2. De feiten
Op grond van de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:
- zij zijn op 14 juli 2017 in de gemeente [woonplaats] met elkaar gehuwd in algehele gemeenschap van goederen;
- uit hun huwelijk zijn de volgende, nu nog minderjarige kinderen geboren:
1. [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2018,
2. [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2020;
- zij hebben geen overeenstemming kunnen bereiken over een ouderschapsplan;
- zij hebben de Nederlandse nationaliteit;
- hun huwelijk is duurzaam ontwricht.
In de beschikking voorlopige voorzieningen van 12 januari 2024 zijn partijen een zorgregeling overeengekomen, waarbij sprake is van birdnesting tot 1 maart 2024, zijn zij naar het UHA verwezen en is een kinderbijdrage overeengekomen.
In de beschikking wijziging voorlopige voorzieningen van 2 april 2024 (hersteld op 16 mei 2024) zijn partijen, samengevat, een zorgregeling overeengekomen waarbij de kinderen bij de man zijn: in de ene week op zaterdag van 10:00 uur tot 19:00 uur en op zondag van 10:00 uur tot 17:00 uur alsmede twee videobelmomenten (op maandag en vrijdag) en in de week daarna op vrijdag na het werk van de man tot 20:00 uur alsmede één videobelmoment (op maandag).
In de beschikking wijziging voorlopige voorzieningen van 15 november 2024 zijn partijen een kinderbijdrage overeengekomen van € 150,= per maand per kind vanaf 1 december 2024. Tevens zijn zij overeengekomen dat de man verantwoordelijk blijft voor de helft van de eigenaarslasten, maar dit wordt tussen partijen op een later moment verrekend.
De UHA-rapportage van 6 februari 2025 bestaat uit het cliëntverslag van Sterk Huis (Intensieve Ambulante Gezinsbegeleiding) en de bevindingen van de Gezinsmanager (Team Complexe Scheidingen), aangevuld vanuit [hulpverlening]. Ouders hebben verzocht om een voortijdige terugkoppeling aan de rechtbank, omdat er beslissingen nodig zijn over een aantal discussiepunten, waaronder de zorgregeling en diverse financiële zaken. Wanneer deze knopen zijn doorgehakt door de rechtbank is het belangrijk dat ouders zich hierbij kunnen neerleggen. Dan kan er ruimte komen voor onderwerpen op ouderniveau en kan de transitie plaatsvinden van kerngezin naar eenoudergezin, waarin zij ieder hun eigen verantwoordelijkheid hebben.
3. De verzoeken
De vrouw verzoekt, na wijziging en aanvulling van haar verzoek, samengevat:
echtscheiding;
bepaling dat de minderjarigen hun hoofdverblijf zullen hebben bij haar;
vaststelling van een zorgregeling waarbij de man de zorgtaken over de kinderen uitoefent om het weekend van zaterdag 10.00 uur tot zondag 17.00 uur en verdeling van de schoolvakanties in 1/3 tijd voor de man en 2/3 tijd voor de vrouw, in onderling overleg te bepalen;
veroordeling van de man tot inzage c.q. afgifte van door haar genoemde inkomens-gegevens;
vaststelling van een kinderbijdrage van € 500,= per maand per kind vanaf 1 maart 2024;
primair: toedeling van de echtelijke woning en de hypothecaire geldlening aan haar, onder bepaling van de waarde van de woning van € 350.000,=, onder uitkoop van de helft van de overwaarde met de man en subsidiair: toedeling van de echtelijke woning en hypothecaire geldlening aan haar conform het spoorboekje;
bepaling dat zij bevoegd is het gebruik van de echtelijke woning voort te zetten;
veroordeling van de man tot de betaling aan de vrouw van de achterstand van de helft van de eigenaarslasten ter hoogte van € 2.702,63 alsmede tot de betaling van de helft van de nog komende eigenaarslasten tot aan datum overdracht van de woning;
toedeling van de inboedel die de man onder zich heeft en toedeling van de inboedel die de vrouw onder zich heeft, waarbij de man aan de vrouw in het kader van de overbedelingsvergoeding dient uit te keren een bedrag ad € 3.628,50;
veroordeling van de man om zijn medewerking te verlenen om de gezamenlijke bankrekeningen op te heffen (behoudens [rekeningnummer 1]);
toewijzing van de Opel Astra aan de man en de Seat lbiza aan de vrouw met gesloten beurzen;
veroordeling van de man tot betaling van een bedrag van € 134,80 aan de vrouw in verband met verrekenposten;
veroordeling van de man primair: tot het verstrekken van de harde schijf en laptop voor het maken van een kopie van alle foto’s en bestanden door de vrouw, subsidiair: tot het maken van een kopie van alle foto's en bestanden van de harde schijf onder afgifte van de kopie aan de vrouw;
kosten rechtens.
