachtnemer] heeft weliswaar gesteld maar niet onderbouwd dat dit percentage gebruikelijk is in de branche waarin partijen werkzaam zijn, zodat de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen tot het wettelijk tarief. In dit geval is dat een bedrag van € 923,10. De gevorderde btw wordt afgewezen, omdat [opdrachtnemer] niet heeft gesteld geen ondernemer te zijn op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 of als ondernemer een vrijgestelde prestatie te hebben verricht. Over de buitengerechtelijke incassokosten zal de wettelijke rente worden toegewezen (in plaats van de gevorderde wettelijke handelsrente) vanaf 28 augustus 2024.

Proceskosten

[opdrachtgever] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [opdrachtnemer] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

115,22

- griffierecht

706,00

- salaris gemachtigde

812,00

(2 punten × € 406,00)

- nakosten

135,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.768,22

Over de proceskosten zal de wettelijke rente (in plaats van de gevorderde wettelijke handelsrente) worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

in reconventie

Dringende reden opzegging overeenkomst

Op 23 mei 2024 heeft [opdrachtnemer] een Whatsappbericht gestuurd aan [opdrachtgever] waarin [opdrachtnemer] aangeeft dat [opdrachtgever] achterloopt met de betaling van zijn facturen. [opdrachtnemer] deelt mee dat hij daardoor privé in de financiële problemen komt en verzoekt de openstaande facturen alsnog te voldoen. Vervolgens heeft [opdrachtgever] op 24 mei 2024 de facturen betaald die op dat moment open stonden. Op 28 mei 2024 heeft [opdrachtnemer] via een e-mail aan [opdrachtgever] meegedeeld dat hij de overeenkomst van opdracht wil beëindigen. [opdrachtnemer] is van mening dat hij de opdracht niet naar behoren kan uitvoeren. Hij is het oneens met de bedrijfsvoering en het gevoerde beleid. Op

5 juni 2024 geeft [opdrachtnemer] per e-mail aan dat er weer een factuur niet op tijd is betaald. [opdrachtnemer] schrijft dat [opdrachtgever] zich moet houden aan de overeengekomen betalingstermijn, omdat hij anders de overeenkomst per direct kan beëindigen. [opdrachtnemer] herhaalt dit standpunt in zijn e-mailbericht van 6 juni 2024. Hij geeft daarin nogmaals nadrukkelijk aan dat de factuur van 14 mei 2024 met als vervaldatum 28 mei 2024 nog steeds niet is betaald. Deze factuur moet uiterlijk op 7 juni 2024 zijn betaald, omdat [opdrachtnemer] zich anders genoodzaakt ziet de overeenkomst per direct te ontbinden met een beroep op artikel 5.3 uit de overeenkomst. Op 7 juni 2024 deelt [opdrachtnemer] mee dat de factuur niet is betaald en dat hij de overeenkomst met onmiddellijke ingang ontbindt primair wegens de betalingsachterstand.

De kantonrechter oordeelt dat [opdrachtnemer] de overeenkomst op 7 juni 2024 onmiddellijk mocht beëindigen. Dit betekent dat de gevorderde schadevergoeding van € 10.280,- niet toewijsbaar is. [opdrachtnemer] heeft namelijk meerdere keren aan [opdrachtgever] uitgelegd dat hij privé in de financiële problemen raakt als [opdrachtgever] de facturen niet tijdig betaalt. Desondanks heeft [opdrachtgever] verschillende facturen te laat betaald. [opdrachtnemer] heeft [opdrachtgever] gewaarschuwd dat het niet tijdig betalen hem een dringende reden zou geven de overeenkomst te beëindigen. Op het moment van beëindiging van de overeenkomst was de vervaldatum van de factuur van 14 mei 2024 verstreken, dus ook die factuur is niet (tijdig) betaald, ondanks herhaalde sommaties daartoe. Het standpunt van [opdrachtgever] dat dit geen dringende reden kan opleveren, omdat de betaaltermijn van de andere twee facturen op dat moment nog niet was verstreken, wordt niet gevolgd, omdat het betaalgedrag als geheel niet goed is geweest. Vorige facturen waren immers (ook) te laat betaald. [opdrachtgever] heeft verder nog aangevoerd dat hij de openstaande facturen niet heeft betaald, omdat hij eerst met [opdrachtnemer] in gesprek wilde over de wijze waarop [opdrachtnemer] zijn reiskosten had gedeclareerd. Uit het dossier blijkt echter niet dat [opdrachtgever] vóór 7 juni 2024 hierover een gesprek is aangegaan met [opdrachtnemer] . Ook blijkt niet uit de stukken dat voor deze datum aan [opdrachtnemer] is gemeld dat dit de reden was dat zijn facturen niet werden betaald. Omdat het betaalgedrag van [opdrachtgever] een dringende reden voor [opdrachtnemer] opleverde om de overeenkomst per direct op te zeggen, kan de discussie over de vermeende verzekeringsfraude in deze zaak buiten beschouwing blijven.

