ECLI:NL:RBZWB:2025:7853

ECLI:NL:RBZWB:2025:7853, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24-10-2025, 11746690 \ AZ VERZ 25-26 (E)

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 24-10-2025
Datum publicatie 18-12-2025
Zaaknummer 11746690 \ AZ VERZ 25-26 (E)
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Werkgever verzoekt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Partijen zijn het erover eens dat de arbeidsrelatie ernstig en duurzaam is verstoord. Werknemer is echter arbeidsongeschikt waardoor een opzegverbod van toepassing is. Het verzoek tot ontbinding houdt verband met omstandigheden waarop het opzegverbod betrekking heeft. Daardoor kan de arbeidsovereenkomst in beginsel niet worden ontbonden. Hierop dient echter een uitzondering te worden gemaakt op grond van artikel 7:671b lid 6, onderdeel b, BW, want de arbeidsovereenkomst belemmert het herstel van werknemer. In het belang van de werknemer wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden. Het tegenverzoek om een billijke vergoeding toe te kennen wordt afgewezen. Niet is gebleken dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld dan wel heeft nagelaten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Middelburg

Zaaknummer / rekestnummer: 11746690 \ AZ VERZ 25-26

Beschikking van 24 oktober 2025

in de zaak van

VLAEYNATIE B.V.,

te Terneuzen,

verzoekende partij,

verwerende partij in het tegenverzoek,

hierna te noemen: Vlaeynatie,

gemachtigde: mr. J.L. van Schouten,

tegen

[persoon] ,

te [plaats] ,

verwerende partij,

verzoekende partij in het tegenverzoek,

hierna te noemen: [persoon] ,

gemachtigde: mr. A.C.F. Berkhof.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift

- het verweerschrift, met een tegenverzoek

- de producties 27 tot en met 29 ingediend door Vlaeynatie

- de producties 20 tot en met 25 ingediend door [persoon]

- de productie 26 ingediend door [persoon] .

Op 26 september 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De gemachtigden van partijen hebben daarbij spreekaantekeningen overgelegd en de griffier heeft aantekeningen gemaakt.

Na het sluiten van de mondelinge behandeling is beschikking bepaald op vandaag.

2. De feiten

[persoon] , geboren [geboortedag] 1965, is sinds [datum 2] 2019 in dienst bij Vlaeynatie. De functie van [persoon] is [functie 1] met een loon van € 4.392,18 bruto per maand en verdere emolumenten.

Vlaeynatie maakt onderdeel uit van de Vlaeynatie groep. Vlaeynatie groep is actief in de logistieke dienstverlening, waarbij Vlaeynatie optreedt als expediteur, bevrachter en cargadoor.

Op 4 september 2024 verleende [persoon] toestemming aan een medewerker om, zonder beschermende kleding aan te trekken, op een vorkheftruck iets op te halen in de productiehal. De medewerker veroorzaakte vervolgens een ongeluk met schade aan een andere vorkheftruck. [persoon] heeft hiervoor een officiële waarschuwing ontvangen.

Vanwege deze officiële waarschuwing heeft [persoon] geen bonus over 2024 ontvangen. Op 12 februari 2025 heeft [persoon] zijn onvrede hierover geuit richting Vlaeynatie.

Op [datum 1] 2025 zijn [persoon] , een andere [functie 1] en een [functie 2] aangesproken door de [functie 3] omdat zij buiten pauzetijd op de rookplek aanwezig waren. Dit was in strijd met de bedrijfsregels. [persoon] is vervolgens in discussie gegaan met de [functie 3] .

[persoon] heeft zich op [datum 1] 2025 ziek gemeld vanwege een burn-out en is sindsdien arbeidsongeschikt.

