RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 11325510 \ CV EXPL 24-3298
Vonnis van 22 oktober 2025
in de zaak van
DELA UITVAARTVERZORGING N.V.,
te Eindhoven,
eisende partij,
hierna te noemen: Dela,
gemachtigde: GGN Brabant,
tegen
[gedaagde] ,
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 14 mei 2025 en de daarin genoemde stukken,- de akte van Dela
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
Ambtshalve beoordeling
De toepassing van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230t BW
Hoewel Dela in de dagvaarding aanvankelijk een ander standpunt heeft ingenomen omtrent de wijze van totstandkoming van de overeenkomst, heeft zij in haar akte van 16 juli 2025 nader toegelicht dat de overeenkomst per e-mail is gesloten. [gedaagde] heeft niet gereageerd en de stelling van Dela derhalve onweersproken gelaten. Dit betekent dat de overeenkomst moet worden aangemerkt als een overeenkomst op afstand in de zin van artikel 6:230g lid 1 onder e BW, nu deze is gesloten zonder gelijktijdige persoonlijke aanwezigheid van partijen en daarbij uitsluitend gebruik is gemaakt van elektronische communicatiemiddelen.
Aangezien het klaarblijkelijk gaat om een overeenkomst die is gesloten op afstand geldt er een ander toetsingskader, waardoor niet de plichten uit artikel 6:230l BW, maar de plichten uit artikel 6:230m BW van toepassing zijn op de onderhavige overeenkomst. De kantonrechter zal daarom artikel 6:230m BW hanteren in haar beoordeling.
Dela stelt bij akte dat de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230t BW niet van toepassing zijn, omdat geen sprake zou zijn van een gestandaardiseerd systeem. Volgens Dela is de overeenkomst immers tot stand gekomen via niet-gestandaardiseerd mailcontact. Daarmee miskent Dela echter de daadwerkelijke strekking van het begrip ‘gestandaardiseerd systeem’. Onder een gestandaardiseerd systeem wordt in de Nederlandse wet verstaan: een vooraf opgestelde set voorwaarden of een modelovereenkomst die routinematig en ongewijzigd aan consumenten wordt aangeboden. Kenmerkend is dat de inhoud van de overeenkomst niet het resultaat is van individuele onderhandelingen. Het enkele feit dat de overeenkomst via mailcontact is gesloten, betekent dan ook niet dat de overeenkomst buiten de reikwijdte van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230t BW valt.
Vaststaat dat Dela gebruik heeft gemaakt van standaardmodellen en formulieren. Gesteld noch gebleken is dat partijen voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst hebben onderhandeld over de inhoud daarvan. De kantonrechter komt daarom tot het oordeel dat sprake is van een overeenkomst die is gesloten binnen een gestandaardiseerd systeem, zodat deze valt onder de werkingssfeer van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230t BW. Dit leidt ertoe dat Dela moet voldoen aan de precontractuele- en contractuele informatieverplichtingen. Dela is bij tussenvonnis in de gelegenheid gesteld nader te onderbouwen dat zij hieraan heeft voldaan.
De overeenkomst
Dela heeft bij akte aangevoerd dat de voorlopige kostenopgave, samen met de opdracht, op 14 september 2023 aan Verheije is verzonden en dat deze op 18 september 2023 per e-mail getekend is geretourneerd. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat de voorlopige kostenopgave en de informatie over de opdracht aan Verheije zijn verstrekt voordat de overeenkomst tot stand kwam.
Kostenopgave
Artikel 6:230m lid 1 sub e BW verplicht de handelaar om de consument vooraf te informeren over de totale prijs inclusief belastingen en bijkomende kosten. Als de prijs niet vooraf exact kan worden bepaald, moet de handelaar uitleggen hoe de prijs wordt berekend en aangeven dat er eventueel extra kosten kunnen zijn.
