ECLI:NL:RBZWB:2025:6930

ECLI:NL:RBZWB:2025:6930, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 08-10-2025, 11139534 \ CV EXPL 24-1963 (E)

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 08-10-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer 11139534 \ CV EXPL 24-1963 (E)
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289 BWBR0005290 BWBR0031432

Samenvatting

Aanneming van werk. Sprake van schriftelijke overeenkomst, omdat aannemer een offerte aan opdrachtgever heeft gezonden en partijen vervolgens samen wijzigingen op die offerte hebben aagebracht welke slechts op ondergeschikte punten afweken van het aanbod. Daarnaast hebben partijen uitvoering gegeven aan de overeenkomst volgens de gewijzigde offerte. De werken zijn stilzwijgend aanvaard door opdrachtgever. Overschrijding redelijke klachttermijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Middelburg

Zaaknummer: 11139534 \ CV EXPL 24-1963

Vonnis van 8 oktober 2025

in de zaak van

[de aannemer] , H.O.D.N. [bedrijf],

wonende te [plaats] ,

eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [de aannemer] ,

gemachtigde: [gemachtigde] ,

tegen

1. [opdrachtgever 1] ,

2. [opdrachtgever 2],

beiden wonende te [plaats] ,

gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie,

hierna samen in mannelijk enkelvoud te noemen: [de opdrachtgevers] ,

gemachtigde: mr. S.C.M. Suijkerbuijk.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 31 juli 2024 en de daarin genoemde stukken,

- de akte wijziging van eis in reconventie,

- de conclusie van antwoord in reconventie, met aanvullende productie.

Om organisatorische redenen kan de kantonrechter ten overstaan van wie de mondelinge behandeling van 23 januari 2025 is gehouden, dit vonnis niet wijzen. [de opdrachtgevers] heeft verzocht om een nieuwe mondelinge behandeling. Daarom heeft een nieuwe mondelinge behandeling plaatsgevonden op 4 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[de aannemer] heeft meerdere gespecificeerde offertes aan [de opdrachtgevers] gezonden voor een aanbouw aan de woning van [de opdrachtgevers] en het renoveren van een bestaand plat dak.

Voor de uitgevoerde werkzaamheden heeft [de aannemer] facturen aan [de opdrachtgevers] gezonden. [de opdrachtgevers] heeft de factuur met nummer [nummer 1] van 30 mei 2023 van € 10.652,84 volledig betaald. Van de aangepaste factuur met nummer [nummer 2] van 20 juni 2023 van in totaal € 20.968,13 heeft [de opdrachtgevers] € 17.000,- betaald. In totaal heeft [de opdrachtgevers] € 27.652,84 aan [de aannemer] betaald.

3. Het geschil

In conventie

[de aannemer] vordert – samengevat – hoofdelijke veroordeling van [de opdrachtgevers] tot betaling van € 3.968,13 aan hoofdsom, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 25 december 2023, € 521,81 aan buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van [de opdrachtgevers] in de proces- en nakosten.

[de aannemer] legt aan de vorderingen het volgende ten grondslag. Tussen partijen is een overeenkomst van aanneming van werk tot stand gekomen. [de aannemer] stelt alle werkzaamheden te hebben uitgevoerd. [de opdrachtgevers] dient de op hem rustende betalingsverplichtingen na te komen. [de aannemer] maakt aanspraak op wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, omdat [de opdrachtgevers] ondanks sommatie niet tot betaling van het resterende bedrag van factuur [nummer 2] overgaat. [de opdrachtgevers] verkeert in verzuim.

[de opdrachtgevers] voert verweer en concludeert – kort gezegd – tot afwijzing van de vorderingen van [de aannemer] , met veroordeling van [de aannemer] in de kosten van deze procedure. Hij betwist dat tussen partijen een schriftelijke overeenkomst tot stand is gekomen. Omdat de offertes van [de aannemer] niet waren gespecificeerd, heeft [de opdrachtgevers] deze niet aanvaard. Er is daarom geen prijsafspraak gemaakt. De facturen van [de aannemer] zijn niet gespecificeerd, zodat [de opdrachtgevers] de juistheid hiervan niet kan controleren.

In reconventie

[de opdrachtgevers] vordert – samengevat en na wijziging van eis – veroordeling van [de aannemer] tot betaling van € 5.979,52, te vermeerderen met wettelijke rente, tot herstel van gebreken en tot het overleggen van kwaliteits- en garantiecertificaten, met veroordeling van [de aannemer] in de proces- en nakosten.