Op 25 maart 2025 heeft de bedrijfsarts onder andere het volgende geconstateerd:

Dhr [persoon] liep al enige tijd op zijn tenen vanwege de langdurige werkdruk en onderbezetting. Er heeft zich een situatie voorgedaan op de werkvloer die de spreekwoordelijke druppel was waarvoor hij nu is uitgevallen. Er is hierdoor nu sprake van een ‘twee-luik’ situatie. Enerzijds ziekte vanwege de langdurige overbelasting. Anderzijds zijn door de hierboven genoemde situatie de arbeidsverhoudingen op scherp komen te staan. Over de oorzaken van de hierboven genoemde situatie wordt door partijen anders gezien / beleefd. Het heeft bij dhr [persoon] in ieder geval voor extra spanningsklachten gezorgd. Hij is ondertussen verwezen voor een behandeling. Bij een adequate aanpak (van arbeidsverhoudingen op scherp en de overbelasting klachten) verwacht ik niet dat zijn uitval lang zal duren. Voor de werksituatie moet echter wel eerst een gesprek plaatsvinden om de ontstane situatie te bespreken, uit te praten en de plooien glad te strijken. Dit zal m.i. al voor een aanzienlijke afname van de spanningsklachten zorgen. Daarnaast moeten er echter ook besluiten worden genomen over hoe nu verder met elkaar.” en “a. Z.s.m. een probleemoplossend gesprek zoals verwoord onder 7.1 Bij voorkeur met een derde neutrale partij als moderator/gespreksleider;”.

Op 11 en 25 april 2025 heeft Vlaeynatie [persoon] uitgenodigd op kantoor voor een gesprek. [persoon] heeft daarop – samengevat – geantwoord dat hij niet in staat is om deel te nemen aan het gesprek en dat [persoon] een aanvraag heeft ingediend voor een second opinion bij een onafhankelijke bedrijfsarts.

Op 28 april 2025 heeft Vlaeynatie [persoon] verzocht om op het geplande gesprek te verschijnen. Indien [persoon] niet verschijnt wordt het loon opgeschort. [persoon] heeft daarop geantwoord dat hij niet op het gesprek zal verschijnen en dat hij bij opschorting van het loon zonder correcte medische onderbouwing, een melding zal doen bij het UWV wegens schending van de re-integratieverplichtingen en eventueel een klacht zal indienen bij de Inspectie SZW indien de druk wordt opgevoerd.

Op 29 april 2025 deelt Vlaeynatie aan [persoon] mee dat het loon wordt opgeschort en dat zijn opmerking om een eventuele klacht in te dienen bij de Inspectie SZW als een dreigement wordt opgevat. Mede gelet hierop wordt aan [persoon] kenbaar gemaakt dat Vlaeynatie de arbeidsovereenkomst wil beëindigen.

De loonopschorting is uiteindelijk zonder financieel gevolg opgeheven nadat [persoon] had medegedeeld in te stemmen met een gesprek.

3. Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek

Het verzoek

Vlaeynatie verzoekt de arbeidsovereenkomst met [persoon] te ontbinden, vanwege disfunctioneren, verwijtbaar handelen of nalaten, een verstoorde arbeidsverhouding en omdat [persoon] niet geschikt is voor een leidinggevende rol in de functie van [functie 1] (h-grond).

Vlaeynatie heeft – samengevat – het volgende ten grondslag gelegd aan haar verzoek. Het ontbindingsverzoek houdt geen verband met de omstandigheden waarop het opzegverbod tijdens ziekte betrekking heeft. De arbeidsongeschiktheid staat dan ook niet aan ontbinding in de weg. Daarnaast is het in het belang van [persoon] dat de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd. De arbeidsovereenkomst kan ontbonden worden omdat [persoon] niet functioneerde. Hij voldeed niet aan de eisen die door Vlaeynatie redelijkerwijs aan de functie en een werknemer in deze functie gesteld kunnen worden (d-grond). [persoon] heeft verwijtbaar gehandeld dan wel nagelaten en de situatie op de spits gedreven. [persoon] heeft daarbij dreigementen geuit (e-grond). Door het handelen van [persoon] is de arbeidsverhouding ernstig verstoord geraakt. Er is bij Vlaeynatie geen enkel draagvlak meer voor een verdere vruchtbare voortzetting van de arbeidsverhouding (g-grond). Uit de incidenten is gebleken dat [persoon] niet geschikt is voor een leidinggevende rol. Het ontbreekt [persoon] aan zelfreflectie. Hij kan niet omgaan met geleverde kritiek en kijkt niet kritisch naar zijn eigen functioneren (h-grond).