De man verzoekt, na wijziging en aanvulling van zijn verzoek, samengevat,
- echtscheiding;
- bepaling dat de minderjarige [minderjarige 1] haar hoofdverblijf zal hebben bij de man en de minderjarige [minderjarige 2] bij de vrouw;
- vaststelling van een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken;
- indien hoofdverblijf van [minderjarige 1] bij de man: vaststelling van een door de vrouw aan de man te betalen kinderbijdrage voor [minderjarige 1] van € 4,= per maand;
- indien hoofdverblijf van [minderjarige 2] bij de vrouw: vaststelling van een door de man aan de vrouw te betalen kinderbijdrage van € 156,= per maand;
- gelasten van de wijze van verdeling van de gemeenschappelijke goederen op de door hem aangegeven wijze.
4. De beoordeling
Echtscheiding
De rechtbank acht de vrouw en de man ontvankelijk in het verzoek tot echtscheiding.
De aangevoerde omstandigheden zijn van dien aard dat redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat zij een door beide partijen opgesteld ouderschapsplan overleggen. Van belang daarbij is dat het door partijen gevolgde UHA-traject niet heeft geleid tot het maken van afspraken en dat de onderlinge communicatie van partijen over het ouderschap na scheiding ondanks de geboden hulpverlening nog steeds moeizaam verloopt.
Tussen partijen is niet in geschil dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Het verzoek tot echtscheiding, door partijen over en weer gedaan, ligt als op de wet gegrond en niet weersproken voor toewijzing gereed.
Hoofdverblijf en zorgregeling
Na bespreking van deze verzoeken op de mondelinge behandeling, in aanwezigheid van de vertegenwoordiger van de Raad, hebben partijen overeenstemming bereikt.
De overeenstemming over de zorgregeling luidt als volgt:
de kinderen zullen volgens deze (opbouw)regeling bij de man verblijven:
In week 8 op zaterdag 22 februari 2025 en op zondag 23 februari 2025: conform de beschikking wijziging voorlopige voorzieningen (dus zonder overnachting).
In week 9 van donderdag 14.30 uur (uit school) tot en met vrijdag 18.00 uur.
In week 10 van zaterdag 12.00 uur tot en met zondag 18.00 uur.
In week 11 van donderdag 14.30 uur (uit school) tot en met vrijdag 18.00 uur.
Vanaf week 12 in de even weken van vrijdag 14.30 uur (uit school) tot en met zondag 18.00 uur en in de oneven weken van donderdag 14.30 uur (uit school) tot en met vrijdag 18.00 uur.
Bij alle wisseltijdstippen om 18.00 uur zullen de kinderen hebben (avond)gegeten bij de man.
Na een schorsing van de mondelinge behandeling hebben partijen medegedeeld dat zij ook overeenstemming hebben bereikt over de verdeling van de vakanties en feestdagen. Conform deze overeenstemming verblijven de kinderen als volgt bij de vrouw en de man:
- Voorjaarsvakantie:
in de oneven jaren bij de vrouw en in de even jaren bij de man.
