ECLI:NL:RBZWB:2025:7076

ECLI:NL:RBZWB:2025:7076, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30-07-2025, C/02/377230 / HA ZA 20-575

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 30-07-2025
Datum publicatie 16-12-2025
Zaaknummer C/02/377230 / HA ZA 20-575
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Opzegging vof-overeenkomst. Is er sprake van concurrerende werkzaamheden door de ene vennoot of handelen in strijd met het belang van de vennootschap door de andere vennoot.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: C/02/438106 / KG ZA 25-388

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding, gehouden op 30 juli 2025

in de zaak van

[persoon 1] ,

te [plaats] ,,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

hierna te noemen [persoon 1] ,

advocaat: mr. P.L. Nijmeijer,

tegen

[persoon 2] ,

te [plaats] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

hierna te noemen [persoon 2] ,

advocaat: mr. C.M. Oomens en mr. O.J. Hennis.

De zitting is gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van een vordering in kort geding.

Tegenwoordig zijn mr. R.M.M. van den Heuvel, voorzieningenrechter en mr. C.H.D.M. van de Kar, griffier.

Na uitroeping van de zaak zijn verschenen:

- [persoon 1] , bijgestaan door mr. Nijmeijer,

- [persoon 2] , bijgestaan door mr. Oomens en mr. Hennis.

Tijdens de mondelinge behandeling zijn door partijen spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen. Van de spreekaantekeningen van [persoon 1] zijn niet voorgedragen:

- pagina 9: alinea 2 en 3,

- pagina 11: laatste alinea,

- pagina 12: alinea 1,2, en 3,

- pagina 14: alinea 2 en 3,

- pagina 15: alinea 1.

[persoon 2] heeft tijdens de mondelinge behandeling een akte tot eiswijziging overgelegd. Tegen deze eiswijziging is door [persoon 1] geen bezwaar gemaakt en deze is door de voorzieningenrechter toegestaan.

Vervolgens is met inachtneming van het bepaalde in artikel 29a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in aanwezigheid van partijen mondeling de volgende uitspraak gedaan.

Waar gaat de zaak over?

[persoon 1] en [persoon 2] zijn broers en tevens vennoten van een vennootschap onder firma die zich bezig houdt met het verrichten van isolatiewerkzaamheden van warm- en koudwaterleidingen, luchtinstallaties, luchtkanalen en al wat daarmee verband houdt. [persoon 1] houdt zich bezig met de werkzaamheden in de werkplaats en [persoon 2] met het klantcontact, projectbeheer en de uitvoering. De verhouding tussen hen is ernstig verstoord. [persoon 2] heeft de vof-overeenkomst opgezegd tegen 31 december 2025. [persoon 1] verwijt [persoon 2] dat hij betrokken is bij de oprichting van een concurrerende vennootschap [B.V.] (hierna [B.V.]) en dat hij daarvoor ook werkzaamheden verricht. [persoon 1] heeft in conventie daarom diverse vorderingen ingesteld om dit tegen te gaan. [persoon 2] verwijt [persoon 1] dat hij niet handelt in het belang van de vennootschap door zijn werkzaamheden niet deugdelijk te verrichten en door het nemen van niet zakelijke beslissingen, zoals de weigering om mee te werken aan het inlenen van Servische inleenkrachten. [persoon 2] heeft in reconventie diverse vorderingen ingesteld die ertoe strekken dat de activiteiten van de vof voor de resterende periode op normale wijze kunnen worden uitgevoerd. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen in conventie en in reconventie gedeeltelijk toegewezen. Hierna wordt die beslissing toegelicht.

De beoordeling door de voorzieningenrechter

Voorop gesteld wordt dat het spoedeisend belang, zowel in conventie als in reconventie, een gegeven is. Dit vloeit voort uit de aard van de vorderingen.

In conventie

Vordering 1

[persoon 1] legt aan zijn vordering ten grondslag dat door [persoon 2] aan de vof concurrerende werkzaamheden worden verricht en dat dit strijdig is met zowel de vof-akte als met de wet omdat dit een onrechtmatige daad vormt. [persoon 2] betwist dat hij concurrerende werkzaamheden heeft verricht.

[persoon 1] heeft onder meer als productie 19 bij dagvaarding een email overgelegd van [persoon 2] van 24 juni 2025 waarin hij aan [naam 1], verbonden aan klant [naam 2], schrijft

“Hou even € 425,-€450,- aan het is meer rijden voor de sleutel als uren en materiaal.

En als je opdracht wil geven graag op [B.V.] b.v. ajb”.