Het verweer

[persoon] voert – samengevat – het volgende verweer. Gedurende het afgelopen jaar hebben zich ingrijpende wijzigingen voorgedaan binnen het team waarin [persoon] werkzaam was. Waar de werkzaamheden voorheen door zes [functie 1] werden uitgevoerd, worden deze nu slechts door twee [functie 1] verricht, terwijl de omvang van het werk ongewijzigd is gebleven. De werkdruk binnen het team van [persoon] is toegenomen door het uitvallen van diverse medewerkers. Als gevolg hiervan heeft [persoon] zich op [datum 1] 2025 via AFAS ziekgemeld met klachten passend bij een burn-out. [persoon] heeft medicatie voorgeschreven gekregen ter behandeling van overspanningsklachten en hij is doorverwezen naar de praktijkondersteuner geestelijke gezondheidszorg. Het opzegverbod tijdens ziekte staat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst in de weg. Daarnaast betwist [persoon] dat de door Vlaeynatie aangevoerde gronden voldragen zijn en kunnen leiden tot een ontbinding van de arbeidsovereenkomst. [persoon] erkent dat de arbeidsverhouding tussen partijen onherstelbaar is beschadigd en verzet zich om die reden niet tegen de verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Het tegenverzoek

[persoon] verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden met toekenning van een transitievergoeding van € 9.393,92 bruto en een billijke vergoeding van € 25.000,00 bruto.

[persoon] legt aan zijn verzoek ten grondslag dat hij niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en/of nagelaten en dat Vlaeynatie het initiatief heeft genomen tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst. [persoon] heeft om die reden recht op de wettelijke transitievergoeding berekend tot 31 december 2025. Ook maakt [persoon] aanspraak op een billijke vergoeding omdat Vlaeynatie ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en/of heeft nagelaten. [persoon] had tot zijn pensionering bij Vlaeynatie kunnen werken, dan wel in ieder geval nog minimaal een jaar. [persoon] acht een vergoeding van € 25.000,00 bruto billijk.

Vlaeynatie heeft verweer gevoerd dat – voor zover van belang – hierna in de beoordeling aan de orde komt.

4. De beoordeling van het verzoek

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.

De arbeidsrelatie is ernstig en duurzaam verstoord

Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. Hieraan is voldaan aangezien partijen het erover eens zijn dat de arbeidsrelatie ernstig en duurzaam is verstoord.

Opzegverbod

[persoon] is nog steeds arbeidsongeschikt. Dit betekent dat er een opzegverbod van toepassing is en de arbeidsovereenkomst niet kan worden ontbonden, tenzij er een uitzondering (genoemd in artikel 7:671b lid 6 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)) moet worden gemaakt. De eerste uitzondering genoemd onder a. van dit wetsartikel is niet van toepassing, want het ontbindingsverzoek houdt verband met omstandigheden waarop het opzegverbod betrekking heeft. Vlaeynatie heeft voor het gestelde verwijtbaar handelen verwezen naar drie incidenten: het incident met de heftruck, het rookincident en de opmerking van [persoon] om een eventuele klacht in te dienen bij de Inspectie SZW. Het tweede incident is voorgevallen op de dag dat [persoon] zich arbeidsongeschikt heeft gemeld. Het derde incident is voorgevallen tijdens de arbeidsongeschiktheid van [persoon] . De kantonrechter sluit niet uit dat [persoon] met betrekking tot het tweede en derde incident anders zou hebben gereageerd/gehandeld indien hij niet langdurig overbelast zou zijn geweest (wat kennelijk tot een burn-out en psychische klachten heeft geleid). De ziekte kan om die reden niet los worden gezien van de omstandigheden.

Dit betekent dat een opzegverbod geldt en dat de arbeidsovereenkomst in beginsel niet door de kantonrechter kan worden ontbonden. Vlaeynatie heeft verder gesteld dat de arbeidsovereenkomst in het belang van [persoon] behoort te eindigen, want de arbeidsovereenkomst belemmert zijn herstel. [persoon] heeft dit op de mondelinge behandeling bevestigd. Gelet hierop dient er een uitzondering te worden gemaakt op het opzegverbod en zal de kantonrechter op grond van artikel 7:671b lid 6, onderdeel b, BW de arbeidsovereenkomst per 1 december 2025 ontbinden. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure.