In de door Dela verstuurde kostenopgave wordt per kostenpost aangegeven wat de prijs van de uitvaart zal zijn en welk deel daarvan wordt vergoedt. Achter de kostenposten “Frisdrank à € 2,80” en “Koffie/thee à € 2,80” staat echter enkel “PM” vermeld. Dela stelt dat dit betekent dat de kosten per consumptie worden betaald en dat dit in de algemene voorwaarden is opgenomen, evenals een waarschuwing dat de uiteindelijke kosten kunnen afwijken. Dit is echter onvoldoende om te voldoen aan artikel 6:230m lid 1 sub e BW. De consument moet voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst weten wat de totale prijs is of, indien de exacte prijs niet vooraf kan worden vastgesteld, op welke wijze de prijs wordt berekend. Alleen het gebruik van “PM” en een algemene opmerking over mogelijke afwijkingen geeft geen duidelijk inzicht in de berekening van de kosten en voldoet derhalve niet aan deze wettelijke informatieplicht.
Het ontbindingsrecht
Op een overeenkomst die op afstand is gesloten, is artikel 6:230o jo. 6:230m lid 1 onder h BW van toepassing, waarin het ontbindingsrecht staat. Artikel 6:230p onder f BW bevat de uitzonderingen op dit ontbindingsrecht bij consumentenkoop. Volgens Dela is het ontbindingsrecht in dit geval niet van toepassing. Ter onderbouwing verwijst zij naar een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 december 2024 (ECLI:NL:RBAMS:2024:7695).
In voornoemde uitspraak is door de kantonrechter het volgende overwogen. Uit de Richtlijn Consumentenrechten (2011/83/EU) en artikel 6:230p sub f onder 1 BW volgt dat het herroepingsrecht geen toepassing vindt op prestaties die volgens specificaties van de consument zijn vervaardigd of duidelijk voor een specifieke persoon bestemd zijn. Uitvaartdiensten vallen daaronder: zij worden afgestemd op de wensen van de overledene of diens nabestaanden, zijn uniek en niet herbruikbaar en moeten bovendien binnen de korte wettelijke termijn van zes werkdagen volledig zijn uitgevoerd. Een herroepingstermijn van veertien dagen is daarom onverenigbaar met de aard van deze overeenkomst.
De kantonrechter sluit aan bij deze overweging en oordeelt dat artikel 6:230o BW niet van toepassing is op de onderhavige overeenkomst.
Gevolgen ambtshalve beoordeling
Uit het voorgaande volgt dat Dela niet heeft voldaan aan haar verplichting op grond van artikel 6:230m lid 1 sub e BW. Artikel 6:230n lid 2 BW bepaalt de sanctie: de consument is in dat geval niet gehouden de bijkomende kosten te betalen die niet vooraf zijn opgegeven.
Inhoudelijke beoordeling
Verschuldigdheid factuur
Dela heeft op 22 december 2023 een factuur van € 273,00 aan [gedaagde] gestuurd, betrekking hebbend op cateringkosten. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] deze kosten niet aan Dela verschuldigd is. Uit de bijgevoegde specificatie blijkt dat onder andere kosten voor frisdrank en koffie/thee in rekening zijn gebracht. Juist deze posten waren in de kostenopgave onduidelijk vermeld en daarmee in strijd met artikel 6:230m lid 1 sub e BW. Daarnaast zijn er kosten voor bier, borrelplank, wijn en bediening per medewerker bij de koffietafel geheel niet vooraf opgegeven. Gezien het voorgaande (zie onder 2.11), is [gedaagde] voor deze kosten geen betaling aan Dela verschuldigd. De hoofdsom wordt dan ook afgewezen.
Nevenvorderingen
Doordat de hoofdsom wordt afgewezen worden ook de nevenvorderingen, de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten, afgewezen.
Proceskosten
Dela is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden vastgesteld op € 100,00 aan reis- en verletkosten.
3. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van Dela af,
veroordeelt Dela in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op € 100,00,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Burgt en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2025.