[de opdrachtgevers] stelt dat € 21.673,32 een redelijk bedrag is voor de door [de aannemer] uitgevoerde werkzaamheden. Omdat [de opdrachtgevers] al € 27.652,84 heeft betaald, vordert [de opdrachtgevers] € 5.979,52 als zijnde onverschuldigd betaald terug van [de aannemer] . [de aannemer] heeft de werken niet opgeleverd en moet de gebreken herstellen. Ook dient [de aannemer] kwaliteits- en garantiecertificaten te verstrekken aan [de opdrachtgevers] .

[de aannemer] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [de opdrachtgevers] . Partijen zijn een vaste aanneemsom overeengekomen. [de aannemer] betwist dat geen oplevering heeft plaatsgevonden. [de opdrachtgevers] heeft bevestigd dat alles naar tevredenheid is uitgevoerd. [de opdrachtgevers] is door de oplevering de aanneemsom aan [de aannemer] verschuldigd.

In conventie en in reconventie

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

In conventie en in reconventie

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze gezamenlijk worden beoordeeld.

Partijen zijn een vaste prijs overeengekomen

Anders dan door [de opdrachtgevers] aangevoerd, is tussen partijen een schriftelijke overeenkomst tot stand gekomen door een aanbod en de aanvaarding daarvan. [de aannemer] heeft namelijk op 9 mei 2023 aan [de opdrachtgevers] een offerte met nummer [nummer 3] toegezonden. [de opdrachtgevers] heeft daarop in rood zijn opmerkingen gezet en deze op 29 mei 2023 aan [de aannemer] gezonden met onder andere enkele aanpassingen van de in de offerte genoemde prijzen. [de aannemer] heeft blijkbaar direct bezwaar gemaakt tegen die verschillen, aangezien op 29 mei 2023 een nieuwe offerte met nummer [nummer 4] is opgesteld. Deze offerte moet als een nieuw aanbod worden gezien.

Partijen hebben vervolgens, zoals zij beiden tijdens de mondelinge behandeling hebben verklaard, gezamenlijk wijzigingen aangebracht op de offerte van 29 mei 2023. Dat houdt in dat wordt uitgegaan van een aanvaarding van de offerte van 29 mei 2023, aangezien deze aanpassingen slechts op ondergeschikte punten van het aanbod afwijken.

Dat partijen deze overeenkomst wilden, blijkt ook uit de omstandigheid dat partijen vervolgens uitvoering aan de overeenkomst hebben gegeven doordat [de aannemer] met de werkzaamheden is begonnen en [de opdrachtgevers] factuur [nummer 1] volledig en factuur [nummer 2] deels heeft betaald.

In de offerte van 29 mei 2023 zijn de posten ‘cement dekvloer’ en ‘obs plaatsen’ door [de opdrachtgevers] doorgestreept. Ook heeft [de opdrachtgevers] één kantplank verminderd. Deze posten van in totaal € 906,25 incl. btw strekken in mindering op de totale aanneemsom, omdat [de opdrachtgevers] hier niet mee akkoord is gegaan. Het voornoemde houdt in dat partijen een vaste prijs van € 30.946,39 incl. btw zijn overeengekomen voor de overige in de offerte genoemde werkzaamheden.

De werken zijn opgeleverd

Een opdrachtgever wordt geacht de werken stilzwijgend te hebben aanvaard, als de aannemer te kennen heeft gegeven dat het werk klaar is om te worden opgeleverd en de opdrachtgever het werk niet binnen een redelijke termijn keurt.

[de aannemer] heeft impliciet aangegeven dat de werken klaar waren voor oplevering, doordat hij de (eind)factuur [nummer 2] van 20 juni 2023 aan [de opdrachtgevers] heeft gezonden. Uit de overgelegde correspondentie blijkt dat [de opdrachtgevers] niet eerder dan 11 juni 2024 (en daarmee te laat) heeft geklaagd over gebreken, terwijl partijen na de beëindiging van de werkzaamheden nog veelvuldig contact hebben gehad. Onder die omstandigheden moet [de opdrachtgevers] worden geacht de werken stilzwijgend te hebben aanvaard, temeer omdat hij de door hem gestelde gebreken redelijkerwijs had moeten ontdekken op het moment van oplevering.

[de opdrachtgevers] moet aan [de aannemer] betalen

Omdat oplevering van de werken heeft plaatsgevonden, is [de opdrachtgevers] aan [de aannemer] de overeengekomen aanneemsom verschuldigd. Ook heeft [de aannemer] met de factuur [nummer 2] een bedrag van € 916,58 incl. btw in rekening gebracht voor het leveren en plaatsen van een stalen balk. Omdat [de opdrachtgevers] de verschuldigdheid hiervan niet heeft betwist, is hij de kosten hiervan ook verschuldigd. Geconstateerd is dat [de aannemer] voor het overige de overeengekomen aanneemsommen aan [de opdrachtgevers] in rekening heeft gebracht. [de opdrachtgevers] dient daarom in totaal nog € 3.968,13 incl. btw aan [de aannemer] te betalen.