[persoon] heeft niet ernstig verwijtbaar gehandeld

Vlaeynatie heeft verder gesteld dat [persoon] geen transitievergoeding toekomt omdat hij ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De kantonrechter gaat hieraan voorbij omdat hiervan niet is gebleken. De door Vlaeynatie genoemde drie incidenten zijn niet als ernstig verwijtbaar handelen aan te merken. Voor het incident met de heftruck was [persoon] al gesanctioneerd en [persoon] heeft toen ook toegegeven dat hij een verkeerde inschatting had gemaakt. Het rookincident is evenmin aan te merken als ernstig. Ook volgt de kantonrechter Vlaeynatie niet met betrekking tot de gestelde afdreiging. Het staat een werknemer vrij een klacht in te dienen. Dat is anders indien de klacht overduidelijk ongegrond is en wordt gebruikt voor andere doeleinden. Dat is niet gebleken. Daarnaast dient ook rekening te worden gehouden met de omstandigheden waarin [persoon] verkeerde en met zijn ziekte.

Transitievergoeding

De arbeidsovereenkomst wordt op verzoek van Vlaeynatie ontbonden. [persoon] heeft om die reden recht op een transitievergoeding. Die vergoeding bedraagt berekend tot 1 december 2025 € 9.215,72 bruto. Voor deze berekening is uitgegaan van € 9.272,52 brutoloon, € 386,88 bruto gemiddelde toeslag per maand en 8% vakantiebijslag. Vlaeynatie zal worden veroordeeld tot betaling van die vergoeding. De wettelijke rente hierover wordt toegewezen te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 1 januari 2026.

De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat de aard van de zaak daartoe aanleiding geeft en geen van partijen (ernstig) verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten.

5. De beoordeling van het tegenverzoek

De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan [persoon] een billijke vergoeding toe te kennen. Een billijke vergoeding kan worden toegekend als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Dat zal zich alleen voordoen in uitzonderlijke gevallen en als een werkgever de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst in ernstige mate schendt. Bij de beoordeling of de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. In dit geval heeft ook Vlaeynatie niet ernstig verwijtbaar gehandeld of nagelaten. [persoon] heeft onder andere gesteld dat Vlaeynatie haar

re-integratieverplichtingen ernstig heeft veronachtzaamd door geen neutrale derde aan te stellen en omdat Vlaeynatie geen concrete inspanning heeft geleverd bij de re-integratie. De kantonrechter volgt [persoon] hierin niet, aangezien op 28 maart 2025 de Casemanager verzuim/Coach conflicthantering van Verzuimtij, naar aanleiding van het advies van de bedrijfsarts, als neutrale partij contact heeft gezocht met [persoon] om een individueel gesprek aan te gaan. [persoon] heeft dit geweigerd.

[persoon] heeft verder gesteld dat Vlaeynatie valse ontslaggronden heeft aangevoerd met als oogmerk een onwerkbare situatie te creëren. Ook hierin wordt [persoon] niet gevolgd. Uit de processtukken blijkt dat de arbeidsrelatie verder onder druk kwam te staan toen Vlaeynatie op 12 februari 2025 aan [persoon] mededeelde dat hij niet in aanmerking kwam voor een bonus over 2024. De kantonrechter begrijpt de frustratie geuit door van [persoon] hierover gelet op de door hem ervaren langere periode van zware werkdruk, echter volgens de interne regels bij Vlaeynatie had [persoon] geen recht op een bonus vanwege de ontvangen schriftelijke waarschuwing.

Verder heeft [persoon] gesteld dat Vlaeynatie hem verwijt dat hij op meerdere punten niet functioneert, terwijl Vlaeynatie heeft nagelaten een concreet verbetertraject aan te bieden. Vlaeynatie heeft inderdaad nagelaten een verbetertraject aan te bieden. Dit is echter onvoldoende om te concluderen dat Vlaeynatie ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.

De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat de aard van de zaak daartoe aanleiding geeft.

6. De beslissing

De kantonrechter

op het verzoek

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 december 2025,

veroordeelt Vlaeynatie om aan [persoon] een transitievergoeding te betalen van € 9.215,72 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2026, tot aan de dag van de gehele betaling,

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,

verklaart de veroordeling onder 6.2. uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders verzochte af,

op het tegenverzoek

wijst het verzoek af,

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl AR-Updates.nl 2025-1616 VAAN-AR-Updates.nl 2025-1616
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?