- Meivakantie:
indien deze één week is, is het wisselmoment op woensdag om 12.00 uur, waarbij de ouder bij wie de kinderen in het weekend aan het begin van de vakantie zijn aansluitend de maandag, dinsdag en woensdagochtend heeft en de andere ouder de woensdagmiddag, donderdag, vrijdag en het aansluitende weekend heeft.
Indien de meivakantie twee weken is, dan ieder één week, waarbij de kinderen altijd de eerste week bij de vrouw zijn en de tweede week bij de man, waarbij het wissel-tijdstip zaterdag om 18.00 uur is.
- Zomervakantie:
in 2025 volgens de verdeling 1-2-2-1, te weten de eerste week bij de man, dan twee weken bij de vrouw, dan twee weken bij de man en tot slot een week bij de vrouw. Vanaf 2026 in de even jaren de eerste drie weken bij de vrouw en de laatste drie weken bij de man. Vanaf 2027 in de oneven jaren andersom;
- Herfstvakantie:
conform de verdeling van de meivakantie, zowel als deze één week is met het wisseltijdstip op woensdag om 12.00 uur en als deze twee weken is met het wisseltijdstip op zaterdag om 18.00 uur.
- Kerstvakantie:
in de oneven jaren de eerste week, inclusief de kerstdagen bij de man en de twee week, inclusief oud- en nieuwjaar bij de vrouw. In de even jaren andersom.
Alle vakanties starten vrijdag uit school;
Pasen:
in de oneven jaren bij de man en in de even jaren bij de vrouw.
- Pinksteren:
in de oneven jaren bij de vrouw en in de even jaren bij de man.
- Verjaardag van de kinderen:
bij de ouder die op dat moment voor het kind zorgt.
- Vaderdag en Moederdag:
ieder jaar bij de betreffende ouder van 10.00 tot 18.00 uur.
Gelet op de overeengekomen zorgregeling heeft de man desgevraagd verklaard dat het hoofdverblijf van de kinderen bij de vrouw kan worden bepaald. Dit betekent dat het verzoek van de vrouw zal worden toegewezen, onder gelijktijdige afwijzing van het verzoek (over [minderjarige 1]) van de man.
De rechtbank acht de overeengekomen zorg- en vakantieregeling en de bepaling van het hoofdverblijf in het belang van de kinderen en zal dan ook deze overeenstemming vastleggen in deze beschikking.
Kinderbijdrage
Behoefte
Bij het bepalen van de behoefte aan een kinderbijdrage hanteert de rechtbank de uitgangspunten, zoals deze zijn neergelegd in de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie.
Op de mondelinge behandeling zijn partijen overeengekomen dat behoefte van de minderjarigen - op basis van de jaaropgaven over 2023 van ieder van partijen - in 2023 € 1.197,= per maand bedraagt en rekening houdend met de wettelijke indexeringen in 2025 € 1.353,= per maand.
Ingangsdatum
Op de mondelinge behandeling zijn partijen het ook eens geworden over de ingangsdatum van de te betalen kinderbijdrage, namelijk de datum van deze beschikking. De rechtbank merkt daarbij op dat tussen partijen niet in geschil is dat de man de kinderbijdrage op grond van de beschikking wijziging voorlopige voorzieningen van 15 november 2024 aan de vrouw volledig heeft voldaan en, naar de rechtbank begrijpt, tot de datum van deze beschikking zal blijven voldoen.
Het aandeel van de onderhoudsplichtigen in de behoefte van de minderjarigen becijfert de rechtbank aan de hand van ieders huidig netto besteedbaar inkomen (NBI), waarbij hun draagkracht wordt vastgesteld aan de hand van de formule of de tabel, zoals opgenomen in eerder genoemde aanbevelingen.