[de opdrachtgevers] heeft aangevoerd dat sprake is van gebreken en dat hij daarom de betaling heeft opgeschort. Omdat [de opdrachtgevers] de werken stilzwijgend heeft aanvaard, komt aan [de opdrachtgevers] geen recht op opschorting meer toe. Aan dit verweer wordt daarom voorbij gegaan.

Gelet op alles wat hiervoor is genoemd, zal de tegenvordering van [de opdrachtgevers] voor terugbetaling van € 5.979,52 worden afgewezen. Van een onverschuldigde betaling is namelijk geen sprake.

Rente

[de opdrachtgevers] heeft geen afzonderlijk verweer gevoerd tegen de gevorderde wettelijke rente. Aangezien aan de vereisten van artikel 6:119 BW is voldaan, wordt deze rente toegewezen.

Niet is gebleken dat [de opdrachtgevers] eerder is aangemaand dan met de e-mail van 18 januari 2024. Na het verstrijken van de in de e-mail genoemde termijn van 10 dagen, is [de opdrachtgevers] in verzuim met de betaling van de hoofdsom van € 3.968,13. [de opdrachtgevers] is daarom vanaf 29 januari 2024 in verzuim en vanaf die dag rente verschuldigd.

Buitengerechtelijke incassokosten

[de aannemer] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat [de opdrachtgevers] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. [de aannemer] heeft aan [de opdrachtgevers] een of meer aanmaningen gestuurd die aan de wettelijke eisen voldoen. Daarom zal een bedrag van € 521,81 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.

[de aannemer] hoeft de gestelde gebreken niet te herstellen

De aannemer is ontslagen van de aansprakelijkheid voor gebreken die de opdrachtgever op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken.

Zoals hiervoor al is overwogen, had [de opdrachtgevers] de door hem gestelde gebreken redelijkerwijs moeten ontdekken op het moment van de oplevering. Dat houdt in dat [de aannemer] is ontslagen van de aansprakelijkheid voor de gestelde gebreken.

Zelfs indien sprake is van gebreken die [de opdrachtgevers] niet redelijkerwijs op het moment van de oplevering had moeten ontdekken, dan geldt het volgende. Gelet op de betwisting van [de aannemer] , rust op [de opdrachtgevers] de bewijslast dat sprake is van gebreken waarvoor [de aannemer] aansprakelijk is. [de opdrachtgevers] heeft dit onvoldoende onderbouwd.

[de aannemer] hoeft geen garantie- of kwaliteitscertificaten te verstrekken

Niet is gebleken dat partijen voor de aanbouw en/of het geleverde glas bepaalde kwaliteitseisen zijn overeengekomen. Daarom valt niet in te zien op welke gronden [de aannemer] verplicht is om garantie- of kwaliteitscertificaten aan [de opdrachtgevers] te verstrekken. Indien en voor zover het voor [de opdrachtgevers] van belang was dat hij deze zou verkrijgen, dan had het op zijn weg gelegen om hierover duidelijke en/of schriftelijke afspraken te maken met [de aannemer] .

Hierbij wordt voor de volledigheid opgemerkt dat op factuur [nummer 2] al is opgenomen dat [de opdrachtgevers] 10 jaar garantie heeft op de kozijnen, het glas, de keralite en de dakbedekking. Ook heeft [de aannemer] diverse isolatiewaardes op de factuur opgenomen. Verder heeft [de aannemer] aan [de opdrachtgevers] een e-mail van zijn leverancier gezonden waaruit blijkt dat het geleverde glas HR++ is van het merk Pilkington. Gesteld noch gebleken is waarom [de opdrachtgevers] aan de betrouwbaarheid van deze informatie zou moeten twijfelen.

Proceskosten

[de opdrachtgevers] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat op verzoek van [de opdrachtgevers] een nieuwe mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, wordt hiervoor een aanvullend punt salaris gemachtigde toegekend. De proceskosten van [de aannemer] worden vastgesteld op:

- kosten van de dagvaarding

117,56

- griffierecht

248,00

- salaris gemachtigde

714,00

(4 punten × € 238,00)

- nakosten

119,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.436,56

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

Hoofdelijke veroordelingen

De veroordelingen worden hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

5. De beslissing

De kantonrechter

In conventie en in reconventie

veroordeelt [de opdrachtgevers] hoofdelijk om aan [de aannemer] te betalen een bedrag van € 3.968,13 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 29 januari 2024 tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [de opdrachtgevers] hoofdelijk om aan [de aannemer] te betalen een bedrag van € 521,81 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 24 mei 2024 tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [de opdrachtgevers] hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van [de aannemer] vastgesteld op € 1.436,56, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de opdrachtgevers] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [de opdrachtgevers] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis zijn betaald,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Burgt en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?