Volgens [persoon 2] betrof het een zeer kleinschalige klus (de isolatie van een ketelhuisje) met een geschatte waarde van maximaal € 450,=. [persoon 2] had aan [naam 1] toegelicht dat de vof voor deze opdracht geen capaciteit beschikbaar had. Daarom heeft hij uit praktische overwegingen gesuggereerd om de opdracht eventueel via [B.V.] op te pakken. Daarbij werd volgens [persoon 2] juist voorkomen dat deze klant zou afhaken en heeft hij dus in het belang van de vennootschap gehandeld. De werkzaamheden zijn uiteindelijk door hemzelf kosteloos uitgevoerd.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat gelet op de mail van 24 uni 2025 sprake is geweest van een concurrerende activiteit, aangezien er sprake is van het omleiden van een opdracht. De omstandigheid dat de opdracht uiteindelijk door [persoon 2] kosteloos is uitgevoerd maakt dat niet anders, hij had dit immers dan ook direct namens de vof kunnen aanbieden. Door te wijzen op [B.V.] heeft [persoon 2] de naam van deze vennootschap onder de aandacht van de klant gebracht en ook dat door deze vennootschap deze werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. Dit is handelen is in strijd met de bedoeling van artikel 6 van de vof-akte. Het aanbod van [naam 1] in de nagekomen productie 33 om alsnog de kosten aan de vof te vergoeden is te laat, het doet niet af aan de initiële intentie van [persoon 2].

Dit incident in combinatie met de rol van [persoon 2] in de oprichting van het bedrijf [B.V.] wordt voldoende geacht om het gevorderde toe te wijzen, met dien verstande dat in plaats van een veroordeling aan [persoon 2] een verbod zal worden gegeven om met onmiddellijke ingang met de vof concurrerende activiteiten aan te nemen en uit te voeren of daarbij op enigerlei wijze betrokken te zijn, dit voor wat betreft concurrerende werkzaamheden die voor 1 januari 2026 worden uitgevoerd of voor een eerdere datum voor zover de vof eerder zal zijn ontbonden.

Niet geheel duidelijk is wat exact onder concurrerende activiteiten moet worden verstaan. Omdat grensgevallen mogelijk zijn bestaat de vrees voor een executiegeschil indien aan het verbod een dwangsom zou worden verbonden. De voorzieningenrechter zal deze daarom niet opleggen. Mocht blijken dat [persoon 2] zich niet aan het verbod houdt dan kan [persoon 1] alsnog in een nieuw kort geding oplegging van dwangsommen vorderen.

Vordering 2

De voorzieningenrechter wijst de vordering af. De (handels)naam [B.V.] is geen eigendom van [persoon 2] maar van de vennootschap [B.V.]. Deze vennootschap is niet gedagvaard en dus geen partij in het onderhavige kort geding. Door [persoon 1] is te weinig aangevoerd om louter gebruik van de domeinnamen [e-mailadres 1] en [e-mailadres 2] door [persoon 2] te verbieden. Deze mogen door hem gebruikt worden, mits het gebruik er niet toe strekt om concurrerende werkzaamheden te verrichten. Onder deze omstandigheden is ook niet aannemelijk dat er verwarringsgevaar zou kunnen ontstaan.

Vorderingen 3, 4 en 5

De voorzieningenrechter wijst ook deze vorderingen af. Het staat [persoon 2] niet vrij om de verzochte informatie af te geven. De informatie die [persoon 2] zou moeten aanleveren is informatie die aan [B.V.] toebehoort. [B.V.] is niet gedagvaard en dus geen partij in dit kort geding. Zij heeft niet de mogelijkheid om hierover haar standpunt kenbaar te maken.

Vordering 6

Deze vordering is ingetrokken.

Vordering 7

De vordering strekt ertoe dat [persoon 2] aan bepaalde opdrachtgevers en derden een brief stuurt waarin onvoorwaardelijk erkend wordt dat hij onrechtmatig heeft gehandeld door in strijd met artikel 6 van de vof-akte, althans in strijd met de wet, met de vof concurrerende bedrijfsactiviteiten te verrichten en dat [persoon 2] en [B.V.] deze bedrijfsactiviteiten met onmiddellijke ingang gestaakt hebben en gestaakt zullen houden en dat alle door [persoon 2] en/of [B.V.] nog uit te voeren werkzaamheden en/of leveranties van materialen niet meer uitgevoerd zullen worden. Deze vordering is niet toewijsbaar omdat:

- een veroordeling dat iemand iets (onvoorwaardelijk) moet erkennen is in strijd is met de vrijheid van meningsuiting,

- de vordering zich mede richt tot [B.V.]. Deze is niet gedagvaard en geen partij in dit kort geding.

- voor toewijzing van de vordering aannemelijk moet zijn dat er op grote schaal contacten zijn gelegd en concurrerende activiteiten zijn verricht. Van een dergelijke grootschaligheid is niet gebleken.

Vorderingen 8 en 9

Deze vorderingen zijn ingetrokken

In reconventie

Vordering I. i

Vast staat dat [persoon 1] in zijn mail van 25 januari 2025 heeft aangegeven dat hij niet langer wil dat er zonder onderling overleg nog personeel wordt ingeleend, waaronder Servische inleenkrachten. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [persoon 1] herhaald dat hij niet bereid is zijn medewerking te verlenen aan de inhuur van Servische inleenkrachten. Gelet op deze weigering is, anders dan [persoon 1] stelt, een ingebrekestelling niet nodig, mits er sprake is van wanprestatie.