NBI en draagkracht van de vrouw
Voor de vaststelling van het NBI van de vrouw gaat de rechtbank uit van de volgende niet dan wel onvoldoende weersproken gegevens. De vrouw heeft volgens de salarisspecificaties over december 2024 een inkomen van € 33.582,37 bruto per jaar, zoals vermeld onder de cumulatieven. De rechtbank houdt rekening met de van toepassing zijnde heffingskortingen (algemene heffingskorting, arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting) en de verschuldigde inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen. Daarnaast komt de vrouw met dit inkomen in aanmerking voor een kindgebonden budget en de daarvan deel uitmakende alleenstaande ouderkop van € 8.044,= op jaarbasis. Aan de hand van deze uitgangspunten becijfert de rechtbank het huidige NBI van de vrouw op een bedrag ter hoogte van € 3.392,= per maand. Partijen zijn het erover eens dat uitgegaan kan worden van het woonbudget.
De draagkracht van de vrouw is dan volgens de formule € 745,= per maand.
NBI en draagkracht van de man
Voor de vaststelling van het NBI van de man gaat de rechtbank uit van de volgende niet dan wel onvoldoende weersproken gegevens. De man heeft volgens de jaaropgave over 2024 een inkomen van € 44.469,= bruto per jaar. De rechtbank houdt rekening met de van toepassing zijnde premies en heffingskortingen (algemene heffingskorting en arbeidskorting) en de verschuldigde inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen. Aan de hand van deze uitgangspunten becijfert de rechtbank het huidige NBI van de man op een bedrag ter hoogte van € 3.000,= per maand.
De man stelt zich op het standpunt dat rekening dient te worden gehouden met zijn werkelijke woonlast (kale huur inclusief noodzakelijke servicekosten) ter hoogte van € 1.047,= per maand en dus niet met het woonbudget. De vrouw heeft dit gemotiveerd betwist.
De rechtbank verwijst naar paragraaf 4.2.2.4. van het rapport van de Expertgroep Alimentatie, waarin is vermeld dat als een onderhoudsplichtige duurzaam aanmerkelijk hogere woonlasten heeft dan het woonbudget met die extra lasten rekening kan worden gehouden indien vastgesteld kan worden dat deze lasten niet vermijdbaar zijn en dat het (voort)bestaan daarvan niet aan de onderhoudsplichtige kan worden verweten. Naar het oordeel van de rechtbank is aan deze voorwaarden niet voldaan. De man heeft niet onderbouwd dat het niet mogelijk is om een woning met een lagere woonlast te vinden. Verder is van belang dat het verschil tussen het woonbudget en de werkelijke woonlast € 147,= per maand bedraagt. Dit verschil kan de man ergens anders binnen het budget opvangen, zoals binnen de post ‘onvoorzien’ in de gecorrigeerde bijstandsnorm of met de vrije draagkrachtruime. Dit betekent dat de rechtbank zal uitgaan van het woonbudget van € 900,= per maand.
Verder heeft de man zich op het standpunt gesteld dat rekening gehouden dient te worden met een aflossing van zijn DUO-schuld met een bedrag van € 65,20 per maand.
De vrouw heeft dit gemotiveerd betwist.
De rechtbank verwijst naar 4.6.2. van het rapport van de Expertgroep Alimentatie, waarin is vermeld dat het draagkrachtloos inkomen kan worden verhoogd als bepaalde niet vermijdbare en niet verwijtbare lasten vaststaan, ongeacht of die lasten voor, tijdens of na het huwelijk zijn ontstaan. Een vermijdbare last is een last waarvan de betaler zich geheel of gedeeltelijk kan bevrijden. Dat is bijvoorbeeld het geval als de betaler de schuld met spaartegoed kan aflossen. De betaler kan zich dan geheel bevrijden van de last. Naar het oordeel van de rechtbank is hiervan sprake. Zoals hierna zal blijken zal de man op korte termijn het hem toekomende bedrag van de overwaarde na de eigendomsoverdracht van de echtelijke woning ontvangen. De man beschikt alsdan over spaartegoed, waardoor hij zich kan bevrijden van deze last. Er is dan ook geen sprake van een niet vermijdbare last. De rechtbank zal dus geen rekening houden met het maandelijkse bedrag aan aflossing van de DUO-schuld.
De draagkracht van de man is dan volgens de formule € 553,= per maand.
