ECLI:NL:RBZWB:2025:7862

ECLI:NL:RBZWB:2025:7862, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11-11-2025, C/02/440568 / JE RK 25-1795

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 11-11-2025
Datum publicatie 04-12-2025
Zaaknummer C/02/440568 / JE RK 25-1795
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656 BWBR0002685

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/440568 / JE RK 25-1795

Datum uitspraak: 11 november 2025

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling [stichting], locatie [locatie] ,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2022 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [plaats 1] ,

advocaat mr. L.M. Dragtenstein te Amsterdam,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [plaats 2] ,

advocaat mr. I.M. d’Hont te Breda.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 6 oktober 2025;

de op 28 oktober 2028 ingekomen brief van mr. Dragtenstein.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 november 2025. Daarbij waren aanwezig:

- de vader met zijn advocaat;

- een vertegenwoordiger van de GI.

De moeder is niet verschenen. Haar advocaat heeft op 28 oktober 2025 laten weten dat de moeder wegens persoonlijke omstandigheden, meer in het bijzonder het recentelijk op tragische wijze overlijden van haar jongere broer, zich niet in staat acht om ter zitting aanwezig te zijn. Daarbij merkt de advocaat op dat hijzelf verhinderd is om de zitting bij te wonen. Hij heeft kenbaar gemaakt het standpunt van de moeder schriftelijk in te dienen. De kinderrechter constateert bij de aanvang van de mondelinge behandeling dat door de advocaat, ook na telefonische herinnering hieraan door de griffier, geen schriftelijk standpunt is ingediend.

De kinderrechter heeft de mondelinge behandeling voortgezet in aanwezigheid van de GI, de vader en zijn advocaat. Het verzoek van de advocaat van de vader om de partner van de vader (als informant) toe te laten tot de mondelinge behandeling is, bij afwezigheid van de moeder en haar advocaat, niet gehonoreerd.

2. De feiten

De moeder is alleen belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

Bij beschikking van 13 juni 2025 heeft de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 19 juni 2025 tot 19 november 2025.

[minderjarige] woont bij de moeder.

Tussen de ouders is bij deze rechtbank nog een bodemprocedure (zaaknummer C/02/415916 / FA RK 23-5312) aanhangig over het gezag en de omgang. Deze procedure staat ingepland voor een mondelinge behandeling op 22 december 2025.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De GI legt aan haar verzoek ten grondslag dat de vader [minderjarige] sinds kort na haar geboorte niet meer heeft gezien. De moeder wil de vader niet toelaten in haar leven. De situatie met de vader bezorgt haar veel stress. De moeder heeft op dit moment ondersteuning van een psycholoog. De moeder informeert de vader wel over [minderjarige] , maar deze informatie is erg summier. De vader heeft juist stress vanwege het feit dat hij nog steeds geen contact heeft met [minderjarige] . Vanaf augustus 2023 is de vader al bezig om met [minderjarige] in contact te komen. De GI begrijpt dat het voor de vader te langzaam gaat, maar acht het voor een uiteindelijk succesvol contactherstel tussen de vader en [minderjarige] onontkoombaar dat de moeder in staat zal zijn om voor dat contact haar emotionele toestemming te geven. Voor nu ligt de focus van de GI op het contacthersteltraject en de statusvoorlichting. De statusvoorlichting gaat gegeven worden door de kindertherapeut.

Voor het contacthersteltraject heeft de GI De Gezinsmanager benaderd. Deze is met enige maanden vertraging pas eind september 2025 kunnen starten, omdat het arrangement door de moeder niet op tijd werd getekend. Naar de mening van de GI zou het voor [minderjarige] goed zijn als er daarnaast een vertrouwenspersoon zou komen, waarbij [minderjarige] zich vertrouwd voelt, voordat zij samen met deze persoon aan de vader geïntroduceerd zal worden.

Echter heeft de GI binnen het netwerk nog geen persoon gevonden die die rol zou kunnen gaan vervullen. De GI heeft bemerkt dat de huidige partner van de vader in elk geval een helpende rol heeft en kan gaan hebben in de gehele situatie.

Door en namens de vader wordt ingestemd met het verzoek. De vader beaamt dat het voor hem allemaal erg lang duurt, voordat hij [minderjarige] weer kan zien. Om het contact tussen hem en [minderjarige] te kunnen herstellen acht de vader, vanwege de weigerachtige houding van de moeder, een ondertoezichtstelling van waardevolle betekenis. De vader beaamt tevens dat hij door de moeder over [minderjarige] wordt geïnformeerd, maar dat deze informatie erg summier is. Daarbij betreurt de vader dat hij ook anderszins niet geïnformeerd wordt door de moeder, zoals dat hij eens een recente foto van [minderjarige] zal ontvangen of een kaartje.

5. De beoordeling

Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:

a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;

b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.

Op basis van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting constateert de kinderrechter dat de destijds bepaalde doelen van de ondertoezichtstelling, namelijk dat [minderjarige] geïnformeerd wordt over het bestaan van haar vader en dat zij op termijn op een onbelaste manier contact kan hebben met haar beide ouders, beiden nog niet zijn behaald.

Nog steeds blijkt dat de moeder moeite heeft met het accepteren van de vader in het leven van [minderjarige] , zij spanning en stress ervaart en zij mogelijk onvoldoende draagkracht heeft.

Inmiddels is er beweging in de situatie omdat de kindertherapeut zal starten met het geven van statusvoorlichting aan [minderjarige] . Ook is positief dat het contacthersteltraject tussen de vader en [minderjarige] bij De Gezinsmanager nu echt van start lijkt te gaan. De ontwikkelingen hierin zullen daadkrachtig moeten worden gemonitord en afgewacht. Niet ondenkbaar is dat de belangen van [minderjarige] en haar ouders daarbij dan niet altijd gelijk zullen gaan oplopen. Het is dan noodzakelijk dat een onafhankelijke derde – een jeugdbeschermer – de regie kan blijven voeren, waar nodig knopen kan doorhakken en de belangen van [minderjarige] in het oog kan blijven houden. Dat leidt ertoe dat de gronden voor de voor de ondertoezichtstelling van [minderjarige] nog steeds aanwezig zijn. Het verzoek verlenging ondertoezichtstelling zal daarom voor de duur zoals verzocht worden toegewezen.

De beslissing wordt op grond van artikel 2 Besluit gezagsregisters van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 19 november 2025 tot 19 november 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2025 door mr. De Jong, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dongen als griffier, en op schrift gesteld op 14 november 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?