Volgens [persoon 2] pleegt [persoon 1] wanprestatie op grond van artikel 5 van de vof-akte. Dit artikel bepaalt dat ieder der vennoten bevoegd is voor de vennootschap beheershandelingen te verrichten, zoals in het kader van de normale dagelijkse uitoefening van het bedrijf ter verwezenlijking van het in artikel 2 omschreven doel gebruikelijk is.

Vast staat dat partijen in het verleden veelvuldig hebben gewerkt met inleenkrachten.

[persoon 2] heeft uiteengezet dat nog steeds behoefte is aan deze inleenkrachten. Hij stelt dat zij tot januari 2025 zijn ingezet om het vele uitvoerende werk van de vof voor opdrachtgevers tijdig en adequaat te kunnen realiseren en dat hun inzet onontbeerlijk is. Volgens [persoon 2] kan dankzij de inzet van deze extra mankracht winstgevende projecten worden uitgevoerd en leveren zij de capaciteit die nodig is om aan de marktvraag te blijven voldoen. Vanaf het moment dat [persoon 1] heeft aangegeven dat de vof geen gebruik meer mag maken van deze inleenkrachten is er sprake van omzetdaling.

Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat het bezwaar van [persoon 1] tegen de Servische inleenkrachten met name ziet op de fiscale wetgeving. Volgens [persoon 2] voldoet de factuur aan de door de Nederlandse fiscus gestelde eisen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het bezwaar van [persoon 1] belangrijk maar onvoldoende om zich te verzetten tegen het inlenen en inzetten van de Servische inleenkrachten, zodat hij als goed vennoot daaraan moet meewerken. De vordering zal daarom worden toegewezen. Wel zal daaraan de clausule worden toegevoegd dat voldaan moet worden aan de eisen die de Nederlandse wetgeving daaraan stellen.

Vordering I. ii

[persoon 2] heeft als productie 16 verklaringen overgelegd van drie werknemers waaruit blijkt dat de door [persoon 1] in de werkplaats verrichte werkzaamheden niet op deugdelijke wijze zijn uitgevoerd. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [persoon 1] daarmee in strijd handelt met zijn verplichtingen voortvloeiende uit de vof-akte, zodat vordering ii zal worden toegewezen.

Vordering I. iii

Deze vordering wordt afgewezen. [persoon 1] is vennoot van de vof en moet gezien zijn bevoegdheden en taken in de gelegenheid kunnen zijn om personeel aan te spreken over (de uitvoering van) hun werkzaamheden voor de vof en met [persoon 2] beslissingen te nemen over de gang van zaken binnen de vof, waarbij het veelal niet op voorhand duidelijk zal zijn of dit in strijd zal zijn met het belang van de vof.

De onder vordering II gevorderde dwangsommen worden afgewezen, omdat er ook hier gelet op de aard van de veroordelingen een te groot gevaar is voor executiegeschillen. Mocht blijken dat [persoon 2] zich niet de veroordelingen houdt, dan kan [persoon 2] alsnog in een nieuw kort geding oplegging van dwangsommen vorderen.

De proceskosten

[persoon 2] wordt veroordeeld in de kosten in conventie. De proceskosten van [persoon 1] worden begroot op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 331,00 aan griffierecht, € 1.107,= advocaatkosten en € 178,= aan nakosten, dus in totaal € 1.761,45 vermeerderd met € 92,= indien betekening plaatsvindt.

[persoon 1] wordt veroordeeld in de kosten in reconventie. De kosten van [persoon 2] worden begroot op € 553,50 en € 178,= aan nakosten, dus in totaal € 731,50, vermeerderd met € 92,= indien betekening plaatsvindt.

De beslissing

de voorzieningenrechter:

in conventie

verbiedt [persoon 2] met onmiddellijke ingang om met de vof concurrerende activiteiten aan te nemen en uit te voeren, of daarbij op enigerlei wijze betrokken te zijn voor wat betreft werkzaamheden die voor 1 januari 2026 worden uitgevoerd of voor de datum dat de vof zal zijn ontbonden, indien dit een eerdere datum is,

veroordeelt [persoon 2] in de proceskosten van € 1.761,45 aan de zijde van [persoon 1], te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet hij € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,

in reconventie

veroordeelt [persoon 1] tot nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de vof-overeenkomst, in het bijzonder inhoudende:

- dat hij zijn medewerking verleent aan de inhuur van (Servische) inleenkrachten zolang binnen de vof nog werkzaamheden worden verricht,

- dat hij zijn werkzaamheden in de werkplaats op deugdelijke wijze uitvoert, waaronder begrepen dat hij al het redelijke doet om tijdig (prefab) materialen ten behoeve van lopende projecten te vervaardigen,

veroordeelt [persoon 1] in de proceskosten van € 731,30,50 aan de zijde van [persoon 2], te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet hij € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,

in conventie en in reconventie

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst af het meer of anders gevorderde.

Waarvan proces-verbaal.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?