(Geen) draagkrachtvergelijking
Een draagkrachtvergelijking blijft achterwege, omdat de totale draagkracht van de onderhoudsplichtigen (€ 1.298,= per maand) lager is dan de behoefte van de minderjarigen (€ 1.353,= per maand).
Zorgkorting
De man heeft gemiddeld twee dagen per week de zorg voor de minderjarigen, zodat een zorgkorting geldt van 25%. Nu de behoefte van de minderjarigen € 1.353,= per maand bedraagt, beloopt de zorgkorting een bedrag van € 338,= per maand.
Conclusie over de kinderbijdrage
Nu de draagkracht van de onderhoudsplichtigen onvoldoende is om volledig in de behoefte van de minderjarigen te voorzien, wordt, na toepassing van de zorgkorting, het tekort gelijkelijk over de onderhoudsplichtigen verdeeld. Voor de man betekent dit dat de helft van het tekort in mindering komt op zijn zorgkorting, zodat de door hem te betalen bijdrage als volgt wordt berekend: € 553,= [bedrag volledige draagkracht man] – (€ 338= [bedrag zorgkorting] - € 28,= [bedrag van de helft van het tekort]) = € 243,= per maand, dus € 121,50 per maand per kind, te voldoen met ingang van de datum van deze beschikking.
De rechtbank heeft een draagkrachtberekening gemaakt. Een gescand exemplaar van deze berekening is als bijlage aan deze beschikking toegevoegd en maakt daarvan deel uit.
Ingetrokken verzoek tot overleggen van inkomensgegevens
Op de mondelinge behandeling heeft de vrouw haar verzoek tot veroordeling van de man tot inzage of afgifte van door haar genoemde inkomensgegevens ingetrokken, nu de man deze gegevens heeft overgelegd. De rechtbank overweegt dat dit ingetrokken verzoek niet meer behoeft te worden beoordeeld. Het verzoek wordt in zoverre afgewezen.
Verdeling van de huwelijksgemeenschap
Partijen zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Bij de verdeling van deze gemeenschap moet als uitgangspunt worden aangenomen dat partijen in gelijke mate delen in de goederen van de gemeenschap, terwijl ieder de schulden van de gemeenschap voor de helft moet dragen.
De gemeenschap van goederen is op grond van artikel 1:99 lid 1 aanhef en sub b BW ontbonden op de datum waarop het verzoekschrift tot echtscheiding is ingediend bij de rechtbank, te weten 21 november 2023. Die datum is ook bepalend voor de omvang en samenstelling van de gemeenschap.
De peildatum voor de waardering van de bestanddelen van de gemeenschap is in beginsel de datum waarop de verdeling plaatsvindt, tenzij partijen anders overeenkomen of op grond van de redelijkheid en billijkheid een andere datum moet worden aangehouden. Van deze peildata zal ook in het onderstaande worden uitgegaan, tenzij daarvan ambtshalve of op verzoek van partijen uitdrukkelijk wordt afgeweken.
De gemeenschap bestond op de peildatum van 21 november 2023, volgens opgave van partijen zelf, uit de volgende bestanddelen:
- de echtelijke woning aan [adres 1] te [woonplaats];
- de op de woning rustende hypothecaire geldlening bij [hypotheker];
- de inboedelgoederen van de echtelijke woning;
- saldi op een viertal (gezamenlijke) bankrekeningen;
- de auto Seat Ibiza en de auto Opel Astra;
- het tegoed bij Vinted.
Verder hebben partijen in de stukken het volgende ter discussie gesteld: het verdelen van de kosten van de zwemles, de bijdrage kinderopvang in december 2023, het statiegeld en het geld in de keukenla en het spaargeld van de kinderen.
De echtelijke woning aan [adres 1] te [woonplaats] en de hypothecaire geldlening bij [hypotheker] met [nummer]
De vrouw verzoekt, samengevat, toedeling van de echtelijke woning aan haar, uitgaande van een waarde van de woning van € 350.000,= op basis van een eerdere afspraak tussen partijen. Volgens haar dient op grond van redelijkheid en billijkheid te worden afgeweken van de peildatum van de datum van de verdeling gelet op het tijdsverloop sinds de indiening van het verzoekschrift. De man voert gemotiveerd verweer.
