RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Tilburg
zaak/rolnr.: 11790247 CV EXPL 25-3544
vonnis d.d. 22 oktober 2025
inzake
AON NEDERLAND C.V. h.o.d.n. Aon Risk Solutions
gevestigd te Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: KVN gerechtsdeurwaarders & Juristen te Amsterdam,
tegen
[gedaagde] ,
gedaagde,
wonende te [plaats],
procederend in persoon,
1. Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. de dagvaarding van 1 juli 2025 met producties;
b. de conclusie van antwoord 23 juli 2025;
c. de conclusie van repliek van 20 augustus 2025 met producties.
2. Het geschil en de beoordeling
Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde te veroordelen tot betaling van het bedrag of de bedragen als nader in de dagvaarding omschreven, kosten rechtens.
Gedaagde heeft bij conclusie van antwoord verweer gevoerd. Zij voert aan dat de rechtsvoorgangster van eiseres de opzegging van deze verzekering niet goed heeft laten verlopen. Dit heeft zij al meerdere malen gemeld bij eiseres. Zij was op dat moment verzekerd, dus ziet niet in waarom zij twee verzekeringen zou moeten bepalen. Daarbij is het premiebedrag al opeisbaar sinds 2019, zodat de vordering is verjaard.
Eiseres heeft de vordering bij conclusie van repliek nader toegelicht en daarbij het antwoord van gedaagde op die vordering gemotiveerd weersproken. Zij stelt dat gedaagde in de loop der jaren steeds is aangeschreven het premiebedrag te betalen, zodat de verjaring van de vordering is gestuit. Het is ook niet juist dat de verzekering was opgezegd. Deze was tijdelijk opgeschort wegens wanprestatie.
Van de vervolgens geboden gelegenheid hierop nogmaals een reactie te geven heeft gedaagde geen gebruik gemaakt.
Aangezien de niet weersproken (nadere) stellingen van eiseres het verweer van gedaagde voldoende weerleggen, is de vordering van eiseres onvoldoende gemotiveerd betwist. De vordering komt de kantonrechter ook niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze zal worden toegewezen.
Gedaagde is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 146,14
- griffierecht € 543,00
- salaris gemachtigde € 678,00 (2 punt(en) x tarief € 339,00)
- nakosten € 135,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.502,14.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 7.726,05, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 6.857,43 vanaf de vervaldata van de facturen tot aan de dag van de volledige betaling;
veroordeelt gedaagde tot betaling van de proceskosten van € 1.502,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagde niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet gedaagde ook de kosten van betekening betalen;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman – Knoester, en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2025.