Boete

In artikel 16b van de autoregeling grijs kenteken + gebruikersovereenkomst autoregeling (hierna: de autoregeling) staat dat de opdrachtnemer bij (tussentijdse) beëindiging verplicht is de auto (onmiddellijk) in te leveren op een plaats die de opdrachtgever aangeeft. Het standpunt van [opdrachtgever] is dat [opdrachtnemer] hier niet aan heeft voldaan, omdat hij de auto pas op 15 juli 2024 heeft ingeleverd zodat [opdrachtnemer] een boete moet betalen van in totaal € 11.400,- (38 dagen x € 300,-).

Dit standpunt wordt niet gevolgd. Uit artikel 17f van de autoregeling volgt namelijk dat een boete van € 300,- per dag pas is verschuldigd indien de opdrachtnemer niet voldoet aan het verzoek van de opdrachtgever tot teruggave van de auto. Vast is komen te staan dat [opdrachtgever] dit verzoek per brief van 11 juli 2024 heeft gedaan. Daarnaast heeft [opdrachtnemer] onweersproken aangevoerd dat hij deze brief op vrijdag 12 juli 2024 heeft ontvangen, waarna hij de auto op maandag 15 juli 2024 heeft ingeleverd. Van een eerder verzoek is niet gebleken. De conclusie van [opdrachtgever] dat het niet zinvol was om een verzoek tot teruggave te doen omdat uit de e-mail van [opdrachtnemer] van 7 juni 2024 blijkt dat hij eerst de facturen moest betalen voordat hij zijn spullen terug zou ontvangen, is niet juist. Dit kan niet worden afgeleid uit de tekst waarin [opdrachtnemer] schrijft dat het hem wel zo eerlijk zou lijken dat er eerst betaald wordt voordat [opdrachtgever] hem vraagt de spullen terug te komen brengen. Omdat [opdrachtnemer] na ontvangst van het verzoek op 12 juli 2024 de auto binnen een redelijke termijn - namelijk op de eerste werkdag erna - heeft teruggebracht, is [opdrachtnemer] geen boete verschuldigd.

Schade

[opdrachtgever] vordert verder een bedrag van € 274,25 aan schadevergoeding vanwege een afgebroken autosleutel. Uit artikel 13f van de autoregeling volgt dat de kosten voor normaal gebruik van de auto waaronder de reparatie en het vervangen van onderdelen en accessoires voor rekening van de opdrachtgever blijven. Naar de kantonrechter begrijpt, stelt [opdrachtgever] dat het hier niet gaat om normale slijtage maar om onrechtmatig handelen van [opdrachtnemer] . [opdrachtnemer] zou de autosleutel moedwillig kapot hebben gemaakt en dus niet normaal hebben gebruikt. [opdrachtnemer] heeft dit betwist. Hij heeft aangevoerd dat het geen ‘keyless’ auto betreft en dat het ging om een auto met een hoge kilometerstand. Hieruit volgt dat de sleutel intensief werd gebruikt, mede omdat er veel korte ritten met de auto werden gemaakt. Gezien deze gemotiveerde betwisting komt niet vast te staan dat [opdrachtnemer] onrechtmatig heeft gehandeld. De vordering tot vergoeding van deze schade wordt afgewezen.

Proceskosten

[opdrachtgever] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [opdrachtnemer] worden begroot op:

- salaris gemachtigde

543,00

(2 punten × factor 0,5 × € 543,00)

Totaal

543,00

Over de proceskosten zal de wettelijke rente worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De kantonrechter

in conventie

veroordeelt [opdrachtgever] om aan [opdrachtnemer] te betalen een bedrag van € 14.810,39, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf de vervaldata van de verschillende facturen, tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt [opdrachtgever] om aan [opdrachtnemer] te betalen een bedrag van € 923,10 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 28 augustus 2024, tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt [opdrachtgever] in de proceskosten van € 1.768,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;

veroordeelt [opdrachtgever] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;

verklaart de veroordelingen in 5.1., 5.2., 5.3. en 5.4. uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

wijst de vorderingen van [opdrachtgever] af;

veroordeelt [opdrachtgever] in de proceskosten van € 543,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;

veroordeelt [opdrachtgever] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;

in conventie en in reconventie

veroordeelt [opdrachtgever] tot betaling van de kosten van betekening als [opdrachtgever] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

verklaart de veroordeling in 5.10. uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?