RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/441768 / JE RK 25-1995
Datum uitspraak: 11 november 2025
(spoed)beschikking wijzigen van de verdeling van de zorg- en opvoedtaken c.q. recht op omgang ex artikel 1:265g BW
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Etten-Leur, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI),
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedag] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats 1] ,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats 2] .
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het spoedverzoek van de GI met bijlagen van 11 november 2025, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] woont bij de moeder.
Bij beschikking van 19 januari 2024 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI. Die maatregel is sindsdien steeds verlengd. Laatstelijk, bij beschikking van 6 februari 2025, heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 19 januari 2026.
Bij beschikking van 1 oktober 2024 heeft de kinderrechter bepaald dat de vader en [minderjarige] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar wekelijks op dinsdag van 9.00 uur tot 17.00 uur en op vrijdag van 9.00 uur tot 17.00 uur en op het moment dat [minderjarige] naar de peuterspeelzaal zal gaan, wekelijks op woensdag na de peuterspeelzaal tot 17.00 uur, waarbij de vader [minderjarige] ophaalt bij de peuterspeelzaal en terugbrengt naar de moeder.
Bij beschikking van 11 augustus 2025 heeft de kinderrechter de bij beschikking van 1 oktober 2024 vastgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt gewijzigd:
- In de even weken is [minderjarige] van woensdagmiddag uit school tot donderdagochtend naar school bij de vader. De vader haalt haar op woensdagmiddag op uit school en brengt haar op donderdagochtend weer naar school.
- In de oneven weken is [minderjarige] van vrijdagmiddag uit school tot zaterdag 18.00 uur bij de vader. De vader haalt haar op vrijdagmiddag op uit school en brengt haar op zaterdagavond om 18.00 uur terug naar de moeder;
-een en ander met inachtneming van wat in 5.4. is overwogen voor wat betreft de uitbreiding van de regeling.
3. Het verzoek
De GI verzoekt met spoed, uitvoerbaar bij voorraad, de verdeling van de zorg- en opvoedtaken te wijzigen, in die zin dat het contact tussen de vader en [minderjarige] stopgezet wordt en de regie over de vorm, de duur en de frequentie met betrekking tot het herstarten van de (begeleide) omgangen bij de GI wordt belegd.
De GI verzoekt de te wijzen beschikking af te geven zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden.
4. De beoordeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:265g lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de kinderrechter gedurende de ondertoezichtstelling op verzoek van de GI een verdeling van de zorg- en opvoedtaken wijzigen of vaststellen indien dat in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.
Op grond van artikel 800, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) en 809 lid 3 Rv kan een beschikking betreffende een voorlopige ondertoezichtstelling, machtiging uithuisplaatsing, voorlopige voogdij alsmede een beschikking als bedoeld in artikel 1:265i, tweede lid BW aanstonds worden afgegeven, indien de behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige.
Nu bij wet niet is voorzien in de mogelijkheid om met spoed te beslissen op een verzoek ex artikel 1:265g lid 1 BW, zal de kinderrechter in deze zaak, gelet op de spoedeisendheid, analoge toepassing geven aan artikel 800 lid 3 en 809 lid 3 Rv.
Inhoudelijke beoordeling
De kinderrechter overweegt als volgt.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat de vader heeft te maken met aanslagen gericht tegen hem of tegen personen in zijn persoonlijke omgeving. Deze dreiging, door een wraakzuchtige man die heeft uitgesproken de vader kapot te willen maken, bestaat sinds augustus 2025. Er worden forse middelen ingezet, zoals explosieven. Zo is er op 8 november 2025 een aanslag gepleegd op de kantine van de voetbalvereniging waar de vader werkzaam is. Tevens is gebleken dat de politie op dit moment de veiligheid van de vader en [minderjarige] onvoldoende kan inschatten en beide ouders de GI niet hebben geïnformeerd over voornoemde dreiging.
Samen met de GI maakt de kinderrechter zich forse zorgen over het welzijn en de veiligheid van [minderjarige] . Door voormelde dreigingen aan het adres van de vader en zijn persoonlijke omgeving bestaat het risico dat ook [minderjarige] direct, dan wel indirect, slachtoffer wordt van geweld. De kinderrechter acht het verontrustend dat de vader geen openheid van zaken heeft gegeven omtrent de dreiging rond zijn persoon, terwijl samenwerking met de GI essentieel is voor de veiligheid en het welzijn van [minderjarige] .
Gelet op het voorgaande ziet de kinderrechter dan ook noodzaak om de verdeling van de zorg- en opvoedtaken met spoed en zonder het horen van belanghebbenden te wijzigen. De kinderrechter maakt zich ernstige zorgen over de in het verzoekschrift genoemde situatie en ondersteunt het uitgangspunt van de GI dat voor nu gekozen moet worden voor bescherming van [minderjarige] en daarbij past het (tijdelijk) stopzetten van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. Met inachtneming van de huidige situatie is de kinderrechter van oordeel dat het contact tussen de vader en [minderjarige] (op dit moment) niet veilig kan worden vormgegeven.
Met de GI acht de kinderrechter het noodzakelijk dat [minderjarige] een veilige en beschermde omgeving wordt geboden. De kinderrechter zal het spoedverzoek dan ook toewijzen voor de duur van twee weken. De kinderrechter zal het overige deel van het verzoek aanhouden tot na te melden mondelinge behandeling.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
5. De beslissing
De kinderrechter:
wijzigt de beschikking van 11 augustus 2025 en bepaalt dat de vader en [minderjarige] voorlopig, voor de duur van twee weken, geen contact hebben met elkaar en de regie voor het herstarten van (begeleide) omgang ligt bij de GI;
houdt de behandeling van het resterende deel van het verzoek van de GI om de verdeling van de zorg- en opvoedtaken te wijzigen aan tot de mondelinge behandeling van [datum] te [uur], bij de kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda (in de persoon van mr. Van de Kraats) Stationslaan 10, 4815 GW;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die mondelinge behandeling voor de GI, de moeder en de vader;
gelast de griffier om de Raad voor de Kinderbescherming bij aparte brief voor de mondelinge behandeling op te roepen om de kinderrechter te adviseren;
behoudt zich verder iedere beslissing voor.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2025 door mr. Pellikaan, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Vos als griffier.