De rechtbank ziet geen aanleiding om voor wat betreft de peildatum voor de waardering van de woning af te wijken van de datum waarop de verdeling plaatsvindt, nu enkel tijdsverloop sinds de indiening van het verzoekschrift onvoldoende is.
Op basis van de geschilpunten en hetgeen is besproken op de mondelinge behandeling beslist de rechtbank dat partijen binnen twee weken na de datum van deze beschikking aan [makelaar], gevestigd te [adres 2] 1 te [woonplaats], de opdracht dienen te verlenen om de woning aan [adres 1] te [woonplaats] te taxeren. Zij dienen de aanwijzingen van de taxateur op te volgen en hem of haar te voorzien van de door hem of haar verzochte informatie. De taxatie geschiedt buiten aanwezigheid van beide partijen, waarbij de vrouw de sleutel aan de taxateur dient af te geven. Partijen zullen ieder de helft van de taxatiekosten betalen. Partijen zijn het erover eens dat de door de taxateur vastgestelde, door het NWWI gevalideerde taxatie, voor partijen bindend is.
Vervolgens krijgt de vrouw gedurende één maand (ingaande op de datum van het taxatierapport) de tijd om aan de man kenbaar te maken of zij tegen de getaxeerde waarde de woning wil overnemen. Zij dient een ondertekende offerte voor herfinanciering aan de man te overleggen. De op de woning rustende hypotheek bij [hypotheker] met [nummer] zal, onder vrijwaring van de man, in dat geval geheel door de vrouw worden gedragen en afgelost. Deze toebedeling vindt plaats onder de voorwaarde dat de man zal worden ontslagen uit zijn hoofdelijke aansprakelijkheid op grond van deze hypotheek. Binnen twee maanden nadat zij de man heeft bericht dat zij de woning wil overnemen dient de eigendomsoverdracht bij een nader door partijen aan te wijzen notaris plaats te vinden. De vrouw is bij gelegenheid van de overdracht gehouden om aan de man te voldoen de helft van de waarde, becijferd op basis van de taxatiewaarde te verminderen met de openstaande hypotheekschuld bij op de datum van de overdracht. Van de kosten van de notaris dienen partijen ieder de helft te voldoen.
Indien de vrouw de woning niet wil overnemen, dan zal de woning na het verstrijken van de maand waarin zij de man hierover diende te berichten te koop worden aangeboden bij voormelde makelaar, dus [makelaar] te [woonplaats]. Partijen zullen in dat geval een vraag- en laatprijs hanteren van tenminste de eerder door de makelaar getaxeerde waarde. Zij dienen al datgene te verrichten respectievelijk na te laten wat op instructie van de makelaar noodzakelijk is om tot verkoop en eigendomsoverdracht te komen, waaronder het openstellen van de woning door de vrouw voor bezichtigingen en mee te werken aan de ondertekening van de verkoopovereenkomst en de notariële eigendomsoverdracht. Aan ieder van partijen komt dan toe de helft van de overwaarde van de woning, berekend op de wijze zoals hierboven vermeld, waarbij de getaxeerde waarde dan wordt vervangen door de feitelijke verkoopprijs. Van de kosten van de makelaar en de notaris dienen partijen ieder de helft te voldoen.
Voortgezet gebruik van de woning
De man heeft op de mondelinge behandeling desgevraagd verklaard er geen bezwaar tegen te hebben dat de vrouw bevoegd is tot het voortgezet gebruik van de woning totdat de woning is verkocht en overgedragen.
Saldi op een viertal (gezamenlijke) bankrekeningen
Het betreft de bankrekeningen onder volgende nummers: [rekeningnummer 1] (betaalrekening), [rekeningnummer 2] (spaarrekening), [rekeningnummer 3] (betaalrekening) en [rekeningnummer 4] (spaarrekening). Partijen hebben vastgesteld dat de saldi van deze vier bankrekeningen zijn verdeeld op 2 november 2023 en dat de saldi daarna nihil waren. Partijen zijn het erover dat deze bankrekeningen kunnen worden opgeheven, behalve de rekening onder nummer [rekeningnummer 5]. Deze bankrekening zal worden voortgezet tot de overdracht van de woning, omdat van die rekening de vaste lasten van de echtelijke woning worden betaald.
De auto Seat Ibiza en de auto Opel Astra
Partijen zijn het erover eens dat de auto van het merk Seat Ibiza aan de vrouw kan worden toebedeeld en de auto van het merk Opel Astra aan de man. De rechtbank stelt vast dat geen van partijen de door hem of haar gestelde waarde heeft onderbouwd met een taxatierapport. Wel is naar voren gekomen dat op grond van de ANWB koerslijst de waarden van beide auto’s niet veel van elkaar verschillen. Op basis van de beschikbare gegevens kan de rechtbank de waarde evenmin vaststellen. Het door de vrouw ingenomen standpunt om de auto’s te verdelen zonder nadere verrekening van de waarde van de auto’s komt de rechtbank niet onredelijk voor, zodat aldus zal worden beslist.
De inboedelgoederen van de echtelijke woning
Partijen verschillen van mening over de verdeling van de inboedelgoederen. Volgens de vrouw heeft de man diverse goederen meegenomen, hetgeen blijkt uit door opgestelde lijsten, voorzien van foto’s. Volgens de man heeft de vrouw echter diverse inboedelgoederen voor zichzelf veilig gesteld.
De rechtbank overweegt als volgt. Het is een feit van algemene bekendheid dat de waarde van zaken daalt na ingebruikname, mede afhankelijk van de tijdsperiode waarin zij in gebruik zijn en de intensiteit van het gebruik. Vooral inboedelzaken verliezen relatief snel hun waarde. De waarde op de peildatum ligt dus (veel) lager dan de nieuwwaarde. Dat dit hier anders is en dat derhalve moet worden uitgegaan van de door de vrouw genoemde, maar niet onderbouwde en door de man betwiste bedragen, is niet komen vast te staan. De rechtbank zal bepalen dat ieder de inboedelgoederen behoudt wat hij of zij onder zich heeft zonder verdere verrekening.
De laptop en de harde schijf
De vrouw heeft verzocht de man te veroordelen primair tot het verstrekken van de harde schijf en laptop voor het maken van een kopie van alle foto’s en van de bestanden door de vrouw, subsidiair tot het maken van een kopie die foto's en bestanden onder afgifte van de kopie aan de vrouw. De man heeft verklaard niet over de laptop en de harde schijf te beschikken en daardoor niet aan het verzoek van de vrouw te kunnen voldoen.
Gelet op de ingenomen standpunten is niet komen vast te staan dat de man de laptop en de harde schijf in zijn bezit heeft. De rechtbank houdt het ervoor dat indien de laptop en de harde schijf alsnog worden aangetroffen partijen ervoor zorgdragen dat er kopieën komen van alle foto’s en van de bestanden/documenten van de harde schijf voor de vrouw.
Het tegoed bij Vinted
Partijen zijn het erover eens dat het tegoed bij Vinted € 73,= bedraagt en dat de vrouw aan de man de helft, dus € 37,50, dient te voldoen.
Verdelen kosten zwemles, bijdrage kinderopvang over december 2023, statiegeld en geld in keukenlade
De vrouw stelt zich op het standpunt dat de man aan haar dient te voldoen een bedrag van € 121,63 in verband met kosten van de zwemles en de bijdrage voor de kinderopvang. De rechtbank overweegt dat dit kosten van de huishouding betreft in de zin van artikel 1:84 BW. De rechtbank kan niet vaststellen of, en zo ja, in welke mate, de vrouw op basis van de inkomens van partijen eventueel onevenredig heeft bijgedragen in de kosten van de huishouding. Aangezien de vrouw haar verzoek, gelet op de betwisting door de man, onvoldoende heeft onderbouwd, zal de rechtbank dit verzoek afwijzen.
De vrouw stelt zich op het standpunt dat aan de man toekomt een bedrag van € 7,50 in verband met statiegeld en geld in keukenlade. De man heeft daartoe geen vordering geformuleerd, zodat er geen beslissing van de rechtbank nodig is.
Spaargeld van de kinderen
Partijen zijn het erover eens dat dit spaargeld behoort tot het vermogen van de kinderen. Het spaargeld is dan ook geen bestanddeel dat valt onder de verdeling van de huwelijksgemeenschap, zodat de rechtbank hierop niet kan beslissen. Ten overvloede wordt opgemerkt dat partijen op de mondelinge behandeling over het spaargeld een afspraak hebben gemaakt. [minderjarige 1] had een spaarpot met € 453,29 en [minderjarige 2] een spaarpot met € 291,55. De vrouw heeft deze bedragen nu onder zich. Zij zal aan de man de helft van beide bedragen contant geven. De rechtbank gaat er vanuit dat dit plaatsvindt binnen 14 dagen na de beschikking.
Verrekening van de eigenaarslasten
De vrouw verzoekt de man te veroordelen aan de vrouw de achterstand van de helft van de eigenaarslasten € 2.702,63 te betalen alsmede bij te dragen in de betaling van de helft van de nog komende eigenaarslasten tot aan datum overdracht van de woning. De man erkent dat hij verantwoordelijk is voor de helft van de eigenaarslasten, zoals blijkt uit de beschikking wijziging voorlopige voorzieningen van 15 november 2024 en het vonnis in kort geding van 30 oktober 2024, maar dat verrekening daarvan pas op een later moment kan plaatsvinden.
De rechtbank volgt het standpunt van de man, aangezien de totale omvang van de te verrekenen lasten op dit moment nog niet duidelijk is, maar dit pas op het moment van de overdracht kan worden vastgesteld. Partijen dienen dan conform hun afspraak de eigenaarslasten af te rekenen. Het verzoek van de vrouw daartoe zal in deze procedure worden afgewezen. Dit laat echter onverlet dat de tussen partijen gemaakte afspraak door hen te zijner tijd dient te worden nagekomen.
proceskosten
De vrouw vermeldt onder XIII. van haar aanvullend verzoek van 14 januari 2025 ‘Kosten rechtens’. De man heeft dit kennelijk aangemerkt als een verzoek tot proces-kostenveroordeling, zoals volgt uit punt 45 van zijn verweerschrift tegen aanvullend verzoek van 6 februari 2025. Volgens hem is het gebruikelijk om in een procedure tot echtscheiding de kosten te compenseren.
Naar het oordeel van de rechtbank wordt met ‘Kosten rechtens’ een proceskosten-compensatie bedoeld. De rechtbank zal dan ook beslissen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
5. De beslissing
De rechtbank
spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op 14 juli 2017 in de gemeente Tilburg met elkaar gehuwd;
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de minderjarigen
1. [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2018,
2. [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2020;
hun hoofdverblijf hebben bij de vrouw;
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man en genoemde minderjarigen in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar conform hetgeen is vermeld in rechtsoverwegingen 4.3. en 4.4. van deze beschikking;
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man met ingang van de datum van deze beschikking ten behoeve van de verzorging en opvoeding van genoemde minderjarigen aan de vrouw bij vooruitbetaling moet voldoen een bedrag van € 121,50 (honderdeenentwintig euro en vijftig cent) per maand per kind;
bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de vrouw jegens de man bevoegd is de bewoning van de woning, gelegen aan [adres 1], [woonplaats] voort te zetten tot de datum waarop de eigendom van deze woning is overgedragen;
gelast, uitvoerbaar bij voorraad, de verdeling van de gemeenschappelijke goederen van partijen op de wijze zoals vermeld in de rechtsoverwegingen 4.29., 4.30., 4.31., 4.34. en 4.36.;
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Coolwijk en, in tegenwoordigheid van
mr. Tillie, griffier, in het openbaar uitgesproken op 1 april 2025.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.