ECLI:NL:RBZWB:2025:7886

ECLI:NL:RBZWB:2025:7886, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11-11-2025, RK 25-013714

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 11-11-2025
Datum publicatie 14-11-2025
Zaaknummer RK 25-013714
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Raadkamer
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

Klaagschrift 552a, klaagster niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Locatie Breda

parketnummer: 02-811160-13

rk.nummer: 25-013714

Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a Sv van:

[klaagster 1]

geboren op [geboortedag] 1963

woonplaats kiezende op het kantoor van mr. R. Zilver, Maliesingel 2, 3581 BA Utrecht

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:

Op 28 oktober 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de volgende personen gehoord:

- officier van justitie mr. S. Massier;

- klaagster;

- waarnemend (en gemachtigd) raadsman van klaagster en medeklaagsters mr. S. Schuurman;

- medeklaagster [medeklaagster 1] en

- belanghebbende [belanghebbende] .

Medeklaagster [medeklaagster 2] is niet bij de behandeling in raadkamer verschenen.

Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de de erven van [erflater] . Daartoe is aangevoerd dat de sieraden en het geldbedrag toebehoorden aan [erflater] . De sieraden betreffen investeringen en familie-erfstukken. Het geldbedrag is door [erflater] op legale wijze verdiend. Ter ondersteuning van dit standpunt zijn foto’s, verklaringen en facturen overgelegd. Over het beslag is eerder het klaagschrift met nummer 17-007078 ingediend en beoordeeld. Voornoemde stukken vormen naar de mening van de raadsman de nieuwe feiten en omstandigheden waardoor het klaagschrift inhoudelijk kan worden behandeld. Daarnaast heeft hij aangevoerd dat door het tijdsverloop de toets van de proportionaliteit van het beslag anders is komen te liggen. [erflater] is na de behandeling van het eerdere klaagschrift overleden. Volgens klaagster was het zijn wens dat de sieraden aan de kleinkinderen werden gegeven. Desgevraagd hebben zij en [medeklaagster 1] in raadkamer verklaard dat er geen sprake is van een testament. Het is de bedoeling dat de sieraden en het geld teruggaan naar [echtgenote] (de weduwe van [erflater] ). Na haar overlijden zullen de sieraden en het resterende geld worden verdeeld. Bij de behandeling in raadkamer is een briefje overgelegd waaruit volgt dat [echtgenote] klaagster [klaagster 2] en [medeklaagster 1] machtigt om haar belangen te behartigen. De voorzitter heeft met behulp van de identiteitskaart van [echtgenote] vastgesteld dat het bericht door haarzelf is ondertekend.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden in vergelijking met het klaagschrift met nummer 17-007078. Naar de mening van de officier van justitie geeft het tijdsverloop in deze zaak geen aanleiding voor een nieuwe beoordeling. Zij heeft verzocht klaagster niet-ontvankelijk te verklaren in het klaagschrift. Zij merkt hierbij op dat zij geen nader onderzoek naar de facturen heeft kunnen laten verrichten, omdat die pas twee dagen voor de raadkamerbehandeling zijn toegezonden door de raadsman.

2. De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.

Het klaagschrift is tijdig ingediend.

Klaagster en medeklaagsters hebben namens de erven [erflater] (verder: [erflater] ) gesteld dat het geld en de sieraden toebehoorden aan [erflater] . Nu hij is overleden zijn naar hun mening de erven van [erflater] de redelijkerwijs rechthebbenden geworden. Bij de behandeling in raadkamer is door [klaagster 2] en [medeklaagster 1] verklaard dat wijlen [erflater] in gemeenschap van goederen was getrouwd met [echtgenote] en dat hij geen testament heeft opgemaakt. Indien de rechtbank uitgaat van deze gegevens, betekent dit volgens de regels van het erfrecht enerzijds dat als erfgenamen van [erflater] aangemerkt worden zijn echtgenote [echtgenote] en zijn drie kinderen, te weten [klaagster 2] , [belanghebbende] en [medeklaagster 1] , maar anderzijds dat de erfenis van [erflater] in de huwelijkse gemeenschap van goederen valt. Door de wettelijke verdeling komen alle goederen uit de nalatenschap van [erflater] toe aan zijn echtgenote [echtgenote] .

[klaagster 2] en [medeklaagster 1] hebben in raadkamer bevestigd dat het de bedoeling is dat het geld en de sieraden teruggaan naar [echtgenote] . De rechtbank stelt vast dat in het klaagschrift is vermeld dat teruggave wordt verzocht aan de erven [erflater] . [echtgenote] is in het klaagschrift niet bij naam genoemd. Bij het klaagschrift is ook geen machtiging gevoegd waaruit blijkt dat het klaagschrift mede namens haar is ingediend. De machtiging die bij de raadkamerbehandeling is overgelegd kan dit gebrek niet herstellen. Hierin is immers alleen vermeld dat [klaagster 2] en [medeklaagster 1] de belangen van [echtgenote] mogen behartigen. In dit stuk wordt geen enkele link gelegd met deze klaagschriftprocedure. Gelet hierop kan de rechtbank het klaagschrift niet zo ruim opvatten dat het ook is ingediend door [echtgenote] .

Het is binnen een beklagprocedure niet mogelijk om teruggave van een in beslag genomen goed te verzoeken aan iemand anders dan de klager zelf. Om die reden zal de rechtbank klaagster niet-ontvankelijk verklaren in haar beklag.

Gelet op voorgaande conclusie komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling of de sieraden en het geld al dan niet toebehoorden aan [erflater] .

3. De beslissing

De rechtbank verklaart klaagster niet-ontvankelijk in het klaagschrift.

Deze beslissing is op 11 november 2025 genomen door mr. E.B. Prenger, voorzitter, mr. R.J.H. de Brouwer en mr. L.W. Boogert, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van Eekelen, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 11 november 2025.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL

Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. E.B. Prenger
  • mr. R.J.H. de Brouwer
  • mr. L.W. Boogert

Griffier

  • mr. J. van Eekelen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand