ECLI:NL:RBZWB:2025:6965

ECLI:NL:RBZWB:2025:6965, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 01-10-2025, C/02/433075 / HA ZA 25-152 (E)

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 01-10-2025
Datum publicatie 15-12-2025
Zaaknummer C/02/433075 / HA ZA 25-152 (E)
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289

Samenvatting

Onrechtmatig besluit? Geen causaal verband.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: C/02/433075 / HA ZA 25-152

Vonnis van 1 oktober 2025

in de zaak van

[eiseres] ,

te [plaats ]

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres] ,

advocaat: mr. M.A.E. Ceelen,

tegen

GEMEENTE ALTENA,

te Almkerk, gemeente Altena,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de gemeente,

advocaat: mr. R.D. Boesveld.

1. De zaak in het kort

[eiseres] heeft begin 2022 een vergunning aangevraagd voor het plaatsen van twee stacaravans op haar percelen aan de [locatie] . Na een bestuursrechtelijke procedure doorlopen te hebben, heeft de gemeente uiteindelijk op 2 juli 2024 beslist dat [eiseres] de stacaravans zonder vergunning mag plaatsen en heeft de gemeente een vergunning verleend voor het verharden van de percelen. [eiseres] stelt dat zij schade heeft geleden doordat de gemeente eerst weigeringsbesluiten heeft genomen en vervolgens bij de eerste beslissing op bezwaar van 17 januari 2023 de vergunningen heeft geweigerd. De rechtbank oordeelt dat de weigeringsbesluiten niet onrechtmatig zijn en dat de beslissing op bezwaar van 17 januari 2023 wél onrechtmatig is. De vorderingen van [eiseres] worden desondanks afgewezen omdat niet aannemelijk is dat zij schade heeft geleden door de onrechtmatige beslissing op bezwaar.

2. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 4 juni 2025 met de daarin genoemde stukken;

- de brief van mr. Ceelen namens [eiseres] van 28 juli 2025 met producties 7 en 8;

- de mondelinge behandeling van 14 augustus 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;

- de spreekaantekeningen van mr. Ceelen namens [eiseres] .

Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De feiten

[eiseres] is mede-eigenaar van twee percelen gelegen aan de [locatie] in [plaats ] , kadastraal bekend [gemeente] , [sectie] , nummers [perceel 1] en [perceel 2] .

Op 30 januari 2022 heeft [eiseres] twee omgevingsvergunningen aangevraagd voor het verharden van de percelen en het plaatsen van twee stacaravans.

Op 29 maart 2022 heeft het college van B en W van de gemeente twee weigeringsbesluiten genomen. De aangevraagde omgevingsvergunningen van [eiseres] zijn volgens deze besluiten geweigerd wegens strijd met het bestemmingsplan.

Op 29 en 30 maart 2022 heeft de gemachtigde van [eiseres] naar de gemeente gemaild dat de vergunningen van rechtswege zijn verleend vanwege niet tijdig beslissen en verzocht om de van rechtswege verleende vergunningen te publiceren.

De gemeente heeft op 19 april 2022 de van rechtswege verleende omgevingsvergunningen aan [eiseres] toegestuurd en op 29 april 2022 is in het Gemeenteblad mededeling gedaan van de vergunningen van rechtswege.

Op 20 april 2022 heeft de gemachtigde van [eiseres] bezwaar gemaakt tegen de weigeringsbesluiten van 29 maart 2022.

Op 30 mei 2022 heeft de [vereniging] en de [B.V.] bezwaar gemaakt tegen de van rechtswege verleende omgevingsvergunningen van [eiseres] .

Bij beslissing op bezwaar van 17 januari 2023 heeft het college van B en W [eiseres] niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar vanwege het ontbreken van procesbelang, omdat het college van B en W met de beslissing op bezwaar alsnog de weigeringsbesluiten heeft ingetrokken. Het bezwaar van de [vereniging] en de [B.V.] is gegrond verklaard, waarna de omgevingsvergunningen alsnog zijn afgewezen.

[eiseres] heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar. Op 21 maart 2024 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant, afdeling Bestuursrecht het beroep gegrond verklaard en de beslissing op bezwaar vernietigd. De rechtbank heeft onder meer geoordeeld dat [eiseres] ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard in haar bezwaar tegen de weigeringsbesluiten en dat de weigering van de omgevingsvergunning onvoldoende is gemotiveerd. Het college van B en W van de gemeente is opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.

Op 24 april 2024 heeft het college van B en W van de gemeente een nieuwe beslissing op bezwaar genomen en onder meer besloten om de beslissing op bezwaar te vervangen door een mededeling bevattende het bestuursrechtelijk oordeel dat geen omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen vereist is. Als toelichting staat in deze beslissing onder meer:

U heeft een geslaagd beroep op het gelijkheidsbeginsel gedaan zodat uw beide percelen op dit moment als standplaats worden aangemerkt. Dat betekent dat u vergunningsvrij per standplaats een stacaravan mag plaatsen van maximaal 40 m2.

De beslissing op bezwaar van 24 april 2024 is op 2 juli 2024 vervangen, omdat het college van B en W van de gemeente geen besluit had genomen over de activiteit verharden van het perceel. Het college van B en W van de gemeente heeft besloten (alsnog) een vergunning te verlenen voor het verharden van het perceel.

Tegen de beslissing op bezwaar van 2 juli 2024 is geen beroep ingesteld, waardoor deze beslissing onherroepelijk is.

Op 29 augustus 2024 heeft [eiseres] de gemeente aansprakelijk gesteld.

[eiseres] heeft nog geen stacaravans geplaatst op haar percelen.

4. Het geschil

[eiseres] vordert - samengevat -:

I. een verklaring voor recht dat de gemeente jegens [eiseres] onrechtmatig heeft gehandeld;

II. de gemeente te veroordelen de schade van € 102.257,00 te vergoeden, te vermeerderen met de wettelijke rente; en

III. de gemeente te veroordelen in de proceskosten te vermeerderen met de wettelijke rente.

[eiseres] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Zowel de weigeringsbesluiten, als de beslissing op bezwaar van 17 januari 2023 zijn onrechtmatige besluiten. [eiseres] heeft hierdoor schade geleden. Onder meer zijn de kosten voor het plaatsen van de chalets gestegen en is [eiseres] huurinkomsten misgelopen. Als de onrechtmatige besluiten niet waren genomen, had [eiseres] de chalets vanaf mei 2022 kunnen verhuren.

De gemeente voert verweer. De gemeente concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiseres] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.

De gemeente voert het volgende aan. De primaire weigeringsbesluiten zijn door de bestuursrechter niet vernietigd en door het college van B en W van de gemeente niet herroepen, waardoor ze formele rechtskracht hebben gekregen en voor rechtmatig moeten worden gehouden. De gemeente betwist verder het causaal verband en de schade. De schade is onvoldoende onderbouwd. Het verhuren van stacaravans is in strijd met de statuten van de [vereniging] en op grond van het bestemmingsplan is bovendien alleen seizoensrecreatie in de maanden maart tot en met oktober toegestaan. Ook is een watervergunning vereist die niet is aangevraagd en waarschijnlijk niet zal worden verleend. Daarnaast wijst de gemeente er op dat de [vereniging] en de [B.V.] bezwaar hebben gemaakt tegen de besluiten waarbij de omgevingsvergunningen van rechtswege zijn verleend. Als het college van B en W de bezwaren van de [vereniging] en de [B.V.] ongegrond had verklaard, dan is het aannemelijk dat zij beroep hadden ingesteld bij de bestuursrechter. Ook dan had [eiseres] pas met de beslissing op bezwaar van 2 juli 2024 de benodigde zekerheid verkregen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5. De beoordeling

De weigeringsbesluiten

[eiseres] stelt allereerst dat de primaire weigeringsbesluiten van 29 maart 2022 onrechtmatig zijn. Deze besluiten zijn bij beslissing op bezwaar van 17 januari 2023 ingetrokken. Op het moment van de weigeringsbesluiten waren al van rechtswege omgevingsvergunningen verleend. Het college van B en W van de gemeente was daarom niet meer bevoegd tot het nemen van de weigeringsbesluiten. Zowel door het nemen van deze besluiten als door de instandlating tot de beslissing op bezwaar van 17 januari 2023, heeft de gemeente onzorgvuldig gehandeld, aldus [eiseres] .

De gemeente betwist de onrechtmatigheid van de primaire weigeringsbesluiten. Volgens de gemeente zijn de primaire weigeringsbesluiten van 29 maart 2022 door de bestuursrechter niet vernietigd noch door het college van B en W herroepen. Dat de primaire weigeringsbesluiten bij de beslissing op bezwaar van 17 januari 2023 zijn ingetrokken, doet hier niet aan af aangezien die beslissing door de bestuursrechter is vernietigd. [eiseres] heeft er niet voor gekozen om door te procederen in de bestuursrechtelijke kolom om te bewerkstelligen dat de besluiten worden herroepen. Dat betekent dat de primaire weigeringsbesluiten formele rechtskracht hebben gekregen en voor rechtmatig moeten worden gehouden.

De rechtbank overweegt dat de gemeente op dit punt gelijk heeft. [eiseres] brengt hier weliswaar nog tegenin dat vaststaat dat [eiseres] aanspraak had op de vergunningen, maar volgens vaste rechtspraak hangt de vraag of het primaire besluit van de gemeente rechtmatig of onrechtmatig is, af van de besluitvorming die na de vernietiging van de beslissing op bezwaar plaatsvindt. Als uiteindelijk het primaire besluit in stand is gebleven en onherroepelijk is geworden, moet voor de burgerlijke rechter uitgangspunt zijn dat het primaire besluit rechtmatig is. [eiseres] heeft niet betwist dat de primaire weigeringsbesluiten – na de vernietiging van de beslissing op bezwaar – niet zijn herroepen. [eiseres] is ook niet in beroep gegaan tegen de beslissing op bezwaar van 2 juli 2024 om te bewerkstelligen dat de gemeente de primaire weigeringsbesluiten zou herroepen, terwijl dat wel had gekund. Dat betekent dat de primaire weigeringsbesluiten formele rechtskracht hebben gekregen en in deze civielrechtelijke procedure voor rechtmatig moeten worden gehouden.

Ten overvloede merkt de rechtbank op dat [eiseres] van rechtswege omgevingsvergunningen had verkregen die ook zijn gepubliceerd. Daartegen is bezwaar gemaakt door de [vereniging] en de [B.V.] Dat betekent dat [eiseres] – ook zonder de weigeringsbesluiten – de bezwaarprocedure moest afwachten voor zij rechtszekerheid zou verkrijgen over de vergunningen. De door [eiseres] gestelde schade staat daarmee niet in causaal verband met de weigeringsbesluiten.

De beslissing op bezwaar van 17 januari 2023

De gemeente betwist niet dat de beslissing op bezwaar van 17 januari 2023 onrechtmatig is. Deze beslissing op bezwaar is door de bestuursrechter bij uitspraak van 21 maart 2024 vernietigd. [eiseres] stelt dat zij hierdoor schade heeft geleden, kort gezegd omdat de kosten van het plaatsen van de chalets zijn gestegen en omdat [eiseres] de chalets niet heeft kunnen verhuren. De gemeente betwist het causaal verband en de omvang van de schade.

Het causaal verband als bedoeld in artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek (BW) moet worden vastgesteld aan de hand van de maatstaf hoe de gemeente zou hebben beslist of gehandeld als zij niet het onrechtmatige besluit had genomen. Bij deze beoordeling moet worden uitgegaan van het tijdstip waarop onrechtmatige besluit is genomen. De vraag is daarom of [eiseres] schade had geleden als de gemeente op 17 januari 2023 een rechtmatig besluit zou hebben genomen.

Tijdens de mondelinge behandeling is duidelijk geworden dat [eiseres] – hoewel zij sinds 2 juli 2024 de chalets mag bouwen – nog altijd geen chalets heeft geplaatst op haar percelen. Van verhuur is daarom evenmin sprake. Volgens [eiseres] komt dit door een gebrek aan financiële middelen. Zij stelt dat zij ten tijde van de aanvraag in 2022 wel de financiële middelen had om de chalets te plaatsen. Zij heeft dit geld daarna niet gereserveerd in afwachting van de bestuursrechtelijke procedure.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat [eiseres] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat als zij op 17 januari 2023 een positief besluit had gekregen, dat zij (kort daarna) de chalets zou hebben geplaatst. Nu, ruim een jaar na de beslissing op bezwaar van 2 juli 2024, zijn de chalets nog altijd niet geplaatst. [eiseres] stelt weliswaar dat zij ten tijde van de aanvraag begin 2022 de wens en de financiële middelen had om de chalets te plaatsen en vervolgens te verhuren, maar gesteld noch gebleken is dat zij op 17 januari 2023 de financiële middelen zou hebben gehad om de chalets te plaatsen en dat zij daartoe ook over zou zijn gegaan. De financiële middelen daarvoor heeft zij immers niet gereserveerd. Gelet hierop heeft [eiseres] onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij schade heeft geleden door het onrechtmatige besluit van 17 januari 2023. De rechtbank zal de vorderingen van [eiseres] afwijzen.

Proceskosten

[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de gemeente worden begroot op:

- griffierecht

6.861,00

- salaris advocaat

3.858,00

(2 punten × € 1.929,00)

- nakosten

178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

10.897,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6. De beslissing

De rechtbank

wijst de vorderingen van [eiseres] af,

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 10.897,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Römers en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJFCZ 2026/32
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?